| Thema: |
Bidden |
| Tekst: | 2 Samuël 12: 15b-25 |
| Tekstgedeelte(n): | |
| Door: | Ds. P.P.H. Waterval (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Krimpen aan den IJssel) |
| Gehouden te: |
Krimpen aan den IJssel op 18 november 2001 |
| Extra: | 2Sa12v01 - Zonde en schuldbelijdenis |
Aanwijzingen voor de Liturgie
Votum en zegengroet
Ps. 123: 1
Wet
Ps. 119: 38-39
Lezen: 2 Samuël 12: 1-25
Ps. 51: 3, 5-7
Tekst: 2 Samuël 12: 15b-25
Preek
Lied 470
Ps. 127: 1-2
Zegen
"Alsjeblieft en van harte gefeliciteerd!"
[ Preeklezer speelt dat hij iemand iets overhandigt en de hand schudt ]
"Oh ja, ik heb nog iets voor je..."
[ Preeklezer maakt beweging van een kaakslag ]. "Ppphhgh"
Wat moet dat vreemd zijn, als dat je overkomt. Bijvoorbeeld op een receptie. Van een en dezelfde persoon krijg je
eerst een cadeau en word je gefeliciteerd en nog geen drie seconden later geeft ie je een dreun voor je kanis die
je een week lang voelt zitten.
Geliefde gemeente van de Here Jezus,
Zou David zich ongeveer zo hebben gevoeld? In 2 Samuël 12 lazen we dat David van de Here mocht blijven leven.
God had hem een genadecadeau gegeven. Ontslag van de doodstraf. Wat zal hij verrast zijn geweest, want hij had
zichzelf onbewust ter dood veroordeeld. Maar het gevoel van de blijde verrassing duurde niet lang, want vrij
onmiddellijk daarna kreeg hij een enorme dreun te verwerken. "De zoon die je geboren is, zal sterven."
Wat moet dat dubbel zijn geweest voor David. 'Hoera!' en 'oh nee!' door elkaar. Want het is een enorme klap geweest
voor David, dat zijn zoontje moest sterven. Waarschijnlijk heeft hij dit slechte nieuws niet eens aan Batseba
verteld, om haar niet nog meer te belasten. Wat zal de waarom-vraag zijn blijven rondzingen door Davids hoofd.
Waarom doet U dit, Here? Dit kan toch niet waar zijn. Bedoelt U het als een straf voor mij? Nee toch. Zo ken ik u
toch niet, Here. U straft toch geen mensen met de dood van hun kinderen. Maar waarom dan wel? Die vraag houd je ook
als bijbellezer bezig. En er is ook heel wat over nagedacht door de geleerden. David was toch al genoeg gestraft,
denk je dan, met de aankondiging van het vreselijke toekomstperspectief voor zijn gezin in vers 10 en 11: overspel
en dodelijk geweld. Zou het misschien kunnen zijn dat de Here met het overlijden van de jongen juist het welzijn
van David op het oog had? Die gedachte lijkt op het eerste gezicht nogal vreemd. Maar toch zit er wel wat in. We
moeten namelijk niet vergeten dat door de dubbele zonde van David Gods naam gelasterd werd. Zou het jongetje, als
het in leven was gebleven, niet levenslang een wandelend souvenir zijn geweest van Davids intriges? Waarschijnlijk
heeft de Here door hem vroeg uit dit leven weg te nemen, willen voorkomen dat de mensen steeds maar zouden doorgaan
met het beledigen van Davids naam, die van het kind en vooral ook van hemzelf. In dat geval was het sterven van dit
kind dus niet primair bedoeld als een straf voor David.
We weten natuurlijk niet of David over deze mogelijkheid heeft nagedacht. De klap kwam in ieder geval keihard aan.
Wat in ieder geval wel duidelijk is, is dat David zich er niet bij neer heeft gelegd. Want David zoekt God. Hij
bestormt de hemel. Met een intens vasten en bidden.
God zoeken en wat dat betekent, daar gaat deze preek over. Het thema is:
Zoek God!
|
Het is stil in het cederhouten paleis op de berg Sion. Opvallend stil. Geen drukte van vergaderingen en
audiënties. Niets van dat alles. De poorten zijn gesloten. David en Batseba lijden. Ze gaan door een diep dal. Hun
zoontje dat eergisteren nog zo levendig was en voor de eerste keer was beginnen te lachen, ligt nu met hoge koorts
in zijn wiegje en gaat met de dag achteruit. De artsen staan machteloos. Hartverscheurend is het.
De Here had het jongetje getroffen met een dodelijke ziekte. God geeft gezondheid, maar kan ook een ziekte geven.
Het staat hier. Hij is God en wij zijn mensen, zijn maaksel en wij snappen het vaak niet. Als het gebeurt, wil God
in ieder geval dat we ons klein maken voor hem. Dat doet David ook. Tegenover Natan had hij zijn schuld al bekend.
Maar zijn doodzieke zoontje bracht hem echt op de knieën. En dat was ook Gods bedoeling.
David maakt zich echt klein voor God. Hij trekt zich terug, blijft in zijn paleis. Om te bidden, God te zoeken,
staat er. Te bidden om het leven van zijn zoontje. David bestormt de hemel. Toch is vaderliefde niet het eerste en
hoogste waarmee David zich in deze gebedsmarathon stort. Als we Psalm 51 in rekening brengen en mogen zien als de
samenvatting van de gebeden in deze gebedsweek, dan is het duidelijk dat het David vóór alles om God zelf gaat en
het herstel van de band met Hem. David keert terug tot God. Als een verloren zoon. "Wees me genadig, o God, was me
van mijn ongerechtigheid, reinig me van mijn zonde. Schep in mij een rein hart, o Heer." God had David op een
pijnlijke manier ontmaskerd. De Here wilde niet meedoen met zijn geknoei om het verleden te bedekken onder een
dikke laag schone schijn. En David gaf toe en bekende de Here zijn schuld. "Ik wil het anders, Here, ik wil opnieuw
beginnen met U." David spreekt in Psalm 51 met een verbroken en verbrijzeld hart.
En voor mensen met verbroken harten is God altijd thuis. Hij hoort niets liever dan hun wanhopig gebonk op zijn
deur. En dan zwaait de deur van de genade altijd wijd open. En als je de deur van de genade door bent, dan mag je
voor zijn troon ook al je noden neerleggen. En dat doet David hier ook. "O Here", bidt hij, "wilt U toch
alstublieft mijn zoontje beter maken en hem laten leven." Het kan zijn dat sommigen van u dat verbaast. Want de
dood van de zoon was toch al aangekondigd. Hoe kan het dat David daar dan toch - schijnbaar tegen beter weten in -
tegen in bidt? Zeurt David hier eigenlijk niet als een ontevreden kind? Wie het zo ziet, loopt het risico de
leiding van God onbewust in te ruilen voor de ijzeren klem van het fatalisme. Dan zeg je: "Al Gods werken zijn hem
toch al bekend. God maakt toch geen vergissingen." Dat klopt ook. Maar dat betekent niet dat voor God het verloop
van je leven al helemaal vastligt in een groot spoorboek dat Hij zonder pardon afwerkt. Uit de bijbel kennen we God
als een Vader die een open oor heeft voor de verlangens van zijn kinderen. En daar rekening mee houdt. En zich soms
ook laat 'verbidden', zoals we dat noemen. David zegt het later tegen de dienaren: ik dacht: "Misschien (letterlijk
staat er: "Wie weet") is de Here genadig, zodat het kind toch nog in leven blijft. David kent God als een genadige
God. Hij weet natuurlijk ook van Abraham die pleitte voor rechtvaardigen in Sodom en niet tevergeefs. En ook uit de
tijd na David zijn er meer voorbeelden van situaties waarin God zich liet verbidden. Denk aan koning Hizkia die God
om uitstel bidt van zijn sterven en wordt verhoort. En aan de inwoners van Ninevé die God om genade bidden en
worden gespaard. Laten we van de leer van de predestinatie geen karikatuur maken door te denken dat God
onvermurwbaar is, zodat bidden eigenlijk geen zin meer heeft. Zolang de feiten zelf ons geen halt toeroepen, mogen
we bij God blijven aankloppen. En dat doet David hier. Dagenlang. Intens en met heel zijn hart smeekt hij de Here
om het leven van zijn zoontje. Mijn broeder en mijn zuster, jongens en meisjes, als je in nood zit, gooi jezelf dan
ook in de armen van die genadige God. Zoek God net als David, en klamp je aan Hem vast. Verwacht alles van hem.
Want de grote Zoon van David, Jezus, onze volmaakte voorbidder, smeekt met je mee.
Davids ernst en volharding is opvallend. David rouwt. Hij ziet af van alledaagse dingen. Hij neemt 's morgens geen
douche. De zeep droogt op in het bakje. Hij kijkt niet in de spiegel. Houdt zijn vuile ondergoed aan. Overdag vast
hij en laat alle eten en drinken staan. En het weinig wat hij eet, 's avonds, eet hij alleen. Hij wil niet worden
afgeleid door de goedbedoelde opmerkingen van zijn personeel. De intense manier waarop David rouwt, maakt zelfs
zijn dienaren bang. Zelfs zijn meest vertrouwde bedienden slagen er niet in hem om te praten en hem van de harde
vloer in zijn zachte bed te krijgen. Menigeen van ons zou er niet aan moeten denken zo te bidden, de hele nacht
liggend op een koude vloer en de hele dag geen mensen om je heen te hebben. Of zo te vasten: overdag helemaal niets
eten en niet drinken. De vraag is dan natuurlijk ook of het dat dan allemaal zo moet? Nee, dat hoeft niet perse zo.
De bijbel schrijft wat dit betreft niets voor. Maar wat wel opvalt is dat David zich helemaal concentreert op God.
God zoeken is je op Hem concentreren. En daarin is hij wel een voorbeeld voor ons. Bij die concentratie helpt het
David blijkbaar om te vasten en zich af te zonderen. Hij dwingt zichzelf om af te zien van waar hij normaal aan
gewend is. Om zich alleen op God te richten. Omdat de bijbel op dit punt niets voorschrijft, mag jezelf zoeken wat
bij jou past om je beter op God te concentreren. Bijvoorbeeld een week geen TV. Komende vrijdag en zaterdag niet
stappen. Vanavond maar eens even geen chips met cola. Durf jij het aan, als het spannend wordt in je geloofsleven,
jezelf aan te pakken omwille van je band met God? Tegen jezelf te zeggen: Nee, nu even niet. Of moet je eerlijk
constateren, dat niet jij je lichaam in toom hebt, maar je lichaam jou? Zoek God en je zult merken dat ook jij
intens kunt bidden.
Wat God heeft aangekondigd, gebeurt, dus toch. Op de zevende dag, vloeit het leven weg uit het jongetje. Vanuit
zijn ooghoeken ziet David hoe zijn dienaren paniekerige gebaren maken en staan te smoezen, langer dan normaal. Ze
vragen zich af: "Hoe moeten we dit aanpakken? Hij doet zo raar, als we het hem vertellen, draait hij finaal door en
doet ie zichzelf wat aan." David begrijpt dat hun nerveuze gedoe maar één ding kan betekenen. Zijn zoon is dood.
Liggend op de grond, roept hij zijn bedienden. Zijn vraag is kort: "Is ie dood?" "Ja, majesteit, uw zoontje is
overleden."
En wat er dan gebeurt, ja, daar snappen de dienaren echt helemaal niets van. Opeens zien ze hun koning resoluut
opstaan, naar de badkamer lopen en even later schoon en fris naar buiten komen, klaar om naar de tent van de
samenkomst te gaan. "Tot straks, mensen." Hoe is het mogelijk?
David gaat naar de berg Sion, loopt de tabernakel binnen en buigt zich neer voor God. Maar wanneer hij terugkomt,
kunnen zijn dienaren zich niet langer beheersen. "Waarom doet U zo? Dagenlang was er geen contact met u mogelijk.
Het leek wel of u aan het rouwen was, en nu uw zoon dood is en u eigenlijk zou moeten rouwen, nu gaat u over tot de
orde van de dag."
Wat kennen ze hun heer toch slecht. Lijken ze daarin niet op de leerlingen van de Here Jezus? Maar Davids antwoord
verklaart alles. Hij wilde het woord van Natan over de dood van zijn kind niet als het laatste, definitieve woord
zien. In zijn hart hoopte hij dat de Here nog niet uitgesproken was en dat hij - wie weet - misschien toch nog
genade met David zou hebben. David wist dat hij geen recht had op wat dan ook. Hij was blij dat hij zelf in leven
mocht blijven. Hij was een rechteloze bedelaar. Zich zeer bewust van zijn onwaardigheid. Psalm 51: "Ik ken mijn
overtredingen, mijn zonde staat bestendig voor me." Maar hij hoopte wel op genade. Zo kende Hij de Here. Jij ook?
Wij zeggen het vaak zo gemakkelijk in ons gebed: "We bidden u dit Here, niet omdat we het verdienen, maar uit
genade." Besef je echt wat je zegt, als je zo bidt? Of je dat werkelijk begrijpt, blijkt meestal pas als de Here je
niet verhoort of althans niet zoals jij het verwacht. Dan beproeft Hij je en dan zal het aan jou te zien zijn of je
je bewust bent van wat genade echt is: onverdiende goedheid. Want vaak groeit er dan juist verzet. "Waar heb ik dat
nou aan verdiend?" Je hebt helemaal niets verdiend. Niets heb je van jezelf. Niets is er vanzelfsprekend. Dat is
genade. Waar gaat het je echt om? Ten diepste. Om God? Om hemzelf? Om wie Hij is? Om Hem eeuwig te mogen dienen? Of
gaat het jou uiteindelijk toch - als puntje bij paaltje komt- om je gezondheid, je huwelijk, je kind, die promotie,
die vriendin, dat mooie huis. En verdien je dat toch eigenlijk wel, volgens jou. Opnieuw blijkt hier dat het de
mens naar Gods hart om God zelf gaat en niet de dingen die Hij geeft. Kun je uiteindelijk met Hem alleen verder,
omdat je naar Hem verlangt en van Hem geniet? Als je daar ja op kunt zeggen, dan kun je straks ook getroost
sterven, want wat je dan ook moet loslaten hier op aarde, God en zijn genade is dan voor jou genoeg.
David is hier weer op zijn best, de man naar Gods hart. Hij weet het nu weer zeker dat God en de band met hem zijn
grootste rijkdom is. Het allerbelangrijkste heeft Hij weer terug. En daarom kan hij nu ook stoppen met bidden. En
buigen voor Gods besluit. In kinderlijk vertrouwen. David heeft aan het eind van zijn gebedsweek en daarna een les
geleerd. Voor God vrijuit gaan, genade ontvangen, betekent blijkbaar niet dat de Here ook altijd de ellendige
gevolgen van je zondige handelingen wegneemt. Die zul je soms toch moeten dragen - bijvoorbeeld in een pijnlijk
gemis. Soms levenslang, als littekens. Maar die les heeft David niet opstandig gemaakt. Want hij had in ieder geval
de band met God weer terug. Dat was voor hem het allerbelangrijkste. Als het David die hele week alleen maar te
doen was geweest om het behoud van zijn zoontje, reken maar dat hij dan niet zomaar had kunnen stoppen. Dan was hij
volkomen van de kaart geweest, omdat God zijn gebed niet verhoorde. Maar David heeft om meer gebeden. En zijn meest
dringende gebed werd wel verhoord, namelijk dat het weer goed mocht komen tussen God en hem.
Daarom kan David ook stoppen met bidden en vasten. Niet omdat hij denkt: gebeurd is gebeurd. David is niet
onverschillig. Nee, hij kan ophouden omdat zijn hart rust in Gods genade. En dan niet alleen voor dit leven. David
heeft ook goede hoop voor de toekomst. Hij rekent op eeuwig leven na de dood. David ziet hier al iets van het
hemels licht waarin de nieuwtestamentische gemeente haar te vroeg gestorven kinderen na mag kijken. En daar getuigt
hij ook van tegenover zijn dienaren in vers 23: mijn zoontje is de grens van de dood al over en komt niet meer
terug. Op een dag ga ik hem achterna en zal hem weer zien. David weet het: God is geen God van doden, maar van
levenden. Hij weet: wat mijn Vader me hier in dit leven afneemt om mijn eigen bestwil, dat krijg ik straks weer
terug en nog veel meer. Is dat niet enorm bemoedigend? Om daarom ook te kunnen loslaten, omdat je weet: wat ik nu
moet missen, zal God me straks vergoeden in het eeuwige leven. Zelfs in dit leven geldt het al vaak: wat de Here de
ene dag van je afneemt, krijg je een andere dag van hem weer terug. Laat ik een voorbeeld noemen. Ieder die later
tot geloof is gekomen en op een fijne manier in de gemeente is opgenomen, die weet wat ik bedoel. Omwille van je
nieuwe band met Christus moet je soms oude banden met mensen (familie, goede vrienden) loslaten. Dat is moeilijk en
verdrietig. Maar wie gelooft, krijgt er een hele familie voor terug. Ik weet waarover ik praat. De Here neemt en
dat doet pijn en geeft gemis, maar Hij geeft ook zoveel terug op onverwachte manieren en tijden. Wat is de Here
goed! Die goedheid heeft David ook in zijn leven op aarde ervaren. Zoek daarom God en ook jij kunt leren loslaten
en ophouden met bidden.
Als David terugkomt van de tabernakel vraagt hij zijn dienaren om hem een boterham te brengen. Dat deed hij
waarschijnlijk niet omdat hij zo'n eetlust had en opeens weer helemaal de oude was. Nee, David heeft niet alles zo
maar even van zich af geschud. Maar omdat hij God gezocht heeft, weet hij dat hij van de Here weer verder mag. En
daarom nu ook weer verder moet. Want er ligt heel wat op hem te wachten. Zijn volk heeft aandacht nodig. Gesterkt
door God, wil David nu ook weer verder en zijn verantwoordelijkheden op zich nemen.
Allereerst voor Batseba. Hier in vers 24 wordt ze weer voor het eerst sinds hoofdstuk 11: 3 met haar eigen naam
genoemd, in plaats van met de aanduiding 'de vrouw van Uria'. Wat zal ook zij een verdriet hebben gehad van de dood
van haar baby. Batseba had troost nodig. En die geeft David haar, zoals alleen een man zijn vrouw kan troosten.
David heeft haar laten zien dat niet alleen hijzelf, maar zij ook samen met hem onder Gods hoede verder mogen. Want
ze is nu ook echt zijn wettige vrouw, ook voor God. Ik zei zo straks dat God het een neemt en vaak het ander geeft
en daarin veel vergoedt. Het is dan ook ontroerend om te zien hoe de Here aan de lichamelijke liefde tussen David
en Batseba een helende kracht verleent die gezamenlijke pijn verzacht. En dat bekroont met een nieuw zwangerschap.
God nam hun eerste kindje tot zich en gaf nu een nieuw kind. Salomo, de zoon van vrede, sjaloom. Uit 1 Kronieken 22
weten we de Here achter deze naamgeving zat. Zou Hij er niet mee hebben willen zeggen dat de vrede met David nu
echt hersteld was? God is goed. Overvloedig. Want kijk maar. Naast de naam Salomo geeft de Here het jongetje
namelijk ook nog een bijnaam, een koosnaampje. Daarvoor stuurde Hij speciaal Natan op kraambezoek om tegen de baby
te zeggen: "Jij bent een echte Jedidja, een lieveling van de Here." Wat zal ook dat Batseba getroost hebben, die
toch eigenlijk buiten haar schuld in dit alles terecht was gekomen.
De Here troost en verzacht het verdriet van het gemis door het nieuwe dat Hij geeft. En daarom mag ik ook in naam
van de Here tegen ieder zeggen die kampt met de pijn van gemis: klamp je niet vast aan wat de Here van je afgenomen
heeft. Hij is je Vader die weet wat Hij doet. Klamp je vast aan Hem. Laat de band met Hem, je geloof, heersen over
je gevoel en niet je gevoel over je geloof. Probeer te zien wat de Here je aan nieuwe mogelijkheden geeft, ook als
ze anders zijn dan jij had gedacht. En geef je dan daarin. Als je God zoekt, krijg je genoeg om mee verder te
kunnen. Dat is zijn wil voor jou en voor mij.
Amen.
http://www.prekendiespreken.nl/
For questions or remarks mail to
© Copyright Preken die Spreken / Speaking Sermons / Pregação Viva,
2002-2012.
No part of this publication may be reproduced or copied or made public
in any form without the expressed written authorization from Richard J.C.
Vos and the contributing minister. No consent to copy is required if it is
to be used for public worship service or preparation for Bible study(meetings).