| Thema: | Onderwerp je aan Gods bouwstijl! |
| Tekst: | 1 Petrus 2: 4-5 |
| Tekstgedeelte(n): | Matteüs 21: 33-46 1 Petrus 2: 1-8 |
| Door: | Ds. P.P.H. Waterval (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Krimpen aan den IJssel) |
| Gehouden te: | Krimpen aan den IJssel op 29 september 2002 |
| Benodigd: | Enige mooie stenen. Een spiegeltje. |
Aanwijzingen voor de Liturgie
Votum en zegengroet
Ps. 34: 1, 3-4
Wet
Ps. 112: 1, 3
Lezen: Matteüs 21: 33-46; 1 Petrus 2: 1-8
Ps. 118: 1, 8
Tekst: 1 Petrus 2: 4-5
Preek
Lied 320
Gez. 25
Zegen
[ De kansel af, naar een van de kinderen ]
Ik wil even wat dichterbij komen om jou iets te laten zien.
[ Enkele mooie stenen laten zien ]
Hier, kijk eens wat een mooie stenen wij [ op vakantie ] hebben gevonden. Prachtig, hè. Wij verzamelen mooie
stenen. Jij ook? Zijn er nog meer kinderen die dat doen...? Mooi die schittering, hè? Zeg, weet je trouwens dat er
ook echte levende stenen zijn? Stenen die kunnen ademen, met ogen en een mond. Ja, echt waar. Kijk hier maar eens
in.
[ Spiegeltje voorhouden ]
Dat is een levende steen die je daar ziet. Dat ben jij. En dat zijn alle mensen hier die bij de Here Jezus horen.
Wij zijn levende stenen, en die verzamelt de Here. Hij is ook een stenenverzamelaar. Maar niet om ze op te bergen
in een glazen kastje, nee, Hij gaat ermee bouwen, en het wordt een prachtig gebouw, de kerk van de Here
Jezus.
Daarover gaat deze preek.
Gemeente van de Here Jezus, broeders en zusters, jongens en meisjes,
Het thema van de preek is:
Onderwerp je aan Gods bouwstijl!
|
Kom tot Hem, zegt Petrus tegen de lezers van zijn brief, de gelovigen in het huidige Turkije. En met Hem bedoelt
hij Jezus, de Here die goedertieren is (vers 3). Want, zegt hij, jullie hebben toch geproefd hoe vriendelijk en
barmhartig hij is? Dan hunker je toch net zo sterk naar Hem en naar zijn Woord, als een baby die om de volgende
voeding schreeuwt, alsof zijn leven ervan afhangt. En dan trek je - zegt Petrus in vers 1 - toch zeker ook al je
zonden als vieze kleren uit; alle kwaadwilligheid, bedrog, huichelarij, afgunst en alle kwaadsprekerij. Deze oproep
klinkt uit de mond van deze apostel toch wel heel speciaal. Want wat had Petrus het zelf weer moeten leren om te
komen tot de Here Jezus. Na al zijn eigen bedrog en huichelarij: "Wat? Ik? Waar heb je het over? Ik ken die Jezus
helemaal niet." Tot drie maal toe had hij Jezus laten stikken. Wat moet het aangrijpend zijn geweest voor hem, om
weer tot Jezus te komen. Na zijn drievoudig verraad had hij daar geen kans meer voor gekregen. Jezus was
vliegensvlug berecht en geëxecuteerd. Wanhopig zal Petrus zijn geweest toen Jezus werd begraven. Wat moet er door
hem heem zijn gegaan toen het hem duidelijk werd daar in die grafkamer op de Paasmorgen en hij de doeken zag
liggen: Hij leeft! Even later stond hij oog in oog met Hem, alleen. In Lucas 24 lezen we dat Jezus persoonlijk aan
Petrus verschenen is. Toen heeft Petrus vast alles weer goed kunnen maken met zijn Heer en zich laten vullen met de
warmte van zijn genade.
Komen tot Jezus, voor de eerste keer aan het meer van Tiberias, en opnieuw komen tot Jezus de Opgestane. Petrus
weet waarover Hij praat. Hij kent Jezus als geen ander. Drie jaar lang was hij dag en nacht opgetrokken met de
rabbi uit Nazareth die door alles wat Hij deed en zei veel meer bleek te zijn dan alleen maar een timmerman.
Blinden gingen weer zien, doven weer horen, verlamden weer lopen, bezetenen werden bevrijd, zondaars werden
bevrijd, ja zelfs de natuur gehoorzaamde hem. Daarom hoefde Petrus ook niet lang na te denken toen Jezus hem en de
andere leerlingen na 'n tijdje had gevraagd: "Wie ben ik volgens jullie?" Vol overtuiging zegt hij: "U bent de
Christus, de Zoon van de levende God!".
Met even veel overtuiging zegt Petrus hier: "Kom tot Hem, de levende steen". Op het eerste gezicht een vreemd
beeld. Want stenen zijn dood, daar zit geen leven in. Wat bedoelt hij? Maar net als zijn belijdenis zuigt hij ook
dit niet zijn duim. Petrus heeft goed opgelet. Hij had Jezus wonderlijke dingen horen zeggen over zichzelf. Jezus
had iets met steen. "Wie op mijn woorden bouwt, bouwt op een rots. Zijn huis staat stormvast." Hij had Hem ook -
zoals we gelezen hebben - woorden uit de 118e Psalm op zichzelf horen toepassen, de woorden die Petrus in vers 7
aanhaalt: "De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, die is geworden tot een hoeksteen." Jezus vergeleek zich
met een hoeksteen, de eerste in de fundering van een gebouw. Fundamenteel voor de vastheid en samenhang tussen de
andere stenen van een huis. Jezus had Petrus dan wel een rots genoemd, maar als er iemand voor Petrus een rots was,
dan was het wel de Here Jezus.
Petrus wist ook dat Jezus iets met leven had. Heel veel zelfs. Niet voor niets had hij Hem beleden als de Zoon van
de levende God. Jezus had zich overduidelijk laten zien als de Heer van het leven. Lazarus, de jongeman te Naïn,
het dochtertje van Jaïrus, Hij had ze ieder weer uit de dood terug geroepen. En zelf was Hij gestorven, maar ook
weer opgestaan. Jezus was inderdaad wat Hij had gezegd: De weg, de waarheid en het leven.
Vandaar die combinatie van leven en steen, in die oproep: Kom tot de levende steen. Petrus zegt erbij: door de
mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en kostbaar. Ook wat dit betreft, wist Petrus waar hij het over had.
Hij had het verzet van mensen tegen Jezus van dichtbij mee gemaakt. Al die discussies met de Farizeeën en andere
leiders, die er maar niet aan wilden dat Jezus de door God gezonden Messias was. De laffe houding van Pilatus die
zijn handen in onschuld waste. De haat in de ogen en het schuim op de monden van die joelende menigte: "Kruisig
Hem, kruisig Hem." Het wrede leedvermaak van de Romeinse soldaten toen ze Hem voor schut zetten, het vel van zijn
rug zweepten en zijn kleren verdobbelden. De pesterijen onder het kruis toen voorbijgangers Jezus uitdaagden om
zichzelf te redden. Petrus had er met zijn neus bovenop gestaan. En daarom klopt zijn beoordeling. De mensen hebben
de Zoon van God verworpen, joden en heidenen. Zoals metselaars een scheve baksteen afkeuren en aan de kant gooien,
bij het bouwafval.
Maar Petrus had ook dit begrepen: dat in Gods bouwplannen deze door mensen afgekeurde steen perfect paste. Deze van
godslastering beschuldigde Nazoreeër was Gods oogappel. Door de Allerhoogste uitverkoren en aangewezen voor zijn
taak. Kostbaar in Gods ogen. Samen met Johannes en Jakobus had hij het boven op die berg uit Gods eigen mond
gehoord: "Dit is mijn Zoon, mijn geliefde in wie al mijn welbehagen is." Deze Zoon was uitermate kostbaar voor zijn
Vader. De ideale funderingssteen voor zijn grote bouwwerk in deze wereld. En daarom liet Hij hem ook niet liggen in
het bouwafval van de dood, maar zette hem overeind en gaf hem de plek waar Hij tot een levende steun werd van een
ontelbare menigte.
Zoals Petrus zijn brieflezers bijna 2000 jaar geleden aanmoedigde om te komen tot deze levende steen, zo doet de
Geest van God dat ook vandaag nog. Met dezelfde woorden van deze oor- en ooggetuige. Luister, ook jij hier in ... [
lees: plaatsnaam ] : Kom tot de levende steen, kom tot Jezus, de levende. Voor het eerst of opnieuw. Proef het, net
als Petrus ooit deed, dat Hij barmhartig is en genadig. Hij is het enige betrouwbare fundament van je leven, Hij is
voor jou de bron van eeuwigdurend leven en onbeperkt geluk. Blijf niet zitten waar je zit. Keer je om, kom tot
Jezus en geef je aan Hem. Iedere dag weer.
Petrus schiet hier in de roos. Als we het over de kerk hebben, dan is dit de kern, het centrum. Dit is waar
kerk-zijn begint. Bij komen tot Jezus. Op je computer zit een reset-knop. Die druk je in alles vastloopt. Dan start
je computer weer op. Intern wordt alles weer op zijn plek gezet en kun je weer verder. In je persoonlijk leven en
in het leven in de kerk, kunnen de dingen voor jouw besef ook helemaal vastlopen. Alles slaat op tilt. Je ziet door
de christenen en alle christelijkheid Christus niet meer. Wat zou je graag helemaal opnieuw willen beginnen. Druk
dan op de reset-knop van het geloof. En kom tot Jezus, de levende steen. Breng al je problemen en zorgen bij Hem.
Stort je hart uit bij Hem. Rust bij Hem uit. Laat je door Hem schoonwassen. Hij geeft je nieuwe levensenergie, een
nieuw perspectief. En vaste grond onder de voeten. Kerk-zijn is van de Kurios, van de Here Jezus zijn. Bij Hem ben
je veilig.
Kom tot Jezus, zegt Petrus. Daar begint het. Bij Hem. Maar daar eindigt het niet. Want als je je aan Hem geeft,
die de levende steen is, word je - zegt Petrus - ook zelf als een levende steen door God de grote bouwmeester
naadloos aangesloten op de grote levende hoeksteen, Christus. En vorm je samen met hem en met alle andere levende
stenen een geestelijk huis, de kerk, de gemeente. Dat huis wordt niet door mensenhanden gemaakt, maar door de Geest
van God, omdat Hij er zelf in wonen wil. Onze vertaling maakt er een gebiedende wijs van: laat u als levende stenen
gebruiken. En op zich is er met die vertaling in de vorm van een oproep niks mis, maar het oorspronkelijke Grieks
zegt wat anders, namelijk: u wordt als levende stenen gebouwd, ingemetseld. Dat is meer beschrijvend. Met andere
woorden: zo doet God dat met ieder die in geloof tot Christus komt. Als vanzelfsprekend. Ieder die een band met
Jezus aangaat wordt, net als Jezus, ook zelf als bouwmateriaal gebruikt voor de constructie van dat grote complex,
de gemeente.
Petrus noemt ook ons levende stenen, stenen die leven. Wie het eigendom van Jezus wordt, wie zich op Hem
laat aansluiten in het geloof, deelt in zijn leven. Jezus is de levende steen, Hij leeft, Hij is het leven.
Maar Hij houdt het niet voor zich, Hij geeft ook het leven aan ieder die bij Hem hoort. Jezus zelf wijst
vaak op het wonder van die levensband met Hem. Johannes 7: Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt, stromen van
levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Johannes 11: Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft,
zal leven, ook al is hij gestorven; Johannes 15: Ik ben de wijnstok, jullie zijn de ranken. Wie in Mij blijft,
zoals Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kun je niets doen. Komen tot Jezus, betekent één worden
met Hem. Daarom word je door de band met Hem ook zelf een levende steen. Jezus heeft de dood overwonnen. En daarom
mag ook jij voor altijd leven. Ook al sterft je lichaam een keer, je leven met Jezus gaat door.
Maar waarom noemt Petrus ons ook stenen? Wat hij bedoelt is dat zoals Jezus als funderingssteen vastheid en
samenhang biedt aan het hele gebouw, aan alle andere stenen, zo bieden de andere stenen, wij dus, dat ook aan
elkaar. Ooit in het oude Griekenland, had de koning van Sparta tegen een bevriende koning opgeschept over de sterke
muren van zijn stad. Toen die koning een keer op bezoek kwam, zag hij helemaal geen muren en hij zei: "Waar zijn
nou die muren waar jij zo over opschepte?" Toen wees de koning van Sparta naar zijn soldaten; "Zij daar, zijn de
muren van Sparta, iedere man is een steen." Dat beeld van mensen als stenen, is dus niet eens typisch christelijk.
Het is een heel duidelijk beeld voor: kracht door eenheid en samenbinding. Een steen die apart blijft liggen, is
nutteloos. Hij wordt pas nuttig als hij samen met anderen ingemetseld wordt in een muur, in een gebouw. Zo is het
ook met jou als individuele christen. Wil je tot je bestemming komen, dan moet je niet op jezelf blijven staan,
maar je laten inmetselen in de muren van het nieuwe Jeruzalem. Zo werkt God en zo moeten wij ook willen
meewerken. Komen tot Jezus, je geven aan Hem, kan niet zonder ook te komen tot de kerk, en je te geven aan
de gemeente, aan je broeders en zusters. Sommige mensen willen het liefst een 'freelance kerklid' zijn. Maar
kerkleden zijn fulltimers met een vast dienstverband. Komen tot Jezus doe je ook niet maar voor een paar
dagen. Want de Here Jezus zegt tegen jou ook niet: Tot over drie weken! Nee, Hij blijft constant aan je zij. Komen
tot Jezus doe je om bij Hem te blijven. Voor altijd. En dat geldt ook voor de kerk. Stel je daarom actief
ter beschikking om een leven lang mee houvast te geven aan de andere stenen in Gods gebouw. En dat betekent: wees
bereid om te dienen.
Als een heilig priesterschap, zegt Petrus. Houvast geven aan de andere stenen doe je door te dienen, als een
priester. In de tabernakel, en de tempels gebouwd door Salomo en Nehemia, dienden ook priesters, de nakomelingen
van Aäron. Dat was toen een aparte groep mensen, die dienst deed op een aparte plek, een met mensenhanden gemaakte
tempel. Maar nu het definitieve grote bloedoffer door hogepriester Jezus gebracht is, en de Heilige Geest op de
hele gemeente is uitgestort, zijn wij allemaal priesters. En niet in een stenen gebouw, maar in het levende gebouw
van de gemeente. Gods architectuur is biologisch en geestelijk. Hij bouwt aan een geestelijk huis, een volk van
mensen van vlees en bloed, gereinigd en geheiligd door de Geest.
Voor priesters betekent dienen offeren. Ook voor ons nieuwtestamentische priesters ligt er heel wat offerwerk te
wachten. Niet met schapen, bokken en runderen, maar met denk- en doewerk waar God blij mee kan zijn. Van eigenwijs
gehobby dat het stempel van het bloed van zijn Zoon mist, walgt de Here. Maar alles dat in trouwe navolging van
Jezus Christus wordt gedaan en in zijn naam dankbaar wordt opgedragen, is bij Hem meer dan welkom. Dan is Hem ook
niets te min, of het nou het schrijven van een proefschrift is, het maken van een preek, het brengen van een
huisbezoek, het schoonmaken van toiletten of het sjouwen met stoelen. Met alles dat uit een dankbaar hart gebeurt,
is de Here blij.
God verwacht van ons goede werken. Geen perfectie. Natuurlijk: het beste is voor Hem niet goed genoeg. Maar als wij
met een goed geweten ons best doen, zegt de Here echt niet tegen ons: "Sorry hoor, maar dat is niet goed genoeg."
De Geest vult al onze tekorten aan met het overschot van Jezus. Want het gebouw dat de Geest nu al bewoont, is nog
niet af. Het staat nog steeds in de steigers. Ook voor de afwerking van de stenen. Die is nog in volle gang, de
vernieuwing van jouw en mijn leven. God vraagt niet het volmaakte. Daar zorgt Hij zelf wel voor, door zijn Zoon.
Wat Hij wel van je vraagt, is hem te dienen met je hart en met overgave. Als je Hem dat geeft, krijgt je leven zin.
En in Gods bouwstijl betekent dat altijd ook jezelf geven aan de gemeente. God kan alleen maar iets moois van jou
maken als jij je ook geeft aan zijn volk. Priesterdienst is niet alleen gericht op God, maar ook op je medemens; je
dient niet alleen de Here, maar ook elkaar. Juist ook door elkaar te dienen, dienen we de Here. Zo bouwt de Here
aan zijn kerk, door van ons levende stenen te maken die houvast geven aan elkaar door de onderlinge band van de
liefde. Dan ontstaat er wat men 'kerkbesef' noemt. Ik kan de Here Jezus niet missen, ik kan mijn broeder en zuster
niet missen, zij kunnen mij niet missen. Wij horen bij elkaar. Door Jezus staan we samen sterk. Gaan we samen voor
God, bidden we samen, zoeken we samen naar het plan van onze Heer, zingen we samen en getuigen we samen, leven we
samen tot zijn eer.
Amen.
Onze Vader in de hemel,
We danken u dat u de Here Jezus als levende steen, hebt neergelegd voor de fundering van uw kerk. Want door Hem staan we vast en krijgen we leven. Geef dat we tot Hem komen, nu voor het eerst en altijd weer. Help ons te zien dat ons eeuwig geluk ligt in het geven van onszelf aan Hem, zodat Hij ons rechtvaardigt en heiligt. Geef ons het besef dat in de kerk alles draait om Hem, om zijn leven en geef dat we door te komen tot Hem altijd weer vernieuwd mogen worden, nieuwe inspiratie en moed krijgen om door te gaan. Dank u ook voor het grote voorrecht om samen met Uw Zoon levende stenen te mogen zijn. Geef dat we zo ook leven. Niet in zondige afzondering, aan de rand, maar in nauwe aansluiting op Hem en op elkaar, tot onderlinge houvast en opbouw. Geef dat we elkaar liefhebben, dat we ons in de gemeente aan elkaar geven. Zodat U ons kunt opbouwen tot een geestelijk huis, waar het voor U goed toeven is.
Amen.
http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar
© Copyright Preken die Spreken / Speaking Sermons / Pregação Viva,
2003-2013.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar
gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke
toestemming van Richard J.C. Vos en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging
ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens diezelfde zondagse eredienst,
of ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.