Samenvatting bij: Als kind van God móet je wel oog hebben voor de mensen in zijn wereld

Thema: Als kind van God móet je wel oog hebben voor de mensen in zijn wereld
Tekst: Zondag 40 H.C.
Tekstgedeelte(n):

Genesis 9: 1-7
Matteüs 5: 21-26
Matteüs 5: 43-48

Door: Ds. T.S. Huttenga (studentenpastor gereformeerde kerk vrijgem. classis Groningen)
Gehouden te: Groningen-West op 30 januari 2000
Behoort bij preek: Zondag 40

Waarin moet je als christen, als gereformeerde, anders zijn? Zijn we nog wel anders? Vanmiddag begin ik aan de kant van God. Híj bepaalt of je anders moet zijn en hoe.

Als kind van God móet je wel oog hebben voor de mensen in zijn wereld

  1. De Vader zorgt voor ze
  2. De Zoon wil hen zijn liefde geven
  3. De Geest kan hen vernieuwen

1. Welke geboden zijn het belangrijkste (vergelijk Matteüs 22: 36)? Ook wij hebben onze voorkeur-geboden. Toch is dat een verkeerde vraag. Het gaat in onze omgang met God om liefde. Als je liefhebt, is het niet gauw teveel. Als je niet liefhebt, is alles teveel.
Naastenliefde staat gelijk aan het gebod om God lief te hebben. Maar moet je dan ook houden van een pure atheïst? Ja. Misschien kun je die liefde niet in de praktijk brengen, omdat je de confrontatie niet aankunt. Maar het gebod blijft.
Tenzij die ander niet aanvaardt, dat jij gelooft (Matteüs 10: 37)!
Hoe breng je de naastenliefde in de praktijk? Wees er blij mee, dat hij, zij, leeft! Wees geduldig, zachtmoedig, zelfs tegenover wie niet gelooft. Je Vader zorgt ook voor hen (Matteüs 5: 45).

2. In Jezus zocht God deze aarde en de mensen die erop wonen op. Daarbij maakte Hij geen onderscheid. In principe is God er voor iedereen, die gered moet worden.
Zo moet je met het evangelie de maatschappij in.
Dit evangelie komt niet alleen. Christus redt ons helemaal.
Wat gebeurt er nu? Jezus maakt het gekwetste leven heel, terwijl wij het leven van een ander afbreken. Dat kan niet!

3. Het eeuwige leven straks is de kroon op het werk van de Geest. Welke mensen kan Hij zover brengen? Iedereen!
De vraag is niet of je je aanpast aan mensen óf juist anders wilt zijn dan hen. Let niet op mensen. Let op God. Hoe gaat Hij met mensen om? Leer daarvan (Matteüs 5: 48).


Voor de kinderen

De preek gaat over het 6e gebod:

je mag niet doodslaan
Kaïn was de eerste moordenaar.
Je leest over hem in Genesis 4.

Waarom werd Kaïn boos? (zie Genesis 4: 5)
Waarom vond de Here het offer van Kaïn niet goed?

Achterin de bijbel gaat het ook over Kaïn,
in 1 Johannes 3: 11-12.

Daar staat, dat wij Kaïn niet na moeten doen.
Kaïn vermoordde zijn broer.
Waarom deed hij dat?
Omdat Abel goede dingen deed. Dat kon Kaïn niet hebben. Hij deed zelf slechte dingen!

Dat heb je vandaag ook wel eens.
'Wat ben jij braaf!' zegt iemand dan.
Die kan dan ook niet hebben, dat jij goede dingen doet.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar