Hoor van God je identiteit en je bestemming

Thema: Hoor van God je identiteit en je bestemming
Tekst: 1 Petrus 2: 9-10
Tekstgedeelte(n): Exodus 19: 1-6
Jesaja 43: 16-21
1 Petrus 2: 9-10
Door: Ds. P.P.H. Waterval (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Krimpen aan den IJssel)
Gehouden te: Krimpen aan den IJssel op 6 oktober 2002

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 96: 1, 4-5
Schuldbelijdenis: Ps. 51: 1, 6-7
Lezen: Exodus 19: 1-6; Jesaja 43: 16-21; 1 Petrus 2: 9-10
Ps. 105: 20-21
Tekst: 1 Petrus 2: 9-10
Preek
Ps. 96: 6-8
Wet
Ps. 147: 7
Trinitarisch lied: Lied 253
Ps. 135: 11-12
Zegen

Geliefde gemeente van de Here Jezus,

Heb jij dat ook wel eens? Van die momenten dat je jaloers kunt zijn op Minoes en op Hektor? Wat kunnen katten en honden heerlijk ontspannen, op momenten dat zij er zin in hebben. En wat leven ze onbekommerd, zonder allerlei zorgen en verdriet. Wat zijn ze een grauw en een snauw weer gauw vergeten. Daar kun je wel eens jaloers op zijn. En toch, toch ben ik blij dat ik geen kat of hond ben. Allereerst natuurlijk omdat ik een levende band met Christus mag hebben. Maar ook omdat ik zelfbesef heb. Ik kan nadenken over mezelf. Ik kan me afvragen waarom ik hier op aarde ben. Dat is één van de unieke kenmerken van het mens-zijn.
Maar soms lijkt het alsof je nog niet zoveel verder bent dan katten of honden. Want ook al heb je zelfbesef, er blijven nog heel veel vragen. Onze zelfkennis is nog zo beperkt. En mensen denken er zo verschillend over. Wie ben ik ten diepste? Wat is mijn taak hier op aarde? De diepste antwoorden op die vragen vind ik niet vanzelf. Die vind ik pas in de relatie met God. Hij geeft antwoorden waar ik mee verder kan. Natuurlijk blijven er vragen. Maar door wat Hij zegt tegen en over mij, leer ik Hem kennen. En naarmate ik Hem beter leer kennen, leer ik ook mezelf beter kennen en kan ik met de resterende vragen beter overweg.

In de twee verzen van de tekst voor deze preek, geeft de Bijbel adembenemende antwoorden op de vraag wie wij zijn. Antwoorden waar je mee verder kunt. Hou dus vast je adem in en sta versteld over wat God ons te zeggen heeft.

Hoor van God je identiteit en je bestemming

  1. Wie wij zijn (9a en 10)
  2. Waarom we er zijn (9b)

1. Hoor van God je identiteit. Wie wij zijn

Wie zijn wij? Daarover zegt Petrus in deze verzen vijf dingen.

Allereerst. Jullie zijn een uitverkoren geslacht

Met andere woorden: Wij zijn een unieke familie, een uniek ras. Omdat God ons uitgekozen heeft uit alle andere mensen. Waarom? Niet omdat we zulke sympathieke mensen zijn. Zelfs niet omdat wij wel geloven en onze buren niet. Het volk Israël dacht dat het als uitverkoren volk van God wel heel wat moest voorstellen. Maar Mozes haalt ze snel uit die droom. In Deuteronomium 7 zegt hij tegen ze: Raakte hij soms op jullie gesteld omdat jullie de andere volken in aantal overtroffen? Liet hij daarom zijn keus op je vallen? Nee, want jullie waren van alle volken het kleinste. Hij hield gewoon van jullie. Wat van Israël geldt, geldt ook van ons, de gemeente. Wij hoeven ons niet af te vragen waarom wij wel uitgekozen zijn en anderen niet. Dat is aan God. Zijn keuze legt Hij aan ons niet uit. Het heeft trouwens ook niks te maken met iets in ons. Nee, ook niet met ons geloof. God heeft ons niet geselecteerd omdat wij geloofden, of omdat we zouden gaan geloven, zoals de remonstranten meenden. Nee het is andersom. Hij heeft ons geselecteerd - voor de grondlegging van de wereld al, zegt Efeziërs 1 - opdat we zouden gaan geloven. Dat is heel wat anders. Zijn keuze voor jou lag niet aan jou. Die lag alleen aan Hem, aan zijn genadige liefde. Door zijn liefde heeft Hij ons uitgekozen, bijeengeraapt. En wat ons nu verenigt, is Gods liefde, zijn keuze voor ons in Christus. En ook al zijn we dan geen familie van elkaar, biologisch gezien, bloedverwanten zijn we wel. Door het bloed van Christus dat over ons is gekomen. Kijk maar naar dat bloed van Christus op jou en op je broeder en zuster. Vertrouw daarop en wees daar blij om. En vraag het je maar niet af: waarom jij wel en die ander niet. Ik weet dat ik het in ieder geval niet verdiend heb. Niemand heeft bij God ook maar iets verdiend. De eeuwige dood, dat hebben we verdiend. Meer niet. Alles is genade. En daar sta ik er versteld van. En ik mag het aannemen - en over blijven zingen. De leer van de uitverkiezing wordt vaak betwijfeld omdat die niet goed wordt begrepen. De uitverkiezing kun je alleen in geloof aannemen, want daarvoor is nodig dat je accepteert dat God God is. Zijn gedachten zijn te hoog voor ons. Hij hoeft zich voor mensen niet te verantwoorden. Hij is volkomen vrij in wat Hij beslist. Hij is soeverein, zeggen we dan. God kiest ons uit, wonder boven wonder. En wat is dat niet fantastisch. Dat je daar zeker van mag zijn, als je in Christus gelooft. Want zo simpel is het. Efeziërs 1: 4 zegt: God heeft ons uitverkoren in Christus. Als je gelooft in Hem, mag je ook zeker weten dat je uitverkoren bent. Want dat je bent gaan geloven, is de uitkomst van Gods keuze voor jou van vóór het begin van de schepping. Wie je bent? Wie wij samen mogen zijn? Uitverkorenen.

Ten tweede, we zijn begenadigd

Wij hebben genade ontvangen. Vers 10: "eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen". Uit de brandende braambos had de Here tegen Mozes gezegd: Ik heb gezien hoe ellendig mijn volk in Egypte eraantoe is. Ik heb gehoord hoe ze schreeuwen om verlost te worden van hun onderdrukkers. Ik weet hoeveel ze moeten doorstaan. En de Here greep in door Mozes. Vol ontferming bevrijdde Hij hen en bracht hen naar de voet van de Sinaï. Op adelaarsvleugels. De lezers van Petrus' brief waren er ook ellendig aan toe geweest. Ze hadden lang zonder God geleefd, zonder vrede en rust. Met allerlei religieus gepruts hadden ze ieder op hun eigen manier wel geprobeerd genade en vrede te krijgen van hun afgoden, maar ze waren teleurgesteld. Want afgoden geven je niets, ze nemen alleen maar van je. Als je ze nodig hebt, geven ze niet thuis. En daarom was de toestand van deze heidenen hopeloos. En dat is die ook voor jou en mij, zolang wij het zelf proberen uit te zoeken met onze afgodjes. We kunnen onszelf niet losmaken van onze schuld, van de onrust in ons geweten. We hebben gezondigd. Ons geweten klaagt ons aan. Als voorbode van een goddelijk oordeel. We hebben verzoening nodig, genade. Maar waar vinden we die? Hoe liefelijk waren de voeten van Willibrord en Bonifatius en al die anderen die het ons in hier in Nederland zijn komen vertellen: Vertrouw op Christus en zijn offer en je hebt genade bij God, vergeving van zonden. Wie je bent? Je bent begenadigd.

Ten derde. Wij zijn Gods eigendom

Twee keer zegt Petrus dat, in vers 9: "een volk God ten eigendom", en vers 10: "eens niet zijn volk, nu echter Gods volk". In zekere zin is ieder volk het eigendom van God, de Schepper. Maar van alle volken werd Israël Gods lieveling. Met dit volk had Hij iets speciaals. Het werd zijn privé-bezit. Want Hij wilde zo graag hen als eerste van al de volken redden, door het geloof in de Messias. Helaas, hebben de zijnen Hem niet aangenomen. Maar God zette zijn plan door. Het werk van zijn Geest is onstuitbaar. Hij heeft alle volken bereikt. Ieder die de Messias omhelst, waar hij ook vandaan komt, is zijn eigendom en hoort bij zijn volk. Vaak krijgen hele gewone spullen enorme waarde als ze het eigendom zijn geweest van een beroemd iemand. Musea liggen er vol mee. De slaapmuts van Hendrik de Achtste. De gitaar van John Lennon. Zo is het ook met ons. Je kunt een heel eenvoudig mens zijn en je commerciële marktwaarde is misschien nul-komma-nul. Maar omdat je Gods eigendom bent, door je geloof in Christus, ben je niet te betalen. Je bent niet eens te koop, zo hoog is je waarde. Want je bent gekocht en betaald met het bloed van het Lam van God. Er was een tijd dat Israël zijn status van Gods volk te grabbel had gegooid. De profeet Hosea moest het Israël komen vertellen; jullie zijn Lo-Ammi, jullie zijn mijn volk niet meer. Maar de Here kreeg berouw en noemde na een tijd zijn volk weer Ammi, mijn volk. Petrus' woorden in vers 10, doen denken aan Hosea's profetie. Hij wil ermee zeggen: Als de genade van God groot genoeg is om ervoor te zorgen dat Israël dat ooit niet meer Gods volk was, het toch weer werd, dan kunnen ook onreine heidenen die eerst Gods vijanden waren, in vrede worden aangenomen. Als zijn eigendomsvolk. Dat mogen we nu zijn. Als gemeente. Het eigen volk van God, zijn kroondomein. Daar wil God de eeuwigheid doorbrengen. Samen met jou en met mij. Wie je bent? Je bent Gods eigendom.

Ten vierde. Jullie zijn een heilige natie

Je bent uitverkoren, je bent begenadigd, je bent Gods eigendom, en daarom ben je ook heilig. Dat betekent: apart gezet, gereserveerd voor God. Je bent 'anders' dan anderen. Je bestaat niet voor jezelf. Je bestaat voor Hem, voor zijn eer. Je bent en je moet zijn zoals Hij. In 1: 16 citeert Petrus Gods eigen woorden uit Leviticus: "weest heilig, want Ik ben heilig". Hoe heilig, zien we in de 10 geboden. Heilig leven is dus leven naar zijn geboden. Dat is de grondwet van de heilige natie, waar we deel van uitmaken. Samen zijn we burgers van een heilig koninkrijk, waar we een heilige God dienen. Dat is nog volop wennen, want heiligheid zit niet in ons bloed. En daarom maken we nog zo gemakkelijk vuile handen. Maar de Geest is bezig ons te heiligen van binnenuit. Dus als je weer vieze vingers hebt, en je in verwarring komt: 'waar ben ik toch mee bezig?', mag je het je weer herinneren en daaruit moed putten: de Geest is met je bezig. Wie je bent? Je bent heilig.

Ten vijfde: Je bent een koninklijk priesterschap

In vers 5 had Petrus het ook al gezegd: een heilig priesterschap. Hier komt daar het koninklijke bij. Daarbij grijpt hij terug op de eretitel die Israël via Mozes had ontvangen bij de Sinaï, in Exodus 19. We hebben het gelezen. En u zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk. God is niet alleen de eigenaar van een heilig volk. Hij is ook de koning. Hij heeft alle macht. Hij is ongenaakbaar. Voor Israël was dat heel letterlijk zo. Alleen de priester mocht het heilige naderen en alleen de hogepriester het heilige der heiligen, en dan ook nog alleen op de grote Verzoendag. Voor de gemeente van Christus is dit radicaal veranderd. Want iedereen, zonder uitzondering, dient nu zelf als priester. Sinds het eenmalige offer van hogepriester Jezus mag ieder van ons het heilige der heilige binnengaan en direct bij de koning komen. En dan niet één keer per jaar, maar ieder moment van de dag. Dat is onze grootste rijkdom. Onmiddellijke toegang tot God, de koning der koningen. Door Jezus. Nooit geen bemiddeling van mensen meer. De hele gemeente is een lichaam van dienstdoende priesters, die zichzelf offeren, een leven lang, overal. Een christen staat nooit alleen en is nooit buiten actieve dienst. De gemeente is gezamenlijk druk bezig hun God en koning te dienen. God heeft je niet uitverkoren, begenadigd, geheiligd, en tot priester gemaakt zodat jij vervolgens je tijd kunt zitten verprutsen met soaps en videoclips. Verveel jij je? Kijk om je heen, God geeft je heel veel nuttigs te doen. Wie je bent? Je bent een priester.

Wie ben ik? Die vraag houdt veel mensen bezig. Veel jonge mensen ook. Misschien worstel jij ook met die vraag. Voor een deel hoort het ook bij het opgroeien naar volwassenheid. Maar het kan een vraag blijven in je leven. Ook als gemeentelid kan die vraag je aanvliegen, als je ziet hoe weinig kracht er van ons uitgaat in de samenleving, hoe wij naar de marge zijn gedrongen, hoe weinig mensen vanuit het heidense Nederland zich bij onze kerken aansluiten. Wie zijn wij eigenlijk als kerk? Wat stellen we voor?
Op TV kunnen we allemaal zien hoe belangrijk is het dat je als mens je vader en moeder kent. Wat kunnen mensen niet in de knoop kunnen komen met zichzelf als ze hun vader of moeder nooit hebben ontmoet. En wat voor een opluchting geeft het, als ze toch opgespoord kunnen worden. Zodat je erachter kunt komen wie zij zijn en hoe ze zijn en hoe ze met jou omgingen. Dat heb je nodig bij het begrijpen van jezelf. Nog belangrijker is dat je je hemelse Vader leert kennen. Want Hij is degene die op onze vraag "Wie ben ik, Wie zijn wij?" de allerdiepste antwoorden geeft. Hij vertelt je hoe Hij je ziet, wie je voor Hem bent. En dat zijn antwoorden die houvast geven, doordat ze langer mee gaan dan jouw korte leven. Antwoorden waardoor je weet: ik hoor ergens bij (ik ben uitverkoren en heilig, Gods eigendom); waardoor je weet: ik ben gered (ik ben begenadigd); waardoor je weet: mijn leven heeft zin (ik ben een priester).

2. Hoor van God je bestemming. Waarom wij er zijn

Heb je uit het eerste al begrepen dat je identiteit je bestemming bepaalt? Wie je bent, bepaalt voor een groot deel wat je gaat doen. We zijn uitgekozen, begenadigd, Gods eigendom, heilig, we zijn priesters. Met deze laatste titel zegt Petrus al heel veel over onze bestemming. Want een priester dient God en zijn naaste. Maar er is nog meer. Vers 9 eindigt in een soort climax. En beantwoordt de vraag: waarom wij er zijn. Namelijk: "om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht".
We zijn koninklijke priesters, maar ook profetische priesters. Onze priesterdienst omvat ook het offer van onze lippen. Gods grote daden uitroepen en doorgeven. Dat is profetenwerk. Gods grote daden. Eigenlijk is dat nog maar de helft. Het Griekse woord voor grote daden omvat meer. Letterlijk staat er: de uitstekende kwaliteiten of eigenschappen. De Statenvertaling heeft: deugden. Het is dus meer dan Gods grote daden van verlossing. Het is ook zijn naam, zijn wijsheid, zijn goedheid, zijn heerlijkheid, zijn genade, kortom: wie Hij is. Dat is onze bestemming, dat is onze roeping om dat bekend te maken in deze wereld. Onze uitverkiezing, onze heilige aparte status, onze begenadiging, ons eigendomsvolk van God zijn, het staat allemaal in dienst van de verbreiding van Gods heerlijke reputatie naar buiten toe.
Wie wij zijn, door Gods goedheid, brengt ons tot het laten zien wie God is en wat Hij voor ons gedaan heeft. Heel de wereld moet het weten. En dat begint hier in de zondagse erediensten. Hier klinkt week in week uit de lof op Gods naam en hier wordt zijn uitmuntende liefde en goedheid bekend gemaakt. Daarin is de eredienst een brandhaard, van waaruit het licht en de warmte van het evangelie zich verspreidt in onze omgeving. Dat doet het in zekere zin automatisch. Mensen die licht en warmte zoeken, die zullen hier een vuur zien branden en erop afkomen. Als we de deuren tenminste niet op slot doen. Maar de bedoeling is ook dat wij allemaal fakkeldragers worden, door zelf in brand gestoken het vuur met ons mee te nemen naar anderen toe. Want priester ben je niet voor jezelf. Je bent het allereerst voor de allerhoogste. Maar je bent het ook voor je naaste. Het Latijnse woord voor priester is 'pontifex', dat betekent bruggenbouwer. De priester bouwt bruggen zodat zijn naaste tot God kan komen. Als christen-priester heb je de plicht en het voorrecht om anderen tot de Verlosser te brengen die jijzelf gevonden hebt. Op die manier is er ook geen scherpe scheiding tussen de priesterdienst in de gemeente, de zorg voor elkaar en onze missionaire roeping. Want je zegt: Kom en kijk, zie wie de Here is en hoe goed Hij voor ons is. Hij wil ook jouw God zijn.
Wat heb je dan veel te vertellen! Op je werk, op school, over de heg, tegen Piet, maar ook tegen Mohammed, tegen Krishna en tegen José. Wat een machtige boodschap mag je aan hen doorgeven. Want je mag vertellen waar Petrus zijn lezers op wijst: dat God je uit het duister heeft geroepen, tot zijn wonderbaar licht. Onze God verdrijft het duister van de zonde, de schuld, de onzekerheid en de wanhoop. Hij doet voorgoed het licht aan in je leven. Paulus zegt: Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten. Als je God hebt leren kennen, gaat er een lamp branden die nooit meer uitgaat. Dan hoef je niet meer rond te tasten in het donker. Dan leer je je ware ik ontdekken, dan leer je je plek onder de zon te begrijpen, te midden van miljarden anderen en te midden van de geschiedenis waarin al zoveel gebeurd is en nog zoveel zal gebeuren. Pas in het licht van Gods roeping is ook goed te zien hoe donker het vroeger was. Paulus vertelt over deze ommekeer van donker en licht tegen koning Agrippa. Hij vertelt wat de Here Jezus hem had opgedragen daar op de weg naar Damascus. De Here Jezus zei toen onder andere tegen Paulus: (Handelingen 26: 18). "Ik heb u gekozen uit dit volk en de heidenen, waarheen Ik u zend, om hun ogen te openen ter bekering uit de duisternis tot het licht en van de macht van de satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden zouden ontvangen door het geloof in Mij". De bekering is als de wisseling van dag en nacht. Wij zijn geschapen voor het daglicht, om te leven met en voor Christus, het Licht van de wereld.
Wij zijn een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk. Dat is onze identiteit, dat is wie wij zijn. Om Hem te dienen en zijn uitnemende goedheid te verkondigen. Dat is onze bestemming, dat is waarom wij er zijn. Als je dat gelooft en dat gaat doen, zul je zien: Gods antwoorden kloppen.

Amen.

Gebed

Onze Vader in de hemel,

We zijn u heel dankbaar dat U ons totaal onverdiend optilt tot duizelingwekkende hoogte. U koos ons uit, U ontfermde zich over ons, U nam ons aan als uw eigen volk, U maakte ons tot priesters. En daarmee laat U uw hart spreken. U vertelt ons wie wij zijn voor U. Kostbaar in Uw ogen. Wat zijn we blij met U als onze Vader. Bij U voelen we ons thuis, bij U vinden we onze ware identiteit. Door U weten we pas echt wie we zijn. We bidden U, wees met hen die nog steeds worstelen met hun identiteit en open hun ogen voor het licht dat in Christus is gaan schijnen. Want U hebt ons uit de duisternis gehaald naar een ongekend licht. En nu geeft ons leven ook een vaste bestemming, want we mogen van dat licht getuigen en van Uw grote daden. Vul ons met alle vrijmoedigheid voor die mooie maar ook moeilijke taak. Geef dat we als echte priesters bruggen mogen bouwen voor uw evangelie. Tot eer van U en tot heil van ons en van deze wereld.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar