De Here zegent ons met allerlei geestelijke zegen

Thema: De Here zegent ons met allerlei geestelijke zegen
Tekst: Efeziërs 1: 3-4
Tekstgedeelte(n): Efeziërs 1
Door: Ds. Ton de Ruiter (destijds predikant gereformeerde kerk vrijgem. Enkhuizen)
Gehouden te: Enkhuizen op 23 augustus 1998.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 43: 3-5
(Morgendienst: wet)
(Morgendienst: Ps. 119: 8, 13, 14)
Gebed
Lezen: Efeze 1
Gez. 29: 3-4
Tekst: Efeziërs 1: 3-4
Preek
Gez. 35: 1-3
(Middagdienst: geloofsbelijdenis Gez. 3)
Gebed
Collecte
Gez. 31: 1, 3
Zegen


Paulus heeft het in vers 4 over de uitverkiezing.
En nu valt het op dat hij niet moeilijk doet over die uitverkiezing. Hij schrijft niet dat er enkelen in Efeze uitverkoren zijn. Nee, hij jubelt naar de hele gemeente toe: geprezen, gezegend is God, die ons heeft uitverkoren. Zo spreekt Paulus de hele gemeente aan. Zo mag ik het ook tegen u allen hier dus zeggen. U bent door God allen geroepen om uitverkorenen van God te zijn. Waartoe uitverkoren? Om allerlei geestelijke zegen te ontvangen en om eeuwig te leven als kind van God. Dat mag je geloven. Laten we kijken wat er in de tekst staat.

Thema:

De Here zegent ons met allerlei geestelijke zegen

We zien:

  1. Het doel van die zegen
  2. De inhoud van die zegen
  3. De prijs voor die zegen


1. Het doel van die zegen

Het moeilijkste gedeelte van onze tekst is vers 4a... [ Lezen: vers 4a ]
God heeft ons in Christus uitverkoren voor de grondlegging der wereld. Dat is dus: voor de schepping. Toen heeft God de gemeenteleden te Efeze in Christus uitverkoren.

Waarom zegt Paulus dat?

Antwoord: Paulus wil in de eerste plaats dat wij weten dat God zich bezonnen heeft voordat Hij met zijn werk, zijn schepping begon. God had eerst een plan gemaakt voordat Hij de grond van deze wereld ging leggen. Al voor het eerste begin. Zoals iedere bouwer van een groot gebouw eerst een plan heeft - pas als dat plan duidelijk is, gaat men beginnen met het leggen van het fundament. Zo had God een plan.

In Handelingen 20 blijkt dat Paulus dat heel belangrijk vindt. Daar lezen we dat Paulus afscheid neemt van de Efeziërs. Paulus denkt hen nooit meer te zullen ontmoeten op aarde. Bij dat afscheid gebruikt hij dan onder andere de woorden: "…ik heb niet nagelaten u al de raad Gods te verkondigen" (Handelingen 20: 27).
Al de raad Gods. Dat is: ik heb u heel Gods plan uitgelegd. Ik heb er alles aan gedaan om u bekend te maken wat Gods plan is met deze wereld en dus ook met u, jou en mij.

En dat is belangrijk, broeders en zusters, jongens en meisjes.
Stel je voor dat we niets wisten van Gods plan. Dan zouden we toch als onwijze mensen rondlopen. We zouden nooit medewerkers van God kunnen zijn.
Als je van Gods plan niets weet, dan zit je in de trein van het leven, maar je weet niet waar die trein naartoe gaat (weet u het? Nee). Ja, hoe minder we van Gods plan weten des te onbegrijpelijker wordt alles in dit leven. En het is toch al zo vaak onbegrijpelijk voor ons. Maar als we nu van Gods plan helemaal niets weet, dan wordt het helemaal raadselachtig.

God heeft een plan: zijn raad. (Daarover ook Romeinen 8: 29). Daarover gaat het in deze brief aan de Efeziërs. En Paulus doet zijn best dat plan van God duidelijk te maken. Dat hij het daarover heeft blijkt uit bepaalde woorden die hij gebruikt in hoofdstuk 1.
Bijvoorbeeld:
    -vers 5:
"het welbehagen van zijn wil" = datgene wat God wil = Gods plan.
    -vers 9:
"... geheimenis van zijn wil" = zijn plan;
"het welbehagen, dat Hij Zich voorgenomen had" = Gods plan.
    -vers 11 spreekt over:
"het voornemen van Hem die àlles werkt naar de raad van zijn wil"  = Gods voornemen = zijn plan.
"Hij werkt alles naar de raad van zijn wil" = dus overeenkomstig zijn beraad   = volgens zijn plan.

Genoeg, broeders en zusters, om te begrijpen dat Paulus het indringend heeft over Gods voornemen van vóór de schepping heeft. Dat plan is God aan het uitwerken in de loop van de geschiedenis. Paulus wil dat de Efeziërs dat plan kennen, want ook zij hebben daarmee te maken. Ze zijn door God bij dat plan betrokken.

En wat is dat plan? Wat wil God dan uitwerken, bereiken? Wat is zijn doel?

Kijk, dat zegt Paulus ook in vers 4: [ Lezen: vers 4 "Hij heeft... opdat (= het doel)..." ]

God wil ons voor zijn aangezicht hebben. Dat wil zeggen: vlak bij Zich. Hij wil ons niet als schepselen ergens op grote afstand, nee, dicht bij Zich. Voor zijn aangezicht. Dus zo dicht bij Hem, zo vlakbij, dat we oogcontact kunnen hebben.
Dat is Gods doel. Daar werkt Hij heen.
En we voelen aan: het gaat er nu dus om, dat er een goede relatie ontstaat, een hechte band tussen Hem en ons. Een band van liefde. Zonder dat kan je niet echt dichtbij God leven, voor Gods aangezicht.
Kijk in vers 5 wordt het nog eens met wat andere woorden gezegd... [ Lezen: vers 5 ]

Dat was de bedoeling ook al bij de schepping. God maakte die wereld en het heelal en de mensen op de aarde. Waarom? Omdat Hij zover wilde komen dat mensen, hoewel ze schepselen zijn, Hem zouden leren kennen en Hem echt van harte en vrijwillig zouden gaan liefhebben, met Hem zouden omgaan als kinderen met hun Vader, Hem zouden loven en prijzen en zouden leven voor zijn aangezicht; samen dichtbij Hem, als broeders en zusters van Jezus (Romeinen 8: 29).
Schepselen zullen echt kinderen van God worden. Of zoals Petrus zegt: "deel krijgen aan de goddelijke natuur" (2 Petrus 1: 4).
Adam en Eva moesten als schepselen de Here nog leren kennen en al meer groeien in de liefde voor God. Ze waren in het paradijs wel volmaakt maar nog niet volledig ontwikkeld. Zoals de aarde ook wel volmaakt was maar nog tot ontwikkeling gebracht moest worden. Net als kleine kinderen gaaf en gezond kunnen zijn maar nog niet ontwikkeld, nog niet volwassen. Ze moeten nog groeien. Zo moesten schepselen groeien naar het hogere leven, als kinderen van God, vlak voor Gods aangezicht, bij God thuis.
En dat is ook na de zondeval, ook vandaag, nog altijd Gods plan.

Paulus wil dat we dat goed beseffen en daar allemaal over nadenken. Dit is de grote lijn van Gods raad. Hij maakte de wereld en mensen daarop met de bedoeling dat die mensen zich zouden ontwikkelen tot echte volwassen kinderen van Hem die ook
volwassen en zelfstandig met hun Vader kunnen omgaan.
Dat is het doel en de zin van de tijd tussen de schepping en de jongste dag. Dat is de zin van het leven van de Efeziërs hier op aarde en de zin van ons leven tussen geboorte en dood, die groei naar Gods aangezicht toe.

Waarom wil Paulus dat we dat weten? Nou, wie dat goed beseft wordt wijs en gaat al beter aanvoelen wat belangrijk is en wat niet.
Maar wie voor Gods plan weinig aandacht heeft zal onwijs worden.

Paulus leert ons in vers 4 denken over: 'verleden - heden - toekomst'.
Dat is: 'voor de grondlegging der wereld - het leven waarin we nu staan - de toekomst voor Gods aangezicht'.
Paulus vertelt van Gods plan. En onze doop en ook brood en wijn zeggen tegen ons allen: jij mag betrokken zijn bij dat plan. En al Gods zegeningen zijn daarop gericht.

2. De inhoud van die zegen

Wie nadenkt over dit plan van God, gaat begrijpen dat het hier in dit leven niet draait om allerlei materiële zaken en allerlei aardse zaken. Natuurlijk - ze zijn van belang. Maar daar zit ons levensdoel niet in.
Het gaat er om dat wij echte levende kinderen van God worden die op hun BROER gaan lijken in hun denken, praten, doen en aanvoelen van de dingen. Het gaat er om dat we nú al leren voor Gods aangezicht te leven en te werken. Dat we allerlei dingen doen, gewoon, omdat we -net als de Here Jezus- onze Vader in de hemel liefhebben en willen eren.
En door het geloof weten we, dat de Here Jezus nu al door zijn Geest in ons is en ons wil helpen.
Door op Hem te vertrouwen en naar Hem te luisteren leren we nu al voor Gods aangezicht te spelen en bezig te zijn met ons dagelijks werk. Ook nu al bezig zijn met en voor Vader, die liefde is. In dit leven leren we zo al wat het is broers en zussen van de Here Jezus te zijn. Dit leven is de leerschool! We zitten hier in de school van onze Meester Jezus Christus. Die tegelijk ook onze Broer wilde worden. En ieder die geroepen wordt, is uitverkoren om op die school te zitten.

Gods plan is dat we uiteindelijk voor zijn aangezicht zullen leven, heilig en onberispelijk, zoals vers 4 zegt. Wie gelooft en dat plan van God kent, is daar dan in dit leven ook op gericht. We roepen dan de Here om hulp, juist ook in de strijd tegen onszelf, tegen onze persoonlijke zondige neigingen, verkeerdheden en eigenwijsheden. We willen dat Christus in ons gaat leven, gestalte krijgt en we vinden zonden niet meer leuk, want we houden van God de Vader en leven met Hem.
En we weten Vaders plan, zijn einddoel. Nou dan weten we waar het om gaat.

Broeders en zusters, jongens en meisjes: Let er daarom op, dat uw aandacht en uw gebeden niet in de eerste plaats gericht zijn op aardse zegeningen, maar op de geestelijke zegeningen die God al klaargelegd heeft voor u in de hemel. Kijk maar: vers 3... [ Lezen: vers 3 ]

Geestelijke zegeningen. Dat zijn niet zozeer zichtbare en tastbare zegeningen. Zeker, die geeft God ons ook veel: gezondheid, loon, eten, drinken, een huis, een uitkering, enz.
Maar geestelijke zegeningen zijn gaven van de Geest die God wil geven om ons te helpen nu al te veranderen tot mensen die op hun hemelse BROER en op hun hemelse Vader lijken in hun doen. Beheerst door diezelfde liefde en trouw die in God en Jezus is. Die geestelijke zegen wordt in Galaten 5: 22 wel de vrucht van de Geest genoemd... [ Lezen: Galaten 5: 22 ]

Dankzij die vrucht die de Geest door het geloof in ons wil laten groeien bij ieder die er zich op zet te wandelen met de Geest, worden we geschikt om nu al en straks volmaakt te leven voor Gods aangezicht. Laten we daarom in dit leven die geestelijke zegen zoeken, opdat we het nu al meer en meer beginnen te leven, denken, doen als kinderen van God, die bij onze hemelse Vader thuis horen. Leven als burgers van het koninkrijk van Jezus.

M'n broeder en zuster, wees op Gods plan gericht, biddend en werkend. Weet waar het de Here om gaat. Je bent uitverkoren, net als de Efeziërs: God wil ons echt één maken met Hem en zo dichtbij Hem brengen. Naar die heerlijke toekomst, bij Hem.

3. De prijs voor die zegen

Ten slotte nog de prijs voor die zegen.
God geeft ons al die geestelijke gaven, naast al de aardse gaven waarmee we gezegend worden. Maar vergeet niet dat sinds de zondeval daar een grote prijs voor betaald moest worden. Om zondaren weer in Gods bouwplan te kunnen opnemen als medewerkers en als broers en zussen van de Here Jezus, dat kostte bloed. Onze schulden, die we hebben doordat we vaak verkeerd gedaan hebben en nog wel doen door liefdeloosheid en overtredingen van Gods geboden, moeten betaald worden.
Daarom lees je in dit hoofdstuk ook steeds die uitdrukking: "in Hem", "in Jezus Christus", "dankzij Jezus Christus", "door Jezus", enz., enz.

Hij is het die de prijs betaalde. Zijn bloed. Zijn leven. Onze doop, preken en avondmaal vertellen ons dat steeds weer.
Kijk, en om u te doen beseffen wat er nodig was om u, jou en mij weer te zetten op de weg van Gods plan, maken we even een vergelijking.
De schepping van de wereld was een gigantisch groot werk van God. We kunnen het ons gewoon niet voorstellen. Maar voor God was het niet zo moeilijk.
Er waren slechts woorden voor nodig. God sprak en het was er!
Maar om zondaren zoals wij zijn te verlossen, ons weer tot kinderen van God te maken, daarvoor was meer nodig: Gods Zoon moest uit de hemel neerdalen en mens worden en lijden en gedood worden, voor ons in de plaats.
En om ons dan ook nog te gaan vernieuwen, daarvoor moest de Geest van God uitgestort worden op Pinksteren. Zo bewerkt God de Vader met God de Zoon en met God de Heilige Geest dat het einddoel bereikt zal worden: dat er mensen zijn die echt geleerd hebben van harte de Here lief te hebben en te dienen, dwars door moeiten heen.
Om zover te komen gaf Jezus Christus zich in de dood aan het kruis. Om ons zover te brengen geeft Hij zichzelf aan ons door de Heilige Geest. Hij wil in ons wonen en werken. De doop, preken en avondmaal benadrukken dat steeds weer.
En Jezus vraagt: vertrouw je Mij? Volg je Mij? Laat je je helemaal onderwijzen door Mij?
Laten we van harte zeggen: graag Here, want we kennen uw plan en dat is een machtig plan. Wat een geschenk dat we daar bij mogen horen. Dank U wel, Vader, dank U wel, Here Jezus, dank U wel, Heilige Geest. Wij voelen ons inderdaad uitverkoren. Ja, we zijn het ook.

Here, help dat vast te geloven.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar