Dubbel checken

Thema: Een verborgen zonde in het leven van de vrome Hizkia
Tekst: 2 Koningen 20: 19
Tekstgedeelte(n): 2 Koningen 20: 12-21
Prediker 12: 12-14
Door: Ds. Roelof Sietsma (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Grootegast)
Gehouden te: Grootegast op 11 juli 2004
Opmerking RJCV: De preek is geschikt om te lezen bij de voorbereiding van het Heilig Avondmaal
Extra: Samenvatting van de preek

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 33: 1
(Ochtenddienst:) Wet
(Ochtenddienst:) Ps. 85: 1, 3
Lezen: 2 Koningen 20: 12-21; Prediker 12: 12-14
Ps. 49: 3, 5
Tekst: 2 Koningen 20: 19
Lied 473: 1-4, 9-10
(Middagdienst:) Geloofsbelijdenis: Gez. 3 of Gez. 4
Gez. 13: 6
Zegen

Koning Hizkia was een vrome en moedige koning. Toch beging hij aan het einde van zijn leven de zonde van de hoogmoed en het gebrek aan dankbaarheid. Hoe kon dat? Was dat een gebrek aan trouw van de kant van God? Nee, het was een verborgen zonde in het leven van Hizkia, en God gaf Hizkia de ruimte, zodat die zonde nog openbaar kon worden.
Hizkia heeft zich verootmoedigd vanwege deze zonde, en heeft bij God daarvoor ook vergeving gevonden.
Voor ons is dit meer dan alleen een verslag van de lijn van David naar Christus. Ook dat. Die lijn gaat ook langs vrome, maar altijd onvolmaakte mensen. Maar de geschiedenis is ons ook tot voorbeeld. We worden gewaarschuwd altijd op onze hoede te zijn.
Check in je leven voortdurend hoe het er voorstaat tussen God en jou. En wie meent te staan, moet oppassen niet te vallen, zegt Paulus. Net als voor Paulus gaat ook voor ons de strijd in onze leden door. Daarom is het zo belangrijk jezelf te kennen, en ook je zondige neigingen. Niet alleen als je jong bent. Net zo goed, en misschien wel juist als je wat ouder wordt. Denk nooit: nu weet ik het wel, met mij zit het wel goed; het lukt me nu wel op het rechte pad te blijven. Maar weet je altijd een verloste zondaar, die staande blijft, alleen met de hulp van Christus, en door de kracht van zijn Geest.
Dat is het belang van 'zelfbeproeving', niet alleen voor het Avondmaal, maar altijd, in ons leven: altijd checken: leef ik nog voor God? Heb ik mijn naaste nog lief? Is Hij, God, nog nummer één?

Geliefde Gemeente van onze Here Jezus Christus,

U kent misschien wel die reclame met de tekst: "effe checke".
Een grappige reclame, ik weet niet precies waarvoor, maar dat doet er minder toe.
Het gaat om het checken.
Checken betekent eigenlijk: controleren of alles goed in orde is. Dat is vaak nodig. Als je weggaat moet je controleren of de deur op slot zit. Als je de auto op slot doet, moet je controleren of-tie echt vast zit, en zo checken we nog wel eens wat.
Checken is belangrijker als er meer risico is, dat het fout kan gaan. In een grote stad is het belangrijker te checken of je auto op slot zit dan hier in het dorp. In de ruimtevaart is het nog veel belangrijker dat alles gecheckt wordt, voordat ze beginnen met aftellen voor een ruimtevlucht. Daar worden de dingen niet één keer, maar op z'n minst twee keer gecontroleerd.
Dat heet: dubbel check.
In je leven met God moet je ook regelmatig even checken.
Checken of je nog contact hebt met God. Bid je nog echt? Vertel je nog echt aan God wat je bezighoudt? En luister je naar Hem, als Hij tot je spreekt? Als je de Bijbel leest? Of als je ouders de Bijbel uitleggen? Hoor je het dan wel? Heb je zo echt contact?
Maar er valt nog iets te checken: Niet alleen maar of je nog contact hebt met God, maar ook of het nog goed is tussen God en jou.
Leef je nog voor God? Af en toe moet je dat eens checken: waar leef ik eigenlijk voor?
Wat is eigenlijk het doel in mijn leven? Wat is nu het allerbelangrijkste voor mij?
Veel geld? Of: mijn hobby?
Let goed op: hobby's hebben is niet verkeerd, en geld verdienen is ook niet verkeerd. Ze zijn allebei nodig. Maar de vraag is: wat is nu het allerbelangrijkste voor mij? Mijn hobby? Mijn geld? Of is er nog iets anders?
Ja, toch. Mijn geloof! Of misschien beter: God Zelf, de Here Jezus Christus. Voor Hem leef ik eigenlijk. Hij is het belangrijkste in mijn leven. Zo moet het zijn, en zo moet het blijven, en daarom moeten we dat regelmatig checken.

Nu hebben we gelezen van koning Hizkia. Een goede koning, die God echt liefhad!
Daar kun je heel veel over lezen in de Bijbel. Hij geloofde echt in God, en vertrouwde helemaal op Hem, en God beloonde hem daar ook voor. Toen Hizkia doodziek was, en sterven zou, toen smeekte hij de Here om hulp en uitkomst, en God gaf hem er zomaar nog 15 levensjaren bij.
Hizkia had een heel bijzonder en sterk geloof in God, dat is uit de Bijbel wel duidelijk.
En toen, op het laatst van zijn leven op aarde, toen ging het toch fout.
Verdrietig, hè?
Eigenlijk wil je het het liefste overslaan, na al die mooie dingen. Maar dat doen we niet.
Het hoort er echt bij. Hizkia werd op het laatst van zijn leven trots en hoogmoedig. Hij ging pronken met al zijn bezittingen tegenover gezanten uit Babel. Hij gaf niet God de eer, maar nam zelf een trotse houding aan. Het staat beschreven in 2 Kronieken 32: 25: Daar staat: "Jechizkia schoot tekort in dankbaarheid voor de weldaad hem bewezen, want hij werd hoogmoedig, zodat er toorn kwam te rusten op hem, op Juda en op Jeruzalem. Toen verootmoedigde Jechizkia zich over zijn hoogmoed..."
Hizkia heeft dus gezondigd, maar hij heeft ook weer berouw gehad over die zonde, en zo is hij dus als godvrezende koning gestorven. Maar toch: een verdrietig slot van de geschiedenis van Hizkia.
Als nu zo'n vrome en goede koning zo tekort kan schieten in dankbaarheid en zo hoogmoedig kan zijn, wat is dat voor ons dan een waarschuwing om altijd dubbel te checken: Ben ik nog echt in contact met de Here, leef ik echt een dankbaar leven? Is God nog echt de allerbelangrijkste voor mij? Ben ik nog steeds blij dat ik gered ben en kind van Hem mag zijn? Doe ik dan echt wat God graag wil? Of is er allerlei irritatie, of misschien boosheid, of misschien trots in mijn leven?
Denk dus niet te gauw: het zit wel snor met mij. Nee, check altijd, en dubbel check.

Koning Hizkia was niet alleen vroom, maar ook bijzonder moedig. Stelt u zich voor: Juda was een klein rijkje geworden temidden van reuzenmachten. In Hizkia's tijd was het tienstammenrijk Israël te gronde gegaan. Samaria was ingenomen door de koning van Assur en de bevolking gedeporteerd. Drama's hadden zich afgespeeld in de regio! Slachtingen, doden, huilende vluchtelingen, rijen gevangenen op transport naar verre oorden.
En koning Hizkia bleef vertrouwen op zijn God!
Hizkia herstelde de tempel, herstelde de tempeldienst, herstelde de viering van het Pascha en maakte een einde aan afgoderij en eigenwillige godsdienst op heuvels en onder bomen met gebruik van gewijde palen en beeldjes. Een complete reformatie.
Toen Assur Jeruzalem omsingeld had en bedreigde, en God beledigde, toen zocht Hizkia hulp bij God. Hij sprak met de grote profeet Jesaja, en ook ging hij met de brieven die hij van Assur gekregen had naar de tempel, en spreidde ze uit voor God, in de tempel. En God kwam Hizkia te hulp, en zelf doodde God, zonder tussenkomst van een enkele soldaat, 185.000 Assyrische soldaten. En zo werd Jeruzalem bevrijd.
Over de ziekte van Hizkia hebben we al gesproken. We kunnen dan ook niet anders concluderen dan wat de Bijbel zegt: Wat een vrome koning! "Na hem was zijns gelijke niet onder al de koningen van Juda, noch ook onder hen die voor hem geweest waren; hij hing de Here aan, ... en de Here was met hem, overal waarheen hij ging..." (2 Koningen 18: 5-7).
En juist daarom brandt die vraag zo sterk: hoe kon dat nu gebeuren, die zonde bijna aan het einde van zijn leven?

Die vraag gaat nog meer branden, als je dan ook leest wat in 2 Kronieken 32: 31 geschreven staat: "Ter gelegenheid van het gezantschap, dat gekomen was... - ... was het aldus: God verliet hem om hem op de proef te stellen, ten einde te weten alles wat in zijn hart was".
"God verliet hem", staat er. Hoe kijken we daar dan tegenaan?
Zo'n trouwe, vrome koning, en die wordt dan op z'n oude dag door God verlaten?
Waar is dan Gods trouw?
Of moeten we dan toch eerst naar Hizkia kijken? Eerst zijn verantwoordelijkheid in rekening brengen? God wilde alles weten wat in zijn hart was, en er zat iets dat niet goed was.
Zo vroom, zo trouw, koning Hizkia, maar toch een stukje van zijn hart op zichzelf gericht, de Here niet toegewijd.
Als er dus in 2 Kronieken staat dat God hem verliet, dan is dat geen ontrouw van de kant van God. Maar God geeft ruimte aan Hizkia. Hij doet een stapje terug omdat Hij weet,- Hij is immers God,- dat het met Hizkia niet helemaal goed zit.
Nu, laat dat er dan maar uitkomen.
En in volledige eigen verantwoordelijkheid verheft Hizkia zich.
Misschien is hij zich wel heel goed bewust geweest van zijn zonde.
Trots heeft hij daar gelopen met de gezanten uit Babel, maar Gods Naam heeft hij tegenover hen niet groot gemaakt.
En bij zichzelf had Hizkia dan een ongeldig excuus: "Ik zal me een beetje op de vlakte houden tegenover de mensen uit Babel, je weet maar nooit hoe ik ze binnenkort eens nodig kan hebben!"; of: "Je kunt toch ook niet altijd over je God spreken! - en ik ben al geen goede spreker! - " Of nog een andere verontschuldiging.
Dat we het in deze richting moeten zoeken, blijkt ook uit de reactie van Hizkia in onze tekst.
Hoe anders is die dan bijvoorbeeld de reactie van koning David na zijn zonde en vermaning.
Hij begeerde en nam de vrouw van zijn naaste, Uria, en liet Uria doden. Toen Natan, de profeet, David kwam bewust maken van de ernst van deze zonde, toen zei David: "Ik heb tegen de Here gezondigd! En David zocht God ter wille van de jongen, hij vastte en hij ging op de grond liggen, en hij wilde niet eten of drinken. Een heftige reactie.
En ook Hizkia zelf, bij zijn ziekte, toen de profeet Jesaja bij hem was gekomen, en gezegd had dat hij zich maar moest voorbereiden, omdat hij zou gaan sterven. Wat een andere toon slaat Hizkia dan aan: "Ach Here", zegt hij, "gedenk toch dat ik altijd trouw en U toegewijd ben geweest, en het goede heb gedaan. En toen weende hij luid", staat er. Ook heftig, die reactie.
En dan nu zo gelaten, zo klinkt het: "Het woord van de Here, dat u gesproken hebt, is goed. En ook dacht hij: het zal immers gedurende mijn leven bestendig vrede zijn."
Was dat nu correct van Hizkia? Had hij niet kunnen huilen om zijn zonen, die knechten zouden worden in het paleis van de koning van Babel? Had hij niet weer de Here kunnen of zelfs moeten smeken om afwending van dit oordeel?
Dan zien we opnieuw dat de Here zijn kinderen aanspreekt op hun eigen verantwoordelijkheid. De kinderen van Hizkia zullen niet gestraft worden om de zonde van hun vader. Zo lijkt het wel even, maar zo ligt het niet.
De Bijbel, ook in Hizkia's tijd is daar wel duidelijk over. Ezechiël zegt het overduidelijk: een zoon zal de zonde van zijn vader niet dragen, noch de vader die van zijn zoon, ieder zal sterven om zijn eigen ongerechtigheid. (Ezechiël 18: 20)
Maar natuurlijk heeft het gedrag van vaders, of ook wel: ouders, wel gevolgen voor de kinderen. Als ouders afdwalen van God, dan dragen kinderen daarvan de gevolgen. Als God het niet verhoedt, zullen zij immers ook van God verwijderd zijn en wellicht nog verder verwijderd raken. Maar als God hen dan straft, dan straft God hen om hun eigen zonden. Zij zelf zijn verantwoordelijk voor het feit dat zij zelf God niet hebben gezocht. Want God laat zich vinden voor iedereen die Hem zoekt! Hij is nabij, dichtbij.
Als Manasse, de zoon van Hizkia, later dus wordt weggevoerd, wat we lezen kunnen in 2 Kronieken 33, dan is dat ook werkelijk om zijn eigen vele zonden die hij bedreven heeft. Afgoderij, beeldendienst en moorden, dat alles was genoeg voor God om hem te laten wegvoeren in ballingschap, waaruit hij overigens nog weer mocht terugkeren, toen hij zich voor God verootmoedigde.
God is dus niet onrechtvaardig.
Maar Hizkia was wel een zwakke, maar vrome man.
Bij hem zie je misschien zo duidelijk wat de apostel Paulus later bedoelt, als hij zegt: ik zie strijd in mijn leden. Het goede willen dat is bij mij wel aanwezig, maar het goede uitwerken kan ik niet. Er woont zonde in mij, zegt Paulus. Ik doe, wat ik niet wil.
Dat besef verklaart de reactie van Hizkia. De hoogmoed en trots, en het gebrek aan dankbaarheid waren bij hem geen onbewuste zonden, die hij opeens ontdekte, toen Jesaja bij hem kwam. Hizkia kende zichzelf, en was zich bewust van zijn zonden. Daarom zegt hij ook: het woord van de Here is goed. Hizkia erkent Gods rechtvaardigheid. God heeft gelijk, zegt hij. Dit is een zonde in mijn houding.
En dat hij dan daarna zegt: "Het zal immers gedurende mijn leven bestendig vrede zijn", dat is geen onverschilligheid tegenover zijn zonen, het is geen gebrek aan liefde voor hen. Nee, Hizkia zegt daarmee eerder: Wat is God goed, dat God me rust geeft tijdens mijn leven op aarde. Wat vergeeft God mij veel. En tegelijk is Hizkia dan bezorgd en verdrietig om wat zijn zonen zal overkomen. Maar hij weet ook dat dat hun verantwoordelijkheid is. Zij zijn ondertussen al grote mannen. Het heeft geen zin om nu vanwege hen te gaan vasten of jammeren, nee, zij zelf zullen zich moeten bekeren tot de Here. Als ze dat niet doen,- en Manasse zal het in elk geval voorlopig niet doen, zo blijkt uit de geschiedenis, hij doet dat pas in zijn gevangenschap - dan is dat helemaal hun eigen verantwoordelijkheid. "De mens die zondigt, die zal sterven", zegt Ezechiël (Ezechiël 18: 4b)

Nu staat ook deze geschiedenis in de Bijbel, niet alleen om de lijn te tekenen van David naar Christus, de grote vrome Koning, die in het geheel niet zondigen zal, maar ook tot voorbeeld voor ons. Laat het een waarschuwing zijn voor ons om altijd op onze hoede te zijn als we menen te staan. Op onze hoede om juist dan niet te vallen. (1 Korintiërs 10: 12)
Het kan blijkbaar. Wij bereiken op aarde de zondeloosheid niet, en het is beter dat maar toe te geven, en waakzaam te zijn, ook naar onszelf toe. Wat is de mens te prijzen, die zijn eigen zonden kent. Kent u ze? Weet u uw zwakke plekken, waar de satan graag aanvalt? Bent u zich bewust van de strijd tussen het goede en de zonde die zich afspeelt in u? Is het misschien materialisme, zoals bij Hizkia? De trots en hoogmoed vanwege veel bezit? Of misschien iets anders?

Maar er is nog meer Evangelie. Want uiteindelijk leefde Hizkia nog in de oude bedeling. Een vroom man, maar toch was de Heilige Geest nog niet uitgestort zoals nu, sinds Pinksteren. En ook de Christus was nog niet gekomen. Natuurlijk vond Hizkia wel hulp en vergeving bij God, maar wij ontvangen toch nog meer. Wij hebben toch Christus heel persoonlijk. Paulus roept het uit: "Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood? Godzijdank door Jezus Christus, onze Here!"
Wij mogen onze zonden kennen, we mogen ook vergeving vragen en verwachten, maar we mogen ook vol goede moed strijden tegen die zonden en in Christus overwinnen! Wij hoeven niet bij de zonde te blijven! Met hulp van Christus Jezus mogen we de zonde steeds meer achter ons laten. Een nieuw leven gaan leiden. Wat het ook is: hoogmoed, gebrek aan dankbaarheid, trots, zoals Hizkia had. We mogen omkeren, ons verootmoedigen en veranderen, ons laten vernieuwen door de Geest van Christus.
Niet alleen als we jong zijn.
Misschien juist als we wat ouder zijn. Je kunt zo gauw denken: ik, met mijn levenservaring, met mijn kennis en mijn achtergrond, ik weet wel hoe ik het rechte spoor moet houden. Dan toont het voorbeeld van Hizkia ons opnieuw: uit onszelf weten wij en doen wij het toch uiteindelijk niet. Misschien juist als je wat ouder wordt, kun je wel eens moe worden van het strijden, van de weerstand, van de worsteling om vrede met God te vinden. Daarom blijft zelfonderzoek altijd nodig: checken en dubbelchecken, modern uitgedrukt, maar het gaat om hetzelfde zelfonderzoek. Niet alleen voor het avondmaal, maar altijd: is God nog nummer één in mijn leven? En is het goed tussen Hem en mij? Is er misschien trots in mij, of hoogmoed? En heb ik mijn naaste lief?
Gelukkig bent u, als u uzelf kent, maar ook de genade in Christus, en dan ook zijn kracht om - alleen in Hem - staande te blijven. Gode zij dank.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar