Profetie (Deel 3: God is in uw midden)

Thema: God is (met Zijn Heilige Geest) in uw midden (door middel van Zijn Woord)
Tekst: 1 Korintiërs 14: 25c
Tekstgedeelte(n): 1 Korintiërs 13
1 Korintiërs 14: 1-25
Door: Ds. Th.J. Havinga (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zuidlaren)
Gehouden te: Zuidlaren op 2 november 2003; Assen-Noord op 21 december 2003
Opmerking ThJH: De delen uit de prekenserie over Profetie kunnen in serie gelezen worden, maar ook als losse preken. De prekenserie bestaat uit:
1: Profetie 1 - Cadeaus in de kerk
2: Profetie 2 - Klein Pinksteren in de woestijn
3: Profetie 3 - God is in uw midden
4: Profetie 4 - Dooft de Geest niet uit
Extra: Inleiding op de prekenserie: Profetie.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 64: 6
(Morgendienst: Wet)
(Morgendienst: Ps. 67: 1, 3)
Lezen: 1 Korintiërs 13
Lied 241: 3-4
Lezen: 1 Korintiërs 14: 1-25
Lied 241: 1-2
Gez. 6
Tekst: 1 Korintiërs 14: 25c
Preek
Gez. 31: 3
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis: Gez. 4)
Ps. 46: 1, 4
Zegen

Thema:

God is (met Zijn Heilige Geest) in uw midden (door middel van Zijn Woord)

  1. Daar mag je blij mee zijn
  2. Daar moet je voorzichtig mee zijn

Deze twee punten worden niet op volgorde behandeld, maar de twee punten zijn door elkaar heen geweven, vanuit het ene thema.

Broeders en zusters, gemeente van onze Here Jezus Christus,

Als beeld gebruik ik het gezin. Wij zijn Gods gezin. We horen samen bij God. En samen bij elkaar. In een gezin zijn heel veel dingen belangrijk. Bijvoorbeeld: de sfeer in het gezin. Wat heerst er. Kun je zien dat ze daar van elkaar houden. Ook al bekvechten ze best wel eens. Kun je zien dat ze zich voor elkaar inzetten. Dat niemand er de kantjes afloopt. Altijd uitpiekt als de tafel gedekt moet worden. Hoe waarderen ze het gezin? Als iemand moet kiezen tussen gezin en iets anders, waar kiest hij dan voor? Hoe staat het gezin bekend in de straat. Bij andere mensen, die niet bij het gezin horen?

Nou, zo wat vragen in beeldende taal, die met onze tekst te maken hebben. Vult u voor het woord 'gezin' maar het woord 'gemeente' in.

Vandaag wil ik één ding voorop zetten. Dat is dit. God woont in uw midden. Als dat niet zo zou zijn, had ik hier niets te zoeken. Wat meer is: zo zegt de Here het Zelf in 1 Korintiërs 14, met een citaat uit het Oude Testament: God is in de kerk in Korinte, Immanuël. Ja, ook al zijn daar heel veel problemen. En is er heel veel verdeeldheid. God was in het Oude Testament in Israël. In de tijd van Jesaja. Ook al zie je daar misschien niet zoveel van in die tijd. God lijkt wel verborgen. Nee, zegt God: Ik heb niet in het verborgene gesproken. Ik zeg niet tegen mijn volk: zoek mij zonder dat je me vindt (Jesaja 45: 19). Ik spreek. En zelfs heidenen, ongelovigen zullen Mij zoeken en vinden. Alleen bij u is God, Jesaja 45: 14. Kijk, en die taal neemt Paulus over in 1 Korintiërs 14. In de kerk in Korinte. God is in uw midden. En ik mag het u vandaag zeggen. U zit hier als gezin. Maar God is er ook. Anders hadden u en ik hier niks te zoeken. Hij is hier immers met Zijn Geest. En Hij spreekt u toe vandaag. Zijn Woord gaat open. Hij zegt dingen tegen u, vanuit een meer dan 20 eeuwen oud boek. Maar tegelijk Zijn levend Woord vandaag.

Dat is dus al het eerste waar u blij mee mag zijn en waar u tegelijk zuinig op moet zijn. Blij. Want Zijn Woord is voor u een lamp. Het wijst de weg in een verwarde tijd. Ook in een verwarde kerkelijke wereld. Tegelijk zuinig en voorzichtig. Want het is wel Góds Woord. Niet maar een verzameling morele of ethische of natuurkundige of sociale of theologische wijsheden. Waarvan je de ene van kunt laten liggen en de andere op een voetstuk kunt zetten.

Goed, wat is dan het onderwijs in 1 Korintiërs 14? Paulus zegt hier eigenlijk meer van God dan van ons mensen. Het gaat meer over de Vader van het gezin dan over de kinderen. Kijk maar eens naar 1 Korintiërs 13. De kern van 1 Korintiërs 13 is het woord liefde. Dat woord straalt als het ware als een lichtbundel terug naar 1 Korintiërs 12 over de gaven in het algemeen. Ik wijs u een weg die nog veel verder omhoog voert, 1 Korintiërs 12: 31. Dat is de weg van de liefde. En tegelijk straalt dat woord, liefde, die lichtbundel vooruit naar 1 Korintiërs 14. Zie vers 1: streeft naar de gaven van de Geest, vooral naar het profeteren. Ja, jaag de liefde na. De gaven inclusief de gave van de profetie onder de regenboog van liefde. En als ik het over liefde heb, dan heb ik het niet alleen maar over liefde voor elkaar. Nee, God IS liefde. God geeft liefde. De Here Jezus. En daarom en vandaar uit hebben wij elkaar lief te hebben. Ziet u dat Paulus hier dus eigenlijk meer zegt over God dan over ons, mensen?

En ook hier passen weer die twee woorden: blij en voorzichtig. U mag in de kerk blij zijn met God, die Liefde is en geeft in de Here Jezus. En u mag blij zijn met liefde, die u krijgt van de andere leden van het gezin. En die u mag geven aan anderen in de kerk. En tegelijk is liefde iets waar je heel voorzichtig mee moet omspringen. Immers, de liefde komt niet automatisch van binnenuit bij ons. Nee, het is een vrucht van Gods Geest. Galaten 5. De eerste in het rijtje daar. Weet u wat er van binnenuit komt bij u en mij? Dat andere punt dat Galaten 5 noemt: zelfzucht. Niet God in het midden - maar ik in het midden. Paulus noemt dat een werk van het vlees, de zonde. En het probleem in Korinte is, dat er juist met de gaven van Gods Geest zo vleselijk, zo verkeerd wordt omgegaan. [ Zie de preek over 1 Korintiërs 12. ]

En daar gaat Paulus in 1 Korintiërs 13-14 nog meer de vinger bij leggen. Vanuit dat kernwoord: LIEFDE.

Hoe komt die liefde naar voren als het gaat over de gaven van Gods Geest? Als jij thuis de afwas doet, waarom doe je dat dan? Omdat je het zo leuk vindt? Nee, ik denk het niet. Omdat het moet? Jongeren zullen het daarom doen. Maar als vader of moeder heb je een ander doel. Je doet het voor de anderen. Voor je gezin. Voor je vrouw of man of je kinderen. Niet voor jezelf. Dan ga je liever krant lezen of iets dergelijks Waarom doet u wat u doet in de kerk? Waarom gebruikt u uw gaven? Doet u dat voor uzelf? Om je er lekker bij te voelen? Als dat het enige is bij u, dan zit er iets mis bij u. 1 Korintiërs 13: 5: de liefde zoekt zichzelf niet. Paulus typeert dat als een rode draad in 1 Korintiërs 12-14. Die zit in de woorden: het welzijn van allen, 12: 7, voor elkaar zorgen, 12: 25, de gemeente stichten, het huis bouwen, staat er letterlijk, 14: 12. Anderen opbouwen (14: 3 en 14: 17), vermanen (er staat een woord dat én troosten én vermanen betekent), bemoedigen, de orde (vers 40) en de vrede (vers 33) in de gemeente dienen.

Geliefden, vergeet u dat nooit! Alles wat u doet in de kerk met de gaven, die God u gaf, zoek daar de ander mee. Paulus is er heel duidelijk in. Als ik de liefde niet heb, dan kan ik nog zulke prachtige gaven hebben, die in Korinte zo hoog gewaardeerde gave van de tongentaal, de gave van de profetie, 13: 2, het is zonder enig nut. Niet voor mezelf. En de ander heeft er ook niks aan. Die prikt namelijk wel door mijn egoïsme heen. En die ziet wel waarom ik het doe. Niet voor hem of haar, maar voor mezelf. En hij of zij wordt er eerder door afgestoten dan door aangetrokken. Terecht. Wat heb je nu aan een vals orgel? 14: 7

Dat moet dus ook de eerste vraag zijn bij ons in alles wat we doen in de kerk. Bouw ik de gemeente daarmee? Of zoek ik mezelf daarin? Ik denk dat we dat met elkaar in ... [ lees hier: plaatsnaam van de gemeente ] ook nodig hebben in deze tijd. Heb het gezin op het oog in wat u doet. Niet uzelf dus. Maak op dat punt uw keuzes. Vanuit de liefde voor elkaar. En als die liefde uit en tot God en voor elkaar u niet drijft in wat u doet, doe het dan niet. Want dan bouwt u het huis van de gemeente niet op. Dan breekt u eerder het huis van de gemeente af. En dat laatste is helemaal niet zo moeilijk. Veel makkelijker dan bouwen. Want daarvoor moet je jezelf aan de kant zetten. Zelfverloochening heet dat in de Bijbel.

In dat kader geeft Paulus onderwijs aan Korinte over enkele van de vele gaven in de kerk. Tongen en profetieën. Niet alleen in Korinte interessante gaven van Gods Geest. Maar ook in onze tijd gaven, die volop in de belangstelling staan.

Hoe gaat de apostel daarmee om. Vergeet bij wat ik ga zeggen niet dat de brief aan Korinte geschreven is. Dus niet aan Rome. Of aan Galaten. Aan die kerken had Paulus weer andere dingen te schrijven. Korinte was namelijk een tot op het bot verdeelde kerk. Dat had verschillende redenen. Maar één van de redenen was het verkeerd omgaan met de gaven van Gods Geest. En dan in het bijzonder het spreken in tongen. Wat dat precies is, laat ik in deze preek achterwege. [ Het is namelijk een serie over de profetie. ] In elk geval: het is in Korinte de meest gewaardeerde gave van Gods Geest. Eigenlijk wil iedereen die gave best wel hebben. Daar kun je mee voor de dag komen. Dat geeft je een stukje status in Korinte. Net zoals vroeger in de heidense tempel. En Paulus doet daar ook helemaal niet negatief over. Hij zegt zelfs: ik zou wel willen dat jullie allemaal in tongen spraken. Niet dat dat gebeurt in Korinte, (vers 23: daar staat letterlijk: als u allen in tongen zou spreken.1) Maar stel je voor dat dat zo zou zijn, dat zou prachtig zijn. Wat een kracht van Gods Geest komt er los. Maar als je het gezin er niet mee op het oog hebt, het sticht alleen jezelf vers 4, ja, dan wordt de waarde ervan heel betrekkelijk. Daarom moet er bijvoorbeeld ook uitleg komen, vers 27. En daarom ook niet meer dan een paar in een samenkomst. Kijk, en dat wil Paulus hier laten zien. In Korinte is de waarde van die gave van Gods Geest, die ze daar zo belangrijk vinden, ook betrekkelijk. Wat kun je er in de kerk eigenlijk mee? Niet zo veel. De Gever is ermee gebaat. God. Het zijn namelijk woorden aan het adres van God, vers 2. Een soort lofprijzing of gebed, waar het verstand is uitgeschakeld, verzen 14 en 15. Maar wat heeft een broeder of zuster eraan? Wordt die erdoor gesticht? Gebouwd? Vers 17. Nee, niet erg. En helemaal niet als er niet uitgelegd wordt wat er is gezegd.

Goed, Paulus zegt niet: dus maar niet meer spreken in tongen, afgelopen in Korinte. Vers 39: 'belemmert het spreken in tongen niet'. Maar wel zegt hij. Denk erom. Gezin van God. God is in uw midden. Zijn Geest. Wees daarom voorzichtig met Zijn cadeaus. Zijn gaven. Let op wat de ander eraan heeft.

En van daaruit komt Paulus ook tot een waardering van de profetie. Hij gaat immers die twee gaven in Korinte met elkaar vergelijken. Of de gave van de tongentaal in alle gemeenten toen voorkwam, weet ik niet. Er in de meeste brieven heeft hij het er niet eens over. En ook niet over de gáve van de profetie. Wel komt overal het profetische Wóórd aan de orde. Maar zegt Paulus: als ik die twee, tongentaal en profetie, met elkaar vergelijk, dan is de gave van de profetie veel belangrijker. Streef daar maar eens naar, Korintiërs, in plaats van je zo bezig te houden met de tongentaal.

Waarom zegt Paulus dat? Wel, juist vanwege de opbouw van de gemeente. Daar is het hem immers om te doen. Daarvoor geeft God Zijn gaven. En dat zijn ze in Korinte helemaal vergeten. Ze zijn vergeten waar het om gaat in de kerk. In de eerste plaats om de lijn van boven naar beneden. God is in uw midden. En Hij komt met Zijn Woord (dat is namelijk de profetie: God spreekt tot ons. Zo zegt de Here) naar ons toe. En pas daarna en van daaruit is er die andere lijn. Van beneden naar boven. Het gebed, de lofprijzing, de aanbidding, het spreken in tongen. Prachtig voor God. En goed voor elkaar: als je voor elkaar bidt. Als een tong kan worden uitgelegd. Samen God grootmaken met psalm en lied. Heel opbouwend. Maar God Zelf bouwt in de eerste plaats zijn gemeente. Door wat Hij zegt: zijn Woord. Zo werkt Gods Geest nu eenmaal. En daarom zo'n positieve insteek van de gave van de profetie in 1 Korintiërs 14.

Geliefden, wat is dat dan exact in 1 Korintiërs 14, die profetie? Dat is helemaal niet zo moeilijk op te maken uit het hoofdstuk. Wie profeteert sticht de mensen, vermaant ze, bemoedigt ze, vers 3, kan mensen doorzien en weerleggen, vers 24. Zal ik van alle vijf dingen eens een voorbeeld noemen?

Stichten. Ik kreeg kort geleden een brief. Die bouwde mij op. Een woord waar ik blij mee was. Het ging over iets waar ik het over had gehad. Het was gebaseerd op Gods Woord.

Vermanen. Het woord kan ook vertroosten betekenen. Vertroosten: een zuster die een ander houvast biedt in verdriet bijvoorbeeld. Vanuit de Bijbel. Vermanen; een oudere die tegen een jongere zegt (of andersom): vanuit van Gods Woord. Het is niet goed dat je dat doet. Dat wil God niet.

Iemand bemoedigen: een jongen of meisje heeft het moeilijk op school. Slechte cijfers. Een klas waar hij of zij zich niet thuis voelt. Een vriend of vriendin van de catechisatie probeert de ander op te vangen. Een arm om de schouder. Een woord dat weer moed geeft.

Iemand weerleggen: een pittige discussie op een vereniging of bijbelstudie. Vanuit Gods Woord. Zodat je samen verder komt.

Iemand doorzien. (Het woord komt vaak voor als: verhoren, wat een politie doet. Onderzoeken of navragen van dingen, beoordelen van mensen of zaken. Dat is dus wat anders dan iemand harten en gedachten kennen!) Je praat met iemand over kerkelijke zaken. En je ontdekt in dat gesprek omdat je Gods woord kent: dat is niet eerlijk. Of het gaat hem niet om de Here. Of: hij zoekt niet de ander. Of je praat met een ongelovige. En je komt erachter na korte of lange tijd: het is die persoon niet te doen om de vraag: hoe krijg ik geloof. Maar: hij vindt het wel interessant, die christen.

Ziet u wel dat die gave van profetie helemaal niet zoiets vreemds is als wij er wel eens van maken. God woont met Zijn Geest in uw midden. Zijn Woord mag u vormen. U mag er steeds meer in thuis raken. En vandaar uit kunt u aan het werk in de kerk. Om elkaar te bouwen. In het geloof. Gericht op verleden, heden en toekomst. Ja, ook op de toekomst. Want profetie heeft ook met de toekomst te maken. Gods Woord zegt daar veel over. Over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Over de weg daarheen. Over de kerk in de woestijn. Over God die ook morgen trouw is. Dat mag u dus vertellen aan uw broeder of zuster. En zo bent u profeet. U allemaal. Zonder uitzondering. O zeker, de één op de ene manier. Wie goed de Bijbel kent kan de ander met een woord uit de Bijbel bemoedigen. Wie veel mensenkennis heeft, kan een ander soms intuïtief vanuit diezelfde Bijbel de weg wijzen. Wie veel levenservaring heeft kan vanuit diezelfde Bijbel een jongere de weg van Gods Woord wijzen. Wat God wil.

Maar weet u wat het eigene is van de profetie? Dat is: zo zegt de Here. Zo was het in het Oude Testament. Zo is het ook in het Nieuwe Testament. Ook in 1 Korintiërs 14. Niet voor niets moeten profeten daar ook wel eens zwijgen. En niet voor niets heeft de Bijbel het ook over valse profeten. Ook in het Nieuwe Testament. Komen we vandaag nog tegen wat Paulus leert in 1 Korintiërs 14? Over profetie? Zeker. Ik heb al heel wat voorbeelden genoemd. Komt het precies zo voor als in Korinte? Nee, natuurlijk niet. Onze gemeente is Korinte niet. Maar wat wel gelijk is, is: God is in uw midden. Dat was zo in Korinte. En dat is nog zo in ... [ lees hier: plaatsnaam van de gemeente ]. God bouwde in de heidense havenstad Korinte Zijn gemeente. Hij gaf daar wat nodig was. Mensen die in tongen spraken. En Hij zette die gave op haar plek. Gebruik het alleen als je er de kerk mee bouwt. En hij gaf profeten. Mensen, die Gods wil onderkenden. Die hun Bijbeltje kenden. Niet een paar losse teksten, maar die hele Bijbel, zoals ze die toen hadden. En Hij gaf Zijn Geest. Om Zijn volk te leiden met Zijn Woord.

Gelukkig is dat vandaag nog net zo. Betekent dat dat wij nu ook in tongen moeten gaan spreken? Waarom? Deden ze dat in Filippi ook in die tijd? Ik weet het niet. Misschien wel, misschien niet. Maar we MOETEN niks. Op dit terrein. Gods vrijheid op het punt van Zijn gaven sluit ons moeten uit. Wat wel moet is:

  1. De liefde voorop. En niet de zelfzucht. Daar heeft de kerk niks aan.
  2. De ander voorop. En niet mijn mooie gave. Want anders heeft de kerk niks aan u. En
  3. Gods Woord voorop. En niet wat ik denk of vind. Want dat is niet zo belangrijk.

Wees er zo voor elkaar. Als gezin van God. Als mensen die niet zichzelf zoeken. Maar Vader. En de broers en zussen. Ik hoop dat we dat met elkaar steeds meer leren. Als blije en voorzichtige profeten van God.

Amen.

1 Vergelijk vers 24: als u allen zou profeteren. Geen realis, maar conjunctief. Vergelijk vers 31: allen kunnen profeteren. Zou kunnen dat die gave wel voor allen is. Beter: ook hier weer: vers 27: indien er tongen zijn..., vers 29 vv: indien er profetieën zijn... Gemeenten namelijk gebouwd op het fundament van apostelen en profeten, Efeziërs 4.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar