Profetie (Deel 1: Cadeaus in de kerk)

Thema: Cadeaus in de kerk
Tekst: 1 Korintiërs 12: 4-7
Tekstgedeelte(n): 1 Korintiërs 12: 1-11
Door: Ds. Th.J. Havinga (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zuidlaren)
Gehouden te: Zuidlaren op 14 september 2003; Assen-Noord op 05 oktober 2003; Winsum op 12 oktober 2003
Opmerking ThJH: De delen uit de prekenserie over Profetie kunnen in serie gelezen worden, maar ook als losse preken. De prekenserie bestaat uit:
1: Profetie 1 - Cadeaus in de kerk
2: Profetie 2 - Klein Pinksteren in de woestijn
3: Profetie 3 - God is in uw midden
4: Profetie 4 - Dooft de Geest niet uit
Extra: Inleiding op de prekenserie: Profetie.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 65: 1-3
(Morgendienst: Wet)
(Morgendienst: Ps. 84: 6)
Lezen: 1 Korintiërs 12: 1-11
Lied 92: 1-2, 4, 6
Tekst: 1 Korintiërs 12: 4-7
Preek
Gez. 29: 1, 4
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis: Gez. 3)
Gez. 23: 4-5
Zegen

Thema:

Cadeaus in de kerk

  1. Van wie?
  2. Welke?
  3. Waarvoor?

Broeders en zusters, gemeente van onze Here Jezus Christus,

1. Van wie?

Stel u een zangkoor voor. Één koor. Er is één dirigent. En het koor heeft nogal wat leden. Prachtig om samen met elkaar te zingen. Dat is het beeld in de preek. Eigenlijk lijkt het wel op het beeld in 1 Korintiërs 12: de kerk is één lichaam. Ze heeft één Hoofd, de Here Jezus. Maar ze telt veel leden.

Paulus gebruikt dit beeld in zijn brief aan de kerk in Korinte. Het is goed om te proberen u de situatie voor te stellen. Het zijn christenen, die nog niet zo lang bij de kerk zijn. Pasbekeerd. Paulus zegt dat ook: jullie waren heidenen. Ongelovigen. Jullie hadden je eigen goden: afgoden. Maar dat is veranderd bij jullie. Jullie zijn gemeente van de Here Jezus geworden. Hij is nu jullie Koning. Wat een verandering. Van zwart naar wit!

Dat betekent ook dat de Drie-enige God voor u zorgt. God de Vader is uw Vader. God de Zoon is uw Here. God de Geest is komen wonen in uw midden. Het is Pinksteren geweest. En hoe zorgt God voor u? Op veel manieren. Onder andere doordat Hij u cadeaus geeft. Bijvoorbeeld het eeuwige leven. Bijvoorbeeld het brood dat u elke dag krijgt. Bijvoorbeeld de gemeente waar u bij mag horen. Noem maar op. Niet te tellen al die cadeaus. Gaven van de genadige God.

En in 1 Korintiërs 12 gaat Paulus nu ook over een paar cadeaus schrijven. Hij heeft daar een reden voor. Er is een vraag gekomen uit Korinte. Samen met wat andere vragen (bijvoorbeeld over het huwelijk). In Korinte willen ze graag wat meer weten over uitingen van de Geest, vers 1. Over die cadeaus gaat Paulus nu wat meer vertellen.

Waar komen die cadeaus vandaan? Nou, als ik naar een jarige toe ga, dan neem ik een cadeau mee van huis. Ik geef een cadeau. Ik heb het uitgezocht. Zo ook hier. Waar komen de cadeaus in de kerk vandaan? Van God. Vader, Zoon en Geest. Kijk maar in onze tekst. Als Paulus wat concreter over de cadeaus voor Korinte gaat onderwijzen, dan zegt hij: een mand vol verschillende cadeaus, maar het is dezelfde Geest. En even later: het is dezelfde Here: de Here Jezus: Hij is Heer, vers 2. En weer even later: het is dezelfde God.

U ziet, als we het dus hebben over die cadeaus en over uitingen van de Geest, dan hebben we het over het werk van de Drie-enige God. Het werk van God de Vader én van God de Zoon én van God de Geest. Samen geven ze een doos met cadeaus aan Korinte. En in onze tijd aan ons hier in ... [ lees hier: plaatsnaam van de gemeente ].

Dat is het eerste, waar we oog voor moeten leren krijgen. God geeft. Een volle mand uit één hand! Één Gever. Geen drie verschillende gevers. Ik kan het ook zo zeggen: het komt allemaal uit de hemel! God maakte die cadeaus. Hij heeft ze geschapen. De Here Jezus verdiende die cadeaus. Aan het kruis. Hij betaalde voor het cadeau dat u hebt gekregen. En na zijn hemelvaart begon Hij ervan uit te delen (Efeziërs 4: 7-8). En Gods Geest zorgt ervoor dat ook wij ze vandaag krijgen. Ik zou zeggen net als tegen een jarige: gefeliciteerd, gemeente van ... [ lees hier: plaatsnaam van de gemeente ], met zoveel cadeaus. U bent een gemeente met veel gaven van God. Net als Korinte.
En weet u hoe Paulus dat werk van God, die mand met cadeaus nu onder woorden brengt? Hij heeft het dan over openbaring van de Geest, vers 7: "aan een ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven". Een belangrijke vraag in dit verband: wat zou Paulus hiermee bedoelen? Openbaring. Dan denken we al gauw aan het laatste Bijbelboek. En dat klopt. Dat zet ons wel op het goede spoor. Openbaring van de Geest wil zeggen: de Geest (God) maakt zich bekend. Zo is de stijl van God. Denk maar eens aan de tijd van de Schepping: God laat zien wie Hij is en wat Hij doet. Hij maakt een prachtige wereld. zijn cadeau. Maar wij maken hem kapot. En dan stuurt God zijn Zoon. De Here Jezus. En dan zegt de Bijbel: 'De Here Jezus heeft Gods naam (wie Hij is en wat Hij doet) geopenbaard in de wereld'. Dat wil zeggen: in de Here Jezus zien we wie God is. Wat Hij doet. Dat blijft niet verborgen. Het cadeau blijft niet in de verpakking. Dat komt tevoorschijn. Ja, zegt de Bijbel, Romeinen 16: 26: het grootste cadeau (de Here Jezus Zelf) bleef lang verpakt. Maar het kwam. Het geheim werd geopenbaard.

Hoe weten we dat allemaal? Vandaag hebben we daarvoor de Bijbel: Gods Woord. In Korinte is diezelfde boodschap gepreekt. Aan heidenen. En in Rome. Het evangelie over de Here Jezus gepreekt. Hoe wordt het cadeau uitgepakt? Door de profetische geschriften, zegt Paulus tegen Rome. In die tijd had de kerk het Oude Testament. En men leerde het onderwijs van de apostelen kennen. Het werd op schrift gesteld. Paulus' brieven. Misschien hadden ze in Korinte al wel eens een brief gelezen. Alleen ze wisten nog niet alles. Ze hadden het boek Openbaring en de evangeliën nog niet, en de brieven van Johannes. Dat kwam pas later.

U hebt ze wel. En zo komt de Here Jezus naar u toe. Via dit boek, de Bijbel.
Daar hebt u genoeg aan. Meer hoeft u van God niet te weten. Het geheim is immers geopenbaard. U weet het begin, het midden en het eind van Gods werk. En daarom: wilt u God steeds beter leren kennen, dan hoeft u maar één ding doen. De Bijbel bestuderen. En geloven: de Bijbel, Gods Woord. Helemaal: van Genesis tot Openbaring. Meer hebt u van God niet nodig. Jezus Christus, het Woord van God dat mens werd, komt zo naar u toe. Wat wilt u nog meer?

U denkt misschien, ja, maar die cadeaus uit 1 Korintiërs 12 dan. Zijn dat niet heel andere cadeaus. Nee, uiteindelijk niet. Immers, wat zegt Gods woord? Dat de gemeente van de Here Jezus het werk van God is. En dat Hij voor haar zorgt - voor ons zorgt. Dat God daar ook mensen voor wil gebruiken. Dat zou u niet weten zonder de Bijbel, de openbaring van de Geest. Dan zou het kunnen zijn dat we een club waren. Een godsdienstige club voor mijn part. Zoals de Korintiërs al hadden voor ze de Here Jezus kenden. Maar het zou allemaal niets helpen. U zou God er niet beter door leren kennen.

En nu is het mooie dat God ons ook aan elkaar heeft gegeven om sámen gemeente te vormen. Ook dat weet u uit de Bijbel. En in die kerk gebruikt Hij nu weer allerlei cadeaus. En Hij zegt: Ik geef aan ieder ook nog speciale cadeaus. Zo laat Ik zien wie Ik ben. Zo openbaar Ik Mij. In en door mijn Geest. In de kerk, de werkplek van de Geest.

2. Welke?

Wat voor cadeaus zijn dat dan? Wel, laat ik dat met een praktisch iets duidelijk maken. Ik sta op de preekstoel. U staat er niet. De ouderling zit daar. De organist zit er niet. In het koor is de alt geen bas. En de sopraan geen tenor. Soms kan een bas ook alt zijn. Sommige organisten zijn ook wel ouderling. God geeft soms meer speciale cadeaus aan één persoon.

Zo zegt Paulus het ook: er is verscheidenheid in genadegaven, in bedieningen, in werkingen. Verscheidenheid. Letterlijk: God verdeelt die gaven onder ons. Dat is zijn werk. Alleen van Hem. Hij geeft ze. Hij verdeelt ze.

Wat betekent dat voor ons? Nou, dat is duidelijk. Dat ik dus niet jaloers moet zijn op het cadeau dat iemand anders van God krijgt. Ik zou wel graag twee rechterhanden hebben. Maar ik mag niet jaloers zijn op de timmerman, die ze wel heeft. Ieder mag blij zijn met wat God hem of haar geeft. En verder: ik mag ook niet trots zijn op wat ik van God heb gekregen. Ik heb het niet van mezelf. God gaf het. Je bent toch niet trots op een cadeau dat jij krijgt. Dat was het probleem in Korinte. Men ging prat op wat God hen had gegeven. Ze werden hoogmoedig. Ik heb veel meer dan jij. Niet voor niets zegt Paulus in Romeinen 12: 16, als hij het net heeft gehad over de cadeaus voor Rome: 'Wees onderling eensgezind, zet je zinnen niet op hoge dingen, voeg je in het eenvoudige'. Wees niet eigenwijs. Nederigheid geboden, wil Paulus maar zeggen.

Paulus gebruikt in onze tekst drie woorden om te iets te laten zien van die verscheidenheid. Dat zijn de woorden genadegaven, vers 4, bedieningen, vers 5, en werkingen, vers 6. Meervoud: dat wil zeggen er is veel van alles in de kerk. We komen niks tekort. Hoe zou dat ook kunnen na Pinksteren. De Here Jezus is voor ons toch alles?

Die drie woorden geven ook kleur aan wat God doet in uw midden. Het eerste woord: genadegaven, charisma's: dat betekent gewoon: gegeven goed. Inderdaad een cadeau. Het koorlid heeft een prachtige stem van God gekregen. Om blij mee te zijn. En tevreden.
Het tweede woord: bedieningen, diaconie: dat betekent: met je cadeau zoek je jezelf niet. Dat zou wat zijn. Je zou als een kind zijn dat een cadeautje krijgt, maar niemand mag er naar kijken. Nee, je dient ermee. Je dient God ermee. Met wat je eerst van Hem hebt gekregen. En je dient elkaar er mee. Om u te dienen.
Het derde woord: Werkingen: energie. God werkt in jou. Jij krijgt van God energie om er iets mee te doen. Je stopt je cadeau niet in de kast om er nooit naar om te zien. Je gaat ermee aan het werk. God werkt door u in de kerk. Hij zorgt voor energie. Hij is als het ware de accu, die u oplaadt.

Alleen, en dat is heel belangrijk: God is vrij om te doen en te laten wat Hij wil en hoe Hij het wil. Vergeet dat alstublieft nooit. Zo zegt hij het Zelf: vers 11: "De Geest deelt uit aan ieder apart, zoals Hij het wil". U bent in het koor van God niet allemaal een bas. Of een alt. De kerk bestaat niet alleen uit diakenen. Of uit kosters. Gelukkig niet. De Geest geeft die energie (weer dat woord in vers 11) die Hij voor de kerk nodig vindt. In het Oude Testament vond God priesters nodig in de kerk. En koningen in het land dat ook kerk was. En toen de Here Jezus net naar de hemel was, vond God het nodig dat er apostelen waren. Als kerkleiders. En in de gemeenten, die hij stichtte wees Paulus meteen al oudsten en diaken aan. En toen de Bijbel nog niet klaar was, vond God het nodig dat er een dokter Lucas was, die zijn woorden op kon schrijven. Ja, God kon het weten. Hij is God Drie-enig. De Heer van de kerk. De dirigent, die weet welke stemmen nodig zijn. Bij de ene uitvoering deze. Bij de andere uitvoering die. In de ene gemeente dit. In de andere dat. In de ene tijd dit, in de andere dat. God is vrij.

Paulus noemt een heel aantal cadeaus, die God nodig vond voor de kerk in Korinte: verzen 8-10: wijsheid. Inderdaad: wijze mensen kun je goed gebruiken in de kerk. Kennis: prachtig een man of vrouw die Gods Woord goed kent. Die daarover ook kan praten. En zo noemt Paulus er nog veel meer. In volgende preken gaan we het er meer over hebben. Als Paulus het in Romeinen 12 ook heeft over zo'n lijst noemt hij weer andere. En in Efeziërs, weer een andere. Blijkbaar vond God dat de kerk in Rome andere gaven nodig had. Bovendien: de lijst is lang niet compleet. De koster en de organist staan er niet eens bij. Hadden ze zeker nog niet in die tijd. Was zeker nog niet nodig. Als Paulus ons vandaag een brief had geschreven had hij misschien een heel ander rijtje genoemd. Het gaat immers over de ene God en alle cadeaus die Hij geeft. Teveel om op te noemen.

3. Waarvoor?

Goed, de hamvraag is natuurlijk: wat doet u en wat doe ik met de cadeaus die God u en mij geeft? Ik zou me kunnen gedragen als een kind, dat een cadeau krijgt en zegt: Dat is alleen voor mij. Ik kreeg het en ik mag er alleen mee spelen. Ik kreeg dat cadeau van God en ik gebruik het voor mezelf. Om er zelf beter van te worden. Om er zelf mee voor de dag te komen. De koster, die het alleen voor zichzelf zo fijn vindt dat hij een goede koster is. De man, die de Bijbel uitlegt en dat zo mooi vindt omdat hij het zo goed kan. Weet u waar dat toe zou lijden. Juist wat je ziet in Korinte. Tot een stuk egoïsme. Als ik het mooiste cadeau maar heb. Ze wilden allemaal spreken in tongen. En het zou lijden tot het bezetten van de zogenaamde belangrijkste plekjes in de kerk. Naast Paulus. Naast Apollos. Dichtbij Petrus. Het zou verdeeldheid brengen. Wat het ook bracht in Korinte. Niet voor niets moet Paulus deze brief schrijven en het hebben over dit onderwerp. In Korinte regeerde de jaloezie - en strijd. Werken van het vlees in plaats van energie van de Geest.

Kijk, en daarom zegt Paulus: weet u wat u moet doen in de kerk. U moet vooral kijken naar de ander. Naar uw broeder en zuster. Vers 7: God maakt Zich bekend. Openbaart zich. Door het feit dat Hij cadeaus geeft. Je herkent er de stijl van God in. Gratis en voor niets. En de Here Jezus: Hij deed niets voor Zichzelf. En Gods Geest. Zijn Woord wijst je de weg. Dat doet Hij niet voor Zichzelf. Maar voor u. Nou, dat alles mag u met uw cadeau richting geven. Zoals God het deed voor u, mag u het doen voor elkaar. Niet voor uzelf. Maar voor de ander. Dat moeten we maar heel erg leren in de kerk. Ook hier. Je bent niet in de kerk voor jezelf. Je bent hier geen lid om er zelf beter van te worden. Het koorlid zoekt zichzelf niet. Het zoekt de ander. Altijd maar weer. Het welzijn van allen, zegt Paulus.

Eigenlijk staat er een woord dat betekent 'bijdrage'. Je zou het zo kunnen zeggen. De apostel heeft het hier over uw VVB, over uw vaste vrijwillige bijdrage. Nee, niet alleen uw bekende financiële bijdrage. Dat ook. Ook dat gebruiken we nog wel eens voor onszelf. Maar het is hier ook breder. Uw totale VVB. Materieel en niet-materieel. De cadeaus die u van God krijgt. Wie u bent - en wat u van God gekregen hebt. Het is uw VVB in de dienst aan God. Voor elkaar. Romeinen 12: 1: 'uzelf als een dankoffer voor God'.

Daar ontbreekt het nogal eens aan in de kerk. Ook hier zijn mensen die veel gaven hebben. Maar ze zijn niet thuis als de kerk er eens om vraagt. Dan past er maar één woord. Dan is er bekering nodig. God wil ook uw bijdrage in de gemeente. Op uw plek. Met uw cadeau. Om God te dienen. Om elkaar te dienen. Het zou wat zijn als het koorlid zei bij de uitvoering: vandaag heb ik even geen zin. De uitvoering van Gods koor is elke dag. U allen bent altijd in dienst van elkaar. Ieder met zijn eigen gave. Het is nodig om dat te zeggen in deze tijd - van individualisme, en ieder voor zich en God voor ons allen. Dat betekent dus ook dat we in wat we doen in de kerk met onze gaven misschien wel eens wat meer moeten letten op een ander. Ik doe de dingen die ik doe niet omdat ik ze zo leuk vind of zo goed vind. Maar omdat ik met Gods cadeau voor anderen aan het werk moet. En daarom ook naar die anderen moet kijken. Ja toch? Eigenlijk heel logisch.

Geliefden, ik denk dat we veel uit het onderwijs van Paulus kunnen leren. Gods woord, zijn openbaring. Dat zegt Hij vandaag tegen ons. De Geest heeft een boodschap. Ik zou zeggen: laten we het meenemen. Erover praten met elkaar. Erover nadenken met elkaar. Blij. Want God geeft ons veel cadeaus. Nederig. Want het is God die ze geeft. Niet jaloers. Want ook aan u gaf God heel veel. Niet alleen aan uw broeder of zuster. Niet egoïstisch en individualistisch. Want we zijn samen het koor. De ene gemeente - van de ene God. Vader, Zoon en Geest. Ik weet zeker: als we zo onze plek innemen, dan wordt het prachtig in de kerk. Dat kan niet anders. Want dat is toch Gods werk. Wat een energie steekt Hij erin.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar