| Thema: | Purimfeestvieren? / Purimfeest-vieren: vreugde bedrijven over Gods verlossend bestuur |
| Tekst: | Ester hoofdstuk 9-10 (DEEL 4, slot) |
| Tekstgedeelte(n): | Ester 9-10 |
| Door: | Ds. J. Hagg (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zwolle-Zuid) |
| Gehouden te: | Zwolle-Zuid op 3 september 1995 |
| Opmerking RJCV: | Kan afzonderlijk van andere delen gelezen worden. |
Aanwijzingen voor de Liturgie
1. Ps. 11: 1-3 Een psalm voor als ze het op je leven hebben voorzien: houdt vast aan de Here: Hij zal recht doen
op zijn tijd en zijn manier. Denk aan de tijd van Ester bij deze psalm.
2. We luisteren met eerbied naar Gods wet uit Deuteronomium5. Daarna lees ik enkele verzen uit Psalm 32: [verzen
1-2] over vergeving van schuld. Daarop zingen we Ps.119: 12 als begin van ons gebed.
3. Na lezing Ester 9-10 Ps.124 zingen. Blij te mogen zijn, ontsnapt aan de strik die men had gespannen: de Here
redt.
4. Ps. 149 na preek: vrolijk zijn als op het purimfeest - de psalm past er bij, maar hoor de diepe tonen van Gods
definitieve bevrijding en rechtspreken: als Jezus Christus terugkomt als Redder en Rechter.
5. Ps. 66: 3, 7 na collecte, Een loflied voor de Here, die ons doet herboren worden en ons gebed niet afwijst.
In sommige agenda's staan ze: de feestdagen van Israël
Zo rond het begin van de maand maart kom je in de feestkalender dan tegen de vermelding 'lotenfeest'. Ik vermoed
dat heel wat christenen zullen reageren met: 'Lotenfeest? - nooit van gehoord'. Het is geen christelijke feestdag
en er zijn nog maar weinig synagoges in gebruik in het na-oorlogse Nederland, van waaruit we iets van een dergelijk
feest zouden kunnen gewaarworden. Lotenfeest heeft niets te maken met loterijen - waar we tegenwoordig helaas zo
door worden overspoeld in Nederland. 'Loten' is de letterlijke vertaling van 'purim'. Het perzische woord 'pur', op
z'n hebreeuws tot een meervoud gemaakt 'purim'.
Vreemd: een joods feest noemen naar het heidense lot.
Een heidense waarzegger en een heidense hogepriester van perzische afgoden hadden het lot geworpen: de gunstigste
maand en dag voor de uitroeiing van de joden hebben ze zo bepaald. Noem je naar dat afschuwelijke lotwerpen een
feest? Ja, toch wel! Wie beter kijkt ziet dat deze naamgeving ten diepste een belijdenis inhoudt. De belijdenis dat
heídenen dan door het lot een onheilsdag mogen bepalen - Gód bestuurt het zo dat diezelfde dag een dag van heil
wordt voor zijn volk, een dag van léven in plaats van dood. Daarom:
Purimfeest-vieren: vreugde bedrijven over Gods verlossend bestuur
|
Wat een verlossing van de kant van de Almachtige. Wat een verrassing, die onvoorstelbaar grootse wending: het lot dat hen treffen zou ging als een boemerang weer 180 graden om en trof de vijand, de bedenker van het onheil. Zoiets moet je gedenken. Zoiets moet je nooit meer vergeten, want dat zou wel heel ondankbaar wezen. 'Loof de Here, mijn ziel en vergeet niet één van zijn weldaden!' Psalm 103 spoort niet voor niets aan! Er zijn wel wat kanttekeningen te maken bij de afloop van de geschiedenis. Dat is ook telkens gedaan. Bijvoorbeeld deze:
Hoe zit dat nu met dat 'wraaknemen', dat 'kwaad met kwaad vergelden'?
Best iets dat je aan het denken kan zetten. Onlangs sprak ik met een buurvrouw die verklaard pacifiste is. Vijanden
bestaan niet in haar ogen. Wie zich zo tegenover jou opstelt ga je tegemoet met een bijbel in je hand, niet met een
geweer. Dit moet dan wel een gruwel in haar ogen zijn: hier wordt een bloedbad aangericht. Is het hier niet 'oog om
oog - tand om tand' - iets dat Jezus ons nu juist wil afleren? Hoe zit het nu? Moeten wij posthuum het vingertje
heffen tegen Mordekai en de zijnen en hun gedrag veroordelen? Een paar dingen hierover. Allereerst: de titel die
het NBG verzon en erboven zette is misleidend 'de wraak van de joden op hun vijanden'. Hún vijanden? Als dat alles
was. Het gaat hier om lieden die het voorzien hebben op Gòds volk. En wie het waagt aan zijn oogappel te komen
krijgt met Hem te maken. Ten diepste gaat het hier -zo zagen we al eerder- een duivelse aanval op God Zelf en zijn
Messias, die naar de belofte uit dit volk voort zou komen. En dan dat woord 'wraak'. Zeker, we komen het tegen in
8: 13. Maar dan wel in speciale zin. De nieuwe wet van Mordekai spoort de joden aan klaar te staan om zich te
wéren. Wie ook maar op de bewuste dag zich openbaart als vijand en hen aanvalt mogen ze bestrijden.
Wat gebeurt er op de 13e Adar?
De autoriteiten in alle gewesten zijn de joden inmiddels goed gezind. Zal de gevreesde aanval wel doorgaan? Ja,
want onkruid vergaat zomaar niet. Er zijn er nog heel wat lid van de duivelse partij van de inmiddels
terechtgestelde Haman, de jodenhater. Onder meer zijn zonen, die een soort bloedwraak willen oefenen. Ze zijn in de
tussenliggende maanden niet afgekoeld, laat staan dat ze zich hebben bekeerd, zoals anderen dat wel deden. De grote
scheiding tekent zich af: godlover willen zijn - of juist godlovers willen uitmoorden. Vijfhonderd grijpen er naar
het zwaard in Susan en komen op diezelfde dag om door datzelfde zwaard. Mordekai en Ester weten dat Hamans aanhang
in de stad beslist groter is. Werd daar niets tegen gedaan dan zou Gods vijand zomaar weer aanslagen kunnen
beramen. Dat verklaart haar wens de operatie nog een dag op dezelfde voet voort te mogen zetten. Zo kan het gif uit
de wond komen en is er werkelijk genezing mogelijk. Kortom:
Geen ordinaire wraakaktie, maar een zuiveringsaktie.
En wel één die we herkennen in de Bijbel. Gaf God niet Zelf in het verleden meermaals opdracht daartoe? Bij
aankomst in het beloofde land b.v. moet men het zuiveren van Kanaänieten. Er staat bij waarom: omdat Gods geduld
met deze Hem vijandige volken ten einde is. De maat is vol. Iemand zegt misschien: 'hier lees ik geen uitdrukkelijk
bevel van God'. Dat is waar. Maar vergeet niet dat God, als vrijwel altijd, míddellijk werkt. Ik bedoel dit:
persoonlijke wraak is iets dat in tegenspraak is met wat Hij ons voorhoudt in het Oude en het Nieuwe Testament:
'Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden' zegt Hij (Deuteronomium 32: 35). We hebben hier niet met Mordekais
wraak te maken, maar met die van de Here, die wettelijk wordt door een middel in zijn hand: de nieuwe bestuurder,
grootvizier Mordekai. Je kunt het ook duidelijk merken dat de joden het hebben ingezien: 'dit komt van God'.
'Het is de ban van de Here: Hij treft zijn vijanden'.
Heeft u er wel eens op gelet: van Mordekai mogen ze buit behalen (8: 12) - maar ze doen het níet! Het staat er tot
tweemaal toe (9: 10 en 15). Het viel dus wel bijzonder op! Ze hebben het besef: het is de HERE die slaat - Hem is
wat rest dan ook gewijd. Een laatste vraag om te beantwoorden:
Wij weten toch van Jezus die leert: 'Hebt uw vijanden lief en zegent wie u vervolgen en vervloeken'? Hoe valt dat te rijmen? Bedoelt Jezus dat een christen geen wapen mag aanraken? Nee, niet om persòònlijk wraak te oefenen of aan te vallen. Maar een overheid heeft de plicht het land te verdedigen tegen aanvallers - en in dienst van de overheid dient een rechtvaardige oorlog gestreden te worden. Hier verdedigt een volk zich tegen uitroeiing. Wat meer is: het volk-met-de-belofte. Dan is het gebóden je te in te zetten! En zie hoe de HERE het zegent. Hij blijft trouw aan zijn eensgesloten verbond. Ondanks al die keren van ontrouw van de kant van zijn mensen volvoert Hij zijn plan. Wat een Verlosser, deze God. Wat een feest, het purimfeest. Een echt feest op weg naar de dag van de komst van de Messias. Ingesteld om nooit te vergeten.
Mordekai en Ester stelden het purimfeest in.
We lezen niet van een rechtstreeks bevel van Godswege. Vergelijk het met onze nationale feestdag: 5 mei. Dat is ook
een menselijke instelling. Toch is er wel wat bijzonders aan de joodse viering: een ménselijke instelling - en toch
een víering als een religieus feest, in en om de synagoge. Maar: lees je in de bijbel dan wel een bevel om
kerstfeest te vieren? Het is een menselijke instelling. Maar een góede. Het gaat er maar om of we het op een goede
manier vieren! Dagen vieren om de grote daden van God te gedenken is een goede zaak. We moesten er maar eens over
nadenken of het niet goed is ook rond 4/5 mei als kérk meer werk te maken van gedenken. Nu ons tweede
aandachtspunt:
Allereerst: elk jaar op dezelfde datum. Op het platteland had men op de 13e adar de overwinning al behaald. Daar was het de 14e feest. In de stad Susan had men een dag langer werk. Daar nam men tijd om te rusten en vreugde te bedrijven op de 15e. Zo is het lange tijd onder Israël traditie gebleven: plattelanders eerst, de stedelingen de dag erna. Inmiddels is het overal gelijk getrokken. Het feest omvat nu drie dagen. Ik zal u er iets van vertellen.
De 13e adar heet 'vasten van Ester'.
Men eet sober en leest in de synagoge Exodus 32 en 34, waar Mozes, de middelaar van het oude verbond, voorbede doet
voor zijn volk, dat zwaar heeft gezondigd. Dat herinnert aan Ester, die voorbede doet. Daarna leest men Jesaja 55:
'Zoekt de HERE terwijl Hij zich laat vinden, roept Hem aan terwijl Hij nabij is.' En Jesaja 56: het heil is er ook
voor de vreemdelingen. Laat dan de vreemdeling die zich bij de HERE aansloot niet zeggen 'De HERE zal mij zeker
afzonderen van zijn volk'. Weet u nog dat we vorige week zagen dat zovelen jood werden, 'godlover'? Het getuigt van
geestelijk inzicht dat men juist deze gedeelten is gaan lezen. Maar de volgende dag zal het feest zijn en dus staan
de vrouwen en meisjes de halve dag in de keuken om lekkernijen op tafel te kunnen zetten. Bij ons mogen kinderen
wel eens meehelpen als er iets gebakken gaat worden. Op oudejaarsavond bijvoorbeeld. Daar ook. Zij mogen van deeg
koekjes maken waarvan ze de randen omkrullen. 'Hamansoren' noemen ze die. een grappige naam, met een ernstige
ondertoon... Die hamansoren gaan de oven in. En daar horen ze ook! En komen ze er uit dan eten we ze op met huid en
haar: geen kruimel blijft er over!
De mannen hebben ook een taak: zij gaan inkopen doen als betrof het een soort sinterklaasfeest. Het is de bedoeling
dat men elkaar geschenken stuurt. (9: 22) Je vrienden. Gewoon omdat je blij bent. Maar ook de armen vergat je
niet.
De volgende dag met het avondgebed begint de eigenlijke viering in de synagoge. Met het lezen van het boek Ester natuurlijk! Geen letter wordt overgeslagen. Er zijn zelfs belangrijke passages die worden herhaald, met nadruk. De gemeente zelf is er levendig bij betrokken. Valt de naam 'Haman', dan wordt er fel gereageerd. Met uitdrukkingen als 'Zijn naam worde uitgeroeid' 'Weg met Amalek'. De kinderen zie je in de synagoge zitten met ratels. En die hebben ze niet voor niets meegenomen. Ze moeten goed opletten en telkens als ze de naam 'Haman' horen moeten ze flink lawaai maken om te laten horen dat ze er, ondanks een lange geschiedenis vol hamannen, toch nog zijn.... Tot diep in de nacht is het daarna feest in de huizen. Op vasten volgt feest. Op rouwgewaad feestkleding. Op dodenherdenking bevrijdingsdag. Zo gaat het bij vele volken op deze aarde. Toch heeft het daar, bij de joden, een bijzondere tint. En denk erom:
De 15e adar is iedereen weer present in de samenkomst.
Exodus 17: 8-16 wordt gelezen: de overwinning op Amalek. En tot slot nóg eens het hele boek Ester. Om het werkelijk
in het geheugen te prénten. Als je dat hoort kun je wel eens bij jezelf denken: doen wij daar genoeg aan - de
dingen bewust onszelf inprenten? Je kunt ook te gauw denken als mens 'Ach, ik weet het wel zo'n beetje'. Maar het
is en blijft een bijbelse opdracht het ook je kinderen in te prenten, het dóór te geven wat God voor ons volk deed.
Dat sterkt je geloofsvertrouwen. En het eert bovenal God! Het kan niet over het hoofd gezien worden dat het joodse
volk soms inventief is in het inschakelen van de kinderen. Denk aan de pascha-viering. Denk aan de ratels van
daarnet. En op de laatste dag van het feest mogen de kinderen maskers dragen. Dat herinnert aan Ester, die eerst
a.h.w. een masker droeg. Niemand mocht weten dat zij jodin was. Maar toen ze ervoor uitkwam en haar masker afzette,
mocht ze meewerken aan een keerpunt in de geschiedenis van Gods kerk. Het is niet mijn bedoeling dat hier allemaal
te evalueren, maar het kan ons toch wel tot nadenken stemmen als wij anderen bezig zien met het vormgeven van
hoogtijdagen, ook naar de opgroeiende generatie toe. Het kan stimulerend werken. Dan het derde dat we zouden
bespreken. Na het 'waarom' en het 'hoe' van het purimfeest:
Zijn wij niet meer blij met de bevrijding die God ons toen bracht? Weten we ons niet meer één met de kerk-van-toen? Zijn we ondankbaar geworden? Nee dat is allemaal niet het geval. En toch ziet onze feestkalender er totaal anders uit dan toen. Ik zou wel durven zeggen: wij zijn juist dankbaarder geworden en daarom vieren we het purimfeest niet meer! Joodse mensen houden zich nog strikt aan de voorschriften. Wij niet. Want er hebben zich beslissende gebeurtenissen voorgedaan: de beloofde Messias is gekomen. Vrijwillig daalde Hij uit de hemel neer om mens te worden als wij: dat moet gevierd worden! We zetten het Christus-feest op onze kalender. Elk jaar opnieuw. En hoe weergaloos heeft Hij ons eens en voorgoed verlost. Daar valt de bevrijding uit Egypte bij in het niet (Pascha-viering) en de bevrijding van de Hamannen (Purim-viering) idem dito. Dé Bevrijding vond plaats op Goede Vrijdag, toen Hij zijn leven gaf om het onze te redden. Daarom vieren wij ook keer op keer op keer het Heilig Avondmaal, om deze weldaad feestelijk te gedenken en als een geschenk te ontvangen uit de handen van onze Levende Heer. En naast alle zondagen, eerste-dagen-van-de-week, die ene bijzondere Opstandingsdag, die wij vieren op Pasen.
Het Purimfeest is door Christus vervuld.
Triest is het dat velen het niet zien, rustig op de oude voet doorgaan. Zovelen die van dezelfde stam komen waar
wij op zijn geënt, aanvaarden de Verlosser die God Zelf hen zond niet. Laat ons niet vergeten voor hen te bidden.
God kan wonderen verrichten. Dat is ons in het boek Ester ook weer zo duidelijk geworden als wat. En laten we ook
vooral toezien op onszelf, nu we volgende week weer aan zijn feestelijk gedekte Tafel worden verwacht: hoe staat
het er met ons voor? Is er veel dankbaarheid te bespeuren voor de vreugde die Christus als Bevrijder in ons leven
bracht? Wie het licht van de verlossing weet in zijn of haar leven houdt zich toch ver van alles wat maar met de
duisternis te maken heeft. Laten we ons klaarmaken, bidden, ons concentreren en vol blijde verwachting naar de kerk
gaan volgende week: onze Bevrijder nodigt ons. Hij wil zijn Feest met ons vieren.
Amen.
http://www.prekendiespreken.nl/
For questions or remarks mail to
© Copyright Preken die Spreken / Speaking Sermons / Pregação Viva,
1997-2012.
No part of this publication may be reproduced or copied or made public
in any form without the expressed written authorization from Richard J.C.
Vos and the contributing minister. No consent to copy is required if it is
to be used for public worship service or preparation for Bible study(meetings).