Ook morgen zorgt God dat de boodschap wordt doorgegeven

Thema: Ook morgen zorgt God dat de boodschap wordt doorgegeven
Tekst: 2 Koningen 2: 1-18
Tekstgedeelte(n): 2 Koningen 2: 1-18
Door: Ds. D.F. Ensing (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Langeslag)
Gehouden te: Loppersum op 7 maart 1999

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 78: 1-2
(Morgendienst: Wet)
(Morgendienst: Ps. 119: 3-4)
Gebed
Lezen : 2 Koningen 2: 1-18
Ps. 114: 1-4
Preek
Ps. 105: 5, 20-21
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis: Gez. 3 / Gez. 4)
Gebed
Collecte
Gez. 31: 1, 3
Zegen

Gemeente van onze Heiland,

Als kinderen het huis uit gaan, wat doet u dan als ouders? U gaat met ze mee als het even kan. U kijkt eens op hun kamer, u helpt met de inrichting. Een behangetje hier, een schroefje daar. U wilt graag dat ze goed terechtkomen.
Dat geldt nog meer als ze gaan trouwen. U ziet graag dat ze het goed hebben in hun leven. Een lieve echtgenoot, een geschikte man of vrouw. Een mooie baan en een goed ingericht huis. Maar wat is dan het liefste dat u ze mee zou willen geven? Geld, autorijles of zelfs een auto?
En andersom, jongelui, wat zouden jullie wensen van je vader en moeder, als je op het punt staat uit huis te gaan, of te trouwen? Stel je eens voor: je zit 's avonds voor de grote dag nog eens even bij elkaar. En dan zegt je vader opeens: je mag nog een wens doen. Wat zou jij dan wensen? Een forse erfenis? Een stapel van je favoriete cd's? Dat boek, waarop je zo verliefd bent? Of zijn er andere dingen, niet tastbaar, maar voor je idee nog veel belangrijker? Wat zou jij nu vragen? Ik denk, dat je ouders daar zeker zo benieuwd naar zijn.
Daarover gaat verrassend genoeg ook de tekst van vanmorgen. De geschiedenis is heel bekend. Maar het gaat over een erfenis. Elia gaat weg, Elisa moet zijn taak overnemen. De profetie in Israël is nog niet klaar. En op dat moment vraagt Elia aan Elisa: je mag een wens doen. Wat zou je van mij willen krijgen?
Laten we maar gaan kijken naar die wens van Elisa, en hoe Elia daarop reageert. Dan moeten we uiteraard ook kijken, in wat voor een tijd dat allemaal gebeurde. Was het wel goed mogelijk, wat Elisa vroeg? En waarom vroeg hij nu juist dit? Vragen genoeg.

Ik vat de boodschap van de tekst alvast zo voor u samen:

Ook morgen zorgt God dat de boodschap wordt doorgegeven

  1. De zorgen die wij ons maken
  2. De ontspanning die God geeft

1. De zorgen die wij ons maken

Gemeente, het was best een spannend moment. Je zult maar afscheid moeten nemen van een beroemde profeet. Elisa wist het al een hele tijd. Hij was met Elia vertrokken uit Gilgal, ergens ten noorden van Betel. En, al vertelde Elia het niet direct met zoveel woorden, hij wist het wel: Elia zou heengaan. Naar de hemel. We hebben het allemaal samen gelezen. Een lange afscheidstournee. Gilgal, Betel, Jericho, de Jordaan. En steeds weer, de mensen, die Elisa eraan herinneren: weet u het wel? En dan ook steeds weer Elisa, die vertelt, dat hij het weet. Elia maakt steeds helder, dat God hem op pad stuurt. En hij dringt er bij Elisa op aan, dat hij nu toch maar achterblijft. Maar dat weigert Elisa steeds weer, heel pertinent. Hij zweert er steeds een eed bij. God mag hem straffen, als hij Elia zou verlaten.
Elia weet wat er gaat gebeuren. Maar hij ziet er tegen op. Want de tijden zijn moeilijk. Het was geestelijk gezien een donkere tijd. Het koningshuis van Achab stond sterk. Economisch ging het behoorlijk goed. En in de politiek stond hij zijn mannetje. Maar geestelijk? Een beetje dienst aan Jahwe, een heleboel voor Baäl. Koningin Izebel had daar een sterke hand in. Zij zorgde dat de profeten van de HERE werden gedood. Elia dacht dat hij tenslotte alleen was overgebleven. Maar Izebel was machtig. Zij dreigde Elia met de dood, na de geschiedenis op de Karmel. Hij heeft vijf jaar geleden Elisa gezalfd. Hij heeft hem een soort opleiding gegeven. Hij werd de geestelijke vader van Elisa. Zo noemt Elisa hem straks ook: mijn vader, mijn vader. Maar hoe moet het verder? Elia weet het niet. God maakt het in elk geval duidelijk: het werk aan Israël is nog niet klaar. Wat zal het nodig wezen straks, dat het volk nog blijft horen van Jahwe! Bitter nodig. Want het volk moet klaar staan als de Messias eens komt. Zal God doorgaan met zijn Woord?
Zo zult u als ouders dat ook hebben: Uw kind gaat de deur uit. Hij gaat studeren, zij gaat de verpleging in. Zullen ze vasthouden, wat u hebt meegegeven? Zullen ze trouw in hun bijbeltje lezen? Gaan ze nog wel trouw naar de kerk? Of zullen ze bezwijken voor de verleiding van het grote geld? Zullen ze zo in hun baan opgaan, dat er voor de dienst van de Here geen tijd meer overblijft? O wat een gevaren komen er op hen af! Gods naam, die hoor je maar amper meer in de maatschappij. De economie, daar draait alles om. De werkdruk wordt voortdurend opgevoerd. Stress en burn-out. Hoe houden ze het vol? Wat een obstakels voor de dienst van God!

En jullie, jongens en meisjes? Hoe gaat dat straks zonder vader en moeder? Alleen op kamers in de stad. Je moet dan proberen om zelfstandig verder te gaan. Dat betekent ook: zelf verder met Gods boodschap, vertrouwen op God, leven naar zijn gebod. Leven zoals je ouders je dat hebben geleerd.
Zo zat dat ook met Elisa. Hij moet de taak op zich nemen. Je zult maar opvolger zijn van die machtige profeet. Als Elia straks weg is, roept Elisa het uit: mijn vader, mijn vader, wagens en ruiters van Israël. De zoon mist zijn vader. En wat voor een vader! Hij leek in zijn optreden, zijn spreken wel op een heel leger! Hij durfde Achab aan. Het oordeel van een langdurige droogte. Zou hij dat kunnen? Hij moet nu alleen verder. Geen wonder, dat hij van Elia iets heel belangrijks vraagt. Een dubbel deel. Alsof hij de eerstgeboren zoon van Elia was. Een dubbel deel van zijn Geest. Anderen mogen de rest onderling verdelen. Maar hij kan alleen maar verder, als hij een dubbel deel heeft. Dat was, gemeente, naar het erfrecht in die dagen. Stel dat een vader vijf kinderen had, dan verdeelde hij zijn bezit in zes delen. Twee delen gingen bij zijn sterven naar de oudste zoon. De andere vier jongens kregen de resterende vier delen. Er zijn uitleggers, die het nog sterker zeggen: de oudste kreeg tweederde deel, en de rest mocht eenderde verdelen. Hoe het ook zij: de oudste was bevoorrecht met een belangrijk deel van de erfenis. En dat vraagt Elisa nu ook aan Elia.

Zo kun je het vandaag toch ook hebben. Jullie, kinderen gaan een keer de deur uit. En dan? Je kunt dan niet meer even aan je vader en moeder vragen, hoe het zit met bepaalde dingen. O ja, je kunt bellen, of e-mailen, maar een persoonlijk gesprek waarin je elkaar ziet, gaat toch maar boven alles. Even vragen, even snel overleggen: het is er niet meer bij. Even vragen: mam, wat vindt u ervan? Wat is goed, en wat is verkeerd? Je moet het nu zelf een beetje uitzoeken. En dat geldt niet alleen als het gaat om het koken van je potje, of zelf wassen van je kleren, maar ook geestelijk. Wat heb jij van huis uit meegekregen? Je zoekt kerkelijk, geestelijk je weg. Bijbellezen, bidden hoe geef je dat vorm? Zoek je naar nieuwe vormen van bijbelstudie, of laat je nu alles sloffen? Kies je inderdaad verantwoord wat je voor de televisie wilt zien, of kijk je naar rijp en groen, omdat je geen zin hebt om erover na te denken? Dat zien ze thuis toch niet. En dus zullen ze er ook niet zo gauw wat van zeggen. Leven naar Gods geboden, vertrouwen dat het goed is, zoals Hij het wil, dat is soms best lastig, helemaal als je er alleen voor staat. Dan kun jij je best eenzaam voelen. Wat wel, wat niet?

Gods boodschap moet verder in jouw leven.
Wat zou jij daarvoor eigenlijk wensen, als je uit huis trok? Vast geen mooi behangetje voor je kamer of een mooie auto voor de deur! Zou je, als je mocht kiezen, vragen om zo te mogen geloven als zij? Denk maar aan de vraag van Elia: kies maar wat je hebben wilt. Wat zal ik voor je doen, voordat ik van je word weggenomen?
Er zijn kinderen, die wel klagen: mijn ouders hebben mij geen bidden geleerd, terwijl ik het wel graag zou kunnen. En bijbellezen, dat hing er thuis maar wat bij. Er zijn gelukkig ook heel veel kinderen, die met liefde terugkijken op wat ze thuis meekregen. Geen haar op hun hoofd denkt eraan, om die erfenis los te laten. Toch kan het best spannend worden. Want in de studie kom je zoveel dingen tegen. En je vrienden: voor hen telt God niet, en leven volgens de bijbel al helemaal niet. Wat doe jij dan?
Gods boodschap doorgeven: dat stelt ons voor vragen!
U ouders, vraagt u zich wel eens af: wat heb ik ze nu eigenlijk meegegeven? Welke rol speelde ik daar zelf in? Hoe actief was ik daar zelf in? En als ze weggaan uit huis: heb ik ze wel genoeg meegegeven? Je weet dat je altijd tekort schiet. Maar zal mijn kind wel genoeg geestelijke bagage hebben? O, ik had ze nog hierover willen spreken, en daarover. En dat wordt nog versterkt, als de kinderen later thuiskomen met felle kritiek. Op de kerk, op de mensen van de kerk. Op dat bekrompen geloof. Wat heb ik dan fout gedaan?
En jullie, jongelui, zult je afvragen: wat doe ik nu met dat onderwijs van thuis? Hoe ga ik om met de botsing tussen geloof en studie? Welke keuzes maak ik met mijn geestelijke leven? Hoe zit dat met mijn verhouding tot God?

Broeders en zusters, jongens en meisjes, je kunt heel wat zorgen hebben over de manier waarop Gods boodschap doorgaat, in ons leven. Het is wat die geestelijke erfenis betreft, best spannend. Maar hoe los je die spanning nu op? Wij zijn geen geestelijke krachtpatser als Elia. Wij kunnen geen wonderen doen als Elisa. Bent u er bezorgd over? Ligt u 's nachts wel eens over te piekeren, zou jij er met je ouders over willen praten? Hoe kan de Here ons daarin verder helpen?

Ook morgen zorgt God voor de boodschap

2. De ontspanning die God geeft

Laten wij eerst eens terug gaan naar de bijbel. Het is, gemeente, eigenlijk een heel bijzondere geschiedenis, die onze tekst weergeeft. Elia, die steeds Elisa wil achterlaten op de plaats waar hij op dat moment is. Elisa, die dat onder ede weigert. Profeten in opleiding, die steeds waarschuwen: denk erom, de Here gaat uw heer wegnemen. Weet u dat wel?
De laatste groep profeten trekt een eindweegs met hen mee. Maar als ze in de buurt van de Jordaan komen, blijven de profeten op afstand staan. Zij huiveren terug voor het grote dat komt. Straks komt God zelf Elia halen. Zouden zij de heerlijkheid van de HERE zien, en in leven blijven? Nee, zij blijven op grote afstand staan.
En dan dat moment dat Elia met Elisa bij de Jordaan komt. Ze gaan niet naar de plaats waar men normaal de rivier oversteekt. Daar bij Jericho was een ondiepe plaats, waar men de rivier zonder al te veel moeite kon oversteken. Maar Elia gaat naar een andere plek. Daar pakt hij zijn profetenjas, en slaat ermee op het water. Dan verdeelt het water zich. Er komt een pad door het water heen. Daarmee herinnert de HERE heel duidelijk aan de intocht in het land. Toen maakte Hij een pad voor Israël. Ze trokken droog naar de overkant. God zorgt voor zijn volk. Hij geeft vrijheid en rust. Hij alleen.
Zo komen Elia en Elisa aan de overkant. Elia beseft het: hier ga ik naar God toe. Hij zal mij hier komen halen. Op dat moment vraagt hij Elisa: je mag een wens doen. Wat wil je van mij hebben, voordat ik afscheid van je moet nemen?
Elisa vraagt een dubbel deel van de geest van Elia. Er pleit alles voor, om hier met een hoofdletter te vertalen: de Geest van Elia, oftewel de Heilige Geest. Door Zijn kracht immers had Elia al die grote dingen kunnen doen. Anders had hij het ook niet gedurfd.
Elisa weet dat hij verder moet. In de lijn van Elia. Het volk heeft ook in de naaste toekomst de profetie nodig. Het moet de Messias kunnen ontvangen. Daar moet hij ook aan werken als een nieuwe vader voor Israël. Nu, daar heeft hij de Geest voor nodig. De hulp en de kracht van de Geest.

Jongens en meisjes, zien jullie wel waar Elisa om vraagt? Elisa weet waar hij zijn hulp moet zoeken. Als je het moeilijk hebt, als je denkt: hoe moet het verder? Kijk dan eens naar die geloofshouding van Elisa: vraag om de Heilige Geest!
Maar, broeders en zusters, let dan eens even op wat Elia zegt! Je hebt iets heel moeilijks gewenst. Ik kan je dat niet zomaar even geven. Ik kan je mijn jas zo wel geven. Maar de Geest! Dat is aan God!

Kijk, dat is iets wat wij vandaag ook goed moeten onthouden! Jullie, kinderen, kunnen veel wensen. Maar u kent allemaal wel die uitdrukking: je kunt je kinderen het geloof niet geven. O ja, je zou het er wel in willen gieten. Maar wat voel je je als vader en moeder machteloos soms. Je kinderen gaan hun eigen weg. En wat kunnen ze soms negatief doen, juist als het gaat om de kerk en het geloof! Ze trekken zich in zichzelf terug, en willen het zelf uitzoeken. Ze willen zelf een eigen geloofshuis bouwen, dat echt van henzelf is.
Dan voel je soms zo'n afstand. Is er dan niets wat ik kan doen?
Maar let wel: u hebt in hun leven als ouders toch wel de bouwstenen aangereikt.
U hebt als vader en moeder hen laten dopen. U deed grote beloften. U zou ze opvoeden in de leer van de kerk. Dat doe je door erover te praten, erover te vertellen. Over de leer van de kerk, dat omvat alles wat God heeft gedaan voor de kerk, en in kerk voor u. Wat deed God de Vader voor zijn kinderen? Wat deed God de Zoon? Wat deed en doet de Heilige Geest. U hebt heel veel te vertellen. Daar hoort ook de bijbelse geschiedenis bij. Dat laat u niet alleen op school vertellen. School moet een verlengstuk zijn van thuis. Dat betekent, dat het voornaamste thuis gebeurt: vertellen over God. Over hun geloof, en over de kerk. Dat gaat over steeds meer dingen. En langzamerhand beginnen ze al meer van een preek mee te pikken. Dat mag je laten groeien. Dat is het werk van de Geest. De Geest werkt via heel gewone middelen. Ook door uw woorden.
We hebben niet voor niets aan het begin van deze dienst Psalm 78 gezongen. De dichter wijst het aan in het begin van de psalm. Mensen je hebt het allemaal gehoord van je ouders. Vertel dat door aan je kinderen, zodat die het doorvertellen aan hun kinderen, dat zijn uw kleinkinderen. Zo rijgt de ketting van de goede traditie zich aan elkaar. Kinderen worden geboren in de kerk. Dat is een geweldig voorrecht. Want dan hoor je van jongsaf aan over de dienst van de Here God.
Wat mij dan steeds weer opvalt, als ik die psalm lees, dat is (vers 7): zo leren je kinderen te vertrouwen op de Here. Dat doen ze, omdat ze niet vergeten wat God allemaal gedaan heeft, en dan zullen ze ook Gods geboden niet vergeten. Vertrouwen, geloven in God. Je kunt het ze niet geven. Maar wat betekent het veel, als je ze gewoon over de Here God vertelt. Uit de kinderbijbel, of in een gesprekje. En in het verlengde daarvan zoek je ook een school, waar ze ook vol bewondering vertellen over hun verbondsgod. Je neemt ze trouw mee naar de kerk. En je probeert ze thuis het uit te leggen als ze vragen hebben, of als ze op jouw vragen geen antwoord hebben.
En behalve die woorden spreken ook onze daden. Want wat je zegt moet je zelf ook doen! U vertrouwt op God. Maar hoe laat u dat merken, hoe laat u dat zien aan uw kinderen? Is uw gedrag echt of is het alleen de buitenkant? Kinderen prikken daar o zo snel doorheen. U leeft naar Gods geboden. Daar zeg ik geen woord verkeerd van. Maar zijn het voor u alleen maar regeltjes, of doet u het uit liefde en dank aan God? U geeft uw kinderen toch geen leeg testament mee?

De woorden en daden van u als ouders, die eenvoudige manier van vertellen en uitleggen, wat een zegen rust daarop! Zo leren uw kinderen vertrouwen op hun God. Neen, je kunt ze het geloof niet geven. Maar vertellen en voorleven, dat is het grote middel in de handen van de Geest. De Geest werkt lang niet altijd spectaculair. Hij werkt meest stil. Net zo als gist in brooddeeg. Je merkt er niets van. En toch trekt het door heel het deeg heen. En dat merk je dan uiteindelijk toch: ze groeien stukje bij beetje in het geloof. En ze leren het: leven in het verbond met God. Hun God en Vader. Wat geeft dat een rust! Zij nemen de fakkel over, en ze vertellen het grote verhaal over God door aan hun kinderen. Dat mag je in de kerk toch ook waarnemen. Elk jaar staan ze er weer, die jongelui, die hun geloof belijden. Ze zeggen ja tegen God. Al houd je als vader of moeder je hart wel eens vast: wat zal de toekomst brengen? Heb ik ze wel genoeg meegegeven? Toch rustig blijven: als ik ze naar eer en geweten heb verteld van de God en van de Here Jezus, dan krijgen ze een rijke erfenis mee. Die nemen ze mee op kamers, in hun studie, in de verpleging. Dan kan ik ze ook loslaten.
En jongelui, herkennen jullie dat ook? Zien jullie bij je vader en moeder ook die hartelijke dienst van God? Zie en hoor je het? In de manier waarop ze bidden, waarop ze naar de bijbel luisteren? In de manier waarop ze ook op jouw gedrag reageren? Ze willen zo graag, dat je God gaat dienen. Daarvan hebben ze jou verteld. Neem dat maar over. Je maakt je ouders er geweldig blij mee. En vooral ook: God. Jouw God, die je bij je doop al van alles beloofde. Dat maakt heel je leven blij! Dat geef jij natuurlijk door in de gesprekken met medestudenten, als de gelegenheid zich voordoet. En als je kinderen krijgt na je trouwdag geef je die rijke erfenis van je ouders ook weer mee.

Het kan ook anders. Juist als het gaat over geloofsoverdracht, dan denken wij ook aan die jongelui, die afscheid van kerk en geloof namen. Ze dwaalden af, en ze willen duidelijk van geen terugkeer weten. Dat is diep triest voor hun ouders. Als er een ding intens pijn doet, dan dit wel: je hebt je kinderen naar eer en geweten de weg van de Here gewezen. Maar toch. Er zijn genoeg ouders, die dit verdriet in hun hart levenslang meedragen. Ik kan hier geen gemakkelijke troost bieden. Er is een boekje dat heet "Waar geen troost voor is". Over kerkverlating. De titel spreekt voor zich. Ik heb er ook geen sluitend antwoord op. Ik leg dan ook maar de hand op de mond. En ik kan wijzen op de macht van het gebed, tot God, die nog wonderen kan doen. Elia was een mens als wij. Hij bad, en het was drie jaar droog. Hij bad, en er kwam een hoosbui.
Ik weet wel: Gods wegen zijn hoger dan mijn wegen. Hij is groot en onbegrijpelijk. Maar Hij gaat door met zijn kerk. Dat bewees Hij toen Elisa mocht zien, hoe Elia naar de hemel ging. De Geest werkt door aan het volk. God zorgt dat zijn woord toch wordt doorverteld. De boodschap van het evangelie valt niet stil. Elisa mocht het in zijn tijd doen. En God bevestigde dat nog weer. Elisa sloeg weer met de mantel op het water, en de Jordaan viel weer droog. En daarna de vergeefse zoektocht naar Elia. Elisa had het al gezegd. Op verschillende manieren wijst God Elisa aan als de nieuwe voorganger, de nieuwe profeet, die Israël Gods boodschap zal doorgeven. God gaat door. Hij laat zich niet uit het veld slaan.

Nou zal iemand van u misschien zeggen: ja, best, maar zo ging dat toen, in de tijd van Elia en Elisa. Maar nu? Misschien dat u als vader of moeder wel eens zo'n overduidelijk teken aan uw kinderen zou willen geven: de erfenis is voor jou. Als je de heerlijkheid van God maar een keer zou kunnen zien, en je profetenjas zou kunnen overdragen. En als anderen dat dan ook nog eens zagen, en zouden erkennen: de Geest van Elia is op Elisa. Wat een zekerheid zou dat geven. En wat zou je als kind van je vader en moeder geholpen zijn. Elisa kreeg de Geest, die andere profeten niet. Wat een tekenen! Zie je wel dat God zorgt? Zie je wel dat God ook morgen de boodschap van het evangelie laat doorvertellen?
Zo duidelijk als toen is het nu toch niet. Zo lijkt het. Maar, laten wij goed kijken naar de tijd waarin onze tekst zich afspeelt. Dat is ruimschoots voor de komst van de Here Jezus. God zorgt op weg naar die Messiaanse tijd, dat ook na Elia toch het evangelie wordt doorverteld.
Wij leven vandaag na de komst van Christus. En Hij gaf u de beloofde Heilige Geest. Die werkt vandaag niet maar in een enkele profeet. Want u bent allemaal profeten, priesters, koningen. Gezalfd door de Geest. Als u in Christus gelooft, hebt u allemaal die Geest. Dezelfde Geest als van Elia en Elisa. Het is vandaag nog veel mooier dan in de tijd van Elisa. Die bijzondere tekenen hebt u niet meer nodig. Want u kunt rekenen op de hulp en de kracht van de Heilige Geest. Gelooft u dat ook?

En jullie jongens en meisjes, geloven jullie ook, dat de Geest jullie is beloofd? Nee? Moet je toch nog eens nalezen wat er bij je doop is gezegd. We zijn nog veel rijker dan Elia, en Elisa. God werkt echt door. Hij werkt in de lijn van de geslachten. Hij sluit zijn verbond met ouders en kinderen. Kijk, op die machtige Verbondsgod mogen wij rekenen. Hij gaf zijn Zoon, en ook de Geest. Dat geeft ons alles in handen wat nodig is. Dan voeden wij onze kinderen naar eer en geweten op. En wij bidden voor ze. Wij doen een beroep op gereformeerde onderwijskrachten om die opvoeding te ondersteunen en uit te bouwen. Reken dan op de zegen van God. O ja, ik weet van de bittere werkelijkheid van mogelijke afval. Maar God zal het zegenen, als wij trouw zijn. Dan kunnen wij in het gebed ook alles aan de Here overlaten. Dat geeft de ontspanning van de genade: als wij Gods gaven van vertellen en voorleven naar vermogen hebben gebruikt, dan komt het goed. Dat is de rijkdom van het geloof. God is sterk genoeg, ook in het volgende geslacht. God zorgt ervoor dat zijn boodschap verder komt, vandaag en morgen, en steeds weer. Tot Hij eens het Messiaans vrederijk geeft. Daar is alles volmaakt. Op weg daar naartoe maakt hij gebruik van onze gebrekkige geloofsopvoeding. Maar het komt goed! Want niemand rooft zijn kinderen uit zijn hand. Tot zijn eer, tot lof van zijn heerlijke naam.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar