De Here hergeeft zijn volk de vrijheid

Thema: De Here hergeeft zijn volk de vrijheid
Tekst: Ezra 1
Tekstgedeelte(n): Ezra 1
Door: Dr. W.G. de Vries († - destijds predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zwolle)
Gehouden te: Zwolle

Aanwijzingen voor de Liturgie

Lezen: Ezra 1
Tekst: Ezra 1

Zingen:
Ps. 126: 1
Ps. 126: 2
Ps. 124: 1-3
Ps. 126: 3
Ps. 85: 1

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,

De bijbel zegt dat het hart van de koning in de hand van de Here is als waterbeken. Hij leidt het daarheen, waar het Hem behaagt (Spreuken 21: 1). Dat geldt van alle groten van de aarde. Letterlijk staat er: hun hart is in de hand van de Here als bevloeiingskanalen. Zoals landbouwers het water dirigeren door deze kanalen naar en waar het nodig is, zo dirigeert de Here het hart van de machthebbers ook van deze tijd.
Zeker, we kunnen op allerlei menselijke overwegingen wijzen. Er zijn politieke en economische motieven die voor een groot deel de leiders van de staten beheersen. Draait zelfs een groot deel van de politiek niet om economische motieven? Ik denk aan de grote rol die het bezit en het beheersen van de oliebronnen nog altijd speelt. Ik denk aan allerlei pogingen in diverse landen om een einde te maken aan de ellende van de werkloosheid. Ik denk aan monetaire maatregelen en de gevoeligheid, waarmee de beurs daarop internationaal reageert. En dan is er de wanverhouding tussen rijke en arme landen. Om maar te zwijgen van de gesel van de oorlog, de honger en de natuurrampen.
Maar niet de economie en de diplomatie en de ontwikkelingshulp hebben het laatste woord, maar de Here die soeverein regeert. En dat alles, omdat Gods Zoon het boek van de geschiedenis opent terwille van zijn duurgekochte kerk. Want waartoe beheerst God het hart van de wereldgroten? Opdat zijn Zoon zijn gemeente vergadert, die tot het eeuwige leven uitverkoren is. Daarom zullen we Hem de eer moeten geven ook bij de verbijsterende dingen die zich voor onze ogen voltrekken. Dingen die à la minute via de tv tot onze huiskamers doordringen.
Veel mensen wanhopen dan ook aan de leiding van God in onze chaotische wereld. Maar is dat slechts een probleem van de moderne tijd? Was het in het verleden anders? Ook toen kwamen er vreselijke toestanden voor, ook toen speelde de politiek een grote rol.
Dat staat al in het Oude Testament beschreven, zoals hier in Ezra 1. Ook hier wordt gesproken van een wereldbeheerser, de grootste van zijn tijd. Ook hij had zijn plannen, dienstbaar aan de hogere politiek. Maar wat zijn hart beraamde werd door de Here geleid, in het belang van zijn verdrukte kerk. En zo met het oog op het heil van heel de wereld.

Ik predik u:

De Here hergeeft zijn volk de vrijheid

  1. Hij wekt daartoe de geest van Kores op
  2. Hij wekt eveneens de geest van zijn volk op

1. Hij wekt daartoe de geest van Kores op

U weet, waarom Gods kerk in ballingschap werd gevoerd. Omdat zij zich niet langer stoorde aan de wetten van haar God. Al voor de intocht in Kanaän had de Here gewaarschuwd: Als ge Mij vergeet, zal Ik u uit het land zetten en naar een vreemd land brengen, waar ge andere goden dienen moet. En ze hadden de Here gekrenkt door andere goden achterna te lopen. Echtbreuk en leugens heersten in Jeruzalem. Het was een stad van boosdoeners geworden (Jeremia 23: 14). Ze mergelden het land uit en gaven het niet de rust die elk sabbatsjaar nodig was. Milieuvervuiling! Een heel jaar lang het land niet bewerken en gebruiken vond men economisch niet voordelig. Dus stoorden ze zich niet aan Gods voorschriften dat om de zeven jaar het land niet bebouwd mocht worden. Nu, zegt God, ik zal mijn volk zolang in ballingschap zetten totdat het land zijn sabbatsjaren vergoed heeft gekregen (2 Kronieken 36: 21). Daarom werden ze zeventig jaar uit hun land verbannen.
Wat was het doel van deze straf? Dat ze tot bekering zouden komen en weer tot de Here terugkeren. Welnu, als die 70 jaar om zijn denkt God aan zijn woord, door Jeremia gesproken: 'Want zo zegt de Here: als voor Babel zeventig jaar voorbij zullen zijn, dan zal Ik naar u omzien en mijn heilrijk woord aan u in vervulling doen gaan door u naar deze plaats terug te brengen' (Jeremia 29: 10).
Zie, gemeente, dat is de achtergrond van het edict van koning Kores - bekend uit de geschiedenis als Cyrus - dat de Joden naar hun land mogen terugkeren.
De macht van Babel was verpletterd door de Meden en de Perzen. In één nacht ging het rijk van koning Belsazar te gronde. En de nieuwe machthebber, Cyrus, koning der Perzen, vaardigt in het eerste jaar van zijn regering een opvallend decreet uit: 'Zo zegt Kores, de koning der Perzen: Al de koninkrijken der aarde heeft de Here, de God des hemels, mij gegeven en Hij is het, die mij heeft opgedragen Hem een huis te bouwen in Jeruzalem dat in Juda ligt'.
Nu moeten we niet denken dat deze heidense koning echt de Here diende. Het was alleen maar de politiek die hem zo deed spreken. Want niet alleen met de Joden, maar ook met andere volken handelde hij zo. Over de god van Babel, Mardoek geheten, had hij een soortgelijke proclamatie doen uitgaan: 'Mardoek, de grote heer, maakte het hart der Babyloniërs mij genegen, daar ik dagelijks voor zijn verering zorg draag' en 'hij beval mij naar zijn stad Babel te trekken'. Dit staat in een gevonden inscriptie uit die tijd. Eigenlijk voerde Cyrus een soort ontspanningspolitiek. In plaats van de onderhorige volkeren wreed te verdrukken wilde hij ze grotere vrijheid geven. Hij deed hen naar hun eigen land terugkeren. Niet alleen de Joden, maar ook andere volken, om daar hun god te dienen. Hij wilde als echte heiden de goden van al die volkeren te vriend houden. Daarom liet hij voor die goden tempels bouwen en herbouwen.
Het was dus een bij uitstek politieke daad. Zo wilde hij aan de grenzen van zijn grote rijk een hele keten van loyale volkeren hebben om als buffer te dienen tegenover de macht van Egypte. Daarom moest ook de vesting Jeruzalem herbouwd worden, een sterk fort tegen de invloed van Egypte. Daarom wilde hij ook 'de god van de Joden' zich te vriend houden. Hij sprak in deze inscriptie zelfs over 'de gezamenlijke goden' die een genadig woord voor hem mochten doen. Op en top een heidense gedachtengang.
Dit neemt echter niet weg dat de Here zijn hand in dit alles had. Hij wekte de geest van koning Kores, Cyrus, op om dit te doen!
Ja, van tevoren had Hij dit zelfs al aangekondigd. In Jesaja 45 spreekt God over Cyrus als 'zijn gezalfde', door Hem 'aangesteld' om volken neer te werpen, ook de macht van Babel. En dat alles 'terwille van mijn knecht Jacob en van Israël mijn uitverkorene'. Het ging Hem om zijn kerk, toen Hij aan Cyrus de macht gaf om Babel te onderwerpen. Hij zegt dan ook: 'Ik riep u bij uw naam en gaf u een erenaam, hoewel u Mij niet kende'. De macht van Cyrus gaat dus terug op Gods regering. Mogelijk heeft koning Cyrus dit woord van Jesaja gekend. Want nog steeds had Daniël een invloedrijke positie aan het perzische hof. Het kan zijn dat hij Cyrus opmerkzaam heeft gemaakt op de profetie van Jesaja over hem. En Cyrus kan daaruit politieke munt geslagen hebben. Maar meer is het niet geweest. Van een bekering tot de Here als de enige God blijkt hier niets. Maar, hoewel hij God niet echt kende, toch was het de levende God die zijn hart opwekte om de tempel te Jeruzalem te doen herbouwen. Dat wordt bij Cyrus zelfs voorop gesteld. Deze heidense koning wordt ingeschakeld om de kerk te herbouwen. En we weten dat uit deze kerk de Redder van de wereld geboren zal worden. Het is hier volop advent! Want de zaligheid is uit de Joden, uit dat volk dat uit ballingschap mocht terugkeren. De hele wereldpolitiek is er ten dienste van dit volk en zijn Messias! En ook vandaag wordt de wereldpolitiek ingeschakeld met het oog op de tweede komst van Christus in de wereld. Van zee tot zee zal Hij regeren, zover men volken vindt. Laten wij daaraan blijven denken ook met het gezicht op alle politieke verwikkelingen in onze wereld. Christus maakt geschiedenis!
Dan gaan we ook de boodschap van onze tekst verstaan. Zeker, God bond zijn kerk toen nog aan één bepaald land. Daarop concentreerde zich de terugkeer uit de ballingschap. Ze moesten naar het land Israël terug. De koning verordende zelfs dat alle plaatsgenoten van de Joden met zilver en goud en met allerlei goederen in natura de terugkerenden moesten ondersteunen. Ook de inventaris van de tempel die Nebukadnesar naar Babel had laten brengen moest teruggegeven worden.
Sesbassar, de vorst van Juda, kreeg de leiding. En reken maar dat dit wat voeten in de aarde heeft gehad. De ballingen hadden tijdens hun zeventig-jarig verblijf in Babel natuurlijk bezittingen verworven. Huizen moesten worden verkocht, landerijen verhandeld, het was een grootscheepse emigratie. En dan niet met de haast, waarmee duizenden assielzoekers vandaag hun bezittingen hebben achtergelaten. Nee, het werd op bevel van de koning allemaal goed voorbereid. Men had dan ook een tocht van zo'n half jaar voor de boeg, want volgens Jeremia zouden zelfs blinden, lammen, zwangeren en barenden mee terugkeren (Jeremia 31: 8). Dat kostte extra tijd. En wat verwachtten al die mensen?
Ze gingen op weg naar een land met puinhopen, een woestenij (Jeremia 25: 11). Wie had daar nu zin in? Wat bezielde hen toch? Hoe kreeg de koning hen zover?

2. Hij wekt eveneens de geest van zijn volk op

Wel, dat is het tweede, waarop we hier moeten letten. Niet deze koning, maar de Here zelf wekte de geest van die mensen daartoe op. Die mensen. Welke mensen waren dit eigenlijk? Volgens vers 5 was het God die hen tot deze terugkeer had opgewekt. Weer valt de nadruk op Gods regering. En wie waren het die terugkeerden? De familiehoofden van Juda en Benjamin, ook de priesters en de Levieten. Maar helaas niet allemaal.
Uit het vervolg van dit bijbelboek blijkt dat de meeste Levieten er niet aan dàchten terug te keren. Op 4000 priesters keerden slechts 74 Levieten terug. Ja, want ze zouden slechts ondergeschikten zijn bij de tempel te Jeruzalem en hadden in Babel een veel rijker bestaan dan als dienaars bij de te herbouwen tempel. Ze redeneerden: waar ik het goed heb, daar is mijn vaderland. En laten we het gevaar van deze mentaliteit ook vandaag niet onderschatten.
Wat brengt momenteel miljoenen mensen in de been om naar het Westen te komen? De supermarkten met hun veelheid aan artikelen. Nu de economie in veel delen van de wereld het laat afweten, moet daarvoor de 'markteconomie' van het Westen een soort heilstaat worden. En laten wij onszelf ook maar beproeven, broeders en zusters. Wat voor vrijheid zoeken de mensen die naar ons land vluchten en wij zelf hier in het Westen? Wie alleen maar vrijheid zoekt om zijn maag te vullen of grotere welvaart te bezitten, lijkt op varkens die al tevreden zijn met een goede trog. Dat zei een predikant in de Pieterskerk te Leiden, toen in 1574 gebeden werd om de redding van Leiden. De stadssecretaris werd toen zo boos dat hij z'n pistool trok en de dominee bijna van de preekstoel had geschoten. Dat gebeurde meer vier eeuwen geleden.
Toen al werd op de tegenstelling gewezen tussen vrijheid om God naar zijn Woord te dienen èn de liberale vrijheid die tot zelfbeschikking en eigen belang leidt. Het huidige paarse kabinet is daarvan een duidelijk voorbeeld.
Wat zoeken velen die vandaag uit het Oosten naar het Westen komen? Alleen maar supermarkten, electronische artikelen enzovoort? En... wat zoeken wij, die al zolang in een welvaartsstaat leven? Laat de lijst die in Ezra 2 van de teruggekeerde ballingen wordt gegeven voor ons dan een heilzame les mogen zijn.
Wat blijkt namelijk? Dat praktisch alleen de mensen uit Juda en Benjamin zijn teruggekeerd. De naam Joden - naar Juda - herinnert daar vandaag nog aan. Uit het rijk van de tien stammen, die veel eerder in ballingschap werden gevoerd, is bijna niemand teruggekeerd. Tot op vandaag weten we nog niet, waar deze tien stammen van Israël gebleven zijn. Eén van de raadsels in de wereldgeschiedenis. Maar tegelijk vervulling van Gods straf over de eigenwillige eredienst van Jerobeam bij de gouden kalveren te Bethel en Dan.
Juda had ook erg gezondigd, maar daar was nog de wettige dienst van God in de tempel. Maar eigenwillige eredienst als bij de tien stammen vindt God zo erg, dat van die stammen geen spoor is overgebleven, terwijl Juda en Benjamin naar Kanaän zijn teruggekeerd. Laten we daaraan juist vandaag denken, nu de grenzen tussen Oost en West al lang weer open zijn. Welke vrijheid zoekt men? Om z'n eigen gang te gaan? Om rond te dansen om het gouden kalf van de welvaart? Of om vrijheid tot de dienst van de Here naar zijn Woord? De vraag naar de wettigheid van de kerk - zeg maar met onze belijdenis naar de ware of de valse kerk - staat centraal, ook in deze nieuwe situatie.
Daarbij dienen we wel te bedenken dat de Wereldraad van kerken in het verleden zich niet bekommerd heeft om de broeders en zusters in verdrukking achter het ijzeren gordijn. Ze heulde met de officiële kerkelijke prelaten, die de marxistische machthebbers naar de ogen keken. En ze zweeg over de onderdrukte kerken. Daarin werkte de linkse bevrijdingstheologie die ook politiek een marxistische koers uitzette. Maar nu? Nu de grenzen opengaan en wederzijdse uitwisseling van geestelijk goed mogelijk is, wie en wat zal de vrijgekomen kerken in het Oosten beïnvloeden? De linkse, marxistische, socialistische of liberale theorie? Of de theologie naar het volle Woord van God? Bidden wij voor de christenen die het ijzeren gordijn zagen zakken, dat ze de herwonnen vrijheid mogen gebruiken in dienst van het evangelie en niet in slaafse onderwerping aan de schriftkritiek of in de roes van allerlei Pinksterbewegingen.
Dat ligt ook precies in de lijn van Ezra 1. Het tweede gebod zegt dat de Here geen eigenwilligheid duldt in zijn dienst. Laat niemand zeggen: het komt er maar op aan dàt je de Here liefhebt, waarbij de vraag naar de wettige kerk buiten spel staat. In geen geval! Of we de Here werkelijk liefhebben zal daarin blijken dat we ook vragen hoe en waar hij gediend wil zijn. Niet in sekten en niet in afvallige volkskerken. Laten Juda en de tien stammen ons daarin tot voorbeeld zijn. Juda keerde terug, maar het rijk van de tien stammen niet. Vanwege de eigenwillige eredienst van Jerobeam, die Israël zondigen deed.
De eerste vraag is niet: hoeveel gelovige mensen behoren nog tot een bepaalde kerk of groep, maar vergadert men daar naar het volle Woord van God. De gereformeerde kerken hadden tot nu toe veel ondergrondse kontakten met christenen achter het ijzeren gordijn. Laten we, nu deze kontakten bovengronds geworden zijn, ons erop toeleggen dat de kracht van de gereformeerde religie zich kan ontplooien tegenover de moderne theologie en allerlei vormen van sektarisme. Want Hij, die de harten van de wereldgroten bestuurt, zoekt daarmee de opbouw van zijn kerk, ook vandaag.
Daarbij mag het ons een les zijn uit Ezra 1 dat slechts een 'rest' uit Babel is teruggekeerd. Niet veel rijken en niet veel edelen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de lastdieren die worden genoemd: 736 paarden, 245 muilezels, 435 kamelen en 6720 ezels (2: 66-67). Als u bedenkt dat er ongeveer 50.000 mensen terugkeerden - iets minder dan de helft van onze kerken telt - dan betekent dit: op elke 42 mensen was er maar één paard of kameel en maar zes ezels of muilezels. Dus maar één op de zes mensen had een rijdier. Bedenkt u daarbij dat de ezel het rijdier van de minder gegoeden was, dan blijken dezen in de meerderheid te zijn. Inderdaad, het waren niet de rijksten die terugkeerden. Dat klopt precies met wat Paulus later van de gemeente zal zeggen: 'Ziet slechts broeders, wat gij waart, toen gij geroepen werd: niet vele wijzen naar het vlees, niet vele invloedrijken, niet vele aanzienlijken' (1 Korintiërs 1: 26).
Wie een kerk zoekt waarmee eer valt in te leggen vergist zich. Maar het is wel de kerk van God die als een arm en ellendig volk op de naam van de Here vertrouwt. Dat blijkt hieruit dat twaalf leiders worden genoemd - het getal van de kerk - en dat de teruggekeerden zonder meer 'Israël' worden genoemd. Deze rest is het echte volk van God. Niet het (grote of kleine) aantal is beslissend, maar de trouw aan de stijl van Gods Huis. Vandaag is dit het geestelijk huis van God dat zijn centrum heeft in het Jeruzalem dat boven is. Als levende stenen worden we in de muren van dit huis ingemetseld door het bewaren van het geloof dat aan de heiligen is overgeleverd.
De structuren van deze kerk worden ons in de bijbel getekend: niets toevoegen aan Gods Woord en niets afdoen van Gods Woord. Dan bouwen wij op het fundament van apostelen en profeten, van wie Christus de hoeksteen is, de voornaamste en dragende steen. Nu, het licht van Christus valt al over de namen van hen die terugkeerden. In hoofdstuk 2 worden namelijk twee opvallende namen genoemd: Zerubbabel en Jesua. De eerste stamt uit het huis van David, het koninklijk huis. De tweede, wiens naam eigenlijk als Jozua of Jezus mag worden vertaald, stamt uit het hogepriesterlijk geslacht. Dat betekent: bij de terugkeer naar Kanaän nemen koning en priester de leiding. En daarin worden wij betrokken op de komst van Christus in de wereld, de Priester-Koning.
Wanneer Mattheüs eeuwen later het geslachtsregister van Christus schrijft, onderscheidt hij daarin drie perioden: 1. de periode van Abraham tot David, 2. van David tot de ballingschap, 3. van de ballingschap tot Christus. Welnu, bij die derde periode staat de naam van Zerubbabel. Bij hem maakte God een nieuw begin. Hij wekte de geest van die 50.000 mensen op om naar een verwoest land met puinhopen te gaan. Alleen maar om een tempel te bouwen. Maar als leider geeft Hij aan hen Zerubbabel, stamvader van Christus, uit het huis van Juda. En naast hem staat de priester Jozua. Het was maar niet een gewone emigratie. Nee, God baant hiermee de weg naar Jezus Christus, naar de redding van de wereld. Want de koning Zerubbabel en de priester Jozua banen de weg naar Jezus Christus, Koning en Priester in één Persoon. Naar Hem, die zijn nieuw-testamentische gemeente zal bouwen op het fundament van zijn eigen bloed. Ook Ezra 1 en 2 getuigen van Hem.
Ik zie ze daar in Babel, de achterblijvers, welgedaan en weelderig in hun huizen. In zie ook die anderen, maandenlang trekkend door woestijnen naar een woest en onherbergzaam land. Maar Christus zegt: wee die achterblijvers. Ze kozen voor Babel in plaats voor Jeruzalem. En gelukkig zij die de ontberingen en gevaren van de tempelbouw liever hebben gehad dan de schatten van Babel.
Nu is vandaag de hele wereld Babel geworden. In het Westen en in het Oosten dreigt het gevaar dat men niet rijk wil zijn in God, maar wel in een wereld zonder God. Met supermarkten en uitbundige voorzieningen. Christus heeft niet gebeden dat God ons uit die wereld wegneemt, maar dat Hij ons daar bewaart voor de boze. Dat Hij ons niet uitlevert aan de aanbidding van het 'gouden kalf' van de welvaart en de vrijgevochtenheid. Miljoenen hunkeren daarnaar. Maar deze vrijheid brengt geen echte vreugde. Wanneer wij de kerk met bloed gekocht niet als onze grootste vreugde kennen, zijn we Christus en zijn Koninkrijk niet waard.
Gods kinderen hebben in de verdrukking van de ballingschap uitgeroepen: 'Indien ik u vergete, o Jeruzalem, zo vergete mij mijn rechterhand; mijn tong kleve aan mijn verhemelte als ik uwer niet gedenk' (Psalm 137: 5-6). Dat betekent: ik mag een beroerte krijgen als ik mijn hoogste vreugde niet vind in de kerk met bloed gekocht, in de gemeente, die de bruid van Jezus Christus is.
Uit de rest die uit de ballingschap is teruggekeerd heeft God de Redder der wereld doen geboren worden. Daarvoor bestuurde Hij het hart van de machtigste man van die tijd, koning Cyrus. Ook vandaag beheerst Hij de harten van alle staatslieden. En dat met het oog op de tweede komst van zijn Zoon. Zijn evangelie bepaalt de wereldgeschiedenis. Het gaat om de voortgang van dit evangelie dat naar Psalm 126 vaak met tranen wordt gezaaid, zoveel weerstand en onverschilligheid bestaan er. Maar tegelijk geldt: Wel gaan we wenend langs de akker, maar God roept het gezaaide wakker.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar