| Thema: | Samenleven tot Gods eer - Bijbelse antwoorden op vragen rond relatievorming |
| Tekstgedeelte(n): | De geciteerde teksten zijn als regel uit de Groot Nieuws vertaling |
| Uitgave: |
De kerkenraad gereformeerde kerk vrijgem. Krimpen aan den IJssel |
| Publicatie: |
Een handreiking van de kerkenraad van de gereformeerde kerk vrijgem. Krimpen aan den IJssel, zomer 2001 |
| Extra: |
Verwijderd: Deel 1: Met God kun je genieten in je verkeringstijd |
Hoofdstuk 2 Opzet van de handreiking
Hoofdstuk 3 Samenleven in het licht van het zevende gebod
Hoofdstuk 4 Samenwonen in het licht van het vijfde gebod
Hoofdstuk 5 Gemengde relaties in het licht van het eerste gebod
Hoofdstuk 6 Beleid van de kerkenraad
|
Samenleven tot Gods eer... |
In de kerkenraad is in het seizoen 2000-2001 verschillende keren gesproken over allerlei vragen rond
relatievorming. Mag je van God vóór het huwelijk met elkaar naar bed? Waarom zou je geen verkering mogen hebben met
iemand die niet of anders gelooft?
Is samenwonen echt fout? Ook in onze gemeente leven dit soort vragen. Steeds meer gemeenteleden krijgen er mee te
maken. Persoonlijk, in de kring van familie of vrienden, of in de wijk.
We leven in een maatschappij waar je het niet gemakkelijk hebt als je ook rond relatievorming en seksualiteit als
christen wilt leven.
|
Hoe ga je als christen om met seksualiteit? |
Vrijblijvend seks met iemand hebben, of voor het huwelijk met elkaar naar bed gaan - het wordt meestal heel gewoon gevonden. De campagnes rond veilig vrijen gaan daar zelfs vanuit. Het traditionele huwelijk lijkt een vorm naast vele andere. Zeker als je jong bent, komt van alle kanten een manier van leven op je af, die anders is dan de Bijbel leert. En laten we eerlijk zijn, niemand van ons is voor die invloed immuun. Helemaal als je verliefd bent en in veel opzichten steun aan elkaar hebt, is het moeilijk om overeind te blijven. Het is aanlokkelijk toch maar een verkering te beginnen, ook al kent de ander God niet of nauwelijks. Of met elkaar naar bed te gaan, als je toch al heel zeker van elkaar bent. Voor je het weet rol je in een situatie waarin de stap naar samenwonen nog maar heel klein is. En waarom zou je die dan niet óók nemen?
Als kerkenraad hebben we gemerkt dat niet iedereen weet wat de Bijbel over deze vragen rond seksualiteit,
samenwonen en relatievorming te zeggen heeft.
Daarom wil de kerkenraad graag dat dit onderwerp in de gemeente besproken wordt.
Deze handreiking wil daarbij een hulpmiddel zijn. Je kunt dan bepaalde dingen eens naslaan en daardoor voor jezelf
een mening vormen. Je kunt de handreiking ook gebruiken om er met vrienden, ouders of kinderen over door te praten.
Is het moeilijk om het met God eens te zijn? Begrijp ik wel dat God het goede met me voorheeft? Juist als je dit
nog niet kunt inzien, is het belangrijk dit met je omgeving te bespreken.
Wij wensen u / jou toe dat deze handreiking mag helpen bij een positiekeus waarbij niet je eigen gevoel, evenmin de praktijk om je heen, maar het Woord van God de doorslag geeft.
In hoofdstuk 3 maken we vanuit de Bijbel duidelijk dat de Here de volledige eenwording (ook lichamelijk) alleen wil binnen het huwelijk, een verbondsrelatie van een man en zíjn vrouw. Dat raakt het zevende gebod: niet echtbreken.
Hoofdstuk 4 laat zien dat het huwelijk in bijbels licht nooit een zaak is van man en vrouw alleen, maar dat daarin ook de natuurlijke verbanden - ouders, overheid en gemeente - betrokken zijn. Dat raakt het vijfde gebod: gezagsdragers eren.
In hoofdstuk 5 wijzen we op het grote belang van de eenheid in het geloof bij het zoeken van een levenspartner. Dat raakt het eerste gebod: de keuze voor God gaat vóór alles.
Ten slotte wordt in het zesde hoofdstuk uiteengezet, hoe de kerkenraad leiding wil geven in geval van gemengde verkering of ongehuwd samenwonen.
|
Ik ben de Here uw God... Gij zult niet echtbreken... |
De relatie tussen een man en een vrouw is een verbondsrelatie, net als de relatie tussen God en mens. Al
uit Genesis 1: 27 blijkt een heel nauw verband tussen onze relatie met God en de onderlinge band als man en vrouw:
"naar zijn beeld schiep Hij hem (enkelvoud); man en vrouw schiep Hij hen (meervoud)". In Efeziërs 5: 22-33 leert
God ons dat de relatie tussen man en vrouw een afspiegeling moet zijn van de relatie van God met ons.
Wat betekent deze vergelijking? Wat de inhoud betreft: God geeft ons zijn volkomen liefde en trouw. Hij zorgt voor
ons, vergeeft al onze tekorten en is bereid steeds weer opnieuw met ons te beginnen. Die zelfde gezindheid vraagt
Hij ook van ons. Hij keert het zelfs om: als jij niet bereid bent je naaste van harte te vergeven, vergeef Ik jou
niet, Matteüs 18: 23-35.
Wat de vorm betreft: God belooft ons zijn liefde en trouw met een onverbrekelijke belofte. Hebreeën 6: 17 noemt het
een eed die God aflegt. Dat doet Hij niet voor niets. De Here weet dat wij zondige mensen zijn: wij kunnen moeilijk
geloven dat Hij ons liefheeft en trouw blijft. Wij zelf zijn wisselend in onze trouw en liefde voor Hem.
|
Ik verafschuw het wanneer een man zijn vrouw verstoot. Het is even erg als moord, zegt de Here. Beheers je en blijf je vrouw trouw. |
In de structuur van het verbond komt Hij ons met plechtige
beloften tegemoet. Zo biedt Hij ons extra zekerheid. En Hij vraagt ons in zijn kracht hetzelfde te doen. Openlijk
tegenover elkaar vastleggen: 'je kunt je leven lang aan op mijn liefde en trouw'.
God verafschuwt echtbreuk. Het is volkomen in strijd met zijn eigen gezindheid. Daarom wil Hij dat wij elkaar en
onze relaties beschermen tegen egoïsme en ontrouw.
God Zelf heeft de volledige eenheid van man en vrouw gegeven en ons lichaam daar op gebouwd. In de regel, die
Hij erbij geeft in Genesis 2: 24 kun je drie stappen ontdekken:
je losmaken van je ouders, een relatie opbouwen met een eigen partner - er staat immers zíjn vrouw -
|
Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, zij zullen één zijn. |
en dan ook lichamelijk één worden.
De seksuele gemeenschap mag niet apart staan, maar krijgt een plaats in het geheel van de huwelijksrelatie. Op deze
manier legt God een wonderlijke eenheid in je man-en-vrouw-zijn: je bent één vlees. En dat is er weer een teken van
dat je helemaal en voor altijd van elkaar bent.
|
Ik hoef u toch niet te zeggen dat wie zich hecht aan een hoer, één lichaam met haar wordt. Want de Schrift zegt: met hun tweeën worden ze één lichaam. |
In 1 Korintiërs 6: 16 wijst Paulus op deze tekst uit Genesis om het schadelijke van geslachtsgemeenschap met een hoer aan te wijzen. Daardoor word je één vlees met haar, je zou van haar worden, terwijl je van Christus bent. Geslachtsgemeenschap staat gelijk met 'je hechten aan', 'aanhangen', met als resultaat dat je één vlees bent, zegt Paulus. Seksuele contacten met elkaar hebben naar Gods bedoeling heeft daarom alleen een goede plaats binnen een complete relatie.
|
Wat God zo heeft samengevoegd, mag een mens dus niet scheiden. |
Een relatie waarin je elkaar zo aanhangt dat je een levenseenheid vormt. Daar komt nog bij dat die levenseenheid
bedoeld is voor een heel leven. Dat blijkt ook wanneer Christus Zelf deze woorden uit Genesis 2: 24 aanhaalt in
Matteüs 19: 6.
Samenleven als man en vrouw, ook lichamelijk, heeft dus te maken met een levenslange relatie van liefde en trouw.
Een relatie waarin je samen voor God staat en je de verantwoordelijkheid wilt nemen deze relatie nooit te
verbreken. Zo heeft God het bedoeld.
Mozes geeft namens God wetten die gaan over het huwelijk. Daaruit blijkt dat God het niet goed vindt als mensen
buiten het huwelijk om met elkaar naar bed gaan.
In Deuteronomium 22: 14 lees je dat het een vrouw in opspraak brengt wanneer haar man na de huwelijkssluiting
ontdekt dat zij niet als maagd het huwelijk is ingegaan. Het kan haar zelfs het leven kosten.
|
Wetten rond het huwelijk: |
Dat maakt duidelijk dat gemeenschap binnen een relatie die nog niet definitief is, door God wordt afgekeurd.
Bovendien kan dat kennelijk pas na de officiële huwelijkssluiting blijken: vóór die tijd hebben die aanstaande man
en vrouw dus nog geen gemeenschap gehad. In vers 28 en 29 lees je dat lichamelijke gemeenschap vóór of buiten het
huwelijk onmiddellijk tot een huwelijk moet leiden. Seksuele contacten passen dus niet buiten het kader van de
huwelijksrelatie. De huwelijkssluiting moest in zo'n situatie direct plaatsvinden.
Ook van Boaz wordt verteld, zie Ruth 4: 13, dat hij pas ná de huwelijkssluiting gemeenschap had met Ruth, terwijl
hij daartoe op de dorsvloer al eerder de gelegenheid had.
|
Zo nam Boaz Ruth tot vrouw en had gemeenschap met haar. |
Dit is één van de vele voorbeelden waarmee de Bijbel de volgorde 'eerst huwelijkssluiting, dan gemeenschap' laat
zien.
|
Hoe zou dat kunnen? Want ik heb geen gemeenschap met een man. |
Jozef en Maria zijn ondertrouwd. Maar omdat ze helemaal nog geen lichamelijke omgang met elkaar hebben, vraagt
Maria zich verbaasd af hoe ze zwanger kan worden.
En dat terwijl ondertrouw voor de wet gelijk stond aan een huwelijk: je kon die niet meer zomaar verbreken. Een
situatie die nog meer zekerheid bood, dan onze verkerings- en verlovingstijd! En toch komt het pas tot
geslachtsgemeenschap na de officiële huwelijksdag.
In 1 Korintiërs 7: 9 ziet Paulus, als mensen goed met hun seksualiteit willen omgaan, maar twee mogelijkheden: of
je beheerst jezelf en hebt geen lichamelijke gemeenschap, of je trouwt. Wie zich niet kan beheersen, geeft hij het
advies te trouwen.
|
Maar als ze zich niet kunnen beheersen, moeten ze trouwen. |
In heel dit gedeelte (lees bijvoorbeeld vers 3-5) spreekt hij over de lichamelijke gemeenschap als iets dat thuishoort in het huwelijk. Die gemeenschap heeft te maken met de eenheid die er is. Je moet als man en vrouw ook niet op jezelf gericht zijn. Het gaat er juist om dat je jezelf mag geven aan de ander.
Uit wat tot nu toe vanuit de Bijbel is aangewezen kun je de volgende conclusies trekken:
|
Ik ben de Here uw God... Eer uw vader en uw moeder... |
Het vorige hoofdstuk liet zien dat een volledige relatie als man en vrouw alleen past als je getrouwd bent. Maar
wanneer ben je 'getrouwd'? Is het genoeg als je elkaar liefde en trouw belooft en God daarbij betrekt? Er zijn
samenwonende stellen die deze mening hebben. Ze zijn het helemaal met het voorgaande eens en voldoen er naar eigen
zeggen ook aan: hun relatie van liefde en trouw is hetzelfde als een huwelijk.
Dat raakt het vijfde gebod. God zet ons individuele leven namelijk in het kader van verbanden. Je kunt
daarbij denken aan ouders en familiekring, aan de maatschappij waarin je leeft, en aan de gemeente van Christus.
Verbanden, waaraan je dienstbaar bent. En waaruit je zorg, onderwijs en leiding ontvangt. Bij een huwelijk moet je
die verbanden erkennen. Je trouwt niet alleen voor elkáár.
|
Niemand van ons leeft voor zichzelf alleen... Als we leven, leven we voor de Heer... |
Maar ook om samen tot een zegen te zijn in de gemeente en in de samenleving. Omgekeerd heb je als het moeilijk wordt in je huwelijk de liefde en de zorg nodig van familie en vrienden en de hulp en het ambtelijk opzicht van de kerkelijke gemeente.
Het huwelijk is een verbond. En ook daaruit blijkt dat de gemeenschap om je heen betrokken moet zijn en verantwoordelijkheid heeft. Een verbond is namelijk altijd publiek: het wordt gesloten onder getuigen. Die getuigen zijn bedoeld om je aan je beloften te kunnen houden. In het verbond tussen God en ons zijn zulke getuigen eigenlijk niet nodig: God doet sowieso wat Hij zegt. Toch herinnert de Here in Jesaja 1: 3-4 eraan dat hemel en aarde zelf getuigen zijn van zijn verbond.
|
De Heer zelf is getuige geweest dat je haar trouw beloofde, toen ze je vrouw werd. |
In Maleachi 2: 14 noemt de Here Zichzelf als de getuige bij ons huwelijksverbond. Een huwelijksverbond kwam tot
stand onder getuigen. Eigenlijk, zegt God, ben Ik achter en via de menselijke getuigen de grote Getuige op jullie
trouwdag. Daarom moet je die publieke beloften serieus nemen.
Vergelijk dit maar met het afleggen van een eed. Mensen zijn getuigen, maar door de publieke eed maak je ook God
zelf bewust tot getuige. Je ziet het ook bij beloften in de kerk. Die leg je af 'voor God en zijn heilige
gemeente'. De gemeente is getuige, maar daarachter uiteindelijk God zelf. Zo wijst de huwelijksbelofte via de
menselijke getuigen naar God als de grote getuige.
Maleachi 2: 14 maakt ook duidelijk wat daar de bedoeling van is. Het gaat erom dat de relatie die je aangaat
veilig is. Familie, samenleving en gemeente zijn in zekere zin mede verantwoordelijk voor een huwelijk. Ze
kunnen aan de bel trekken, op de gedane belofte wijzen en helpen. Zo functioneert de gemeenschap der heiligen.
|
Houd in alle omstandigheden het huwelijk in ere en bewaar de huwelijkstrouw ongeschonden. |
Om God trouw te dienen hebben we elkaar nodig.
Als je gaat samenwonen, laat je daar mee zien dat je de zonde onderschat en jezelf overschat. Je meent dat je met
z'n tweeën wel sterk genoeg bent om zo'n relatie waar te maken en in te vullen zoals God bedoelt. Maar wie zichzelf
in het licht van de Bijbel bekijkt, moet zeggen: daarbij hebben we God nodig, en God schakelt juist de verbanden om
ons heen in: familie, gemeente en maatschappij.
In de tijd van de Bijbel kwamen man en vrouw meestal anders tot een huwelijk dan vandaag. Ouders huwelijkten hun
kinderen uit (voorbeelden zijn te vinden in Genesis 21: 21, Deuteronomium 7: 3 en 1 Korintiërs 7: 36-38). Op een
gegeven moment volgde dan ondertrouw. Zo werd de afspraak tussen de ouders officieel gemaakt. Er werden beloften
afgelegd en de vader van de bruidegom betaalde een bruidsprijs aan de familie van de bruid (Exodus 22: 16-17). Voor
de wet gold je dan als getrouwd. Wilde je nog uit elkaar, dan kon dat alleen met een echtscheiding. Toch leefde men
nog niet bij elkaar. Na enige tijd vond de bruiloft plaats: een feest van meerdere dagen, waarbij de bruid onder
getuigen aan de bruidegom werd gegeven door haar familie. Daarbij was de gemeenschap van het dorp betrokken. Later,
ook in de tijd van het Nieuwe Testament werden er officiële huwelijkscontracten opgesteld. Alleen zo was het
huwelijk wettig.
Ook al verschillen de vormen per tijd, toch kunnen we hierin twee basisregels herkennen:
regel 1: Een huwelijk van de kinderen raakt de ouders en de familie
regel 2: Een huwelijk heeft een officieel karakter binnen de samenleving
Vandaag is de situatie anders, maar deze basisregels zijn nog steeds belangrijk. Je trouwbelofte reikt verder dan 'elkáár'. Je doet die belofte ook aan God en aan de verbanden waarin je leeft. Deze betrokkenheid van familie, kerkgemeenschap en samenleving moet concreet vorm krijgen bij de officiële huwelijkssluiting ook al zal de manier waarop dat gebeurt door de tijden heen verschillen.
|
Geen 'ongelijk span'... |
We leven in een open samenleving. Op veel manieren ontmoeten we ongelovigen of anders-gelovigen. We ervaren
dagelijks dat het geloof, naar het zich laat aanzien, helemaal niet belemmerend hoeft te werken. Waarom zou het dan
wel een vaste verkering of huwelijk in de weg moeten staan?
Daarnaast is er een tendens om te zoeken naar meer eenheid met anders-gelovigen.
Verschillen worden minder ingrijpend beleefd. Misschien ken je wel voorbeelden van gemengde relaties, waarin dat
maar weinig problemen lijkt op te leveren.
Soms is het ook moeilijk om 'nee' te zeggen tegen een relatie met een niet- of anders-gelovige. Je blijft lang
alleen of je hebt weinig contacten met geloofsgenoten.
Logisch dat het dan in je opkomt om het dan in een andere richting te zoeken. Bovendien schakel je verliefdheid
niet zomaar uit. De ander kan ook echt veel voor je betekenen.
Misschien denk je dat de Bijbel zo'n relatie niet uitsluit. Gemengde verkering: niet helemaal ideaal misschien,
maar het moet toch kunnen. Niets is minder waar. Een aantal Bijbelgegevens laat dat zien.
|
Vormt geen ongelijk span met de ongelovigen, want wat heeft gerechtigheid gemeen met wetteloosheid, of wat heeft licht gemeen met duisternis? Welke overeenstemming bestaat er tussen Christus en Satan, of wat heeft een gelovige samen met een ongelovige? Welke gemeenschappelijke grondslag is er... naar 2 Korintiërs 6: 14-16a |
In 2 Korintiërs 6: 14-16a roept Paulus het beeld op van twee verschillende ossen die onder één juk zijn
gespannen. Door de ongelijkheid is samenwerken onmogelijk. Dat betekent niet dat je met een ongelovige of
anders-gelovige geen goede dingen kunt beleven. Maar wat hier staat, slaat op je uiteindelijke leefrichting, de zin
en het doel van je leven en samenleven. Als gelovige leef en werk je in alles voor Christus. Als ongelovige niet.
Juist in het centrum van je leven - het zoeken van Christus en zijn koninkrijk - ontbreekt de eenheid.
Paulus waarschuwt daarvoor. Hij laat zien wat er in feite aan de hand is. Hoeveel overeenkomsten je ook hebt, toch
gaat het om een verschil van licht en donker, van Christus en de duivel, van God en afgod. Wie toch een relatie
aangaat met een ongelovige of anders-gelovige, sluit z'n ogen voor deze werkelijkheid! In 1 Korintiërs 7 schrijft
Paulus over huwelijk en relatievorming. Hij behandelt onder andere de vraag of een gelovig geworden vrouw haar
ongelovig gebleven man mag wegsturen. Zijn antwoord is dat de vrouw dit als regel niet mag doen. Omdat ze getrouwd
zijn, is de gelovige vrouw aan haar man gebonden tot de dood hen scheidt. Daarna is zij vrij om eventueel opnieuw
te trouwen.
Maar dan voegt Paulus daar veelzeggend aan toe: 'mits in de Here'. Ze mag niet opnieuw met een ongelovige trouwen.
Wanneer je dus als christen trouwt, moet je een christelijk huwelijk aangaan. Samen moet je leven 'in de
Here', in de geloofsband met Christus.
|
... maar als haar man gestorven is, is zij vrij te trouwen met wie ze wil, maar het moet wel een christen zijn. |
In zijn brieven zegt Paulus vaak dat wij moeten leven 'in de Here' (1 Korintiërs 10: 31, Kolossenzen 3: 17, Efeziërs 6: 1), alles wat we doen of laten moet gestempeld worden door onze band met Jezus Christus. Dat betekent volgens Paulus ook dat je een levenspartner kiest die Hem volgt.
|
Sluit ook geen huwelijken met hen. Laat je dochters niet trouwen met een van hun zonen, en je zonen niet met een van hun dochters. Want zij zouden je kinderen ertoe brengen de Heer ontrouw te worden en andere goden te gaan dienen. |
Het Nieuwe Testament stemt hierin overeen met het Oude. Ook daar worden gemengde huwelijken afgekeurd. Waarom?
Omdat het een ingang is voor afgoderij. Een goed voorbeeld daarvan is Deuteronomium 7: 3-4. De Here wijst op het
risico dat je Hem loslaat en dat zijn toorn over je leven komt.
Een ander voorbeeld is Salomo: die neemt vrouwen die andere goden dienen en importeren. Dat wordt niet positief
beoordeeld: het is een grote zonde.
Na de ballingschap neemt Ezra (zie Ezra 9-10) concrete maatregelen tegen de gemengde huwelijken. Omdat de
ballingschap onder andere door gemengde huwelijken gekomen is, moet dit kwaad direct worden bestreden:
deze vrouwen moeten worden weggestuurd. Dat moet ongelofelijk ingrijpend zijn geweest. Maar God is boos, Ezra is
verontwaardigd en het volk komt tot diepe verootmoediging. Zo blijkt hoe ernstig deze zonde is.
Maar de ander kan toch ook tot geloof komen? God kan grote dingen doen. En Hij doet ze ook. Voorbeelden
kennen we soms van heel dichtbij. Bekend is het Bijbelverhaal over Ruth. Via een huwelijk dat God verboden heeft,
leert ze God kennen. En uiteindelijk kiest ze voor de Here en zijn volk.
Zulke voorbeelden geven moed als je leeft met een ongelovige partner, doordat jij ging geloven en je partner niet.
Of doordat die ander zijn geloof verloor. Ook als je in het verleden op dit punt tegen Gods wil hebt gehandeld.
Juist als je dat eerlijk en met berouw erkent, mag je rust vinden in zijn liefde. En hopen en bidden dat Hij grote
dingen doet. De Bijbel kent aanwijzingen voor het geval je in zo'n situatie leeft (bijvoorbeeld 1 Petrus 3: 1).
Maar je kunt er niet op speculeren dat de ander wel tot geloof zal komen. Dat komt neer op bewust zondigen in de
hoop dat er nog iets goeds van komt.
Mocht je je aangetrokken voelen tot iemand die niet of anders gelooft, dan is een relatie in de toekomst niet bij
voorbaat uitgesloten. Maar je moet wel eerst eerlijk met jezelf en met die ander afspreken dat het zonder eenheid
in geloof niet tot een blijvende relatie en een huwelijk kan komen. De ander zal bereid moeten zijn om zich te
verdiepen in de boodschap van de Bijbel. Mocht de ander niet tot geloof komen, dan moet zo'n relatie worden
beëindigd.
Als je deze moeilijke weg wilt gaan, heeft dat natuurlijk ook gevolgen voor de relatie zelf. Je zult wat afstand
van elkaar moeten houden. Dat is echt niet makkelijk. Maar je band met Christus en zijn Woord zijn belangrijker.
Als de ander dat merkt, zal deze daarvoor respect moeten opbrengen.
Maar als je nu in de ander een oprecht christen herkent, hij of zij is 'alleen' niet Vrijgemaakt? Ga dan in je
verkeringsperiode serieus aan het werk om te ontdekken wat je verbindt en wat je scheidt. Want verschil in
kerkkeuze is best fundamenteel.
|
... beijvert u de eenheid des Geestes te bewaren: één lichaam en één Geest... |
Christus is niet verdeeld (1 Korintiërs 1: 13). Kan jij eenheid ervaren waar die eenheid niet in de praktijk van de ene gemeente wordt beleefd? Immers uit Efeziërs 4: 3-4 leren we dat die eenheid in Christus ook in één kerkgemeenschap en aan één avondmaalstafel moet worden beleefd. Zeker binnen de eenheid van je huwelijk. Onderschat ook de pijn van kerkelijke verdeeldheid juist binnen een huwelijk niet.
|
Samenleven tot Gods eer... |
In de voorgaande hoofdstukken is getracht kort door te geven wat de Here in zijn Woord zegt over 'Samenleven tot
Gods eer'. Door naar de Here en zijn Woord te luisteren kunnen wij Hem dienen en eren. Tegelijk is het heilzaam
voor onszelf en voor allen in onze omgeving. Het is nodig dat we ons ook ten aanzien van dit onderwerp laten leiden
door Gods Woord.
De kerkenraad stelt het op prijs als er over het onderwerp 'Samenleven tot Gods eer' in de gezinnen, op
verenigingen en door gemeenteleden en jongeren onderling gesproken zal worden. Graag ontvangt de kerkenraad
reacties op deze handreiking. Bijvoorbeeld wanneer je het er niet of niet helemaal mee eens bent. Of wanneer je
zelf te maken hebt met gemengde verkering of samenwonen voor het huwelijk.
Laat het hierbij duidelijk zijn, dat wij met deze handreiking niet de bedoeling hebben om bepaalde zonden er eens
even uit te lichten. Om die flink aan de kaak te stellen, en vervolgens onszelf tevreden te vertellen dat wij beter
zouden zijn. Wie deze handreiking zo opvat, komt in strijd met de houding van Christus zelf. De geschiedenis van de
overspelige vrouw in Johannes 8 maakt dat duidelijk: "wie zonder zonde is, werpe de eerste steen..."
In dat besef schreven wij deze handreiking. Ook wij zijn zondaars en ook wij moeten voortdurend leren de goede
weg te gaan. Zonder Christus' genade zijn we nergens.
Maar we leven wel in een samenleving, waarin de duivel juist op dit punt een invalspoort vindt. Deze handreiking
wil helpen om elkaar op te bouwen in de vragen die er zijn rond seksualiteit en relatievorming.
De kerkenraad hoopt ook dat gemeenteleden, ouderen en jongeren, vanuit hun persoonlijke situatie dit onderwerp
ter sprake zullen brengen in de gesprekken met ambtsdragers.
De ambtsdragers zullen ook van hun kant dit onderwerp zeker aan de orde stellen als daar aanleiding toe is. Zij
willen u daarbij dienen en helpen de goede weg te gaan. Als dat nodig is zullen zij ook vermanen. Dat gebeurt dan
niet uit gebrek aan tolerantie, maar uit liefdevolle zorg voor de gemeente en gemeenteleden en vanuit de
verantwoordelijkheid om, als onderherders van de Grote Herder ook daarin de goede weg te wijzen. De Here wil dat
wij, ook ten aanzien van dit diep in ons leven ingrijpende onderwerp, luisteren naar zijn stem en in zijn wegen
gaan.
Als wij dat niet doen dan komt Hij ons tegen. Altijd met het doel om ons op de goede weg terug te krijgen. Maar ook
met zijn straf als we niet naar Hem willen luisteren.
In dat kader kan de vermaning van de zijde van de ambtsdragers betekenen:
Laten we bidden dat God ons zijn Geest geeft om samen zijn wil te kennen en te doen. Om zo ook samen vol te houden in de heiliging die God van ons vraagt in de strijd tegen de ondermijning van het christelijk leven.
De kerkenraad van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) Krimpen aan den IJssel,
zomer 2001
De kerkenraad heeft voor deze handreiking dankbaar gebruik gemaakt van soortgelijke handreikingen, die worden
gebruikt binnen de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) van Rotterdam-Stad en van Zwolle-Zuid.
Voor wie zich verder in dit onderwerp wil verdiepen vormen de volgende publicaties goede hulpmiddelen:
|
H.P. Dam e.a.: |
Huwen en houden, met name bladzijde 39-50, (geschreven door Sietia Kammeraat; ook in omloop onder de titel 'Verkering') |
|
C. van der Leest: |
Dienstvaardig 1 |
|
Jan Mudde: |
Kostbaar en kwetsbaar |
|
P. Niemeijer: |
Die twee… één vlees |
|
P. Niemeijer: |
Tempeldienst |
|
K. de Vries: |
Verkering |
http://www.prekendiespreken.nl/
Se você tiver perguntas ou observações, envie uma mensagem
eletrônica para
© Copirraite Preken die Spreken / Speaking Sermons / Pregação Viva,
2002-2012.
Nenhuma parte desta publicação pode
ser reproduzida, copiada ou publicada, em qualquer forma, sem permissão expressa, por escrito, de Richard J.C.
Vos e o pastor colaborador. Não se precisa de permissão se o material for usado para cultos públicos
ou para a preparação de estudos bíblicos (cultos de estudos bíblicos).