God wil onze heiliging / opvoeding

Thema: God wil onze heiliging / opvoeding
Tekst: 1 Tessalonicenzen 4: 3a en 1 Tessalonicenzen 4: 8
Tekstgedeelte(n): 1 Tessalonicenzen 1
1 Tessalonicenzen 4: 1-10
Door: Ds. Ton de Ruiter (destijds predikant gereformeerde kerk vrijgem. Enkhuizen)
Gehouden te:

Enkhuizen op 4 februari 1996; Zuidlaren op 17 februari 2002 (i.v.m. Toerustingsweekend 2002)

Extra: Stellingen en vragen
Benodigd: Tekening:Klik om tekening te vergroten( printen en kopiëren naar >= A3-formaat )

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 116:1-3
(Morgendienst: Wet)
(Morgendienst: Zingen Ps. 119: 30)
Gebed
Lezen: 1 Tessalonicenzen 1
Gez. 27: 1, 4-5
Lezen: 1 Tessalonicenzen 4: 1-10
Ps. 51: 5
Tekst: 1 Tessalonicenzen 4: 3a en 1 Tessalonicenzen 4: 8
Preek
Gez. 17: 3-5
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis: Gez. 4)
Gebed
Collecte
Gez. 38: 3, 8-9
Zegen

Wij zijn dankzij de Here Jezus kinderen van God. Door Jezus gekocht en betaald en zo geadopteerd tot kinderen van God. Maar waarom heeft God ons geadopteerd? Wat wil Hij dan met ons?
Nou, heel simpel: God wil dat we nu leven met Hem als onze Vader. En dat wil Hij ons leren. Hij wil ons opvoeden als zijn kinderen. Kijk, onze tekst zegt: God wil onze heiliging = onze opvoeding.
Daar is God mee bezig. Zo echt, dat Paulus durft te zeggen in vers 8a: "Wie dit verwerpt, verwerpt niet een mens, maar God"!

Samenvatting van de preek:

God wil onze heiliging / opvoeding

  1. Deze heiliging brengt nieuw leven in ons hart
  2. Deze heiliging verandert ons alledaagse leven
  3. Deze heiliging moet je zoeken als Gods geschenk

1. Deze heiliging brengt nieuw leven in ons hart

U kent allemaal wel die twee woorden: rechtvaardiging en heiliging (rechtvaardigmaking en heiligmaking). Beiden horen bij onze verlossing. Voor alle twee moeten we aandacht hebben, anders groeit ons geloof scheef.

De Bijbel leert ons dat Jezus ons verlost van onze zonden. Dat betekent twee dingen: 1. Hij verlost ons van de zonde-schuld (= van de straf die ik/u/jij verdienen door onze zondige, slechte daden; daarvoor ging Hij aan het kruis), en 2. Hij verlost ons ook uit de zonde-macht die nog altijd in ons hart en leven zit (van onze boze, slechte neigingen; het verzet in ons om te doen wat God graag wil).
Het eerste is de rechtvaardigmaking, het tweede is de heiligmaking.
[ Tekening laten zien en even verduidelijken. Op de tekening is een persoon te zien met een rugzak met schuld en een hart met zonde-neigingen; bij de rugzak is het kruis getekend waardoor de schuld uit de rugzak gehaald wordt; aan de andere kant de Heilige Geest (HG) die in ons hart woont, waardoor we ons niet meer door het vlees, maar door de Geest kunnen laten leiden (Galaten 5: 18) ]

Laten we het even vergelijken met een jongen die verslaafd is aan drugs. Drugs zijn duur, dus heeft hij veel geld, geleend en gestolen. Hij moet dus aan anderen veel geld betalen. Maar hij heeft het niet. Wat een ellende. Geldeisers en deurwaarders komen hem achterna. En ook wordt hij gezocht door de politie.
Stel je voor: jij hebt een dikke portemonnee - jij helpt die jongen door al zijn schulden en boetes te betalen. Dan zijn al zijn schulden weg. Heerlijk.
Maar... is de jongen nu verlost van de ellende?
Nou, de kans is heel groot dat hij weer drugs moet kopen en dus geld steelt. De geldschulden zijn nu wel weg, maar zijn verslaving nog niet. En je kunt dan natuurlijk steeds weer zijn nieuwe schulden betalen, maar... als je echt wilt helpen, dan moet de jongen in therapie. Hij moet afkicken en innerlijk gaan veranderen. Hij moet van zijn verslaving af.

Zo is het ook met ons. [ Tekening laten zien en begeleiden met: ]

Als jij vergeving van zonden ontvangt dankzij de Here Jezus, dan ben je nog niet echt en volledig verlost. Dan ben je rechtvaardig-gemaakt, dat is verzoend met God, maar je zondige hart is dan nog niet heilig-gemaakt. We moeten van onze verslaving aan de zonde af. Van binnen moeten we anders worden: liefde voor God.

Gelukkig. De Bijbel leert ons dat de Here Jezus het een en het ander doet. Hij is ons gegeven tot een volkomen verlossing! (1 Korintiërs 1: 30)
[ Tekening laten zien ]

Stel u voor dat u alleen dagelijks vergeving van uw zonden kreeg van Jezus. Dan zou u gedurende uw hele leven nooit veranderen. Van het nieuwe leven waar de Bijbel over spreekt zou je dan niets meemaken, ervaren.
Maar gelukkig: Christus wil er voor zorgen dat jij / u / ik echt wezenlijk anders gaan worden. Naast de vergeving, zorgt Hij ook voor de vernieuwing van mijn hart. Rechtvaardiging EN heiliging wil God.
Dagelijkse vergeving van zonden is dus maar de helft van wat Christus ons wil geven. Dit geschenk is wel geweldig, maar het gaat Christus er daarna om dat wij andere mensen worden.

Vergelijk je zelf met hout. Van nature zijn wij zondaren (bedorven mensen met een zondige aard in ons). We zijn van onszelf dus voor God waardeloos hout. Wrakhout, ongeschikt voor de hemel. Maar Jezus koopt ons met zijn bloed en gaat nu door zijn Geest van ons, wrakhout, brandhout, sierstukken maken voor Gods hemelse paleis! Hij wil, dat wij nieuwe mensen worden. Mensen die God gaan behagen, waar God vreugde aan heeft. Hij wil onze heiliging.
Dat roept Paulus hier: vergeet dat niet: God en Jezus willen uw heiliging!

En God is al een poosje bezig met de Tessalonicenzen. Paulus ziet het. Hij dankt God voor het vele goede wat er bij de Tessalonicenzen gevonden wordt. Hoofdstuk 1: 2-3: geloof, hoop en liefde worden echt bij de gemeenteleden gevonden. Heerlijk.
Maar er zijn blijkbaar gemeenteleden die het mooi genoeg vinden. Ze vinden zich christelijk genoeg; ze doen van alles wat bij het geloven hoort; ze gaan naar de kerk en doen met allerlei activiteiten mee; ze geven hun portie geld. Nou, ze voldoen toch aan hun plichten?!
Jawel, zegt Paulus in 4: 1ev, dat is goed, maar denk alstublieft niet dat je opvoeding, je heiliging klaar is. Fijn dat je leeft met Christus - maar ik roep je allemaal op om het nog meer te doen. Want God wil uw heiliging (tot aan je dood toe is God er op gericht je te ontwikkelen. Dat gaat je hele leven door. Blijf daar dan zelf ook op gericht. Neem woorden van de Here Jezus in uw leven steeds weer ter harte en zet ze in daden om.
Vers 1: Wees er op gericht echt God te behagen, God plezier te doen in je leven. Ja, u doet dat al wel. Maar zorg dat je niet stil komt te staan, want dat is fout.
Zoals je dagelijks de vergeving nog nodig hebt - vraag er maar om - moet je ook dagelijks gericht zijn op je heiliging. Vraag daar ook om. Laat de Geest in je werken, zodat je in je doen en laten al meer gaat lijken op de Here Jezus. Geloof dat dat kan, doordat Jezus in je leeft met zijn Geest.

Maar, zo zal iemand vragen, is het dan nooit genoeg?
Broeders en zusters, jongens en meisjes, als God alleen maar een stel uiterlijke gedragsregels gegeven had, dan was je een keer klaar. Dan zou het zover kunnen komen dat je er aan kon voldoen, al waren het duizend regels. Maar Jezus vraagt niet maar wat uiterlijke gedrag. Hij vraagt je hart. Liefde voor Hem en voor onze naasten, zelfs voor mensen die vijandig doen.
En liefde zegt nooit: het is nu mooi genoeg (vergelijk met: in een huwelijk). Bij liefde past blijvende inzet voor de ander. Leven met Christus en met God de Vader is niet: een paar godsdienstige plichten vervullen en daarmee klaar. Hoofdstuk 1 spreekt ook over "het wèrk van uw geloof en ìnspanning uwer liefde". Het gaat om groeiend geloof, groeiende liefde, feller brandend vuur in jou.
Bij christenen, die niet op die heiliging gericht zijn, begint vanzelf de liefde te verkillen. Dat is zorgelijk. Beproef uzelf, mijn broeder en zuster.

Paulus roept in een andere brief: laten zij die hun vertrouwen op God gebouwd hebben ervoor zorgen vooraan te staan in goede werken (Titus 3: 8)!
God wil uw heiliging: dat we allemaal wezenlijk andere mensen worden: nieuwe mensen, die met liefde in hun bast leven in de kerk en in de wereld. Actief dankzij de Geest van Jezus, met steeds vuriger liefde voor God.

2. Deze Heiliging verandert ons alledaagse leven

Als Paulus gezegd heeft dat God onze heiliging wil, schrijft hij verder aan de Tessalonicenzen over heel concrete alledaagse dingen. Het gaat over hoererij, over de manier waarop je een man of een vrouw zoekt en tot een huwelijk komt. In vers 6 lezen we dat niemand zijn broeder mag bedriegen in deze zaak. Het lijkt over hetzelfde te gaan. Maar het is mogelijk op andere manier te vertalen: men moet zijn naasten niet slecht behandelen of bedriegen in de zaken (=handel), want God heeft ons niet geroepen tot onreinheid maar tot heiliging, ook in de alledaagse werkzaamheden, handel.
Als we het zo vertalen spreekt Paulus in verzen 3b-5 over het huwelijk en het seksuele leven en in verzen 6-7 over de handel.

Beiden zijn heel concrete zaken in Tessalonica. Dat was een handelsstad met een zeehaven. Veel vreemdelingen dus. Veel hoeren ook. Verder moet u bedenken dat het in die tijd op het gebied van huwelijk en seksualiteit slecht gesteld was. Die tijd is aardig goed te vergelijken met onze tijd. Ook toen was het gewoon om te trouwen uit wellust en dan te scheiden als het huwelijk niet bevalt, nog meer dan vandaag. De oproep om in heiliging en eerbaarheid een man of een vrouw te zoeken ging radicaal tegen de gewoonten van die tijd in. Men liet zich leiden door hartstochten, bevliegingen, seksuele begeerten. Veel huwelijken die gesloten werden hadden slechts hartstocht en begeerte als basis en vaak was seks een hoofddoel en daarmee zat het er al in dat het mis zou gaan. Net als vandaag.
Wat is dan 'een levensgezel zoeken in heiliging'? Dat betekent dat je een man of vrouw kiest, niet om aan eigen behoeften te voldoen, maar om samen de Here te dienen. Behoeften en gevoelens spelen een rol, jazeker, maar in heiliging. Onder het hoofddoel van ons leven: samen leven voor God.
En de handel? Die werd ook toen gekleurd door de begeerte naar winst. De geldzucht. Men liet zich ook toen vaak leiden door hartstochten, begeerten en niet door eerlijkheid en trouw.

Onze heiliging moet dus in het leven van alledag plaatsvinden. In je verkering, huwelijk, in je praten over mannen en vrouwen, in je handelsrelaties, in alle kwesties en zaken waar je in betrokken bent: God wil daar uw heiliging, midden in de maatschappij: God wil uw liefde voor Hem en uw naasten zien.

Misschien dat Paulus, als hij naar u en jou een brief schreef, andere punten zou aanwijzen. Kijk, daar en daar in jouw leven wil God jouw heiliging. Misschien zou hij ook wijzen op omgaan met seksualiteit of geld. Misschien wil God u op iets anders wijzen. Vraag het maar vaak aan Hem. 'Heer, is er iets wat ik moet veranderen?'

Want God wil uw heiliging. Daar gaat het Hem om in uw leven. Daar is Hij op gericht. In ons heel gewone alledaagse leven. Dat we daar goed bezig zijn voor God en anderen. Daarvoor heeft Hij ons gekocht en betaald. Daarvoor geeft Hij ons zijn Geest.

3. Deze heiliging moet je zoeken als Gods geschenk

En vergeet het niet: de heiliging moeten we vooral zoeken als gave van God. Uit onszelf kunnen we het niet. Onze inzet werkt niet, als je het niet samen met God doet; die ons door zijn Geest er zijn kracht voor wil geven. Hij maakt ons van binnenuit anders, waardoor wij echt groeien in heiliging.
Net als de vergeving van zonden ons gegeven moet worden, zo zal ook de heiliging ons gegeven moeten worden. De gave van de vergeving moeten we steeds zoeken, maar ook de heiliging.
Beiden MOETEN er zijn, anders is er geen behoud. En beiden mag je zoeken en vinden bij Christus.
Zeker, de volkomen heiliging, de volledige verlossing van de zonde in ons hart zullen we pas na dit leven ontvangen. Maar in dit leven wordt toch de gave van de heiliging echt al gegeven door de Here.

En die heiliging is een geweldige gave. Want dankzij die gave verdwijnt al meer het moeten, het plichtmatig dienen van God. Het leven met God wordt dan al meer vanzelfsprekend en een lust. Door de vernieuwing van ons hart gaan we het willen. Ons diepste verlangen wordt: Gods wil doen. In concrete situaties. Aan dat verlangen herken je ook je wedergeboorte. Gods wet wordt door de Geest in onze harten geschreven (Hebreeën 8: 10). Die vernieuwing is een gave van God.

Dat lezen we ook duidelijk in het doopformulier. Zoekt u het even op, ik wil u daarin iets laten zien (Gereformeerd Kerkboek, p. 513).

Kijkt u eens wat God de Heilige Geest belooft: "Wanneer wij gedoopt worden in de naam van de Heilige Geest, verzekert de Heilige Geest ons door dit sacrament ervan, dat Hij in ons wonen wil en ons tot levende leden van Christus wil maken. Want Hij eigent ons toe wat wij in Christus hebben, namelijk de afwassing van onze zonden en de dagelijkse vernieuwing van ons leven. Zo zullen wij tenslotte volkomen rein in het eeuwige leven een plaats ontvangen temidden van de gemeente der uitverkorenen."
Dat is naast die andere grote beloften van de Vader en van de Zoon ook een grote belofte die God de Geest waar wil maken in uw, jouw en mijn leven.

Maar via welke weg doet de Heilige Geest dat? Via de weg van de eis. Kijk als we even verder lezen in het doopformulier dan lees je van de eis: "Ten derde: omdat elk verbond twee delen heeft, namelijk een belofte en een eis, worden wij door God in de doop ook geroepen en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid. Dit betekent dat wij deze enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, aanhangen, vertrouwen en liefhebben met heel ons hart, met heel onze ziel, met heel ons verstand en met al onze krachten. Het betekent ook dat wij met de wereld breken, onze oude natuur doden en godvrezend leven."

Maar is het u wel eens opgevallen dat die eis precies hetzelfde is als wat God de Heilige Geest belooft! Hij wil maken dat wij levende leden van Christus zijn.
Wat de Heilige Geest dus belooft te bewerken, eist God van ons. De eis is: leven in nieuwe gehoorzaamheid; maar de belofte is: Ik maak u tot levende leden van Christus. God vraagt wat Hij geeft en geeft wat Hij vraagt. God spreekt met twee handen!
En zoals we dagelijks bidden om wat de Vader en de Zoon beloven (verzorging en vergeving) zo mogen en moeten we ook dagelijks bidden om wat de Geest belooft: Heer, maak een levend lid van Christus van mij. Ook dáár om bidden is onze verantwoordelijkheid. Zo gaat ons hart veranderen en raken we het gevoel van 'moeten, moeten' kwijt en komt meer het 'mogen, mogen' op de voorgrond: we willen dan ook graag leven voor Christus in de nieuwe gehoorzaamheid.

Bidt u vaak om de vernieuwing van uw hart, om één te worden met de Here; te worden als Jezus? Vragen we daar net zo vaak om als om vergeving van zonden?
Wie daar niet geregeld om bidt, zal van zijn levensdagen nooit wezenlijk veranderen.
Natuurlijk, we kunnen wel wat verandering aanbrengen in ons gedrag, in onze daden; in ons uiterlijk gedrag. Dat kunnen ongelovigen ook. Maar echt van binnenuit veranderen? Dat kan alleen door de Geest van Christus. Dan gaat Christus immers in mij leven.

Dat wil God: uw heiliging. En vers 8 zegt: God geeft het ook.
Daarom wordt onze verantwoordelijkheid o zo groot: als je die gave niet zoekt en aanpakt... dan is het niet best! Dan verwerp je God, zegt Paulus.

Broeders en zusters, God wil uw, jouw en mijn heiliging.
Hij wil dat wij groeien in de liefde, en Hij wil dat we liefde uitstralen in ons gewone alledaagse leven. En Hij wil het ons geven, mogelijk maken door de Heilige Geest. Laten we daar dan allen ook om bidden. Aan het begin van de dag en 's avonds. Want God die aan u de Here Jezus gaf, wil uw heiliging.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar