De HERE komt voor altijd wonen bij zijn volk Israël

Thema: De HERE komt voor altijd wonen bij zijn volk Israël
Tekst: 1 Koningen 8: 10-11
Tekstgedeelte(n): 1 Koningen 8: 1-13
2 Kronieken 5: 11-14
(Exodus 40: 34-38)
Door: Ds. H. Venema (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Groningen)
Gehouden te: Groningen-West op 9 februari 1997

Aanwijzingen voor de Liturgie

Lezen:
1 Koningen 8: 1-13
2 Kronieken 5: 11-14
(Exodus 40: 34-38)

Zingen:
Ps. 100: 1.2
Ps. 100: 3-4
Ps. 122: 1-3
Ps. 47: 1-3
Ps. 136: 1-3, 21

Gemeente van Jezus Christus, Broeders en zusters, jongens en meisjes,

Hebben jullie wel eens meegemaakt dat de kerkdienst ineens moest worden gestopt?
De dominee is druk aan het preken. Iedereen zit te luisteren. Misschien zitten sommige mensen een beetje te dutten. Kleine kinderen zitten wat te tekenen. En dan ineens gebeurt er iets, waardoor de dienst niet verder kan. De dominee stopt met zijn preek. De mensen kijken om zich heen. En de kinderen vragen wat er is. De kerkdienst wordt verstoord.

Gelukkig komt het niet zo vaak voor dat de kerkdienst moet worden gestopt, voor een poosje of zelfs helemaal. Maar zoiets kan natuurlijk best eens gebeuren. De dominee kan ineens ziek worden, zodat hij niet meer kan preken. Of er valt iemand flauw in de kerk, omdat het zo warm is. Of iemand buiten gooit een steen door het raam. Stel je voor dat je 's avonds in de kerk zit, en ineens gaan de lampen uit. Dan is het stikdonker. Nee, gelukkig kan de dienst meestal ongestoord doorgaan tot het eind.

Ikzelf herinner mij van mijn tijd op Irian dat daar de dienst wel eens moest worden onderbroken, omdat in de kerk een stel honden met elkaar ging vechten. Dat was dan zo'n lawaai, dat je als dominee niet meer te verstaan was. En de mensen luisterden natuurlijk ook niet meer. Ze probeerden allemaal die honden de kerk uit te jagen en maakten zelf nog meer lawaai dan die honden. Ook gebeurde het wel eens dat de dienst moest worden afgelast, omdat het heel hard begon te regenen. De regen maakte zoveel lawaai op het dak, dat je niet anders kon doen dan maar stoppen met de kerkdienst.

Maar, stel je nu eens voor, dat onze kerkdienst nu zou moeten worden gestopt, omdat ineens de Here hier binnenkwam. Zoals dat vroeger gebeurde in Jeruzalem, bij de feestelijke opening van de tempel, het paleis van de Here. Toen daalde de Here op de tempel neer in de wolk. Toen ging ineens alles plat. Ineens moest alles stoppen. De priesters moesten stoppen met offeren. De zangers moesten stoppen met zingen. De Israëlieten konden niets meer zien door de dichte mist van de wolk van de Here.

Als de Here zelf dat doet, kun je dan eigenlijk wel zeggen, dat de eredienst wordt verstoord?
En is het wel zo, dat de eredienst dan niet meer kan doorgaan? Of wordt de dienst dan juist helemaal een feest? Dat laatste toch, denk ik. Niet? We kunnen dan de dienst niet afmaken, zoals we dat altijd doen. Maar zou dat erg zijn? Als de dominee zou moeten stoppen met preken, omdat de Here zelf hier verschijnt? Dat zouden we toch alleen maar fijn vinden?! Nou en of! Wij willen dolgraag dat de Here zelf hier bij ons komt.

Maar, de Here is hier toch al bij ons? Wij zeggen toch altijd, dat wij naar de kerk gaan om de Here te ontmoeten.
Ja, dat is zo. De Here woont hier bij ons, in de kerk. Het is zelfs zo dat ons lichaam een tempel is van de Heilige Geest. De Geest van God woont in ons allemaal. Wij zijn allemaal het paleis van de Geest (1Korintiërs 6; 1 Petrus 2). De Here is al bij ons, elke dag. Onze kerkdienst is het bewijs van zijn aanwezigheid. Hij is hier. En Hij blijft hier. Zijn heerlijkheid vervult ons. Heel ons leven is een non-stop eredienst. Want toen de Here kwam wonen bij zijn volk, toen kwam Hij om te blijven.

De HERE komt voor altijd wonen bij zijn volk Israël

  1. Het moment van zijn komst
  2. De manier van zijn komst
  3. Het gevolg van zijn komst

1. Het moment van zijn komst

Het is geen gewone samenkomst van Israël, daar in Jeruzalem in de tijd van koning Salomo. Geen gewone eredienst. Nee, het is groot feest! Heel het volk is bijeengekomen om feest te vieren. Koning Salomo heeft alle oudsten van Israël uitgenodigd. Allemaal zijn zij naar Jeruzalem gekomen: de hoofden van de twaalf stammen, de familievorsten van heel Israël, de leiders van het volk. Maar niet alleen zij komen naar Jeruzalem. Heel het volk komt mee. Uit alle steden en dorpen reizen de mensen naar Jeruzalem.

Iedereen komt naar de hoofdstad van Israël voor de feestelijke opening van het nieuwe gebouw. Zij willen allemaal de ingebruikneming van de tempel, het huis van God, bijwonen. Dit feest willen zij voor geen goud missen. Wanneer je van buiten de stad komt aanlopen - in die tijd moest je alles lopend doen immers - dan zie je in de verte het nieuwe gebouw al schitteren in de zon, bovenop de berg Sion. Een prachtig gebouw, dat paleis van de Here. Het torent hoog boven de stadsmuren uit. Daar zal de Here voortaan wonen, en niet meer in de tent, de tabernakel. In grote drommen komen de Israëlieten aanlopen. In de nauwe straatjes van de stad is het een gedrang van mensen. Ze willen allemaal op de voorste rij staan om maar niets te missen van het feest.

Onwillekeurig moet ik nu denken aan een ander groot feest, dat - een tijdje geleden al - in de hoofdstad van ons eigen land werd gevierd. Toen werd in Amsterdam de Arena geopend. Koningin Beatrix kwam zelf naar Amsterdam om dit nieuwe sportstadion officieel te openen. En meteen na de opening werd een voetbalwedstrijd gespeeld om het nieuwe stadion in te wijden. Overal vandaan waren de mensen gekomen. De tribunes zaten vol. De mensen jubelden en juichten. Ook de koningin deed mee aan de feestelijke wave. Prachtig allemaal. Het was groot feest in Amsterdam. Voor het oude stadion kwam een prachtig nieuw gebouw in de plaats. Wanneer je nu Amsterdam binnenkomt via de Bijlmermeer, zie je van ver al de Arena hoog boven de huizen uitsteken.

Wanneer je wat doordenkt over die twee openingsfeesten, vroeger in Jeruzalem en een poosje geleden in Amsterdam, en je gaat ze met elkaar vergelijken, dan zie je wel wat overeenkomsten:
- Het zijn allebei schitterende, nieuwe gebouwen. Beide gebouwen vallen op, wanneer je naar de stad komt. Ze torenen boven de huizen uit. Denk ook maar even aan het gebouw van de Gasunie in Groningen. Dat zie je van ver buiten de stad al staan.
- Bij beide openingsfeesten was het staatshoofd aanwezig: in Jeruzalem koning Salomo en in Amsterdam koningin Beatrix.
- In Amsterdam en in Jeruzalem brak het volk uit in gejubel. De mensen dansten van plezier. Het was groot feest.
Er is nog een overeenkomst:
- Zowel in Amsterdam als in Jeruzalem werd het nieuwe gebouw ingewijd. Maar die inwijding geeft ook meteen het grote verschil aan tussen die twee openingsfeesten. In Amsterdam gebeurde het met een voetbalwedstrijd. In Jeruzalem met een eredienst.
Nogal logisch. Immers, dat gebouw in Jeruzalem was een heel ander gebouw dan het gebouw in Amsterdam. De tempel van God had een heel ander doel dan het sportpaleis in Amsterdam. Hier houden de overeenkomsten toch echt op. Want je kunt de Arena in Amsterdam toch moeilijk gaan vergelijken met de tempel in Jeruzalem. Al zijn er wel mensen die dat doen, als ze het over de voetballers hebben als 'godenzonen'.

Terug naar de nieuwe tempel. Zeven jaar heeft de bouw van de tempel geduurd. Kijk eens, wat een voorbereidingen er moesten worden getroffen. En let ook eens op de manier waarop de bouw heeft plaatsgevonden. Het was een echt een mega-bouwproject. David had destijds al plannen gemaakt voor deze tempelbouw. Hij had voor zichzelf als koning een prachtig paleis laten bouwen. En nu wilde hij voor de Here ook een paleis bouwen. Want de Here woonde nog altijd in een tent, al sinds de tijd van Mozes. De Here kampeerde nog altijd in een tent.
Die tent, de tabernakel: waar was die eigenlijk gebleven? Waarschijnlijk in Gibeon, maar daarover is geen zekerheid.
Van de ark van het verbond weten we meer. De ark had na de terugkeer uit het land van de Filistijnen jaren en jaren in het huis van Abinadab gestaan en daarna ook nog drie maanden in het huis van Obed-Edom. Toen had David de ark naar Jeruzalem gehaald en daar in een tent (de tabernakel?) neergezet, dichtbij zijn paleis. En dat bracht David tot zijn bouwplannen. Want dit kon toch niet: David in een mooi paleis, en God in een tent. Het ging David er niet om Jeruzalem tot een beroemde stad te maken. Het ging hem niet om een stadhuis en daarbij een passend tempelcomplex in het kader van Binnenstad Beter waar de mensen vol bewondering naar zouden komen kijken. Nee, David had geen andere bedoeling dan de Here te eren. Het werd nu toch wel eens tijd, dat de Here ook een vaste woning kreeg, een eigen paleis, het mooiste gebouw in heel Israël. Geen tent maar een huis, en wel met precies dezelfde indeling: de voorhof, het heilige en het heilige der heiligen.

Alleen, de Here zelf wilde niet dat David de tempel bouwde. Aan de handen van David kleefde teveel bloed. Zijn zoon Salomo moest dat later gaan doen. En dat is nu gebeurd. Salomo heeft Davids bouwplannen uitgevoerd. En nu is de tempel klaar. Vandaag is de feestelijke opening. Het is een drukte van belang in Jeruzalem. Heel Israël is samengestroomd voor de inwijding van het tempelcomplex.

Hebt u er wel op gelet, wanneer dit feest gehouden wordt? Het staat in vers 2: "En alle mannen van Israël kwamen bij koning Salomo samen, op het feest in de maand Etanim, dat is de zevende maand". Het feest in de zevende maand. Welk feest wordt daarmee bedoeld? Jongens en meisjes, weten jullie het? In de zevende maand vierde Israël altijd het Loofhuttenfeest. Van de 15e tot de 22e van de zevende maand kampeerden de Israëlieten in tenten van loof, van bladeren. Dan dachten zij eraan dat zij vroeger veertig jaar lang in de woestijn hadden geleefd in tenten, rond de tabernakel. Nu woonden ze allang niet meer in tenten, maar in gewone huizen in het land Kanaän. Maar eens in het jaar gingen zij een week lang weer in tenten wonen. Nou ja, tenten waren het niet, maar loofhutten, afdakjes gemaakt van takken en bladeren. Zoals de kinderen wel bouwen in een boom, of gewoon ergens in de tuin.

Is dit Loofhuttenfeest niet het geschikte moment om de opening van de tempel te vieren? De Here woont nog altijd in een tent. Maar nu, op dit Loofhuttenfeest verhuist Hij naar de nieuwe tempel. De Israëlieten gaan nu een week lang in tenten wonen. En de Here gaat juist uit zijn tent naar de tempel, zijn vaste woning. Is dat niet prachtig: het openingsfeest van de tempel op dezelfde dag als het begin van het Loofhuttenfeest. Werkelijk, een uitgekiend moment.

Er is nog meer. Want vijf dagen geleden, op de tiende dag van de zevende maand, is er ook al feest gevierd. Toen was het de Grote Verzoendag. Op die dag heeft de hogepriester bloed van een stier gesprenkeld op het deksel van de ark, de troon van God, om verzoening te doen over de zonden van het volk. Het volk Israël vierde op de Verzoendag het feest van de vergeving van de zonden. Want dat stierenbloed wees naar de Verlosser, die later zijn bloed zou geven en zo verzoening zou doen over de zonden van Gods volk.

Nu, een paar dagen later, wordt de ark uit de tent, dichtbij het paleis van de koning, door de priesters naar de tempel gedragen. Vast onder leiding van de hogepriester. De priesters en de Levieten brengen de ark, de tabernakel en alle heilige voorwerpen uit de tabernakel 'opwaarts'. Dat betekent: zij brengen de ark en de tabernakel omhoog naar de tempel. De tempel staat immers bovenop de berg Sion. De troon van God wordt in optocht naar zijn nieuwe plaats gedragen. En intussen worden er een heleboel offers voor de Here geslacht.

De priesters lopen over het tempelplein. Ieder kijkt ademloos toe, hoe zij daar langzaam lopen met de ark tussen hen in. Ze gaan de grote trappen op, en lopen het heilige binnen. Ze verdwijnen uit het zicht van de toekijkende mensen. Maar, ze lopen langs het gordijn, het voorhangsel naar de achterkamer, het heilige der heiligen. Daar zetten zij de ark op zijn plaats onder de cherubs, achter het voorhangsel. De troon van God staat op zijn nieuwe plek. De ark met het verzoendeksel, met daarop het nog nieuwe bloed van de vergeving van de zonden. Met opzet wordt ons erbij verteld, dat in de ark de twee stenen tafelen van Mozes liggen, met daarop de Verbondswet, de Tien Geboden, die wij hier vanmorgen aan het begin van de dienst ook nog gehoord hebben.

De mensen buiten staan te wachten. De zangkoren van de Levieten staan klaar naast het altaar. De priesters houden de trompetten al aan de mond. Ze hebben hun hand al op de snaren van de harpen en de citers. De koorleider, de dirigent staat klaar om in te zetten. Op het moment waarop de priesters naar buiten komen, zullen zij ineens in gejubel uitbreken. Vol spanning wachten ze. Ja, daar komen ze. De hogepriester en de priesters, die de ark op zijn plaats hebben gezet zijn uit de tempel naar buiten gekomen. Nu is het moment gekomen om in een geweldig gejuich uit te breken. De muziek schalt. De koren zingen eenstemmig: "Want Hij is goed. Want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid".

Maar op datzelfde moment gebeurt er nog heel wat anders. Plotseling is heel de tempel verdwenen in een grote wolk. Ineens is er een dikke mist om hen heen. Alles is weg.

2. De manier van zijn komst

Wat is er gebeurd? Op het moment dat de hogepriester en de priesters uit de tempel naar buiten kwamen, gingen de zangkoren zingen. Maar op datzelfde moment vulde ineens een wolk het huis van de Here.

Daar staan ze nu allemaal. Een dichte mist maakt de tempel onzichtbaar. De priesters en de koren, alles is in de mist verdwenen. De mensen kunnen elkaar ook niet meer zien. Nee, stikdonker is het niet. Grijs is het. Maar of het nu donker is of mistig, ze zien helemaal niks meer. Geen hand voor ogen.

Bij ons in Nederland is het ook wel eens mistig. Vooral in de herfst en in de winter. 's Morgens vroeg of tegen de avond. Dan waarschuwt Erwin Krol ons voor de televisie: "Mensen, het wordt mistig. U moet voorzichtig zijn onderweg." Er gebeuren geregeld ongelukken, omdat de mensen toch te hard rijden, en dan ineens in een mistbank terecht komen. Dan zien ze niets meer, en botsen ze zomaar tegen een andere auto, of tegen een boom.

De tempel is ineens verdwenen in de mist. Een wolk vult het huis van de Here. En weet je, wat nu het gekke is? De Israëlieten zijn helemaal niet zo verbaasd. Of de koren doorzingen, ik weet het niet. Of het volk blijft juichen, misschien wel. Maar vreemd vinden ze dit niet. Waarom niet? Wij zouden toch wel vreemd staan kijken, als ineens de kerk hier in de mist verdween. Of niet? Als hier een wolk de kerk vulde? Wij zouden vreemd opkijken.

Een wolk. Dat staat er in onze bijbel. En dat maakt het onduidelijk, mistig voor ons. Want er hoort te staan: DE wolk! Er komt niet zomaar een wolk aandrijven. Nee, het is DE wolk. En nu gaat ons wel een lichtje op. Nu zijn wij ook niet meer verbaasd. Net zo min als de Israëlieten. Want nu denken wij, net als zij, meteen aan de woestijn. Toen de tabernakel klaar was en in gebruik genomen werd, toen gebeurde precies hetzelfde. Toen daalde ook de wolk op de tabernakel neer (Exodus 40). Dezelfde wolk, die in de woestijn altijd voor de Israëlieten uitging. De wolkkolom, de cumuluswolk, zo'n torenhoge wolk, die Mozes de weg wees, en die Israël beschermde tegen de vijanden. Die boven de tabernakel bleef hangen, wanneer het volk mocht uitrusten. Die omhoogging, wanneer Israël moest verder trekken.

Juist nu de Israëlieten het Loofhuttenfeest vieren, nu ze terugdenken aan het leven in de woestijn, nu denken ze ook terug aan de wolk. Die wolk, dat is de wagen van de Here. Het is de heerlijkheid van de Here. Het is het bewijs van Gods aanwezigheid. De wolk, dat is de Here zelf. De geschiedenis herhaalt zich, nu in Jeruzalem. De wolk is er weer.

Ook later horen we weer van de wolk van de Here. In de tijd van Ezechiël. En weer later, bij de verheerlijking van de Here Jezus op de berg. En toen de Here Jezus naar de hemel ging, toen Hij werd meegenomen door de wolk. En ook in het boek Openbaring lezen we over de wolk.
De wolk is in de Bijbel steeds het bewijs van Gods heerlijkheid, en van Gods aanwezigheid.

Nu vult de wolk de tempel. De hele tempel is verdwenen in de mist van de wolk. Wat betekent dat nu? Niets anders dan dat de Here zelf er is. Hij is zelf in de tempel neergedaald. Hij heeft zelf de tempel in gebruik genomen. De opening van de tempel is niet alleen het feest van Israël. Ook niet alleen het feest van Salomo. Het is het feest van de Here zelf. Hij komt wonen bij zijn volk. De Here neemt zijn eigen huis in gebruik. Hij zit op de ark, zijn troon. De Here is thuisgekomen. Niet meer in een tent, maar in de tempel. Voor altijd komt Hij wonen bij zijn volk, in een permanente woning.

Dan is er nu wel helemaal reden om te gaan jubelen. En om offers te brengen. Om de Here te loven en te dienen. Alleen, dat gaat niet.

3. Het gevolg van zijn komst

De Here zelf is in de wolk in de tempel neergedaald. Hij is voor altijd komen wonen bij zijn volk. De Here is er. Kijk maar naar de wolk. Dan is het nu toch het juiste moment om de eredienst voort te zetten? Maar nee, dat gaat niet. Want alles zit potdicht door die mist. De priesters kunnen helemaal niets doen. O ja, ze staan allemaal klaar om de eredienst te houden. Om offers te brengen. Om in het heilige een reukoffer te branden op het wierookaltaar. Om de toonbroden neer te leggen en de zevenarmige kandelaar te verzorgen. Het wemelt van de priesters, want ze hebben allemaal dienst deze dag. Maar door die dikke mist kan de eredienst niet doorgaan. Ze moeten geduld hebben. Ze moeten wachten totdat de wolk weer optrekt.

Door de wolk kan niemand meer iets doen. De eredienst kan niet verdergaan. Het feest moet worden onderbroken. Het feest is verstoord. Verstoord? Helemaal niet. Wanneer de Here zelf komt, en wanneer daardoor de kerkdienst niet gewoon kan doorgaan, dan zeg je toch niet dat de dienst verstoord is? Welnee. Laat onze eredienst maar in het honderd lopen, wanneer de Here komt. Want door de komst van de Here is het feest juist helemaal compleet. Juist nu, nu de priesters werkeloos moeten toekijken, nu is de eredienst op z'n mooist. Het is om stil van te worden.

Maar denk nu nog even wat verder na. De wolk is er nu vandaag niet. Die is allang weer opgetrokken. En ook bij de hemelvaart van de Here Jezus is de wolk weggegaan. Maar, de wolk komt wel weer terug. Met de Here Jezus. Nee, ga maar niet naar de lucht staan kijken. Want de wolk komt net zo plotseling als toen bij de ingebruikneming van de tempel. Ineens zal de wolk er zijn. Op de dag dat de Here Jezus terugkomt. Ook dan zal de wolk onze eredienst niet verstoren, maar juist compleet maken. Want de terugkomst van de Here Jezus is het begin van het allergrootste en allerlangste feest, het mooiste feest dat wij zullen vieren: het feest van het eeuwige leven, het feest van de ingebruikneming van de nieuwe aarde, waar geen zonde meer is. Op de nieuwe aarde zullen wij voor altijd wonen in de gemeenschap met God en met zijn Zoon Jezus Christus.

God is er nu ook, hier bij ons in de kerk. Zeker. Maar het feest is nu nog niet op z'n mooist. Er is nog zoveel verdriet en ellende, nog zoveel donkerheid en mist. We zien zovaak geen uitkomst. We denken heel vaak niet aan feesten. We zijn zovaak niet in de stemming om feest te vieren. Onze keel zit vaak dicht. We kunnen geen woord uitbrengen. Feestvieren? Hoe kom je erbij.

Maar toch is er uitkomst. Let nog even op de ark, op het verzoendeksel, met daarop dat bloed.
Dat bloed was het teken van Christus' bloed. Het wees naar Hem. Gods Zoon is mens geworden. Hij heeft aan het kruis gehangen. Hij heeft zijn bloed gegeven. Hij riep uit voor Hij stierf: Het is volbracht. Voordat Jezus dat uitriep, wat gebeurde er toen? Toen werd het donker, stikdonker. Toen de tempel werd ingewijd was de mist het teken van Gods aanwezigheid. Toen Christus aan het kruis hing was het duister het teken van Gods afwezigheid. De Zoon van God werd door de Vader verlaten. Dat betekent dat wij nooit meer door de Vader verlaten worden. Het Avondmaal, het brood en de wijn, teken en zegel van Christus' lichaam en bloed. Hij heeft ons verlost en in het licht gebracht. We zijn vrij. Vrij van de zonde. Wij zijn van God. God is van ons. Prachtig wat een feest. We zijn in de wolken. "Looft de Here, want Hij is goed; want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid!"

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar