Met Christus komt u er doorheen

Thema: Met Christus komt u er doorheen
Tekst: Exodus 14:29-31
Tekstgedeelte(n):

Exodus 14:21-31
1 Korintiërs 10:1-6

Door: Ds. C. van Dusseldorp (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Mussel)
Gehouden te: Mussel op 17 september 2000
Musselkanaal-Valthermond op 17 september 2000
Groningen-West op 1 oktober 2000
Winschoten op 8 oktober

Aanwijzingen voor de Liturgie

Ps. 78:1, 4
(Morgendienst: Wet)
(Morgendienst: Ps. 9: 5-8)
Gebed
Lezen: Exodus 14:21-31; 1 Korintiërs 10:1-6
Ps. 77: 4-6
Tekst: Exodus 14: 29-31
Preek
Ps. 66: 2-3
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis)
(Middagdienst: Ps. 136: 1, 12-13, 18)
Gebed
Collecte
(Morgendienst: Ps. 136: 1, 12-13, 18)
(Middagdienst: Ps. 145: 4-5)
Zegen

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus.

Israël zit hopeloos vast
'Ik dacht het al wel', bromt een van de mannen, 'we gaan een verkeerde kant op. Ik heb het nog zo gezegd tegen de leiding. Deze weg loopt dood. Maar het is toch duidelijk dat we niet naar het zuiden moeten, maar naar het oosten! Hier moeten we echt niet langs. Mozes moet dat toch weten. Hij heeft veertig jaar in de woestijn gezworven en kent de omgeving als z'n broekzak. Als de Egyptenaren horen dat wij hier zijn, dan loopt het nooit goed met ons af.' Maar ze zijn er wel langs getrokken. Duizenden mannen, vrouwen, kinderen en dieren. Met al hun bagage. Een bonte stoet, inderhaast in een nacht georganiseerd. Die eerste week trokken ze dag en nacht. Slechts korte rustpauzes werden genomen. Zo snel mogelijk weg, weg, weg. Zo'n eerste week houd je dat wel vol. Je krijgt vleugels van zo'n bijzondere uittocht. Door Gods hand. Met toestemming van de Farao. Want illegaal vertrekken, dat is ook zo wat. Dat red je niet eens tegen die snelle strijdwagens van de Egyptenaren. Want zo snel kun je nu ook weer niet met zoveel mensen tegelijk, hoe gemotiveerd je ook bent.

Maar als je verdwaalt, dan kun je zo hard lopen als je wilt, maar je schiet niets op. Dan ben je zomaar weer terug bij een punt waar je al eerder was. Het lijkt net of Israël de weg niet meer weet. De joodse man heeft gelijk. De weg loopt dood. Ze stuiten op groot water, de Schelfzee of Rode Zee. Ze kunnen er niet omheen en ze kunnen er niet doorheen. Dat is de ene kant. En als ze achterom kijken, dan doen ze de schokkende ontdekking, dat ze nog niet af zijn van Farao. Hij heeft gehoord welke merkwaardige route het jonge volk Israël volgde. Zo snel als ze konden hebben ze hun cavalerie op pad gestuurd. Paarden en strijdwagens zijn door de woestijn gevlogen achter dat ontsnapte volk aan. Alsof alle jeeps en vliegtuigen ingezet zijn om het ontsnapt volk te vernietigen of terug te brengen. Het volk zit klem. Israël ziet haar pas verworven vrijheid te gronde gaan tussen een zee aan water en een zee aan soldaten. Nog geen week vrijheid, en nu dreigt de dood. 'Mozes, wat heb je gedaan? Waarom heb je ons niet met rust gelaten in Egypte. Wij moesten zonodig bevrijd worden. Maar deze vrijheid is gevaarlijker dan de slavernij. Want nu gaan we dood. En reken maar niet dat ze ons hier fatsoenlijk zullen begraven.'

Hoe is dit mogelijk met God?
Hoe is dit eigenlijk mogelijk met God? Dat is de vraag die zich aan ons opdringt. Hoe is het toch mogelijk. Dat mensen met God aan hun zijde, toch vastlopen in hun leven. Dat juist mensen die vol geloofsvertrouwen hun weg zoeken in deze wereld, in grote problemen komen. Binnen een week na de bevrijding staat Gods volk aan de rand van de afgrond. Dat klopt toch niet met elkaar?

Hoe is het toch mogelijk. Het is niet alleen een historische vraag. Want het gebeurt nog steeds. We weten dat. En tegelijk begrijpen we dat niet. Een gelovige man wordt murw geslagen door wat in zijn leven allemaal gebeurt. Een christenvrouw raakt in paniek wanneer ze om zich heen kijkt. Een gemeentelid bidt dagelijks om wijsheid en kracht, maar loopt toch helemaal vast in de relaties met anderen. Je zou toch anders verwachten, als je vertrouwt op Gods vaderhand, als je het voetspoor van Jezus Christus volgt en als je je openstelt voor de leiding van de Geest. Dan reken je niet dat je vastloopt in deze wereld. En toch gebeurt het. Het gevolg is, dat een mens zijn vertrouwen verliest. Want niets treft een mens harder, dan een teleurstelling, waar vertrouwen was. Je ziet het gebeuren, je ervaart het misschien zelf.

Vol vertrouwen op weg gaan, dat kennen we. Biddend maken we onze keuzen, enthousiast zetten we ons in. We vertrouwen onszelf, elkaar en de Here. We gaan op weg, in het besef dat het best een poos kan duren voor we de eindstreep halen. We begrijpen wel, dat we geen paradijs hoeven te verwachten op aarde. Maar als het leven zo snel en zo hard een ontgoocheling wordt, dan loop je kapot. Als de droom van vrijheid en liefde als een zeepbel kapot spat op de nachtmerrie van desillusie en angst. Je durft niet meer te gaan, het vertrouwen is zoek. Dan komt het wantrouwen in het hart van een mens. Wantrouwen jegens mensen. Wantrouwen jegens het leven. Wantrouwen jegens God. Als geloven deze gevolgen heeft… Als de kerk me dit aandoet… Als de vrijheid in Christus zoveel problemen geeft… Wat heb ik dan aan mijn geloof? Wil ik dan eigenlijk wel bij die God horen? Hij heeft beloofd voor ons te zorgen. Maar ook met God kun je kennelijk vastlopen in dit leven. Bij God horen blijkt nog gevaarlijker te zijn dan zonder God leven.

Waarom doet de Here dat?
Het is alsof we even de bril opgezet hebben van de Israëlieten in hun hopeloze situatie. 'Had ons toch met rust gelaten' zeiden ze tegen Mozes. 'Dan hadden we morgen nog geleefd.' Je kunt het je voorstellen. De bijbel reikt ons echter ook een andere bril aan. Want er zijn niet alleen de mensen en de omstandigheden. De Here is er ook.

Dat is het bijzondere van de Schrift: Ze opent ons de ogen voor een ander niveau. We horen van Gods gedachten, Gods beslissingen en Gods bedoelingen. Hij heeft hier overduidelijk de leiding over zijn volk. Hij heeft de route gewezen, door zijn volk voor te gaan. Overdag met een wolk. 's Nachts met een vuur. De Here was aanwezig als reisleider. Dat lijkt vertroostend. Maar zo heeft Hij ze dood laten lopen op het water van de Schelfzee. God wil definitief afrekenen met Farao. Ook dat lijkt positief voor Israël. Maar het gevolg is dat Farao de wagens laat beklimmen om de achtervolging in te zetten. Zo heeft God zelf zijn volk in die onmogelijke positie gebracht, tussen hamer en aambeeld, tussen verdrinking en afslachting.

De bijbel reikt ons een andere bril aan. We horen dat God zelf de leiding heeft over het leven van zijn kinderen, en ook over het leven van zijn vijanden. We horen dat de Here er een bedoeling mee heeft dat Israël vastloopt. Dat is de bril die ons wordt opgezet, broeders en zusters. De bril van het geloof, waardoor we niet alleen rekening houden met wat zichtbaar is, maar ook met Gods bestuur en zijn bedoelingen. Achter mensen, omstandigheden en ontwikkelingen is Gods hand. Hoe moeilijk het soms ook te aanvaarden is: Zowel de positieve als de negatieve dingen in de wereld vallen binnen Gods controle.

Dat maakt onze vragen nog veel indringender. Waar is dit goed voor? Waarom beloont God het moedige geloof van zijn volk niet? Hij kan toch wel nagaan dat het prille vertrouwen van Israël hiermee omslaat in wantrouwen? Waarom doet de Here dit? Het zijn ook de grote vragen die in ons hart kunnen bovenkomen. Is het leven zonder God en zonder idealen niet veel rustiger en veiliger, dan het leven met God? Hij brengt ons op plaatsen waar we zelf niet heen willen, brengt ons in situaties waar we zelf niet voor kiezen, roept ons tot taken die we helemaal niet zien zitten. Als we naar Hem luisteren wordt het leven nog moeilijker dan als we onszelf volgen. Wil ik dat eigenlijk wel? De bril van het geloof maakt het leven er voorlopig niet gemakkelijker op.

Een machtig wonder
'Mozes, zeg tegen de Israëlieten dat ze voorttrekken.' Dat is Gods antwoord. Voorttrekken? Maar daar is de zee! Voorttrekken kan alleen in het vertrouwen dat, waar nu slechts water is, een pad zal blijken te zijn. Dat er een weg ten leven is, waar wij slechts de dood zien. 'Mozes, trek voort. Uw toekomst ligt niet in Egypte, maar in het beloofde land. U kunt het slechts bereiken door de dood heen. Want geen mens bereikt in eigen kracht het Vaderland. Mozes, hef uw staf op en steek die over het water.'

Mozes is de eerste. En de Here is de laatste. Want die wonderlijke wolk van vuur verliet voor dat moment de koppositie en stelde zich tussen de twee volken in. Een goddelijke buffer tussen het volk van Gods liefde en het volk van Gods toorn. En Mozes strekt zijn hand uit, en een harde oostenwind stak op. En die adem van God spleet het water in tweeën. En er lag een pad in het midden van wat eens de zee was. Een droog en begaanbaar pad tussen watermuren die bescherming boden. En ze gingen. Opnieuw in de nacht. Achteraf zouden ze zeggen: 'Het was een wonder dat we gingen. Je gaat niet zomaar tussen dreigende watermuren door. Maar wij konden niet anders meer. Mozes ging voorop. De Here achteraan. Mannen, vrouwen, kinderen, dieren met bagage. Alles en iedereen. En het was een nog groter wonder, dat we het haalden. Tegen de morgen waren we allemaal aan de overkant. Een onmogelijke reis, door de dood heen. Maar we bereikten de veilige oever.'

Dat was het ene gevaar: De zee van de dood. Maar ook dat andere gevaar was nu geweken: De legers van de slavernij. Ik weet niet of de joden alles gehoord en gezien hebben. Wij lezen het wel: 'De Here draaide zich om en keek in vuurkolom en wolk naar de Egyptenaren.' Psalm 77 spreekt van donder, bliksem en stortregens. En daar begon de verwarring. Paarden sloegen op hol, ijzeren wielen gleden weg of braken af. En de verwarring werd dodelijk toen ze bij hun vlucht op het terugstromende water stuitten. De voetgangers in het geloof waren hier beter af dan de ruiters in hun ongeloof. 'De volgende morgen zagen we de Egyptenaren dood op de oever van de zee liggen. Een huiveringwekkend gezicht aan de ene kant. Een enorme opluchting aan de andere kant.' Een machtig wonder.

Vrijheid moet ingevuld met toewijding
Israël zat vast tussen zee en leger. De vragen die dat oproept, zijn de vragen van alle tijden. Hoe kan het leven met God zo moeilijk zijn? Waarom is onze verlossing in Christus niet in één keer volledig, en volgen op bevrijding nieuwe moeilijkheden? Het verhaal uit Exodus geeft daar een antwoord op. God wil zijn volk opvoeden. Hij wil de vrijheid ingevuld zien met toewijding. Dat is de sleutel voor het verstaan van de doortocht door de Schelfzee.

Deze sleutel wordt ons aangereikt aan het begin en aan het slot van het verhaal. Aan het begin staat: 'God liet het volk niet rechtstreeks naar het beloofde land gaan, omdat Hij bang was dat Israël snel naar Egypte zou terugkeren, als ze tegen nieuwe vijanden zouden aanlopen.' Aan het slot staat dat het volk 'onder de indruk is van Gods bevrijding en de Here vreest en gelooft in de Here en in Mozes, zijn knecht.' Begin en slot maken duidelijk waar het om gaat: God voedt zijn volk op. Het is als met die koning, die zijn zoon een erfdeel wilde geven. Maar de zoon was nog zo klein, hij kon nog niet eens lezen en schrijven. Zou hij het erfdeel kunnen bewaren? vroeg de koning zich af. Hij mag dan koningszoon zijn, ik moet hem eerst liefde voor het volk en kennis van de wereld bijbrengen voor hij de verantwoordelijkheid van een koningszoon kan dragen. Zo voedt de Here zijn volk op. Vrijheid moet ingevuld met toewijding.

God koos voor Israël. En daarmee was het geen slavenvolk meer. Maar het was ook nog niet direct een Godsvolk. Want de liefde van God vraagt om wederliefde van het volk. God koos voor u. En laat u de beloften van het evangelie horen: de verzoening en verlossing worden u verkondigd. Daarmee bent u gezegende mensen. Maar daarmee blijft u niet automatisch kind van God. Vrijheid moet ingevuld worden met ontzag en vertrouwen, met geloof en toewijding. En door gebeurtenissen in het leven kan de Here ons daartoe brengen. Een mens geeft zichzelf niet zomaar in toewijding. Het is een weg van vallen en opstaan. Maar na de uittocht volgt de crisis. En in de crisis vindt de doortocht plaats. Zo wordt het volk van God geboren. Vrijheid alleen is niet voldoende. Op een eenmalige bevrijding kom je het beloofde land niet binnen. Vrijheid moet worden ingevuld met toewijding. Bevrijding moet worden gevolgd door ontzag en vertrouwen. Dat leert ons de geschiedenis van Israël aan de Schelfzee.

Vertrouwen is niet blijvend
Om de doortocht door de Schelfzee te verstaan, moeten we letten op Gods doel. De Here wilde vergelding aan zijn vijanden en de Here wilde zijn volk opvoeden tot toewijding aan Hem, tot belijdenis van het geloof. Daarom liep Israël na de uittocht vast op de Schelfzee, maar kreeg het als door de dood heen opnieuw toegang tot het leven. Geen wonder dat zij nu Gods lof zingen. Maar het probleem is, dat vertrouwen en vreugde geen blijvende ervaringen zijn.

De Schelfzee is als altijd. Kabbelend water, met wat golfjes door de wind. Wie kan zien dat hier een groot wonder heeft plaatsgevonden? Ja de dode lichamen van de Egyptenaren vormen eerst een levend bewijs. Maar het pad door de zee is verdwenen. De voetstappen zijn uitgewist. Het volk trekt verder. Eerst is er de levendige herinnering, die de Israëlieten als het ware opnieuw in lofzang doet uitbarsten. Later zijn er de enthousiaste verhalen van de ouderen die het hebben meegemaakt. En nog weer later alleen de verhalen over de verhalen. En er zijn er, die later bij het horen van de geschiedenis van de doortocht, opnieuw in lofzang uitbarsten. Een aantal psalmen getuigt daarvan. En ook meerdere profeten komen erop terug. Maar er zijn er meer, voor wie de gebeurtenis vervaagt tot een ver en grijs verleden. En als hun leven opnieuw in een crisis komt - want zo gaat dat in een mensenleven - dan is het vertrouwen en de vreugde zoek. Een les die je eens geleerd hebt, die blijft je niet automatisch altijd bij. Daarvoor moet je ermee bezig blijven. Rijvaardigheid moet je leren en bijhouden als je het rijbewijs hebt gehaald. Zo moeten gelovigen hun vertrouwen op Christus blijven leren, ook wanneer ze hun verlossing in Christus hebben aanvaard.

Vertrouwen is geen eigenschap die vanzelf blijft. Dat blijkt in het vervolg van de geschiedenis van Israël. Als het tegen zit, dan mopperen ze keer op keer op Mozes en op God. Dat blijkt ook in de woorden van de apostel Paulus in 1 Korintiërs 10. Hij zegt: 'het volk Israël had zich als het ware laten dopen in de wolk en in de zee'. Daar hadden ze de goedheid, trouw en genade van God heel duidelijk ervaren. Daar waren ze tot geloof en gehoorzaamheid gekomen en hadden ze zich aan de Here toevertrouwd. Alsof ze gedoopt waren en openbaar belijdenis van het geloof hadden gedaan. Maar hoe snel zijn ze dat steeds weer kwijtgeraakt. De apostel voegt er de waarschuwing aan toe: 'Zorg ervoor dat u anders reageert. Dat u uw rijkdom van het evangelie blijft beseffen en daaruit leeft.' Zoals een slinger steeds langzamer slingert, wanneer er geen krachtbron is aangesloten, zo hebben ook vertrouwen en vreugde van het geloof de neiging te verzwakken.

In Christus komt u door de crisis heen
Israël maakt bij de Schelfzee twee dingen mee: Ze lopen vast in een echte crisis. En ze worden verlost door Gods wonderlijke macht. Het probleem is, dat die twee ervaringen elkaar eigenlijk uitsluiten: Wanneer je echt in een crisis terechtkomt, zie je geen uitkomst meer. En wanneer je de uitkomst ziet, is de angel uit de crisis getrokken. Dat maakt het ons niet gemakkelijk om de juiste les te trekken die de Here ons leren wil in de geschiedenis van Israëls doortocht door de Schelfzee.

We hebben gezien dat bevrijding bij de Here ook volledige verlossing betekent, ook al zit er tijd tussen. Daarom volgt op de eerste bevrijding uit het land Egypte nog de tweede bevrijding uit de macht van Egypte. Alle vijanden zullen uiteindelijk vernietigd worden.
We hebben gezien dat de Here zijn volk tot toewijding en lofprijzing brengt. Omdat ze nu persoonlijk sterk ervaren hebben, hoe de Here hen niet alleen van de slavernij, maar ook van de dood heeft gered. Gods kinderen ontvangen een nieuw leven.
We hebben gezien hoe de Here onder zijn eigen volk een basis legt. Een basis, die bestaat uit ervaringen van Gods goedheid en grootheid, uit bewijzen van Gods genade. Dat fundament blijft sterk door voortdurend beseffen, herinneren en doorvertellen.

Als ik de boodschap van Gods Woord samen moet vatten voor ons, als gemeente in deze tijd, dan is dat:

Met Christus komt u er doorheen

Met Christus komt u er doorheen. Daarin zit een verkondiging. Want je kunt zeggen dat Christus onze Schelfzee is. De onmogelijke ontsnapping, door de dood heen naar het leven. Een weg die een mens zelf niet gaan kan en gaan zal, maar die we alleen aan de hand van Jezus Christus gaan kunnen.

Met Christus komt u er doorheen. Daarin zit een waarschuwing. Om goed om te gaan met de rijkdom die we hebben ontvangen. Om Gods wonderen te ontdekken. Om het werk van Christus niet te vergeten of te verwaarlozen. Zijn werk eens op Golgota. Maar zijn werk ook nog steeds in ons leven. Zichtbaar in onze doop. Merkbaar in het ontvangen geloof.

Met Christus komt u er doorheen. Daarin zit een bemoediging. Ook al is het eigen aan een crisis, dat wij geen uitkomst zien. Toch leidt het weten van toen tot vertrouwen voor nu. Hij laat zijn kinderen niet kapot lopen, maar houdt hen vast en zal hen tot de uiteindelijke heerlijkheid brengen. Ook al gaat de weg naar het beloofde land letterlijk of figuurlijk door een woestijn. Jezus Christus is erbij en zal verlossing brengen. Daarom zal eens het lied van Mozes en Israël bij de Schelfzee gezongen worden aan de glazen zee, door de overwinnaars die het Lam gevolgd zijn en de volkomen verlossing hebben ontvangen.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar