Samenvatting bij: Bid met gegronde verwachting!

Thema:

Bid met gegronde verwachting!

Tekst: Jakobus 5: 13-16
Tekstgedeelte(n):

Jakobus 1: 2-8
Jakobus 5: 1-19

Door: Ds. J.W. Roosenbrand (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Groningen-Oost)
Gehouden te: Groningen-Oost en in Schildwolde op 10 februari 2002
Behoort bij preek: Jak05v13

Bid met gegronde verwachting!

Wie de brief van Jakobus in zijn geheel leest, wordt genezen van een oppervlakkige opvatting over gebed, alsof je via gebed alle moeilijkheden een-twee-drie kunt oplossen. Jakobus gaat ervan uit dat het leven van een christen een leven onder zware druk is. We moeten een voorbeeld nemen aan de profeten en hun 'gelatenheid en geduld' (een betere vertaling is: geduldige incasseringsvermogen), en aan Job die volhield en pas uiteindelijk compensatie ontving; ons leven staat in het teken van de verwachting van het Rijk van de Messias.
Onderweg moeten we met God leven. Hij wil delen in heel ons leven, in voor- en tegenspoed. Wie pas gaat bidden als hij problemen heeft, is veel te laat.
Het gaat in het gebed bij ziekte niet alleen om herstel van gezondheid, maar om herstel van de verhouding met God. Vandaar de grote aandacht voor schuldbelijdenis en vergeving. De vraag om gezondheid is ingekaderd in die verhouding met God.
Je mag nooit zeggen: als je niet geneest, geloof je niet goed genoeg. Toch moet je je zelf wel beproeven: bid je met vol vertrouwen, of ben je verdeeld door twijfel (Jakobus 1: 6-7); of bid je verkeerd, alleen uit egoïstische motieven (Jakobus 4: 3). Je gebed moet een gelovig gebed zijn (Jakobus 5: 16)
De olie onderstreept de belofte van God: door de zalving wordt de patiënt Hem toegewijd, Hij zal door de Heilige Geest op hem inwerken ter genezing. Met handoplegging wordt dit onderstreept in de naam van de Heer.
De oudsten vertegenwoordigen de gemeente. De uitleg dat in onze tijd deze regel van Jakobus niet meer zou gelden omdat de oudsten behoorden tot de speciale groep van mensen van het eerste uur met volmacht tot genezing, vind ik niet overtuigend.
1. Niets in de tekst wijst hierop; 2. De buitengewone gave van genezing is niet beperkt tot de apostolische tijd; 3. Elia was een man net als wij, daarom wordt zijn gebed ons allen ten voorbeeld gesteld. In dat verband zou het merkwaardig zijn dat de oudsten in dit opzicht niet als wij zouden zijn en dat hun gebed een grotere volmacht zou bezitten; 4. De voorbede door de oudsten gaat soepel over in de onderlinge voorbede door alle gemeenteleden.
Een moeilijk punt blijft dat in de praktijk het gebed vaak niet (meteen) die uitwerking heeft die Jakobus aangeeft. Die spanning kun je proberen op te heffen door te stellen dat die genezing alleen de tijd van Jakobus gold, (zie boven). Of door in de praktijk bij voorbaat een slag om de arm te houden en niet te veel te verwachten van je gebed ('uw wil geschiede' een uitdrukking die in de Bijbel betekent: uw wil moet gehoorzaamd worden!).
Het lijkt mij beter om veel te blijven verwachten op grond van Gods beloften, en als het (nog) niet gebeurt, dit in Gods hand te leggen, samen met je teleurstelling en verdriet én overgave aan zijn (voorlopige) manier van werken. Blijf ondertussen verlangen naar zijn koninkrijk, waarin al onze gebeden verhoord zullen blijken!

Hij ligt op bed. De kanker sloopt hem. Om 4 uur 's middags komt de dominee met een ouderling en nog een zuster uit de gemeente op bezoek. Ook zijn vrouw en twee kinderen zijn aanwezig. Ze lezen het gedeelte uit Jakobus 5, en delen met elkaar wat hun verwachting is van de Here. Tezelfdertijd komen ook elders in de gemeente mensen bij elkaar om te bidden.
Een van de aanwezigen spreekt uit dat hij het zo moeilijk vindt om werkelijk grote verwachtingen van God te hebben. De vrouw van de zieke biecht op dat ze in de afgelopen tijd veel last heeft gehad van sterk negatieve gedachten over de kerk waar ze lid van zijn. De zieke zelf belijdt als zijn zonde dat hij, toen hij gezond was veel te veel voor geld en zijn baan geleefd heeft. De dominee vraagt vergeving voor het feit dat hij zo weinig vurig is geweest in zijn gebeden in de kerkdienst.
Vervolgens legt hij zijn handen op het hoofd van de zieke en hij gaat bidden. Hij begint met een belijdenis van de zonden die daarvoor zijn uitgesproken en hij dankt God voor de belofte van vergeving en herstel van de relatie met God. Hij legt de nood van de zieke en van het hele gezin aan de Here voor en vraagt dringend om genezing. Hij bidt om de komst van het Koninkrijk waarin eindelijk alles goed zal zijn. Dan neemt de dominee een flesje met olijfolie en druppelt wat olie op zijn linkerhand. Met zijn rechterwijsvinger tekent hij met de olie een kruisteken op het voorhoofd van de zieke, en hij zegt: "Broeder, ik zalf je in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest opdat je deel zult hebben aan de zalving met de Heilige Geest tot heling van ziel, geest en lichaam". Tenslotte prijzen ze samen de Here om zijn genade met het zingen van Ps. 103: 2-3.

Leestip: Paul, M.J., 1997. Vergeving en genezing: ziekenzalving in de christelijke gemeente.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar