| Thema: | In de geschiedenis met Kores laat de Here zien dat Hij doet wat Hij belooft |
| Tekst: | Ezra 1: 1-4 |
| Tekstgedeelte(n): | Jeremia 29: 1-14; Ezra 1 |
| Door: | Ds. J. Haveman (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Hattem-Noord) |
| Gehouden te: | Hattem op 18 oktober 1998; Zaamslag op 10 oktober 1999; Roodeschool op 17 oktober 1999 |
| Extra: | Ezr03v10 |
Aanwijzingen voor de Liturgie
Votum en zegengroet
Ps. 137: 1, 3
Ps. 130: 2, 4
Lezen: Jeremia 29: 1-14; Ezra 1
Ps. 74: 1, 2, 7
Tekst: Ezra 1: 1-4
Preek
Ps. 121
Ps. 126: 1, 3
Zegen
Gemeente van de Here Jezus Christus,
Bestaat God wel, broeders en zusters? Zorgt God wel voor jou? Merkt u dat Hij er is, dat Hij met en voor je bezig
is? We hebben net uit Ps. 74 gezongen. En het is opvallend hoe vaak daar gevraagd wordt: 'waarom?' En is
onze wereld ook niet vol 'waaroms'? Als God almachtig is, waarom is er dan nog hongersnood? Als God de wereld in
zijn hand heeft, waarom is er dan nog oorlog? Als God Heer en meester is over water en wind, waarom gebeuren er dan
nog rampen?
Waarom? Waarom gebeuren er dingen die volstrekt onlogisch, zinloos, wreed, immens verdrietig en onaanvaardbaar
zijn? Dingen misschien waar je je leven lang niet mee klaar komt. En je stelt die vraag: 'waarom?' - en je krijgt
nooit een antwoord.
'Waarom moest mijn man jaren geleden die beroerte krijgen en sindsdien bijna onaanspreekbaar blijven?' 'Waarom
moest onze kleine meid door een auto-ongeluk om het leven komen?' 'Waarom moest mijn vrouw, van wie ik zo intens
veel hield en die we helemaal niet missen konden, kanker krijgen en veel te vroeg sterven?'
Het zijn 'waaroms' waar we stil van worden....
We hebben vast allemaal wel onze 'waaroms', onze vragen, onze twijfels. We worden misschien wel boos op God om
alles wat we mee moeten maken. Is God er eigenlijk wel? Is God wel almachtig? Of staat Hij ook maar machteloos aan
de kant toe te kijken?
We zeggen: 'waarom?' Maar willen we eigenlijk wel een 'daarom' horen? En schiet ook niet ieder
antwoord, hoe goed gemeend ook, tekort?
Ik ga u nu geen antwoord geven op de 'waaroms' van het leven. Dat kan ik ook niet. Wat ik wel kan is om te
proberen vanuit Ezra 1 te laten zien hoe God door alles wat er gebeurt heen, bezig is en blijft met de wereld die
Hij geschapen heeft en met het volk dat Hij heeft uitgekozen. Ik wil dat doen in de hoop dat u zich er door
aangesproken voelt, er door getroost wordt en bemoedigd. Dat het u helpt misschien weer een beter beeld van God te
krijgen.
Laten we luisteren naar de boodschap van Ezra 1.
Thema:
In de geschiedenis met Kores laat de Here zien dat Hij doet wat Hij belooftDaarvoor:
|
In de geschiedenis met Kores laat de Here zien dat Hij doet wat Hij belooft.
Kijk daar eens, jongens en meisjes! Door de stoffige heuvels slingert een lange stoet mensen. Er zijn grote
mensen bij, maar ook kinderen. Ouderen, met rimpels in hun gezicht en op hun handen, leunend op een stok of
gedragen door een ezel. En jongeren, in de kracht van hun leven: gebruind door de zon en sterk en moedig. Hoor! Er
klinken liederen. Liederen van heimwee en verlangen naar Jeruzalem. Maar ook van hoop en verwachting. Want ze zijn
op weg. Op weg naar het beloofde land!
Tussen hen loopt Seraja. Negen jaar oud is hij, heeft bruine ogen en zwart krullend haar. Hij loopt naast de
ezel waarop z'n opa zit, om voor hem te zorgen als het nodig is. Maar Seraja speelt ook wel met z'n vrienden. Dan
dwalen ze van de weg af om stenen te zoeken. Of ze rennen door de heuvels om te kijken wie het hardste kan. Dagen
lang lopen ze nu al. Ze gaan verhuizen. Waarheen weet Seraja niet precies. Maar z'n opa zegt dat het het beloofde
land is en dat het er heel mooi is.
Als ze 's avonds uitrusten vertelt opa mooie verhalen. Van vroeger. Over Abraham die ook zo'n lange reis had
gemaakt en niet wist waar hij heen ging. En over het volk Israël, dat op reis was gegaan uit Egypte. Het was al
heel lang geleden, maar het leek net alsof ze weer terug waren in die oude tijd.
Weet je waarom ze nu naar Kanaän mogen? Omdat er een nieuwe koning is gekomen: Kores. Van hem mogen ze terug.
Want heel lang geleden, toen zijn opa negen jaar was, toen waren een heleboel mensen van zijn volk weggevoerd door
soldaten naar Babel. In ballingschap noemden ze dat. Ze moesten toen in dat verre en vreemde land gaan wonen en
werken. Maar gelukkig mogen ze nu terug! Seraja vind het best spannend, zo'n lange reis, al wordt je moe van het
lopen. En hij zingt mee: "Ik sla mijn ogen naar U op, naar U die troont in de hemel..."
Het was al zo lang geleden, broeders en zusters, dat de Israëlieten door de troepen van Nebukadnezar naar Babel
waren gevoerd. Zo lang, dat sommigen het al bijna waren vergeten, gewend als ze waren aan het goede leven in Babel.
Natuurlijk werd er onder elkaar wel over de Here gepraat en ze luisterden naar de verhalen van de ouden, als die
vertelden over de Here, over Jeruzalem, over het land van de belofte. En over wat Jeremia had geschreven: dat God
hen na zeventig jaar weer terug zou brengen. Maar ze hadden het gevoel dat het over een droomwereld ging en niet
over hun alledaagse werkelijkheid. De werkelijkheid waarin het hard werken was om je hoofd boven water te houden en
waarin de politici bepaalden wat er gebeurde. Hadden zij daar enige invloed op? Hebben wij iets in de melk te
brokkelen? Kun je vandaag de dag nog ergens aan zien dat God bezig is? Wat moet je dan denken van het paarse
kabinet dat christelijke waarden en normen in hard tempo aan de dijk zet. Euthanasie en abortus moeten nog
makkelijker worden gemaakt. En kun je in de toekomst als christen in het openbaar nog zeggen wat er in de Bijbel
staat en wat volgens jou goede regels zijn voor iedereen? Trouwens, wat stelt de kerk nou eigenlijk nog voor?
Schaam je je haast niet dat je er lid van bent? De kerk is naar de rand van de samenleving gedreven. Het zijn niet
kerkmensen die het voor het zeggen hebben, maar mensen als Bush, Poetin, en de Maffia die de wereldgeschiedenis
bepalen. En zoiets als de financiële beurs natuurlijk: als die instort, zakt alles in. Het gaat allemaal zoals het
gaat en je hebt er geen enkele invloed op.
God is weg uit ons dagelijks leven. Is dat ook uw ervaring?
De ballingen leefden hun leventje. Door de week de dagelijkse bezigheden en op sabbat twee keer naar de kerk. Zo
ging het al jaren. Velen durfden bijna niet meer hopen op bevrijding. Anderen hadden daar ook helemaal geen
behoefte aan. En nog weer anderen hielden hun verwachting levend door vast te houden aan de belofte van God. Maar
soms vroegen ook zij zich vertwijfeld af of het allemaal wel waar was.
En dan hoor je opeens Kores spreken: "Alle koninkrijken van de aarde heeft de Here, de God van de hemel mij gegeven
en Hij heeft mij opgedragen Hem een huis te bouwen in Jeruzalem in Juda." De Geest van God had Kores opgewekt, dat
kan niet anders, want anders had Kores het nooit zo gezegd. Want hij geloofde helemaal niet in de Almachtige, de
God van Israël. Het was voor hem gewoon politieke strategie, nodig om zijn immense land te kunnen besturen.
Maar wat hij zegt is waar: God heeft het hem opgedragen. Ezra laat je zien hoe het echt is. Wat je als
mens tussen de mensen waarneemt is een machtige koning Kores die in zijn goedheid het volk Israël uit
ballingschap naar Kanaän laat gaan. Maar in werkelijkheid is het God die Kores gebruikt om zijn belofte waar
te maken: 'na zeventig jaar mogen jullie terug!' Als mens zie je hoe gul Kores is door opdracht en geld te
geven voor herbouw van de tempel. Maar in werkelijkheid is het de Here die wil dat de tempeldienst wordt
hersteld: want de Messias was nog niet gekomen. Er moest nog steeds geofferd worden en bloed vloeien voor onze
zonden.
Eigenlijk kun je zeggen dat alles wat God doet gericht is op de verlossing van zijn volk. Dat is het grote doel. En
daarvoor gebruikt Hij mensen als instrument. Om te doen wat Hij belooft heeft.
De Here doet wat Hij belooft. Al zijn plannen hebben als doel zijn kinderen te verlossen van de doodstraf op de
zonde. We geloven dat alles wat er gebeurt daarop is gericht. - Maar toen Israël en Juda in ballingschap
werden gevoerd, zullen ze dat toen zo ervaren hebben - dat God op hun verlossing was gericht? Zullen ze er
toen aan gedacht hebben dat God achter de wegvoering naar Babel zat? Ik denk het niet. Verstandelijk wisten
ze het misschien wel, want het onheil, de straf op de zonde, was hun door meerdere profeten aangekondigd. Maar ze
zullen het allemaal lang niet zo hebben ervaren. Hun wereld stortte met de tempel in. En dat is zo
herkenbaar als wat: dat je wel weet dat God overal en in alles is, dat Hij overal een bedoeling mee heeft.
Maar dat soms je verdriet, je ellende zo groot is, dat je het niet meer ervaart. Toch is dat weten dat de
Here overal een bedoeling mee heeft blijkbaar wel heel belangrijk. De Here laat dat niet voor niets meerdere keren
in de Bijbel zien, zoals ook hier in Ezra weer. Ezra laat je de extra dimensie zien: het is uiteindelijk God die
zijn plan uitvoert, die zijn belofte nakomt. Dat kan je bemoedigen als het leven je zwaar valt, dat je weet dat wat
je ziet en ervaart maar een deel van de werkelijkheid is.
In de geschiedenis met Kores laat de Here zien dat Hij doet wat Hij belooft.
't Is avond. De stoet die op weg is naar het beloofde land is tot stilstand gekomen. De meesten zoeken een
plekje om te slapen. Sterke mannen houden 's nachts om de beurt de wacht.
Seraja zit tussen z'n vader en z'n opa bij het kampvuur. Heerlijk warm en veilig is dat. En dan lekker wegdromen
bij de zachte stem van opa die vertelt over David en Goliath of over de prachtige tempel van Salomo. Seraja denkt
aan z'n allerbeste vriend, Jehuda. Jammer dat hij er niet bij is. Hij is met z'n familie in Babel achter gebleven.
Er waren nog veel meer mensen die niet meegingen naar het beloofde land. De meeste kinderen van zijn klas waren in
Babel gebleven. Ze zeiden dat hun vader en moeder het veel te spannend vonden om alles achter te laten en weer
helemaal opnieuw te beginnen. Ze hadden daar nu mooie huizen en goed te eten en hoe het in Kanaän zou zijn dat
moest je maar weer afwachten. Opa zei dat hij niet boos maar wel heel verdrietig was dat er mensen achterbleven in
Babel, dat ze niet allemaal samen op weg konden gaan naar het beloofde land. Wij weten al waar we heen gaan: naar
Kanaän. Maar Abraham wist helemaal niet waar hij heen zou gaan. En toch vertrouwde hij op God.
Seraja staart in het vuur. Hij ziet de vlammen. Hij hoort het knetteren. En hij weet het opeens zeker: zoals
Abraham vertrouwde, zo wou hij ook op God vertrouwen!
Kores krijgt de opdracht van God om de tempel in Jeruzalem te herbouwen. En hij kan niet anders dan gehoorzamen.
Hij roept de bevolking van Israël op om terug te keren naar hun oude land. Zij krijgen alle ruimte en zelfs
subsidie om hun heiligdom te herstellen.
Maar wie gaan er op pad? Wie geven er gehoor aan de oproep van de koning? Wie is bereid al z'n schepen achter zich
te verbranden en een onzekere toekomst tegemoet te gaan?
Het leven was goed in Babel. Het was een vruchtbaar land, daar langs de Eufraat. En de Judeers hadden het blijkbaar
goed getroffen. Ze hadden gehoor gegeven aan wat de Here tegen hen gezegd had door de mond van Jeremia: "Bouw
huizen en woon erin, leg tuinen aan en eet de vrucht ervan, enzovoort."
Er bleven veel achter in Babel. Maar denk nou niet dat dat de minsten waren, mensen die randkerkelijk waren
geworden of alleen maar hechten aan hun goede leventje daar. Van Daniël bijvoorbeeld is bekend dat hij nog onder
Darius, een opvolger van Kores, een hoge positie had aan het hof. En Ezra komt pas tachtig jaar later in Jeruzalem
aan!
Laten we daarom oppassen al te snel te oordelen over de achterblijvers. Al mag het natuurlijk niet zo zijn dat onze
materiele welvaart, onze hang aan geld en goed, het gehoorzaam volgen van de Here in de weg staat. Dat kan ook voor
ons een bedreiging zijn!
Nee, als je meeging op weg naar het beloofde land, dan deed je dat niet om sentimentele redenen en zeker niet om er
financieel beter van te worden. Je kunt gerust zeggen dat het een geloofsdaad was. Een blijk van geloof, van
vertrouwen op God. Hij had immers beloofd dat zijn volk mocht terugkeren naar Israël.
Wij mensen beloven ook altijd van alles. "Ja, ik kom binnenkort nog een keer weer bij je op bezoek." "Als ik jarig
ben, mag jij met mij de klassen rond om te trakteren." Maar hoe snel zijn wij weer vergeten wat we beloofd hebben?
Doen wij altijd wat we zeggen?
Onze God belooft ook veel: kijk maar in de Bijbel. Belofte op belofte kom je er tegen. En vergeet God ze? Kunt u
een plaats aan wijzen waar God niet doet wat Hij belooft?
God beloofde verlossing van de zonden en Hij gaf zijn eigen Zoon om ons te behouden. Zo lief heeft Hij zijn volk,
zijn kinderen, ons! De Here doet wat Hij belooft - dat is de rode draad door de Bijbel. Onze God is volkomen
betrouwbaar, je kunt Hem wel geloven op zijn Woord.
Met God op weg te gaan, dat vraagt vertrouwen. "Da's makkelijker gezegd dan gedaan'', zult u misschien opmerken. En
dat klopt. Geloven, vertrouwen, is niet altijd makkelijk. Ook in Babel bleven veel mensen achter, en we zagen dat
dat niet de minsten waren. En Ezra 1: 5 leert dat je het ook niet van jezelf moet verwachten. Net zoals de
geest van Kores wakker gemaakt moest worden, zo lezen we dat ook van hen die op weg gingen naar Jeruzalem. "Toen
maakten de familiehoofden van Juda en Benjamin, ook de priesters en de Levieten, zich gereed, allen wier geest God
had opgewekt om op te trekken om het huis van de Here te bouwen." Net zoals de inschakeling van Kores van God komt,
zo schakelt hij ook zijn kinderen in. Het laat zien: ook je geloof, je vertrouwen, komt van God. Maar je mag er wel
om vragen: of Hij je door zijn Geest wil opwekken tot dienst aan Hem.
In de geschiedenis met Kores laat de Here zien dat Hij doet wat Hij belooft.
Seraja holt vooruit, samen met nog een paar jongens die meegaan naar het beloofde land. Ze klimmen op een
hoge heuvel. Wat een prachtig uitzicht! Kijk, daar in de verte, daar ergens moet Jeruzalem liggen. Hoelang zou het
nog duren? Hoe ver zouden ze nog moeten lopen? Ze hollen weer naar beneden. De koeien die tussen de mensen inlopen
schrikken van die wildebrassen en de mannen die erbij lopen kijken boos naar de jongens: ze kunnen de koeien maar
moeilijk in toom houden. Hijgend staat Seraja aan de kant. Hij kijkt naar de koeien. Ze trekken karren. En op die
karren, weet Seraja, liggen de schatten van de tempel die koning Kores terug heeft gegeven. En ook de mensen die in
Babel achterbleven hadden geld gegeven voor de bouw van de tempel. Al dat goud en zilver lag nu netjes verpakt op
deze karren. Een kostbare schat! Daar konden ze straks vast een mooie tempel van bouwen.
Net als destijds bij het vertrek uit Egypte, krijgt het volk Israël ook nu gouden en zilveren voorwerpen mee. Maar
nu is het geen afkoopsom, zo in de zin van: alsjeblieft ga weg, hier heb je geld. Kores sponsort de financiering
van plaatselijke heiligdommen. En hij is er blijkbaar door iemand - misschien wel door Daniël - op gewezen, dat er
ook nog tempelschatten uit Jeruzalem in de afgodentempels van Babel lagen. Want wat er nog van over is, mag mee
terug naar Jeruzalem. Tegelijk worden buren en dorpsgenoten door de koning verplicht hun steentje aan het bouwfonds
bij te dragen. Daarnaast wordt er ook nog spontaan geld aangeboden. Een gang van zaken die menig bouwfondscomité
als muziek in de oren zal klinken!
Ook hier weer blijkt de goede zorg van God. Hij laat niet alleen zijn volk terugkeren naar Jeruzalem, maar om de
tempel te herbouwen geeft Hij hen ook financiële middelen. Hij schept de voorwaarden om te kunnen doen wat Hij
vraagt.
Betekent dit dat als je geld nodig hebt, dat je dan maar moet bidden en dat God het dan wel zal geven? Nee, dat
betekent het niet, want wij kunnen God niet dwingen met onze gebeden. Wij mogen Hem veel, ja alles vragen. Om
geloof. Om zijn Geest. Om zijn liefde, vergeving en genade. Ja, zelfs om geld voor kerkbouw. En we mogen erop
vertrouwen dat Hij onze gebeden hoort en nog sterker verhoort dan wij vermoeden. Maar het is niet zo dat wij onze
zin altijd krijgen, dat het gaat zoals wij in gedachten hadden en fijn vinden. Wat God doet, dat past in zijn plan
en lang niet altijd in het onze.
Dat er middelen komen voor tempelbouw laat zien dat God soms op onverwachte wijze voor ons zorgt. En dat het
verrassend kan zijn te zien hoe dat gaat. Maar daarvoor moet je wel geloofsogen hebben. Met geloofsogen kijken naar
de dingen om je heen. Op zoek naar die extra dimensie: dat de werkelijkheid die wij voelen en ervaren, maar een
deel van de waarheid is. Dat je mag opmerken dat God er achter zit en wat u meemaakt past in zijn plan.
Het volk van God is op weg naar het beloofde land. U mag geloven dat dat ook voor u geldt: op weg naar de nieuwe
hemel en de nieuwe aarde. Bent u ook mee op weg? Ga jij ook mee op reis? Het zal niet altijd makkelijk zijn. Er
kunnen veel 'waaroms' zijn. Het kan best voorkomen dat we soms helemaal niet meer zien dat we op reis zijn. Het kan
zelfs gebeuren dat we God helemaal niet meer zien en ervaren. Houd je dan toch vast aan de belofte van God: Ik
breng je veilig in het beloofde land.
Want ik hoop dat Ezra 1 u heeft laten zien dat God trouw is, dat Hij altijd doet wat Hij belooft. Dat je op Hem
aankunt, dat je Hem kunt vertrouwen, dat Hij toch voor je zorgt, ook al zie of ervaar je het misschien niet.
Geef je daarom, in vreugde en verdriet, vol vertrouwen over aan Hem.
Amen.
http://www.prekendiespreken.nl/
For questions or remarks mail to
© Copyright Preken die Spreken / Speaking Sermons / Pregação Viva,
2002-2012.
No part of this publication may be reproduced or copied or made public
in any form without the expressed written authorization from Richard J.C.
Vos and the contributing minister. No consent to copy is required if it is
to be used for public worship service or preparation for Bible study(meetings).