Feestvieren is de moeite waard als het voor de Here gaat

Thema: Feestvieren is de moeite waard als het voor de Here gaat
Tekst: Ezra 3: 10-13
Tekstgedeelte(n): Ezra 3: 1-13
Door: Ds. J. Haveman (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Hattem-Noord)
Gehouden te: Hattem op 15 oktober 1998 / e.a.p.
Extra: Ezr01v01

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 100
Ps. 119: 13
Lezen: Ezra 3: 1-13
Ps. 147: 1, 3, 7
Tekst: Ezra 3: 10-13
Ps. 136: 1-3, 20-21 (in beurtzang)
Ps. 150
Zegen

Een muziekkorps in de kerk!
Stel je voor dat nu de deuren van de kerkzaal opengingen en er kwam een muziekkorps binnenlopen. Met trompetters, met trommels, een grote trom en bekkens, allerlei instrumenten. Hoe zou u dat vinden?
U reageert enthousiast: ha, fijne muziek om de zang te ondersteunen!
Je reageert minder enthousiast: hmm, beetje duf en oubollig, zo'n hoempapa-orkest.
U reageert negatief: dit is niet eerbiedig en hoort niet thuis in een kerkdienst.
Muziek in de kerk. Daarover gaan heel wat discussies. Over hoe de organist speelt en begeleidt. Of er wel of niet meer instrumenten in de dienst mogen. Over snel of langzaam zingen. We raken er soms niet over uitgepraat en het kan de gemoederen aardig verhitten.
Dat is niet iets van de laatste tijd: alle eeuwen door heeft het gemeenteleden bezig gehouden hoe we de Here in onze zang en in ons muziek-maken kunnen eren. Hoe kunnen we de dienst aan de Here, hoe kunnen we de zondagse kerkdienst zó maken, dat God het fijn vindt? En het is goed daar over na te denken, er met elkaar over te praten.
Een muziekkorps. Waar moet u dan aan denken? Aan koninginnedag? Het zingen van het Wilhelmus aan het begin van een voetbalwedstrijd? Ik denk in ieder geval wel aan feest en vrolijkheid. Als er wat te vieren valt, dan is er ook muziek. Je zou kunnen zeggen: feestvieren en muziek horen bij elkaar.
In het bijbelgedeelte dat we gelezen hebben zie je dat terug: er valt wat te vieren en dus wordt er ook muziek gemaakt. En waar wij, nuchtere westerlingen, nogal eens moeite hebben met laten zien hoe we ons voelen, wat iets ons doet, hebben de Israëlieten wat dat betreft geen rem: zij zijn uitbundig in het vieren, in het uiten van hun gevoelens. En dat vinden we soms maar raar, die uitbundigheid, die emotie, die er bij de oosterlingen los kan komen.
Toch kunnen we van hen leren om echt feest te vieren. Vooral om feest te vieren voor de Here.

Het thema is:

Feestvieren is de moeite waard als het voor de Here gaat

  1. Er wordt zorgvuldig voorbereid
  2. Er wordt gezongen en muziek gemaakt
  3. Er wordt gelachen en gehuild

Feestvieren is de moeite waard als het voor de Here gaat.

1. Er wordt zorgvuldig voorbereid

Kennen jullie Seraja (nog)? Die Israëlitische jongen van negen met z'n zwarte krulhaar? Hij was samen met z'n familie en een heleboel andere mensen op reis gegaan. Verhuisd van Babel terug naar Kanaän, het land waar Seraja nog nooit was geweest maar waar z'n familie vroeger had gewoond. Seraja weet: op de Here kun je vertrouwen, want Hij doet altijd wat Hij beloofd heeft. Kijk maar: ze waren veilig en wel in Israël aangekomen.
Het was een bijzonder moment geweest toen Sereja voor het eerst Jeruzalem zag, de stad van God. Het lag op een berg, maar van de stad was niet veel meer over. Z'n opa moest huilen toen hij zag hoe de tempel was vernield. Alle mensen werden er stil van, toen ze zagen wat er over was van de prachtige stad en de schitterende tempel.
Daarna waren alle mensen op zoek gegaan naar het dorp waar hun familie vroeger had geleefd. Opa zocht het huis waar hij als kind had gewoond. Maar het was er niet meer. Alle huizen van het dorp waren kapot. Er groeiden planten en struiken tussen de brokstukken en er woonden wilde dieren. Een naar gezicht was dat. Wat een verschil met de mooie huizen die ze in Babel hadden gehad!
Een paar maanden later, in de feestmaand, gaan alle mensen weer naar Jeruzalem. Dat hadden ze zo afgesproken. Ook Seraja mag mee. Er gaat iets heel belangrijks gebeuren, dat kun je wel merken. De mensen zoeken de plek op waar vroeger de tempel was geweest. En de priesters halen grote stenen en stapelen die op elkaar zodat ze een altaar krijgen. Dan wordt er een stier geslacht en vloeit er bloed. Daarna wordt de stier geofferd op het altaar. Seraja kan het duidelijk zien. Hij vindt het wel een beetje zielig voor de stier. Opa vertelt dat dit het brandoffer is en dat de priester het moet doen omdat wij steeds zonde en verkeerde dingen doen. Heel lang geleden had God al tegen Mozes gezegd dat het zo moest. En opa is blij dat er nu eindelijk weer geofferd wordt.

De Israëlieten hadden wat te vieren, broeders en zusters. God had hen terug gebracht in Kanaän, terug naar Jeruzalem, de stad van David. Heimwee en verlangen waren nu realiteit geworden. God had hun verlost: ze waren weer vrij! De bevrijde ballingen willen een nieuw begin maken. Ze willen vieren dat ze terug zijn. Feestvieren met elkaar en met de Here. Maar hoe doe je dat? Hoe vier je feest voor en met de Here? Hoe geef je vorm en inhoud aan zo'n feest, zo'n eredienst?

De teruggekeerde ballingen kiezen een andere benadering.
"Toen nu de bouwlieden het fundament van de tempel des Heren legden, stelden zij de priesters op, gekleed in ambtsgewaad, met trompetten, en de Levieten, de zonen van Asaf, met cimbalen, om de Here te loven naar de aanwijzingen van David, de koning van Israël."
Op het eerste gezicht een droge opsomming van feiten. Maar schijn bedriegt! Want waar komen opeens die priesters, die ambtsgewaden, die trompetten en cimbalen vandaan? En die zonen van Asaf en de 'aanwijzingen van David'?
Ze hadden goed nagedacht over de vormgeving van hun eredienst. Ze wilden hun dankbaarheid aan de Here tonen. En ze wisten: de Here is een heilig God. En dan doe je maar niet zo wat - dan doe je iets waar je twee of drie keer over nagedacht hebt. Daar doe je studie voor, daar duik je in. Hoe deden ze dat vroeger? Wat voor regels zijn daar voor opgesteld?
Ze hebben goed hun bijbeltje bestudeerd. Ze hebben er werk van gemaakt. Die eredienst - die moest klinken als een klok!

Kijkt u maar: in 1 Kronieken 25 wordt verteld dat koning David voor de dienst aan de Here de zonen van Asaf, Heman en Jeduthun afzondert "die profeteerden bij het spel van citers, harpen en cimbalen." En in Numeri 10: 8 staat: "De zonen van Aäron, de priesters, zullen op de trompetten blazen. Dit zal u tot een altoosdurende inzetting zijn voor uw nageslacht." En nog verder terug, in Exodus 28 de voorschriften voor priesterkleding. En dan de datum die gekozen wordt voor de steenlegging: de tweede maand. Het begin van de tempelbouw door Salomo begon ook in die maand; u kunt dat lezen in 1 Koningen 6.

Mooi is dat om te zien, die zorg en toewijding, die liefde voor het Woord van God, die hierin doorklinkt. De gebeurtenissen krijgen zo ook een extra betekenis.
Wij hebben misschien al gauw zo iets van: moet dat nou, al dat geregel, dat formalisme. Is dat nou echt nodig, al dat gewroet in oude boeken en tradities? Maar toch: het spreekt veel meer, alles krijgt een diepere kleur. En je weet je verbonden met de gelovigen die voor je geleefd hebben.

Oprechte liefde tot God, liefde tot zijn Woord en de voorschriften die Hij heeft gegeven, nauwkeurigheid en zorgvuldigheid - het spreekt uit dit eerste vers van de tekst en alles wat eraan vooraf gaat. Maar hoe zit dat, moeten wij, als wij nadenken over de vormgeving van onze dienst aan de Here, persoonlijk in onze huizen, en gemeenschappelijk in de kerk, moeten wij ook al die voorschriften uit het Oude Testament napluizen en in ere herstellen? Nee, dat is niet de bedoeling. Want net als heel de offerdienst niet meer voor ons geldt, omdat onze Here Jezus Christus het grote offer heeft gebracht, zo gelden ook al die bepalingen rond de eredienst niet meer voor ons. Dat belijden we immers in artikel 25 van de NGB (Nederlandse Geloofsbelijdenis). Met Christus is de tijd van het zoonschap aangebroken. Wij worden gerekend als mondige kinderen. Dat betekent dat we vrijheid hebben om vorm en inhoud te geven aan onze eredienst.
Waar we bij ons eigen nadenken daarover iets aan kunnen hebben is de eerbiedige en zorgvuldige omgang met de Bijbel die we zien in Ezra 3. Want dat regels niet meer gelden wil immers nog niet zeggen dat we er ook niets meer van kunnen leren. Dat betekent: zorgvuldig de Bijbel lezen, het gelezene op je in laten werken en vervolgens kijken wat we er in onze tijd mee doen kunnen. Laat de bevrijde ballingen ons in dat opzicht een spiegel voorhouden, zodat ook wij trouw en zorgvuldig zijn in de dienst aan de Here.

Feestvieren is de moeite waard als het voor de Here gaat.

2. Er wordt gezongen en muziek gemaakt

Het jaar daarop mag Seraja weer mee naar Jeruzalem. Blij is 'ie. Want net als vorige keer gaat er iets belangrijks gebeuren. Vorige keer werd het altaar gemaakt, nu zal de eerste steen voor de nieuwe tempel worden gelegd. Het is de tweede maand van het jaar.
Samen met een heleboel andere mensen komen ze in Jeruzalem aan. Iedereen verzamelt zich op de plaats waar vroeger de tempel van Salomo had gestaan en waar nu nog steeds het brandoffer rookt. Opa zegt dat er elke dag offers worden gebracht en dat het vuur op het altaar steeds aan moet blijven. Daar komen de priesters aan. Ze zien er mooi uit in hun witlinnen kleren. Ze dragen lange trompetten die glinsteren in de zon. Hoor! Nu gaan ze blazen. Een lange toon. "Dat betekent dat we bij elkaar moeten komen", zegt vader. Naast de priesters gaan mannen staan met cimbalen in de hand. "Dat zijn de zonen van Asaf. Die mogen muziek maken", legt opa hem uit.
Dan volgt er een plechtig moment. Seraja kan het goed zien, want hij mag vooraan staan. Sterke bouwlieden tillen een grote zware steen op en leggen die op de plek die door een priester wordt aangewezen. Heel precies leggen ze de steen op de goede plaats. Dan beginnen de zonen van Asaf te zingen. "Loof de Here want Hij is goed." En iedereen valt in: "Want zijn goedertierenheid, zal bestaan in eeuwigheid." Seraja kent het lied, hij heeft het op school geleerd, en hij vindt het fijn dat hij het nu ook mee kan zingen voor de Here! Het is een lang lied. Iedere keer zingen de zonen van Asaf een regel en de rest van de mensen zingt het refrein. Wat klinkt dat mooi en zuiver, hier op de berg Sion.
Als het lied is afgelopen breekt plotseling een groot gejuich los. De priesters blazen op hun trompetten, de zonen van Asaf slaan de cimbalen tegen elkaar en alle mensen juichen. Geweldig wat een geluid is het. Seraja doet ook mee en hij krijgt er kippenvel van. Ze juichen maar en juichen maar, net of het hele land het moet horen....

Nadat de offerdienst was hersteld, broeders en zusters, wordt nu de eerste steen voor de nieuwe tempel gelegd. Het is een belangrijke dag voor het volk Israël. De offers waren er het teken van dat de Verlosser nog moest komen. De tempel is het teken dat God er weer is, dat Hij weer bij zijn volk wil wonen. Het geloof van heel velen had een danige knauw gekregen toen de tempel van God, die onaantastbaar leek, door de soldaten van Nebukadnezar werd verwoest. Met de instorting van de tempel was ook bij velen het geloof ingestort. Ze hadden echt het gevoel dat God niet meer in hun midden was. Maar nu is er nieuwe hoop. God is trouw - Hij houdt zijn belofte. God is genadig - Hij zal nu ook weer onder zijn volk komen wonen.
Geen wonder dat ze blij waren daar op de tempelberg. Ook al was er nog geen tempel te zien, stond er nog geen steen op de andere, toch was het volk blij.
Er daarom wordt er feest gevierd in Sion. Dat is aan alles te zien en te merken. Er wordt gezongen. Er wordt muziek gemaakt. Er wordt gejuicht.

- Er wordt gezongen. In beurtzang nog wel. De Israëlieten laten horen hoe mooi dat klinken kan. Het koor zingt een gedeelte, het volk valt daarna in. "Lof en prijs aan de Here, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid." Daarin herkennen we Psalm 136. Het was een heel bekend thema in de tempeldienst. Ps. 100: 4, die we aan het begin van deze dienst gezongen hebben, heeft het ook in zich. En we komen het ook weer tegen bij de inwijding van de tempel van Salomo. In 2 Kronieken 5 lezen we: "Toen zij tezamen trompetten en eenstemmig een lied lieten horen, om de Here te loven en te prijzen, en de stem verhieven bij trompetten, cimbalen en andere muziekinstrumenten, prezen zij de Here aldus: Want Hij is goed, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid."

- Er wordt gespeeld op trompetten en cimbalen. Trompetten werden gebruikt om het volk bijeen te roepen, maar ook ter begeleiding van de eredienst. Dat zagen we al in de net geciteerde tekst. Er wordt in datzelfde schriftgedeelte gesproken over maarliefst 120 priesters die op de trompetten bliezen. Verder werden cimbalen gebruikt, dat zijn een soort bekkens die tegen elkaar geslagen kunnen worden. Misschien niet gelijk instrumenten waaraan wij zitten te denken om te gebruiken in de eredienst. Maar in Israël kon het allemaal, om de Here te loven en te prijzen. Veel meer instrumenten werden gebruikt bij de dienst aan de Here. In het hoofdstuk waar koning David onder andere de zonen van Asaf aanstelt om de diensten te begeleiden wordt gesproken over citers, harpen en cimbalen. En in 1 Kronieken 23 wordt melding gemaakt van het feit dat David 4000 man heeft afgezonderd om de instrumenten te bespelen die hij daarvoor zelf heeft laten maken. Een knap orkest bij elkaar. En wat zal dat schitterend geklonken hebben tussen de tempelmuren! Wat zal die muziek een indruk hebben gemaakt op de mensen. Wat zal het hun hart blij hebben gemaakt om de Here ook te loven en te prijzen!

- Er wordt gejuicht. "En al het volk juichte met groot gejuich en loofde de Here, omdat het fundament van het huis van de Here gelegd was." Wanneer juichen wij eigenlijk nog? Ja, in een voetbalstadion als er een doelpunt wordt gemaakt. Of als we achter de tv een wedstrijd volgen. Maar juichen voor de Here, in zijn heiligdom? Juichen in de kerk? We zijn het niet gewend. We vinden het misschien raar of oneerbiedig. Ja, we zingen er over: 'Juich de Here, gij ganse aarde!' En: 'Komt laat ons juichen voor de Heer.' Maar doen we het ook?
De Israëlieten hadden alle reden om te juichen. Hoe zit dat bij u: spoort uw hart u nog wel tot juichen aan? Neemt de dienst aan de Here jou nog wel zo in beslag dat je intens blij en gelukkig bent met wat God je geeft? Juichen om een doelpunt vinden we heel gewoon. Waarom juichen om vergeving van je zonden dan niet? Zijn er voor u en voor jou wel redenen om te juichen voor de Here?

Ezra 3 laat zien dat het echt de moeite waard is om feest te vieren voor de Here. Om uitbundig te zingen, muziek te maken en te juichen. Dat daar alle reden voor is. Vindt u dat ook?

Feestvieren is de moeite waard als het voor de Here gaat.

3. Er wordt gelachen en gehuild

Seraja slaat de handen voor z'n oren. Zo'n geweldig lawaai is het. Het juichen van de mensen dat maar door gaat. En het geluid van de trompetten en cimbalen. Enorm! Maar hij is wel heel gelukkig en blij. Want de tempel zal worden herbouwd, hier, waar nu alleen nog maar brokstukken liggen. God zal weer midden tussen het volk komen wonen: Hij wil weer bij hen zijn. Daar wordt je toch ook blij van?
Seraja kijkt omhoog naar z'n vader en z'n opa. Z'n vader juicht ook mee en strekt z'n armen naar de hemel. Maar z'n opa niet. Hé, z'n opa huilt. Tranen stromen er over z'n wangen, terwijl hij toch ook wel moet lachen. Seraja wil aan z'n opa vragen wat er is, maar het is zo'n lawaai dat dat niet lukt. Hij slaat z'n arm om opa heen en opa doet het ook bij hem en hij wrijft met z'n oude gerimpelde hand door Seraja's haar, alsof hij zeggen wil: 'stil maar jongen, het geeft niks'.

Niet iedereen is altijd in de stemming om te juichen. Als je net naar een begrafenis bent geweest, heb je ook eerder de neiging om op je knieën te vallen en in huilen uit te barsten. Niet iedereen is altijd in de stemming om naar muziek te luisteren. Het kan je ook irriteren, dat vrolijke gedoe, terwijl jezelf in de sores zit. Je hebt allerlei problemen en dus wel wat anders aan je hoofd.
Niet iedereen is altijd in de stemming om te zingen. Er zijn soms psalmen of gezangen die je het zwijgen opleggen, die je even niet kunt meezingen. Hoe kun je nou makkelijk 'Dankt dankt nu allen God zingen' als je in je leven slag op slag hebt moeten meemaken?
Terwijl iedereen uitbundig juicht en zingt en God looft en prijst, zijn er ook mensen die weeklagen, die luid wenen. Het zijn met name de ouden, die het eerste huis van God nog hadden gezien. Vaak wordt dan gedacht, dat de ouderen die de tempel van Salomo hadden gezien, huilden omdat deze tempel maar zo klein en nietig is en niet zo veel voorstelt. Er wordt dan een verbinding gelegd met Haggai 2: 4. Toch is het denk ik niet terecht dat u daar hier aan denkt. Want de nieuwe tempel zal op de fundamenten van de oude worden herbouwd en ook de dezelfde omvang hebben, zo weten we uit Ezra 6: 3. Eerder valt te denken aan de emotie die deze eerste steenlegging oproept. Met name de ouderen, die de wegvoering hebben meegemaakt, zullen zich alles herinneren wat er toen en daarna is gebeurd. Ze hebben de schoonheid van de oude tempel gezien en daarna de puinhopen. En nu wordt er opnieuw gebouwd. Logisch toch dat dan de tranen komen? Ze hebben misschien ook wel gedacht, na alles wat ze mee hadden gemaakt, dat God er niet meer was. En nu is Hij toch getrouw gebleken: zelfs de tempel zou worden herbouwd. Logisch toch dat dan de emoties je teveel worden?

Oudere mensen hebben al een heel leven achter zich en ze kijken dan ook vaak achteruit, naar vroeger, hoe het was, de herinnering.
Jongere mensen hebben nog een heel leven voor zich en zij kijken juist vooruit. Naar de toekomst, hoopvol en met verwachting.
Dat kan botsen, die twee belevingen. Het kan het eendrachtig samenzijn belemmeren. Er kunnen makkelijk vooroordelen groeien ten opzichte van elkaar. Omdat je elkaar niet aanvoelt, niet begrijpt. Dan kan er een kloof ontstaan, en als je niet oppast wordt die steeds groter.
Maar onze tekst laat zien dat het ook heel goed kan samengaan. Dat er voor beiden plaats is: voor gejuich, voor hoopvol naar de toekomst kijken. Maar ook voor gehuil, voor in herinnering achterom kijken. Immers "het volk kon het geluid van het vreugdegejuich niet onderscheiden van het geween des volks". Het stemt samen. Het gaat samen op. Voor beide is er plaats, ook in de eredienst.
Het is goed je gevoelens te uiten. Laat gerust zien wat geloven u doet. Wat doet het u dat Christus voor u de dood in ging? Wat zegt het jou dat Hij stierf onder vreselijke omstandigheden? Word je er nog warm of koud van dat je mag leven als verlost kind? Brengt het je nog tot juichen? Doet het u nog in huilen uitbarsten?
Schaam u niet voor gejuich of gehuil. Lach met elkaar als het leven goed is, als je feest kunt vieren. Maar huil ook met elkaar als daar aanleiding voor is. Probeer elkaars gevoelens te peilen, daar op een goede manier mee om te gaan en iemand niet te kwetsen.

We kunnen van de Israëlieten leren dat het de moeite waard is om feest te vieren voor de Here. Om nauwkeurig en zorgvuldig en eerbiedig met de Bijbel om te gaan als we nadenken over de vormgeving van onze dienst aan God, zowel de gemeenschappelijke eredienst, in de kerk, als onze persoonlijke, thuis. We kunnen leren dat we alle middelen die we tot onze beschikking hebben mogen inzetten om onze God te prijzen. En laten we gerust juichen voor onze God, onder de indruk van de geweldige dingen die Hij voor u en jou en mij heeft gedaan. En leren elkaar de ruimte te geven om op onze eigen manier uiting te geven aan onze gevoelens, aan wat het gelovig toevertrouwen aan God ons doet, en ook om op een goede manier met de gevoelens van anderen om te gaan.

Loof de Here, want Hij is goed, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid!

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar