Daniël (Deel 3: Geloof overwint het geweld)

Thema: Geloof overwint het geweld
Tekst: Daniël 3: 16-18, Daniël 3: 25, Daniël 3: 28-29
Tekstgedeelte(n): Daniël 3
Door: Ds. D. Griffioen (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Amsterdam-Centrum)
Gehouden te: Amsterdam-Centrum op 19 augustus 2001
Opmerking RJCV: De delen van deze serie kunnen ook afzonderlijk worden gelezen:
Daniël - 1: God laat Daniël als kind van Gods Koninkrijk leven tussen de machten,
Daniël - 2: Onze God de Allerhoogste heerst over astrologen en wereldheersers,
Daniël - 3: Geloof overwint het geweld,
Daniël - 4: Eindelijk op de knieën gebracht...,
Daniël - 5: Indrukwekkend beschreven en pijnlijk gewogen,
Daniël - 6: Een volhardende bidder tot God tegenover gevaarlijke leeuwen,
Daniël - 7: De Mensenzoon tegenover de beesten met hun streken,
Daniël - 8: Bidden om wat God beloofd heeft.
Extra: Inleiding op de prekenserie: Daniël.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 148: 1, 4-5
Wet
Ps. 119: 61-62
Lezen: Daniël 3
Ps. 140: 1, 3, 5, 9-10
Tekst: Daniël 3: 16-18, Daniël 3: 25, Daniël 3: 28-29
Preek
Ps. 37: 13, 16
Lied 455
Zegen

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

Ik weet het nog goed. Toen de meester op school zo gloedvol vertelde over de drie vrienden in de brandende oven, was ik enthousiast. Na school wilde ik eigenlijk meteen van die hoop straatklinkers aan de kant van de weg een flinke oven bouwen. In gedachte zag ik de stenen al roodgloeiend gestookt... Zómaar lopen in het vuur... Een engel bij de hand... En mijn vijanden...! Geweldig, zélf zó gered worden en met ingehouden genoegen je vijanden zien ondergaan...
Gelukkig heeft men mij kunnen weerhouden zo'n oven te bouwen om een flink vuurtje te stoken.

Het is eigenlijk vreemd, dat je in je kinderlijke enthousiasme het vanzelfsprekend vindt dat je door engelen gered wordt in het vuur en dat de vijanden van de gelovigen zullen branden. En dat er áltijd wel een engel gezonden wordt om de kinderen van God te redden.
Bij het ouder worden stapelden de vragen zich op. Waarom zijn er in de loop van de geschiedenis van Christus' kerk zoveel brandstapels opgericht? Er werden geen engelen gezonden om het vuur te blussen of de martelaren te redden. Geregeld lezen we in de kranten berichten van vervolgingen en martelingen. De christenen daar wordt nauwelijks ruimte gegund en toch staat Daniël 3 ook in hún bijbel. Er zijn té veel Hindoes en moslims die vinden dat je niet mag overstappen naar een ander geloof. Wie dat wel doet door bijvoorbeeld christen te worden, ontneemt zichzelf het recht om nog langer te leven. Daarom worden christenen in bepaalde streken in die landen publiekelijk vervolgd. Is de engel van de Heer daar ook aanwezig om te beschermen?

Wij hebben in zekere zin nog gemakkelijk praten. We hebben nog álle ruimte om onze God te dienen zoals Hij dat van ons vraagt. We kunnen openlijk voor onze geloofsovertuiging uitkomen.
We zitten daarom met de vraag waar het om gaat in deze profetie van Daniël. Als we zouden menen dat we voor vandaag de boodschap moeten doorgeven dat het in Daniël 3 gaat om de bemoediging dat Gods volk er dóór komt, wat er ook gebeurt, dan zullen we diep teleurgesteld raken. Het gaat hier niet om te leren dat Gods kinderen staande zullen blijven in de verdrukking. Ons wordt beschreven een strijd tussen het Rijk van God en het rijk van de Tegenstander. Dat is een strijd tussen de dienst van God óf de religie van de Antichrist.

Het thema van de preek zou ik als volgt willen omschrijven:

Geloof overwint het geweld

  1. Het geweld claimt de waarheid
  2. De waarheid dooft het geweld

1. Het geweld claimt de waarheid

Lang zal Nebukadnessar geen last gehad hebben van de onrust die door die droomgeschiedenis van het verbrijzelde beeld over hem gekomen was. We verbazen ons er eigenlijk over hóe snel deze koning van onbekende afkomst zijn openlijke belijdenis van de God der goden en de Heer der koningen aan het slot van hst 2 vergeten is. Hij is voor de geschiedschrijvers een mannetjesputter die de wereldmacht van Assyrië vernietigd heeft en de macht van Egypte teruggedrongen heeft. Een creatieve geest die zelf een rijk sticht zonder weerga en aanspraak maakt op de erfenis van de wereld. Een potentaat die koningen aanstelt en afzet alsof hij een koppelbaas is. Hij erként zélfs dat hij sterkte en eer ontvangen heeft van de God van de hemel! Wie is deze koning die pretendeert een nieuwe staatsreligie in het leven te moeten roepen?
Deze koning die droomt van een heilig godsrijk. Hij vóelt zijn eigen ster rijzen tot hemelse hoogte. De goddelijkheid stijgt hem naar z'n bol. En hij gelooft heilig in zijn eigen grootsheid. Hij is ervan overtuigd dat alle volken en naties alléén verlost kunnen worden door zijn almachtige staat. En daarom moet iedereen op de knieën voor zijn gouden beeld.

In het dal Dura, waarschijnlijk vlák buiten de stadspoorten van Babel laat de absolute vorst van het rijk Babel een monstrueus beeld oprichten, van pakweg 30 meter hoog en drie meter breed. Dat beeld werd met goud overtrokken. Zo begint ook het verhaal. Koning Nebukadnessar maakte een gouden beeld... en hij richtte het op in de vlakte van Dura. We moeten het oprichten van dat gouden beeld dus zien als het antwoord van de koning van Babel op de openbaringsdroom van Israëls God en koning. Een geniaal concept dat ontstaan is in het brein van Nebukadnessar. Tot tien maal toe wordt in het hoofdstuk gesproken over 'het beeld dat de koning Nebukadnessar had opgericht'. Gaat het dan om het beeld òf om de maker van het beeld?

Het is in de volgende eeuwen wel nagevolgd. Die sfeer van een nieuwe godsdienst, dat 'hét' moet zijn; een nieuwe lente en een nieuw geluid. Dít moet het zijn! Weet u wel dat we de voltooiing ervan te zien krijgen in het beeld van het beest van Openbaring 13? Het beeld dat iedereen moet aanbidden? Waarom vaardigt de koning een godsdienstige knevelwet uit? Waarom staat er op weigering de doodstraf? Is de koning niet zo zeker van de zegeningen van zijn regime? Het is wél wat we in de geschiedenis van de mensheid telkens weer waarnemen. Vermenging van staat en godsdienst, staatsdwang en bloedige vervolgingen. Er worden gouden bergen beloofd, als je eerst maar op de knieën gaat! Buiten de dienst van de God die leeft, kan religie alleen maar bestaan bij de gratie van de 'vrijwillligheid van de dwang'. Vrijwillige verering van zogenaamd de machtigste van alle goden. In Babel is het zo dat wie neerknielt voor het beeld, ook de koning eer bewijst... De wereld van de goden en de mensen loopt helemaal door elkaar heen.

Wat ís dat eigenlijk voor een beeld? Een 'gewoon' standbeeld van 'de Grote Leider' Nebukadnessar? Het is niet aan te nemen dat hij een beeld van zichzelf heeft gemaakt. Het is bekend dat in die tijd de god Mardoek meer vereerd werd dan de duizenden andere goden van Babel. Nebukadnessar beschouwde zich al een zoon van Mardoek. Hij wil voor alles en iedereen duidelijk maken: aan mijn rijk komt geen einde, dankzij Mardoek. Het is een gouden rijk, een eeuwig rijk. Maar hij, de koning is immers het gouden hoofd uit zijn eigen droom, de zonnekoning, de godmens in eigen persoon?!

Besef wél wat er daar aan de gang is. Na de nederlagen van koning Nebukadnessar in hoofdstuk 1 en 2, volgt nu een derde poging van deze even hoogmoedige als creatieve mens om zich radicaal te keren tégen de God die leeft. Kan de God van Israël alleen maar iets met voedsel doen voor zijn vereerders? Zou Hij wel machtiger zijn dan al de goden van Babel? De profeet van de God van Israël kan dromen openbaren en uitleggen, waar de goden en de priesters van Babel van staan te kijken. Tóch denkt Nebukadnessar dat die God van Israël met een list wel buitenspel te zetten is. Hij probeert het daarom op een ándere manier. Op een even simpele als doeltreffende manier sticht Nebukadnessar een nieuwe religie, een staatsreligie, met een gouden beeld als zinnebeeld van de hoogste god onder de duizenden goden van Babel. Hij stelt priesters aan en vormt een staatskapel. En de dreigende oven moet de laatste twijfelaars over de streep van zijn eenheidsgodsdienst trekken.
Het voordeel van de staatsgodsdienst is dat ook de koning vereerd wordt en politieke munt kan slaan uit de opgelegde staatsgodsdienst. Ook al zou Nebukadnessar een van zijn goden afgebeeld hebben, hij staat wel direct ónder het beeld dat hij gemaakt heeft. Hij is wel de stichter van de heilsstaat en de bedenker van de staatsgodsdienst. Hij komt heus wel aan zijn trekken...

Bij iédere nieuwe religie hoort een nieuwe dwang, dat is de regel in het rijk van de Tegenstander. Iedereen moet dat beeld aanbidden, vindt de koning van Babel. Als hij het zelf niet bedacht zou hebben, dan zijn dienaren wel. Elke staatsreligie kán niet zonder staatsdwang. Een dergelijk religieus fanatisme herkennen nog wij van het communisme, het duizend jarige rijk van de nationaal-socialisten, het stalinisme, het Maoïsme en noem maar op. Wie weigert zal zijn weg wel vinden naar de gaskamers of de concentratiekampen... Of in de vurige oven...

Hebben we bij de eerste twee hoofdstukken van Daniël nog even gedacht, och het loopt zo'n vaart niet. Als kind van God is er best wel te leven in die religieus-aggressieve wereld van Babel. Bij de strijd om de waarheid van God vallen heus altijd geen brokken. Wij moeten beseffen dat religie en macht een bijzonder gevaarlijk en explosief mengsel vormen in de geschiedenis. We moeten beseffen dat het gaat om een strijd om de macht van God. Een strijd op leven en dood is het. De drie vrienden van Daniël hebben het geweten...!

De koning van Babel heeft alles voortreffelijk geregeld. Hij laat de belangrijkste mensen uit zijn rijk opdraven. Burgerlijke overheden, de legertop, politieke autoriteiten en hoge heren van justitie, politieke bobo's en notabelen. En die moeten zijn beeld bewieroken. Iedereen vindt dat heel normaal.

Toch is de staatsgodsdienst van Babel een karikatuur en dat zit 'm in de dwang. In het rijk van God wordt niémand gedwongen om te knielen voor God. Jezus heeft nóóit iemand gedwongen om achter Hem aan te komen en in Hem te geloven. Nóóit! En als Christus weer komt hoeft Hij geen dwangbevel uit te vaardigen om voor Hem te buigen. Iedereen zal dat vanzelf doen. Want de aanblik, de blik van herkenning van Hem is al voldoende. Iedereen zal dan vrijwillig en uit liefde belijden dat Jezus is Heer, tot eer van God de Vader, Filippenzen 2: 10-11. In de gemeente van Jezus Christus klinkt de lofzang in stilheid tot God, Psalm 62, niet onder pompeuze dwang.

Het bevel van Nebukadnessar is even kort als dwingend. En voor wie het nog niet doorheeft, vlak in de buurt van het beeld staat een executiemiddel dat iédereen tot het uitvoeren van de cultus van het Gouden Beeld moet dwingen. Een religieus staatsfeest onder begeleiding van de staatskapel van Babel.
Iedereen die bij het inzetten van de muziek niét neervalt om het gouden beeld dat Nebukadnessar heeft opgericht, te aanbidden, zal in de brandende oven geworpen worden... Alles wat adem heeft, moet Nebukadnessars beeld loven. Zal de leugen van de tegenstander dan tóch de waarheid doven?

2. De waarheid dooft het geweld

Geen wonder dat de vrienden van Daniël gevaar lopen. Hoe Daniël zelf buiten dat hele gedoe gebleven is, weten we niet. In dit hoofdstuk blijft hij geheel buiten beeld. De drie vrienden zijn natuurlijk uitgenodigd op het feest van de koning. Ze zijn verschenen ook. Ze dienen hun koning en heer loyaal. Maar aan de verering van de zonnegod en de liturgie van de zonnekoning doen ze niet mee. Het is in één blik te zien hoe hun houding is. Terwijl de duizenden op de maat van de muziek neervallen in aanbidden, staan de drie vrienden gewoon recht overeind. Dat is hun zwijgend protest. Ze wéigeren te buigen voor deze god. Om de eer van hun God blijven ze overeind staan. Een geloofsbeslissing. Dat is wat de bijbel noemt: om de vreze van de Here.

Als de Chaldeeuwse leden van de staatspolitie de Judeese mannen arresteren, wéten ze wat er gebeuren zal. Nebukadnessar zal rázend zijn. De héle wereld 'valt' voor het beeld van Nebukadnessar. Zíj, deze drie Judeese mannen, de topambtenaren van het gewest Babel, zij wéigeren te buigen... Dáár is de oven...! De gaskamer van die tijd... Branden zal je!
We verbazen ons er niet over. Het is iets wat we steeds weer tegenkomen. Waar de antichrist bezig is, daar laait de haat tegen het volk van God op. Heeft Jezus zelf niet gezegd: zij hebben Míj gehaat, ze zullen ook ú haten. Ze hebben Míj vervolgd, zij zullen ook ú vervolgen.

Zoals te verwachten, neemt de koning deze ongehoorzaamheid hoog op. Toch valt zijn reactie nog mee. Hij heeft nog geduld met de vrienden van Daniël. Ze zullen nog een herkansing krijgen. Als het huisorkest nóg een keer inzet, moeten ze wel direct neervallen in aanbidding. Ánders zal het vuur in de oven je graag ontvangen! Openlijk blijkt de geloofsovertuiging van Nebukadnessar in vers 15, wie hij zelf denkt te zijn. "Wie is de god die u uit mijn hand zal bevrijden?" Deze woorden staan lijnrecht tegenover Nebukadnessars belijdenis van Daniël 2: 47. Dit is heel uitdagend tegenover God die lééft. Het tóppunt van hoogmoed! Zullen we eens zien wie de sterkste is?! Ze krijgen nog een kans om zich te 'bekeren' tot de godsdienst van Babel.

De drie vrienden durven alleen te staan. Ze zeggen beslist: 'Koning, u hoeft er verder met ons niet over te praten. Wij doen het niet!' "Indien onze God, die wij vereren, in staat is ons te bevrijden, dan zal Hij ons uit de brandende vuuroven, en uit uw macht, o koning, bevrijden; maar zelfs indien niet, het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet vereren, en het gouden beeld dat gij hebt opgericht, niet aanbidden." Daniël 3: 17-18
Ze gelóven dat God hen kán redden maar ze houden er ernstig rekening mee dat ze hun geloofskeuze met de vuurdood zullen moeten bekopen. Onze God is in staat om ons te bevrijden. Hij kán onze redden, maar daarover hebben wij geen zekerheid. Toch zullen wij trouw blijven aan onze God, in leven en sterven.
De verlossing is geen zaak van mensen. De God van Israël overwint in mensen die trouw zijn aan het evangelie van Gods verlossing. Deze drie zwakke mensen zijn sterk in de Heer.

Als het staatsorkest wéér gaat spelen, vallen wéér alle aanwezigen plat op de grond in aanbidden voor het gouden beeld. Maar de vrienden wijken niet. Ze gelóven dat de Naam van Israëls God en zijn eer op het stel staat. Het is duidelijk dat de vrienden uit hun geloof leven. Wat de apostel Johannes schrijft: "want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft; ons geloof", 1 Johannes 5: 4.
De vrienden zijn geen notoire dwarsliggers. Ze worden wél zo beschouwd. Zij weigeren het beeld te aanbidden omdat ze God alleen willen prijzen. Psalm 75: "Wij loven U o God, U alléén loven wij!"

De afloop van deze grote uitdaging tussen deze dienaar van de god van Babel en de kinderen van God laat zich raden. Zoals te verwachten, bléven de drie vrienden van Daniël gewoon staan toen het orkest weer inzette.
Dan klinkt de koning Nebukadnessar met z'n vingers en worden ze alle drie geboeid. De oven is zó heet gestookt dat de vlammen boven de oven uitslaan en de soldaten die de mannen in de oven moeten werpen door de hitte verzengd worden. Nebukadnessar bereidt zich al voor op een feest. Een offerfeest voor zijn god. Hij is ervan overtuigd dat het werkelijk een feest zal worden in de gloeiend hete oven.

Maar de koning merkt aanstonds dat je mensen die trouw zijn aan God niet zo gemakkelijk uitroeit zoals je ongedierte verdelgt. Via een opening in de onderkant van de oven kijkt Nebukadnessar precies middenin de gloeiend hete oven. Hij verwacht te zien dat zijn drie koppige dienaren zullen verdampen in het withete vuur. Hij ziet iets heel anders. In vers 25 doet hij verslag aan zijn dienaren wát hij ziet midden in de oven. "Het waren er toch drie die wij gebonden en wel in de oven geworpen hebben?" En als zijn knechten hem verzekeren dat hij daar niet aan hoeft te twijfelen, krijgen ze te horen wat de koning gezien heeft: "Ik zie vier mannen, die los wandelen in de oven zonder te verbranden. De vierde lijkt op een hemeling, een godenzoon."

Later krijgt hij te horen van de drie vrienden Chananja, Misaël en Azarja dat de vierde een 'gezondene' is. Gezonden uit de hemel. Een engel van God. De speciale gezant van God. De Engel van de Heer, die bekende figuur uit het Oude Testament, die we wel vaker tegengekomen zijn. De Zoon van God die gezonden is ter verlossing van Gods trouwe getuigen.

Het wonder dat koning Nebukadnessar te zien kreeg is typerend voor Gods wijze van verlossing. Ook al is de kudde maar klein, Gods engel zal er zijn. Wie zijn hulp op God gesteld heeft, zal verlost worden door een engel van de Here. Als de drie door de deur van de oven naar buiten geleid worden, stelt men vast dat er zelfs geen schroeilucht aan hun kleding te merken is. Alleen het touw waarmee de vrienden geboeid waren, was verkoold. Als God zijn engel zendt, dan worden Gods kinderen vuur- en hittebestendig. Het vuur van de beproeving kan geen schade brengen. Hij kan zijn kinderen zó behandelen, dat ze geen schade ondervinden. Precies zoals we lezen in Psalm 66: "Gij deed mensen over ons hoofd rijden, wij zijn door water en door vuur gegaan, maar Gij voerde ons uit."
God was er, zoals Hij ook was in die brandende braamstruik, die Mozes zag en die niét verteerde. God was er ook was toen Hij zijn Zoon, wél vatbaar maakte voor die verzengende hitte van Zijn toorn aan het kruis.

De koning van Babel moet even duizelig geworden zijn van dit wonder. Hij is ook veranderd. Of het een échte bekering is geweest, mogen we niet beoordelen. Hij heeft het over de God van Sadrach, Mesach en Abednego die verlossen kan als geen ander. Hij heeft het over 'hun' God. Hij wil alles en iedereen kort en klein slaan die een kwaad woord durft te spreken van die God.
Is Nebukadnessar ook onder de profeten? Ik weet het niet. We horen niets meer van dat Gouden Beeld 'dat Nebukadnessar heeft opgericht'. In Psalm 66 horen we van veinzende onderwerping. Als hij 'veranderd' is, dan is het maar voor even, want in het volgende hoofdstuk gelooft hij al weer meer in zichzelf dan in God...

God vraagt van ons een erkenning van zijn macht en koningschap. Wij zullen volharden in de lof van onze God die wonderen doet. De God die verlost door het offer van zijn Zoon, die door het vuur van de hel ging... en opstond. Hij wil daarom gebeden en geprezen zijn. Zonder enige dwang worden wij uitgenodigd voor de hemelse liturgie waarover we lezen in Openbaring 4-5. Het Lam dat geslacht is, is waard te ontvangen de macht en de rijkdom, de wijsheid en de sterkte, de eer, de heerlijkheid en de lof. En in dié kracht zullen weigeren te knielen voor het beeld van het beest (Openbaring 13).

Maar ja, wat moeten onze broeders en zusters in India en Algerije hiermee? In India krijgen ze te horen: je bent als hindoe geboren, je mág nooit die religieuze traditie opgeven. Als je christen wordt, ben je dood en zullen we je doodmaken. Zal de Here zijn engel gebieden om de vervolgde christenen te beschermen tegen de pesterijen, de arrestaties, de martelingen? God heeft dat niet beloofd. Hij heeft wél gezegd: Ik kán je uit álle macht verlossen. Ik zál er zijn. Vertrouw maar op Mij! Ik vraag van jou dat je Mij trouw blijft. Dat je blijft geloven. Want alleen gelóóf overwint het geweld. Mijn Rijk van de vrede kómt. Aan al het geweld zal een einde komen. Want mijn Zoon hééft overwonnen en bezit álle macht in hemel en op aarde. Het rijk van de boze zál dat nooit kunnen verhinderen.

Als wij gedwongen worden om het Beeld van het Beest, het beeld van Openbaring 13 te aanbidden, laat het geloof van de drie vrienden ons dan tot voorbeeld zijn. En laat de kracht van de Engel van de Heer ons geloofskracht geven om te blijven staan! En om niet te bezwijken voor de druk. Geloofd zij de God die zijn engel zenden zal!

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar