| Thema: | Gemeente, wees niet zuinig in uw bidden |
| Tekst: | 1 Timoteüs 2: 1-2 |
| Tekstgedeelte(n): | Jeremia 29: 1-7 1 Timoteüs 2: 1-7 |
| Door: | Ds. P.P.H. Waterval (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Krimpen aan den IJssel) |
| Gehouden te: | Krimpen aan den IJssel op 28 juli 2003 |
Aanwijzingen voor de Liturgie
Votum en zegengroet
Lied 434: 1-3
Wet
Gez. 1: 1-2, 13
Lezen: Jeremia 29: 1-7; 1 Timoteüs 2: 1-7
Ps. 61: 5-6
Tekst: 1 Timoteüs 2: 1-2
Preek
Ps. 72: 1-2, 8-9
Lied 434: 4-5
Zegen
Gemeente van de Here Jezus Christus,
Het politieke bedrijf in Nederland is een druk wereldje. Er gebeurt van alles. Iedere dag kun je in de media er
wel iets over lezen. Wat doet dat met jou? Volg je het? Of helemaal niet? Mogen ze het van jou allemaal uitzoeken
daar in Den Haag. Is het voor jou een ver-van-mijn-bed-show? En houd je het daarmee ook ver van je gebed? Of vouw
je regelmatig je handen en roep je tot de Here om wijsheid en kracht voor de politiek? Leef je erlangs heen of leef
je mee?
Voor de gemeente van Jezus Christus mag dit eigenlijk geen vraag zijn. Bidden voor de overheid, meeleven, betrokken
zijn: dat is wat God van ons vraagt. Want Hij vraagt van ons om voor alle mensen te bidden. In ons persoonlijk
leven, maar ook in de erediensten. Het is goed en aangenaam voor God, onze Verlosser, zegt Paulus in vers 3. En wat
goed en aangenaam is voor God, is de agenda van ons leven. Daar gaan we voor, persoonlijk en samen als gemeente.
Vandaag zullen we gaan nadenken over onze gebedstaak als kerk. Ik verkondig u het evangelie van Jezus onder het
volgende thema:
Gemeente, wees niet zuinig in uw bidden
|
Gemeente, wees niet zuinig in uw bidden.
In deze brief die de apostel Paulus stuurt aan Timoteüs, geeft hij hem niet alleen persoonlijke adviezen voor de
goede strijd van het geloof, maar hij kijkt ook naar de gemeente in Efeze die Timoteüs tijdelijk moet leiden. In
het eerste hoofdstuk ging het hem daarbij vooral om het bewaken van de gezonde leer. In het tweede laat hij zijn
zorg zien voor de gezondheid van de eredienst en geeft daarover diverse instructies.
Het is heel goed mogelijk dat Paulus bij zijn laatste bezoek aan de jonge gemeente van Efeze tekortkomingen zag in
de openbare samenkomsten. Misschien heeft hij toen een spruitjesgeur geroken wanneer er gebeden werd. Die geur
ontstaat als er in het gebed na de preek alleen voor de eigen gemeente gebeden wordt. Natuurlijk kan dat een keer
gebeuren, zeker als er heel veel aan de hand is. Dan kan dat veel van de aandacht opeisen. Maar als zoiets
standaard wordt en het kringetje van de gebedsonderwerpen niet wijder is dan de rand van ons dorp / stad, dan klopt
er niets. Dan loop je het risico dat de gasten die van buiten komen, het idee krijgen dat wij hier in ... [ lees:
plaatsnaam van de gemeente ] een eigen dorps- / stadsgod vereren.
Zulke kneuterige zuinigheid is Paulus helemaal vreemd. Hij heeft de wijdse blik, die bij past bij de liefde van
Christus en zijn evangelie en die voorbij de horizon reikt. Die wijdse visie vindt Paulus belangrijk, want daarom
vermaant hij Timoteüs en via hem de gemeente: Bid voor alle mensen. Alle mensen hoofd voor hoofd, niemand
uitgezonderd? Bedoelt Paulus dat? Natuurlijk niet, want wij kennen nog geen fractie van de 6 miljard mensen die op
deze aarde rondlopen. Bovendien gaan er elke minuut duizenden mensen dood en komen er duizenden nieuwe bij. Hoe zou
bidden voor ieder van al die ontelbare massa's mensen ooit lukken?
Wat Paulus ook niet bedoelt, is dat we heel algemeen bidden, door middel van grote generalisaties. Dan zou je snel
klaar zijn. Dan zou je zoiets kunnen bidden als: "Here, zegen iedereen overal. Amen." Dat is geen bidden. Zo geeft
de Here Jezus het zijn leerlingen ook niet geleerd in het Onze Vader. Hij had het heel kort kunnen houden met "Onze
Vader, help ons. Aan u de eer. Amen". Maar in plaats daarvan leert hij de leerlingen verschillende bedes: U wil
geschiede, u naam worde geheiligd, geef ons heden enz, enz. Bidden is gericht bidden voor verschillende mensen en
voor verschillende noden.
Als Paulus alle mensen zegt, bedoelt hij dat er geen mensen mogen zijn voor wie je niet bidt, die je
uitsluit. Als we bidden, mogen we niet zuinig zijn en dus niet discrimineren. Daar zijn we beter in dan we denken.
Bidden voor je eigen gezin, je eigen familie, je eigen gemeente, is belangrijk, maar het wordt discriminatie als je
bewust andere mensen uitsluit. Omdat ze van een ander ras, nationaliteit, geloof, club, wijk of straat zijn of
omdat ze je om wat voor reden dan ook niet aanstaan. Alle mensen zegt Paulus. Jood, Griek, rijk, arm,
dichtbij, ver weg, maatjes, Hoogleraren in Kampen, maar ook ayatollahs in Iran.
Dat is het universele van het evangelie dat bedoeld is voor de einden van de aarde. 'Ga heen en maak alle volken
tot mijn discipelen', had Jezus gezegd. Want zijn wil om te verlossen is net zo groot als zijn wil om te scheppen.
Liefde voor Jezus en zijn koninkrijk bevrijdt je van alle provinciale bekrompenheid en maakt dat je universeel gaat
denken, hopen en bidden. Het hart van de christen omvat de hele wereld. En daarom heeft het bidden dat Paulus hier
bedoelt met name een missionaire spits. Vers 4 zegt het: God, onze Heiland, wil dat alle mensen behouden worden en
tot erkentenis van de waarheid komen.
Bid voor alle mensen. Dat is vers 1 heel kort samengevat. In feite zegt Paulus het veel uitgebreider, want hij
gebruikt wel 4 verschillende termen om de gebedstaak van de gemeente te omschrijven. Namelijk smekingen,
gebeden, voorbeden en dankzeggingen. Dat is niet meer van hetzelfde. Want bidden is heel
veelzijdig. Iedere term duidt iets eigens aan. Smekingen zijn nederige verzoeken die je aan God doet in
verband met een urgente behoefte in een speciale situatie. Bijvoorbeeld als iemand ziek is of kracht nodig heeft
voor een moeilijke opdracht. De term gebeden is de meest algemene van de vier en kan ze allemaal omvatten,
maar het lijkt hier de iets meer toegespitste betekenis te hebben van het vragen om iets dat niet zozeer in één
bepaalde situatie nodig is, maar waarvan je altijd meer nodig hebt, zoals bijvoorbeeld meer wijsheid, meer
gehoorzaamheid, meer geloof, hoop en liefde. Het zijn wel altijd dingen die God alleen kan geven. Het woord
voorbeden is duidelijk: daarmee draag je anderen op aan Gods zorg en ook de term dankzeggingen
spreekt voor zich: daarmee reageer je op de zegen die God je geeft door het uitspreken van je dankbaarheid. Dit is
bidden in al zijn gevarieerdheid. En dit veelzijdige bidden wil Paulus ook graag zien gebeuren in de eredienst,
voor alle mensen. De gemeente van Christus komt samen als een biddende gemeente en zoekt in het gebed in de
eredienst kracht en blijdschap. En ze doet dat met overgave. Dan zijn we dus niet klaar met vijf minuutjes, dat mag
duidelijk zijn. Als je als gemeente hiermee aan de slag gaat, moet je er de tijd voor nemen. Dat hoeft helemaal
niet te betekenen dat je gebeden van een kwartier krijgt (want wie dwaalt er dan niet af?), maar misschien wel meer
gebedsmomenten tijdens een dienst. Paulus geeft de gemeente van Efeze, maar ook ons hier in ... [ lees: plaatsnaam
van de gemeente ], hiermee heel wat huiswerk.
Gemeente, wees niet zuinig in uw bidden.
Het voor alle mensen maakt Paulus in vers 2 concreet. We moeten bidden voor koningen en alle
hooggeplaatsten. Dat je dus niemand bij voorbaat mag uitsluiten van Gods heil en verlossing, betekent in ieder
geval dat je de bestuurders van het land niet mag vergeten, of het nou gaat om de keizer, de koningin, de
president, of welke topambtenaar dan ook maar. Paulus noemt speciaal hen omdat van hen en van hun régime zoveel
afhangt voor anderen en ook voor de kerk, zoals we zullen zien.
Deze instructie van Paulus is een gebod van God en geldt voor alle plaatsen en alle tijden. En dat maakt het
tegelijk ook zo moeilijk. Want nu is ons geheugen als het op bidden aankomt, toch al niet wat het zijn moet, bidden
voor hen die het over ons te zeggen hebben, is al helemaal geen aangeboren gewoonte. Het Binnenhof ligt voor veel
mensen nog steeds ver weg, ook na de moord op Pim Fortuyn. De koningin staat ook op grote afstand. En zelfs de
gemeenteraad van ... [ lees: naam van de plaats ] is voor velen een ver-van-mijn-bed-show. Voor wat onbekend is en
ver weg bid je niet zo gemakkelijk. En voor wat onbemind is nog minder. Veel mensen hebben namelijk ook nog eens
ingebakken afkeer van gezag en gezagsdragers. Ze mopperen voortdurend op de politie, de plaatselijke politici doen
het nooit goed, om van de hoge heren in Den Haag maar te zwijgen. Ook onder christenen kom je soms zo'n katterige
houding ten opzichte van de overheid tegen. Natuurlijk is de overheid ook niet altijd een toonbeeld van wijsheid en
rechtvaardigheid. In Nederland niet en in menig ander land al helemaal niet. In veel landen is het zonder een zak
geld verspilde moeite om te proberen bij ambtenaren iets gedaan te krijgen. En in veel landen houdt het niet op met
corruptie, maar is elementair burgerrecht ver te zoeken, en regeert geweld, machtsmisbruik en willekeur. Dat was
toen Paulus leefde niet anders. Ook de Romeinse machthebber in de dagen van Paulus was verre van volmaakt. Het
openbaar bestuur was redelijk goed georganiseerd, maar in de uitvoering van de macht, zeker in de buitenprovincies,
was de 'pax romana' vaak keihard. En dan wordt bidden moeilijk. Bidden voor het kabinet Balkenende gaat nog, maar
wie bidt er nou voor keizer Nero, de man die op dat moment in het Romeinse rijk aan de top stond? Nero was de
vleesgeworden wreedheid. Een monster. `Hij draaide zijn hand er niet voor om om Rome in de fik te steken en de
christenen de schuld te geven. Nero vond het leuk om zijn tuin te verlichten met in brand gestoken christenen die
met pek waren ingesmeerd. "Geinig hè: zo'n levende tuinfakkel."
Probeer je maar eens te verplaatsen in de christenen die door hem vervolgd werden en dan toch van Paulus en de
ander apostelen te horen kregen: bid voor koningen en hooggeplaatsen, bid voor keizer Nero. Wat moet je dan niet
overwinnen? Dan gaat bidden toch tegen jezelf in. Kan dat eigenlijk wel? Nee. Dat kan eigenlijk alleen als je je in
Jezus meer dan een overwinnaar weet en door zijn Geest vervuld bent met de liefde die ook vijanden niet uitsluit.
Want wedergeboren christenen hebben geen vijanden, behalve de duivel en de zonde. In ieder geval geen mensen. En
daarom kunnen ze voor iedereen bidden, ook voor koningen die over lijken gaan, hun lijken. Jezus zegt tegen zijn
leerlingen in Lucas 6: Heb je vijanden lief, wees goed voor hen die je haten, zegen wie je vervloeken en bid voor
wie je slecht behandelen. Juist bij een volgeling van de gekruisigde Christus past het niet om je te verstoppen in
kritiek en zure praat. Want Wie Jezus volgt, volgt hem die, zoals Jesaja zegt, werd mishandeld, maar zich liet
verdrukken en zijn mond niet open deed; als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is
voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open. Wat bij jou als christen past, is bidden tot de Here of Hij
ook de harten van koningen en presidenten wil bereiken met zijn genade en wil buigen om tot erkenning van de
waarheid te komen en zijn wil te doen. Paulus wist dat hij geroepen was om ook hen te bereiken. Geen van hen kende
Christus als Heer. Als Ananias in Damascus van de Here God de opdracht krijgt om de verblinde Paulus de handen op
te leggen en als hij dan tegensputtert en zegt: "Here, weet u wel hoe gevaarlijk die Paulus is?", dan zegt de Here:
Ga, Ananias, want deze is Mij een uitverkoren werktuig om mijn naam te brengen voor heidenen en koningen en de
kinderen van Israël. Paulus wist het dat ook koningen hun knieën moeten leren buigen voor de Koning der koningen.
En daarom verdient dit doel ook een hoge plek op de gebedslijst van de gemeente. Laten we maar veel bidden voor
onze nieuwe regering, thuis en ook hier, om geloofsgehoorzaamheid aan koning Christus.
Maar het gaat niet alleen om geloofsgehoorzaamheid. Natuurlijk gun je alle mensen van alle dingen dát het eerst,
het geluk om Jezus Christus te mogen kennen en dienen. Dat gun je ook koningen en bestuurders. Maar daar blijft het
niet bij. Je gunt hun nog veel meer. Je gunt hun ook Gods goede zorg voor hun persoonlijk leven en hun werk. God
laat het regenen over goede en kwade mensen. En daarom kun je God ook rustig bidden om ongelovige ministers
wijsheid en gezondheid te geven, zodat ze hun werk goed kunnen doen en op die manier - ook zonder het te weten -
dienaar van God zijn, een instrument in zijn hand. Want zonder zijn macht kunnen ze geen stap verzetten. Spreuken 21: 1 zegt: "Het hart van de koning is in de hand van de HERE als waterbeken, Hij leidt het overal heen, waar het
Hem behaagt". Daarom is bidden voor de regering altijd zinvol. Omdat God de werkelijke bestuurder is. Hij kan
ervoor zorgen dat ook ongelovige bestuurders veel goed doen voor anderen, ook al hebben ze het zelf niet eens
door.
De overheid het goede toebidden. Dat hebben de eerste christenen trouw gedaan. De kerkvader Tertullianus droeg de
christenen op om het volgende te vragen voor de keizer: een lang leven, een stabiele regering, een veilig huis, een
trouwe senaat, een rechtvaardig volk en vrede in de wereld. Laten we daar een voorbeeld aan nemen.
En niet opdat wij het dan lekker gemakkelijk krijgen. Zo zou je Paulus woorden in het tweede deel van vers 2
oppervlakkig kunnen lezen: opdat wij een stil en rustig leven mogen leiden. Het klinkt bijna egoïstisch en gezapig:
een soort kerkelijk luilekkerland. Maar dan begrijpen we Paulus verkeerd. Wat hij bedoelt, is dat als God de
overheid zegent met alles wat zij nodig heeft, zij ervoor kan zorgen dat er vrede en orde heerst in de
maatschappij. En dat de mensen, ook kerkmensen, beschermd worden tegen onrecht, tegen discriminatie en vervolging.
En dat zal dan het leven en het werk van de gemeente van Christus ten goede komen. Dan kunnen er ongestoorde
erediensten worden belegd, kunnen de gemeenteleden bij elkaar komen wanneer ze willen en kan ook het werk van de
evangelisatie onbelemmerd doorgaan. Bidden voor de overheid is goed voor het volk van God. Dat liet de Here bij
monde van Jeremia ook de ballingen in Babel weten toen Hij zei: "Zoek de vrede voor de stad waarheen Ik u in
ballingschap heb doen wegvoeren, en bid voor haar tot de HERE, want in haar vrede zal uw vrede gelegen zijn".
Stilte en rust zijn geen doel op zich. Ze zijn een voorwaarde voor een hoger doel: de dienst aan God en aan zijn
evangelie. Een stil en gerust leven leiden is daarom tegelijk, zoals Paulus erbij zegt, leven in alle
godsvrucht en waardigheid, dat wil zeggen op God gericht en onbesproken van gedrag.
Paulus geeft in deze verzen - net als aan het begin van Romeinen 13 - belangrijk onderwijs over de juiste
verhouding tussen kerk en staat. De staat moet zorgen voor goed bestuur, voor handhaving van de vrede en de wet,
voor het beschermen van de openbare orde en de rechten van burgers, ze moet zorgen voor het bestraffen van het
kwaad en het bevorderen van het goede. Zulke stabiliteit is goed voor de kerk want dan kan zij ongehinderd God
eren, zijn wetten gehoorzamen en het evangelie verspreiden. En omgekeerd moet de kerk bidden voor de overheid zodat
deze haar taken kan uitvoeren en moet ze God danken voor de zegen van goed bestuur. Kerk en staat hebben elkaar
nodig. Ze hebben wederzijdse verplichtingen, de kerk om te bidden voor de staat, de staat om de kerk te beschermen.
Beide moeten van elkaar erkennen dat hun oorsprong in God ligt en ze moeten elkaar helpen om hun door God gegeven
taak te vervullen.
Wat zou het mooi zijn als de regering volmondig erkent dat dit de goede verhouding is. En dus de taak van de kerk
wil waarderen en beschermen. Dat is goed voor ons en dat is goed voor haar. En wat zou het mooi zijn als, ook
wanneer dit toch tegenvalt, wij de overheid in ons gebed niet vergeten. Dat zou de verkeerde zuinigheid zijn. We
zullen straks de Here vast bidden om die gebedstrouw. Dat is goed en aangenaam voor God. En daar gaan we toch
voor?
Amen.
Onze Vader in de hemel.
De aarde en al haar volheid is van U. En daarom legt U een claim op alles en iedereen. U bent Heer en meester. U
bent God. Daarom is het zo verdrietig dat zo velen U zo niet erkennen en langs U heen leven. En toch wilt U dat
alle mensen behouden worden en dat er niet één verloren gaat. Geef dat wij die visie, Uw visie tot de onze maken,
ook als we bidden. Help ons af van alle verkeerde zuinigheid in het gebed voor mensen en geef dat wij niemand
uitsluiten, maar alle mensen de zegen van de kennis van Uw naam toebidden. En geef dat we dat niet alleen
plichtmatig doen, maar met de liefde van Jezus Christus, Uw Zoon. De liefde die zelfs voor vijanden kan
bidden.
Here God, door uw eigen onuitsprekelijke macht hebt U de overheden in deze wereld macht en gezag gegeven, zodat wij
ons aan hun gezag zouden onderwerpen. Dat is Uw wil. En het is ook Uw wil dat we voor de regering bidden en voor
allen die gezag over ons uitoefenen. Bevrijd ons van alle ongeestelijke kritiek en maak ons tot trouwe bidders,
Here. Persoonlijk en als gemeente. Geef onze regering het besef dat zij in alles van U afhankelijk is. Geef ieder
van de ministers en staatssecretarissen het geloof waarmee ze kunnen sterven en leven in dienst van U. Geef hun ook
gezondheid, vrede en voorspoed zodat ze hun moeilijke taak goed kunnen uitoefenen. Wilt U hun beslissingen leiden
in overeenstemming met wat U goed en wijs vind. Dat alles bidden we ook voor de leden van de eerste en tweede
kamer. En voor alle dienaren van de overheid in Den Haag, in de provincie en in onze plaatselijke gemeente. We
bidden U ook voor het koninklijk huis. Wees met koningin Beatrix, Here, geef dat ook zij in U haar kracht en
vreugde vindt en sterk haar voor haar grote verantwoordelijkheden. Geef haar alles wat nodig is om... [ zelf
aanvullen ]
Amen.
http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar
© Copyright Preken die Spreken / Speaking Sermons / Pregação Viva,
2003-2012.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar
gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke
toestemming van Richard J.C. Vos en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging
ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens diezelfde zondagse eredienst,
of ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.