| Thema: |
Mensen zuiver taxeren |
| Tekst: | 1 Samuël 16: 7 |
| Tekstgedeelte(n): | |
| Door: | Ds. P.P.H. Waterval (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Krimpen aan den IJssel) |
| Gehouden te: | Krimpen aan den IJssel op 7 oktober 2001 |
Aanwijzingen voor de Liturgie
Votum en zegengroet
Ps. 25: 1-3
Wet
Ps. 119: 12-14
Lezen: 1 Samuël 16: 1-13
Gez. 8: 1, 3-4
Tekst: 1 Samuël 16: 7
Preek
Ps. 139: 1-2, 11
Lied 126
Zegen
Wow! Dit moet hem zijn! Wat een boom van een kerel, zeg. Hoe lang is ie wel niet? Wat een spierballen: ze lijken
wel van staal. En wat een prachtig gewelfde borstkast. Schitterend! Hij heeft eigenlijk best veel weg van Saul. Ja,
dit kan niet missen. Eliab is vast de nieuwe koning.
Maar Samuël heeft het mis. De grote profeet, die zo dichtbij de Here leefde en zulke grote dingen had mogen doen.
Hij zit er hier faliekant naast. Omdat hij alleen maar naar de buitenkant kijkt.
Gemeente van de Here Jezus, broeders en zusters, groot en klein,
Hoe is dat met ons?
'Zeg heb je het ook al gezien, die nieuwe Volvo, daar bij Janssen voor de deur? Snap jij dat nou? Die man doet het
meest simpele fabriekswerk. Kan zo iemand zich zoiets veroorloven? Zeker een hoop bijgebeund de laatste tijd. Nee,
daar zit vast een luchtje aan.' - Roddel.
'Nènènènènè, Marja is een dikzak, nènènènènè, Marja is een papzak. Hé Marja, kom je nog wel door deze deur heen,
kom probeer het 's. Nènènènènè.' - Pesterij.
'Nou, broeders en zusters, wie vinden we geschikt om onze commissie te komen versterken. Noem eens wat namen. Wat
zeg je, zuster Aan de Kant? Nou lijkt je dat nou verstandig? Die zie ik nooit in de middagdiensten, ze komt ook
niet op vrouwenvereniging en trouwens, heeft ze überhaupt de huishoudschool wel ooit afgemaakt? Nee, ik zat eerder
te denken aan broeder Haantje. Die is prima onderlegd en zoals die zijn weerwoordje klaar had op de laatste
gemeentevergadering, petje af. Nee, die man lijkt me wel wat.' - Vooroordeel.
Zo maar een aantal voorbeelden van hoe er soms over mensen geoordeeld wordt. Door alleen maar naar de buitenkant te
kijken. Mensen buiten de kerk, mensen binnen de kerk. Medemensen. Geschapen naar het beeld van God. Broeders en
zusters, mede-erfgenamen van Gods rijk. Roddel. Pesterij. Vooroordeel. Net even te snel je conclusies trekken. En
daarmee de Geest van God voor de voeten lopen. En hem verdriet doen. Heel herkenbaar.
Maar ook heel fout. En wat maakt God ons dan beschaamd, door zijn manier van doen: het roepen en uitverkiezen van
juist het achtergestelde, het nederige en geringe. Door naar het hart te kijken. Als zo'n les goed genoeg was voor
Samuël en Isaï, dan ook voor ons.
Het thema van de preek is:
Leer kijken zoals de Here
|
Leer kijken zoals de Here. En dat betekent allereerst:
Vooroordelen. Te snel je conclusies trekken. Ook in de bijbel komt het voor. Onze geschiedenis in 1 Samuël 16
staat er helemaal bol van.
Om te beginnen bij de inwoners van Betlehem. Toen men daar in de smiezen kreeg dat Samuël onder weg was, brak er
meteen paniek uit. Want ja, als Samuël langs kwam dan was dat meestal niet voor de gezelligheid. Zeker nu niet na
zijn recente conflict met koning Saul. Samuël komt eraan? Oh, jongens, dan zwaait er wat. Hij gaat vast zus. Hij
gaat vast zo. Gelukkig viel het allemaal mee. De Betlehemieten waren net iets te vlot geweest met hun
conclusies.
Maar vooral Samuël zelf valt tegen. Ondanks al zijn wijsheid en ervaring. Allereerst door zijn tegenstribbelen,
wanneer de Here hem de opdracht geeft naar Betlehem te gaan om daar één van de zonen van Isaï tot koning te zalven.
"Here, dat kan toch niet. Dat zou toch zelfmoord zijn! Als Saul daarvan hoort, kom ik Betlehem niet meer levend
uit." Daarmee had ook Samuël te snel zijn woordje klaar. Hij had de Here moeten laten uitspreken, want die zag dat
risico best wel. Niet voor niets geeft hij Samuël een perfecte dekmantel mee, in de vorm van het plan om in
Betlehem een offerfeest te houden, zodat de zalving in besloten kring kon plaatsvinden.
Maar Samuël begaat de grootste misser op het moment dat het er echt op aankomt. Onder de oudsten had Samuël
speciaal Isaï uitgenodigd voor de offermaaltijd en dit keer met zijn zonen. Eén voor één stelde Isaï ze aan hem
voor. En Samuël kiest helemaal verkeerd. Blijkbaar is hij helemaal vergeten dat de Here hem een seintje zou geven.
Want bij de eerste de beste, Eliab, een soort oudtestamentische uitvoering van Arnold Schwarzenegger, gaat Samuël
van binnen door de knieën. Dit moet hem zijn! Maar de Here corrigeert zijn profeet net op tijd. Nee, Samuël, dit is
hem niet. Ga alsjeblieft niet af op zijn uiterlijk en rijzige gestalte, want ik heb hem afgewezen. Waar mensen naar
kijken is niet belangrijk, want mensen kijken naar het uiterlijk, maar ik kijk naar het hart, Samuël. Ai, pijnlijk
foutje.
De meest pijnlijke fout van allen wordt gemaakt door Isaï die zijn jongste zoon niet eens belangrijk genoeg vindt
om mee te nemen naar deze plechtige bijeenkomst. Was het vanwege Davids leeftijd? Was het Davids karakter waardoor
deze jongste zoon niet vaders lieveling was? Misschien was David inderdaad wel het nakomertje dat heel
anders was dan zijn oudere broers, serieuzer en daardoor ook eigenwijzer, misschien een dromer net als Jozef. Maar
waarschijnlijk ligt het aan Isaï zelf. Want het is toch diep triest dat als blijkt dat geen van de aanwezige zeven
zonen door de Here is uitgekozen, er bij Isaï nog steeds geen lampje gaat branden. En dat Samuël hem dan een handje
moet helpen. "Isaï, ik had je gevraagd al je zonen mee te nemen, zijn ze dit echt wel allemaal?" "Ja, nou ja, goed
uuuh, om eerlijk te zijn, ik heb ook nog een nakomertje, David, maar ja, die past op de schapen. Had ik die soms
ook moeten laten komen?" "Laat hem maar meteen halen, Isaï, want eerder gaan we niet aan tafel." Wat ga je dan af
als vader. Temeer als dan ook nog blijkt - en wat zullen ze allemaal verbijsterd zijn geweest - dat juist dat deze
achtergestelde tiener totaal onverwachts een hemelse onderscheiding krijgt en daar te midden van de andere zonen
door Samuël gezalfd wordt en iedereen onmiddellijk begrijpt: hier staat de toekomstige koning van Israël.
Staar je niet blind op iemands uiterlijk, zoals Samuël. Overschat het niet. Laat ik het maar concreet maken voor
jullie, jongens en meisjes, die al verkering hebben of daarnaar verlangen. Het is hartstikke gaaf als je vriend of
vriendin een stuk is, of dat je hem of haar een stuk vindt (dat onderscheid moeten we wel maken, denk ik), maar als
het hart van de ander niet erop uit is om de Here en jou en de naaste te dienen - ook als het moeilijk wordt - dan
loopt het met jou en je stuk vroeg of laat een keer 'stuk'. Wil jijzelf wel graag met de Here verder - alleen dan
heeft je leven echt toekomst - en wordt duidelijk dat de ander dat eigenlijk liever niet wil, zet er dan op tijd
een punt achter. Want gaan voor dat knappe gezicht kan een ongelukkig leven betekenen. Begrijp me goed: ik zeg niet
dat een mooi uiterlijk waardeloos is. Je mag zelf ook blij zijn als je een mooie vrouw of man hebt. De bijbel
spreekt daar ook helemaal niet kleinerend over. Ook hier niet want uit vers 12 blijkt duidelijk dat er met Davids
uiterlijk helemaal niets mis was. Deze schapenjongen mag er best zijn. Meisjes, als je toen in Betlehem had
rondgelopen, hadden jullie David best wel zien zitten, met zijn donkerbruine ogen en die gezonde blos op zijn
knappe gezicht. Een mooi uiterlijk is een cadeau van God, waar je zuinig op mag zijn. Maar voor God ben je er nooit
meer of minder om. Verkijk je dus niet op dat mooie gezicht en dat gave lichaam, want dat wordt echt een keer
minder mooi en minder gaaf. Maar wat mooi blijft en steeds mooier kan worden dat is het hart. Kijk vooral daarnaar
en laat dat de doorslag geven. Om Jezus' wil.
Als de Here zegt: "Let niet op zijn voorkomen", hoeven we dat natuurlijk niet te beperken tot iemands lichamelijke
uiterlijk. Het gaat ook om uiterlijkheden, allerlei dingen aan de buitenkant. De Here wil maar zeggen: verkijk je
niet op de Eliabs, de Abinadabs en de Samma's met hun mooie coole outfits, hun snelle auto's, hun indrukwekkende
carrières en hun vlotte babbel. Al die dingen zijn leuk meegenomen maar maken voor God, op zijn weegschaal, geen
enkel meetbaar verschil. Bij hem is er geen aanzien des persoons, zoals dat heet. De Here trekt nooit iemand voor.
Wat voor God telt, en waar Hij naar kijkt, dat is het innerlijk, het hart. En dan kan juist degene die in het
openbaar wat minder opvalt of zelfs uit de toon valt met die verkeerde bril, dat ouderwetse interieur of dat
irritante stemmetje er onverwacht uitspringen. Isaï onderschatte zijn nakomertje ook. Maar bij God vallen de
Davids, de vakkenvullers en putjesscheppers op. Als er in hun binnenste een hart van goud zit, dat klopt voor God
en de naaste.
Leer kijken zoals de Here. En dat betekent vervolgens:
Misschien zeg je wel: dat kan ik helemaal niet. Naar het hart kijken. Dat kan alleen God. En daar zit wat in.
Hij is in ieder geval de enige die het perfect kan. Hij kan in een mensenhart kijken en het helemaal
doorgronden. En daarom is het eerste wat we moeten leren: eren. God eren als de soevereine God die absoluut
vrij is om te kiezen wie Hij wil en dat volmaakt doet. God eren als de enige bij wie de geschiedenis van deze
wereld en van Gods volk echt veilig is. Als Samuël gewoon op zijn gevoel was afgegaan en Eliab Schwarzenegger op de
troon was gekomen, dan was het misschien een nog grotere puinhoop geworden dan met koning Saul. Maar gelukkig greep
de Here in. De mens wikt, maar God beschikt. Hij kiest de zijnen uit. Hij alleen. En dat doet Hij feilloos. De mens
ziet van nature alleen wat voor ogen is, een hart van een ander mens doorgronden, kan hij niet. Zelfs je eigen hart
doorgronden is al te veel. Nee, alleen God kan perfect onderscheiden en altijd de juiste man kiezen. En die man
wordt het dan ook hier. David, de man naar Gods hart. En met die keuze houdt God de weg van de geschiedenis van de
verlossing vrij en bereidt Hij ook de weg voor naar de grote Zoon van David, die verlossing bracht, onze Here Jezus
Christus, de koning van alle koningen.
We moeten dus beginnen met God te eren. Maar er valt wel meer te zeggen. De Here wil namelijk dat wij ons bij onze
zondige gebrekkigheid in het beoordelen van mensen niet zomaar neerleggen. We mogen daarin niet berusten, zo van
"Ja, zo gaat het helaas, wij zijn nou eenmaal mensen en gaan af op uiterlijke dingen en dus maken we fouten". Ten
eerste mogen we er niet in berusten omdat de tijd op de klok van de heilgeschiedenis is doorgelopen. In de tijd van
het Oude Testament stelde de Here God vaak zelf koningen en profeten aan door zijn directe spreken of door een
duidelijk teken. Maar dat gaat nu anders. Na de uitstorting van de Heilige Geest en de voltooiing van de bijbel
laat de Here dat aan ons over. Hij heeft ons tot mondige mensen gemaakt die zelf, in vertrouwen op zijn Woord en
zijn Geest, mensen met gaven in de gemeente mogen aanwijzen en benoemen. Zo geeft Paulus aan zijn leerling Titus de
opdracht, net zoals hij dat zelf ook deed, in iedere stad van Kreta ouderlingen aan te stellen. Titus moest daarbij
mensen beoordelen op hun geschiktheid. En in het derde hoofdstuk van de eerste brief aan Timoteüs geeft Paulus
voorschriften over waar je dan op moet letten. Maar mensen in de kerk beoordelen, doen we niet alleen als het gaat
om het verkiezen van ambtsdragers. Dat doen we ook op andere momenten, bijvoorbeeld als kerkenraad wanneer jonge
mensen zich aanmelden om belijdenis te doen, of als mensen van buiten de kerk bij ons aankloppen en vragen om als
lid te worden toegelaten. En ook in je persoonlijke leven confronteert de Here je met medemensen over wie je je een
oordeel moet vormen. Met het oog op een bepaalde keuze. Wil ik deze buren wel als vrienden, kan ik met deze jongen
wel een verkering beginnen, zien we deze jongen wel zitten als eventuele schoonzoon? Moeilijke vragen soms. Maar de
Here verwacht wel van ons om dan niet weg te rennen en dan naar iemands hart te kijken. Dat moeten wij doen, want
Hij beantwoordt die lastige vragen niet voor ons. En al helemaal niet via een stem uit de hemel.
Dat is trouwens ook niet nodig. Want er is nog een reden waarom de Here niet wil dat we zomaar berusten in onze
zondige neiging om op uiterlijkheden af te gaan. God is namelijk bezig door wedergeboorte en bekering nieuwe mensen
van ons te maken en dat betekent dat Hij ook ons vermogen verandert om mensen te beoordelen, in de kerk en
daarbuiten. Natuurlijk zullen we zolang de bevrijding van de zonde nog niet definitief en compleet is, ons blijven
vergissen. Ons kennen is onvolkomen. Soms worden er broeders ten onrechte op tal gezet, verkozen en benoemd.
Blijken ze in de praktijk de benodigde gaven toch niet te hebben. En dat is iets waar ze dan zelf vaak het meest
mee worstelen. Gelukkig is het dan ook mogelijk om ontheffing te vragen en te verlenen. En dat is ook helemaal geen
schande. Verkeerde inschattingen zullen we dus houden, tot de jongste dag. Maar dat neemt niet weg dat er meer
mogelijk is. Omdat de Geest op ieder in de gemeente is uitgestort die zich voor hem openstelt, is Hij begonnen met
de radicale vernieuwing en heiliging van ons leven. En daarom mogen we hierin verder komen. We mogen de Here God
vrijmoedig navolgen in het letten op het hart van de ander. Dat zullen we nooit helemaal kunnen zoals Hij. Maar wij
kunnen wel door Gods genade leren om mensen en zaken anders te taxeren, niet aards maar geestelijk. Aan Samuël is
trouwens ook al te zien dat dat kan, want nadat de Here hem corrigeerde, ging hij anders kijken en maakte hij niet
nog eens dezelfde fout.
Wat is daar nu voor nodig voor dat anders leren kijken, dat kijken naar iemands hart? Allereerst dat je de eerste
fout van Samuël vermijdt en de Here helemaal laten uitspreken. Daar begint het mee. Dat je heel Gods Woord over wie
wij van nature zijn, wie we door genade mogen zijn en wie we om Gods wil moeten zijn, aanvaardt en daaruit geen
selectie maakt van wat jou toevallig goed uitkomt. Als dat zo is, en je wilt het onderwijs van de Here over onszelf
helemaal recht doen, dan helpt de Heilige Geest je om je medemens te zien zoals Hij, in een ander, nieuw licht en
dan zie je verrassende dingen. In positieve of negatieve zin. In ieder geval neem je dan geen genoegen meer met
snelle, oppervlakkige waarnemingen en oordelen door de binnenbocht. Want daar is deze wereld al zo vol van.
De Here Jezus hanteert een andere stijl. Hij zegt in Johannes 7: 24 Oordeel niet naar het aanzien, maar oordeel met
een rechtvaardig oordeel. Dat is de stijl van zijn koninkrijk. Kijken naar iemands hart is een kwestie van
rechtvaardig oordelen. En dat heeft allereerst te maken met hoe je over je naaste denkt. Welke mensvisie hanteer
je? Welke bril heb je op? Je zondige aardse? Dan is hij een zondaar, een nummer, een sta-in-de-weg, een middel om
jouw doel te bereiken. Maar met je geestelijke bril op zie je de ander zoals hij werkelijk is: als een uniek
eigendom van God, geschapen naar zijn beeld en gelijkenis, als een gerechtvaardigde zondaar, betaald met het
kostbare bloed van Jezus Christus. Zie je hoe belangrijk het is dat je dan goed begrijpt hoe God ons ziet?
Rechtvaardig oordelen betekent ook dat je altijd bereid bent het goede in de ander te zien en te benoemen, zonder
het kwade toe te dekken. Dat je de eenheid in Christus vooropzet en eventuele verschillen in het licht van die
eenheid. Dat je in de ander een spiegel ziet van jezelf en hem daarom graag behandelt volgens de gouden regel van
de Here Jezus uit Matteüs 7 namelijk zoals je ook zelf behandeld wilt worden.
Rechtvaardig oordelen heeft ook te maken met hoe je communiceert. Zorgvuldig communiceren betekent dat je de tijd
neemt en geduld hebt. Dat je luistert, luistert en nog eens luistert. Het betekent dat je bidt om een wacht voor je
lippen, dat je jezelf streng aanpakt en je conclusies drie keer doorrekent of laat doorrekenen en daarmee dus een
zekere achterdocht ontwikkelt naar jezelf toe. Doe ik de ander recht met wat ik vind en beweer? Schort je oordeel
liever op. Laat zelfs desnoods het definitieve oordeel over aan God. Zeker als het gaat om een persoonlijk
conflict: laat hem dan de rechter zijn. Zorgvuldig communiceren betekent ook dat je rekening houdt met het effect
dat je woorden kunnen hebben. Dan gaat het je niet alleen om wat je zegt, maar ook hoe je het zegt. Het betekent
ook dat je doorvraagt naar bedoelingen en achterliggende motieven en de ander niet te snel vastpint op wat hij zegt
of doet. 'Wat bedoel je daarmee?' 'Kun je dat nog eens uitleggen?' 'Heb ik je zo goed begrepen?'
Laten we ons die stijl van Jezus eigen maken. Rechtvaardig oordelen over mensen in de kerk en daarbuiten en zo
letten op hun hart. Daarvoor moeten we voortdurend ons oog gericht houden op de Here, die ons daarin volmaakt
voorgaat en die ons door zijn Geest en Woord leidt en verandert. Laten we ervoor waken om achter de Eliabs aan te
lopen én ervoor waken de Davids niet te zien staan. Als we dat doen, dan gaat daar zo'n kracht vanuit. Daar komen
mensen op af en daar bloei je zelf ook van op. Daar is het leven goed, omdat daar mensen wonen naar Gods hart.
Amen.
http://www.prekendiespreken.nl/
For questions or remarks mail to
© Copyright Preken die Spreken / Speaking Sermons / Pregação Viva,
2002-2012.
No part of this publication may be reproduced or copied or made public
in any form without the expressed written authorization from Richard J.C.
Vos and the contributing minister. No consent to copy is required if it is
to be used for public worship service or preparation for Bible study(meetings).