Discipel van Jezus zijn

Thema: Discipel van Jezus zijn
Tekst: Matteüs 7: 13-27; Matteüs 28: 16-20
Tekstgedeelte(n): Matteüs 7: 13-27
Matteüs 28: 16-20
Door: Ds. Ton de Ruiter (destijds predikant gereformeerde kerk vrijgem. Enkhuizen)
Gehouden te: Enkhuizen op 13 augustus 1995

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en Zegengroet
Gez. 14: 1-4
(Morgendienst: Wet)
(Morgendienst: Gez. 14: 3)
Gebed
Lezen: Matteüs 7: 13-27
Ps. 95: 3
Lezen: Matteüs 28: 16-20
Gez. 13: 5
Preek
Ps. 63: 2
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis)
Gebed
Collecte
Gez. 35: 1-3
Zegen

Is er een verschil tussen een gelovige en een discipel / volgeling van Jezus? Iedere discipel is een gelovige. Maar is iedere gelovige ook een discipel?
Het lijkt er op van niet: je komt immers vaak mensen tegen die zeggen: "ik geloof, ja, ik ben christen", maar die er weinig aan doen. Bijvoorbeeld bij evangelisatiewerk: "ja, maar ik geloof wel". Anderzijds kom je mensen tegen die actief bezig zijn met hun christen-zijn. Zich echt voor de Heer in zetten; die daar op gericht zijn. Echte volgelingen, zogezegd. Ook in de kerk kom je niet zo actieve leden tegen. Wel gelovig, maar niet echt gericht op het dagelijks leven met en voor de Heer. Is er dan zoiets als een onderscheid tussen gelovigen en discipelen? Het lijkt er wel eens op. Maar de Bijbel kent dit onderscheid niet.

Hoor maar: Matteüs 28: 19... [ Lezen: Matteüs 28: 19 ]

Hij zegt niet: maak de mensen tot gelovigen en een bepaald percentage tot discipel / volgeling van Mij. Nee, bij Jezus behoren gelovigen 'discipelen' te zijn! Allemaal. En anders is het met die gelovigen niet goed.

Helaas komt het vandaag veel voor, dat velen denken christen te kunnen zijn zonder echt volgeling van Jezus te zijn. Veel christenen hebben wat andere gewoonten en ze gaan naar de kerk en ze bidden. Maar zijn ze echt anders? Zijn ze andere, nieuwe mensen? Als dat niet opvalt dan wekt dat toch op zijn minst de indruk bij anderen dat het christelijk geloof niet echt veel te bieden heeft. Nieuw leven? Ach...

Er zijn veel halfslachtige christenen. Ze geloven wel; ze willen graag door God geholpen worden in dit leven en ook vergeving van zonden en eeuwig leven ontvangen. Maar om nu te zeggen dat ze echt leven voor Christus en zoals Hij vraagt, als discipel - nou nee.

Dit is een ernstig en zorgelijk verschijnsel. Want de Bijbel leert duidelijk dat het geloof zonder werken in feite geen geloof is. Dat wordt zelfs ergens "dood geloof" genoemd. Gelovig-zijn, zonder echt discipel te zijn is raar, ja zelfs onmogelijk. Dan ben je geen gelovige.

Daarom is het verheugend dat je de laatste tijd gelovigen vaker discipelen of volgelingen van Jezus hoort noemen. Dat is goed, want alleen als we echte volgelingen willen zijn kan Jezus ons het nieuwe leven al verder geven. Als niet alleen van Zijn kant de relatie serieus is, maar ook van onze kant. Dan kan er ook wat groeien tussen Hem en ons. Dan kan Hij in en aan ons werken, Zijn geestelijke gaven aan ons kwijt.

Broeders en zusters, jongens en meisjes, graag wil ik vanmiddag met u bezig zijn met de vraag wat het is om een gelovige te zijn. Want ik zou het verdrietig vinden als u of jij aan het eind van uw of jouw leven van Jezus te horen zou krijgen: "jij was wel gelovig, je wist veel, je ging wel naar de kerk en las wel in de Bijbel, maar je was geen discipel, geen volgeling van Mij. Je noemde Mij wel Heer, maar je deed niet wat Ik zei. Daarom was dat geloof van jou niet echt, niet serieus. Zulke mensen kunnen het koninkrijk van God niet in. Daar is de Here Jezus heel radicaal in. Matteüs 7: 21 e.v. ... [ Lezen: Matteüs 7: 21-23 ]

Dat het belangrijk is het hier over te hebben blijkt ook uit het feit dat het woord discipel 269 keer voorkomt in de evangeliën en in Handelingen. Dat geeft al wel aan dat het een belangrijk begrip is. Steeds worden daar gewoon de volgelingen, de gelovigen mee aangeduid.
Ook het woord discipel zelf is van belang. Het betekent gewoon: leerling, volgeling - dat is iemand die van een ander leert en daarnaar doet. Woorden van de Meester Jezus horen en doen. Dat is discipel zijn.
Hem erkennen als Heer en Hem dus de leiding van je leven geven. Iedere dag. Want Hij heeft ons gekocht met zijn bloed. We zijn van Hem. Dat is geloven.

Dat betekent, jongens en meisjes, dat je in al je dagelijkse bezigheden echt christelijk probeert te leven. Ook al vinden anderen je dan misschien maar een echte "grefo". Laat het je een eer zijn. Je gelóóft toch echt dat Jezus bij je is?!

En let op: alleen als je als discipel leeft, ga je beleven dat Jezus je echt gaat veranderen, vernieuwen zoals bij de doop beloofd is. Door het geloof begin je met Hem echt een nieuw leven. Hij, Jezus, gaat je dat dan al meer geven, als je met Hem leeft. Discipelen, volgelingen van Jezus staan open voor dat werk van Jezus aan hen. Ze vertrouwen Hem en durven Hem daarom helemaal de leiding te geven over hun doen en laten. Wie dat niet doet, is nog een kleingelovige of nog een ongelovige en dan zal je ook minder ondervinden dat Jezus met je is.
Discipelen vertrouwen op Jezus. Dat gaat hen al vrijmoediger maken om liefdevol bezig te zijn in woorden en daden.

Kortom: volgelingen van Jezus zijn er op uit in het dagelijks leven het nieuwe leven te laten zien dat Jezus in hen geeft. Dat is de grote uitdaging voor de gelovigen en de kerk van alle tijden, ook nu.

Dat het in het christenleven hier om gaat wil ik u duidelijk maken door samen een paar verzen uit de Bijbel te lezen. Ik heb er acht gekozen:

We kunnen nu de vraag beantwoorden: wat is een discipel van Jezus? Antwoord: Een discipel is iemand die Jezus volgt, met het verlangen en de openheid om van Hem te leren en om Zijn voorbeeld te volgen in de kracht van de Heilige Geest.

Leerlingen, discipelen willen aan de opdrachten van Jezus prioriteit geven boven alles, ongeacht de kosten die dit persoonlijk van hen vraagt. Zij hebben God immers lief en weten dat de weg van jezelf geven aan God de weg is om te groeien in dat nieuwe wonderlijke leven met Christus. Zo zal je ook de kracht ondervinden, de vrede in onze harten die alle verstand te boven gaat; de troost en blijdschap die Jezus alleen kan geven. Echte troost, bij welke nood of welk verdriet ook.
- Troost, steun, hulp, kracht; dat belooft Jezus aan zijn discipelen!
- Hij belooft het niet aan halfslachtige gelovigen, aan mensen die zeggen wel gelovig te zijn, maar die slechts discipel willen zijn tot op zekere hoogte, niet volledig.

Voor de duidelijkheid wil ik zeven kenmerken van discipelen op een rijtje zetten. Die zeven punten verzin ik niet zelf, maar al studerend in de Bijbel kom ik tot die zeven punten. Ze overlappen elkaar wat en liggen heel dicht bij elkaar. Maar ik zet ze toch op een rijtje.
En de belofte van de Bijbel is dat Jezus al die zeven punten in uw, jouw en mijn leven echt werkelijkheid zal doen worden als wij daar naar verlangen en er ook naar streven.

1. Gehoorzaamheid aan het Woord van God

Niet zo nu en dan. Geen goedkoop christendom wil Jezus. Zijn geschenk van nieuw leven is te kostbaar te groot. Het is te gek als mensen maar half aandacht aan Hem geven. Terwijl Hij ons een totaal nieuw leven geeft. We mogen echt leven als kind van God. Dat is zelfs eeuwig leven. Maar dat nieuwe leven moeten we dan ook echt helemaal aanpakken.
Dat wil zeggen: niet alleen horen maar ook doen, gehoorzamen. En al levend, al gehoorzamend, al oefenend maakt Jezus dat die stijl van "Uw wil geschiede" ons vlees en bloed wordt. Het wordt onze nieuwe natuur, onze nieuwe aard - door de Heilige Geest in ons.
Een discipel is er van overtuigd dat Jezus die zich aan het kruis voor mij gaf, beter weet wat goed is dan ikzelf, beter dan mijn gevoelens of mijn neigingen dat weten. Daardoor wordt de geestelijke gehoorzaamheid gemotiveerd. Doordat ik zijn liefde voor mij ken.

Daarom hoort toewijding er helemaal bij. Dat is het tweede:

2. Toewijding

Gelovigen behoren voortdurend de keus te maken: discipel van Jezus te willen zijn, om Jezus radicaal te volgen. Jezus zegt eigenlijk: niet van twee walletjes eten, door nu eens een beetje wel-christen te zijn als je zin hebt en dan weer een beetje niet-christen als je geen zin hebt. Geen halfslachtig gedoe. Want dan kan het nieuwe leven niet doorbreken. En Jezus wil ons een totaal nieuw, een totaal aan God toegewijd leven geven. Net als Hijzelf. Dat wij in zijn voetstappen gaan.

Je leven toewijden aan Jezus kan je met vertrouwen doen, want Hij heeft zijn leven toegewijd aan ons. Hij ging zelfs aan het kruis voor ons. Hij wil nu dat we Hem elke stap in ons leven vertrouwen. Dan wil en zal Hij ons tot in de wortel van ons bestaan (ons hart, denken en gevoel) al verder veranderen tot nieuwe mensen, als hemelburgers.

3. Een vruchtdragende relatie met Jezus

Kijk, dan gaat dat wonderlijke gebeuren dat de woorden van Jezus in uw leven veel vrucht dragen. Zoals zaad in een akker. Als we volgelingen van Jezus zijn en ons bereidverklaren steeds weer te doen wat God zegt dan zal ons leven zin krijgen, vruchtdragen: 30-, 60-, 100-voudig. Dat is een belofte. Dat maak je mee als discipel van Jezus! Dat maak je niet mee als je alleen maar gelovig wilt zijn zonder discipel te zijn.

Hetzelfde belooft Jezus duidelijk in de vergelijking met de wijnstok. Ik ben de wijnstok, en jullie zijn de ranken - als jullie in Mij blijven, dat wil zeggen: discipelen van Mij blijven en mijn woorden in u blijven, dan zullen jullie van betekenis worden voor Gods koninkrijk. Als we allen op eigen manier en in eigen situaties maar bezig zijn om de sappen van de wijnstok, de Geest van Jezus door ons heen te laten gaan, dan zullen er vruchten groeien. Allerlei vruchten. Ook de opdracht van Matteüs 28 zal een vruchtbare opdracht blijken. Discipelen gaan discipelen maken, samen met elkaar. Elkaar steunend en stimulerend. Dat is het vierde punt:

4. Bezig zijn met de grote opdracht

Jezus gaf die opdracht vele keren en ook nog eens heel nadrukkelijk vlak voor zijn hemelvaart (Matteüs 28). Discipelen zijn er op uit, ieder op eigen manier en in eigen relaties, nieuwe discipelen te maken. Een moeilijke maar tegelijk mooie opdracht. Je mag nieuw leven aanbieden en als mensen luisteren doorgeven.

5. Bezig zijn met autoriteit

Wanneer je als discipel bewust bezig bent met de vraag: "wat wil Jezus, mijn Heer?", dan handel je in opdracht van Hem en daarom met zekere autoriteit. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik ook u, zegt Jezus (Johannes 20: 21). Dat geldt vandaag net zo. Jezus zelf geeft ons onze plaatsjes in de wereld om daar als discipel van Hem bezig te zijn. Niet om je geloof slechts voor jezelf te houden, maar om anderen iets van het nieuwe leven te laten zien en horen. En dan ben je niet bezig in eigen kracht maar met Christus die alle macht heeft en met ons/bij ons is (Matteüs 28), zoals Hij beloofde.

6. Onvoorwaardelijke liefde

Jezus gaat in zijn discipelen die wonderlijke liefde brengen die niet uit mensen zelf opkomt. Liefde, ook voor al je naasten: een onvoorwaardelijke liefde. Een liefde die altijd bereid is anderen te dienen zonder er op uit te zijn iets terug te ontvangen. Bereidheid tot dienen, zelfs al gaat het om vijanden. Het is de liefde die God heeft laten zien toen Hij zijn Zoon zond om zondaren te redden, mensen die Hem zelfs oneer aandeden. Als die liefde in ons is, worden God en mensen om ons heen belangrijker dan onze eigen verlangens. Dat is een van de kenmerken van het echte nieuwe leven wat God geeft aan zijn discipelen.

7. Ten slotte is kenmerk van de discipelen dat zij God kennen

Ik denk dat dit zelfs het belangrijkste is, het fundamentele. Discipelen ontvangen al levend in de omgang met Jezus en God de Vader een diepere kennis van God. Zoals Jezus zijn Vader kende (!), zó gaan wij Hem kennen (Johannes 10: 14-15). Het persoonlijk kennen van God, de Vader, is fundamenteel voor het leven als discipel.

Ja, dat is het centrale punt van het eeuwige leven: Johannes 17: 3... [ Lezen: Johannes 17: 3 ]
Dit kennen is niet alleen verstandelijk maar een van hart tot hart kennen en rekenen met de ander, zoals als het goed is een man en een vrouw elkaar kennen en de liefde daardoor bloeit. We zullen Christus en God kennen, al meer, en Hij zal ons kennen. Dat is het nieuwe, eeuwige leven wat we nu al ontvangen. En de vreugde en kracht van die relatie zullen we ondervinden.

Laat ik eindigen met de bede die ook Paulus voor de gemeente van Efeze bad:
[ Lezen: Efeziërs 1: 15-19a en lezen Efeziërs 3: 16-19: moge Hij ons geven, "naar de rijkdom … te boven gaat" opdat wij vervuld worden tot alle volheid Gods. ]

Broeders en zusters, jongens en meisjes, kijk naar je eigen manier van christen-zijn. Laten we als gelovigen discipelen zijn. Op een andere manier geloven kan niet. Dan alleen kan je ook altijd vol hoop zijn.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar