Wie wandelt met God loopt vroeg of laat de hemel binnen

Thema: Wie wandelt met God loopt vroeg of laat de hemel binnen
Tekst: Genesis 5: 21-24
Tekstgedeelte(n): Genesis 5 - 6: 4
Hebreeën 11: 5-6
Judas 1-4 en Judas 12-16
Door: Ds. Jac. Ophoff (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Roden)
Gehouden te: Siegerswoude-Frieschepalen op 5 oktober 1997 (i.v.m. Toerustingsweekend 1997)
Vertaling:

Engelse vertaling beschikbaar:
Gen05v21 - Whoever walks with God enters heaven sooner or later

Aanwijzingen voor de Liturgie

1. Votum en zegengroet
2. Ps. 145: 1
3. Wet
4. Ps. 25: 2, 5-6
5. Gebed
6. Lezen: Genesis 5 - 6: 4
7. Ps. 34: 3, 7-8
8. Lezen: Hebreeën. 11: 5-6; Judas 1-4 en Judas 12-16
9. Tekst: Genesis 5: 21-24
10. Preek
11. Ps. 27: 4, 6-7
12. Gebed
13. Collecte
14. Gez. 24: 1, 2, 5
15. Zegen


Gemeente van Jezus Christus,

Het klinkt een beetje sprookjesachtig: Henoch wandelt met God en ineens is hij er niet meer, want God heeft hem in de hemel opgenomen. Heel bijzonder. Ook in die tijd. Henoch is een uitzondering lezen we in Genesis 5. Want telkens klinkt dat akelige refrein: en hij stierf. Ook al leken die mensen gezien hun zeer hoge leeftijd onsterfelijk, toch niet.

En hij stierf. Behalve Henoch. Want hij wandelde met God. Het roept een idyllisch beeld op: liefelijk, maar ook onbereikbaar. Misschien word je wel jaloers op Henoch. Hij wel. Waarom ben je dan jaloers? Omdat hij zomaar werd opgenomen zonder te sterven óf omdat hij wandelde met God? Ben je jaloers omdat dat nu niet meer gebeurt?

Dat is een vergissing: ook wij kunnen wandelen met God. En wij hebben een veel dikkere wegenkaart dan Henoch destijds. Wees maar niet jaloers op hem, want zijn leven was geen sprookje. Gelukkig niet. En denk niet, dat Henochs leven over rozen ging. Zo'n sfeertje hangt er wel een klein beetje. Dat komt ook door dat woord 'wandelen'.

Wandelen met God is iets anders dan op een zondagmiddag een eindje wandelen in het bos, bij de eendjes of iets dergelijks. Wandelen klinkt rustig en lief en vriendelijk: je keuvelt wat. Je ziet papa en mama met hun drie kinderen rustig wandelen. De jongste houden ze aan de hand. Een liefelijk gezicht. En je ziet onderhandelaars in een conflict tijdens de pauze in alle vrede rustig even een luchtje scheppen: een wandelingetje.

Wandelen is stressloos.
Dat is geen wandelen met God. En vergeet ook bij Henoch maar dat nostalgische beeld van de zondagse wandelingen. Zulke wandelingen hebben iets wereldvreemds. Dat had de wandeling van Henoch met God ook, trouwens, maar wel anders.

Wees maar niet jaloers, want zo mooi en gemakkelijk was Henochs leven niet en bovendien was en is hij niet de enige.

Wie wandelt met God loopt vroeg of laat de hemel binnen

Vele eeuwen passeren de revue in Genesis 5. Dat gaat met grote sprongen. En ineens die paar woorden die er uit springen: en Henoch wandelde met God. Hij wordt boven de anderen uitgetild. Dat betekent niet, dat de anderen niet in God geloofden. Maar wel, dat het geloof van Henoch heel bijzonder was. Hij is een uitzondering.

Henoch leeft namelijk in een tijd waarin velen zich weinig tot niets van God aantrekken. Dat klinkt door in de familie van Kaïn. Met name het gebral van Lamech is niet van de lucht. En je leest het aan het begin van Genesis 6: gelovigen en ongelovigen vermengen zich. Henoch laat zich in deze in veel opzichten goddeloze tijd iet van de wijs brengen. Hij doet geen water bij de wijn door een halfslachtige gelovige te worden.

Henoch leeft dicht bij de Here. Dat klinkt zeker door in dat woord wandelen. Henoch gaat zeer intiem om met God. Dat heeft niks te maken met de incidentele wandeling op zondag, en ook niks met zondagschristendom, maar dágelijks leven met God.

In zijn gewone leven van werk en huwelijk, van hobby, in de kracht van zijn leven, wandelde hij met God. Niet pas toen hij oud was en tijd over had, of toen hij de dood in de ogen keek. Niet pas na een lang en rijp en gelouterd leven, maar jong!

Heel jong. Verhoudingsgewijs krijgt hij al zeer jong een zoon. Er vanuit gaand, dat de mensen toen twaalf keer zo oud werden als nu is Henoch als dertig jarige van het wereldtoneel verdwenen. Toen werd al van hem gezegd: hij wandelde met God.

Een levenshouding die typerend is voor zijn opstelling in de maatschappij. Henoch had de Here lief. En hij liet zijn leven door God beheersen. God en Henoch hebben een heel persoonlijke relatie. Henoch kent geen geheimen voor God. Hij kent de Here goed en praat veel met Hem.

In Hebreeën. wordt dat geloof genoemd. Ziet u wel, dat Henoch niet de enige was en is. Zijn geloof wordt ons voorgehouden als voorbeeld. Een geloof, dat als 'wandelen met God' is te typeren. Zó intens en persoonlijk. Ja, vriendschappelijk. Door het geloof kun je wandelen met God.

Het is goed om die heel persoonlijke omgang met God nog wat meer in te vullen. Wandelen met God betekent luisteren naar hem. God maar niet wat laten praten, maar echt luisteren in liefde en met een open hart.
En vervolgens God ook volgen in gehoorzaamheid. Heel duidelijk komt dat uit in Henochs leven: tegen de stroom in God volgen. Wandelen met God houdt ook lijden in om je geloof. Zo consequent gelovige zijn word je niet altijd in dank afgenomen. Daar wordt soms om gelachen of mee gespot. God had plezier in Henochs leven. Maar de mensen lang niet allemaal.

Met God wandelen houdt dan ook in, dat je niet uit bent op de waardering van mensen, maar op die van God. En duidelijk lezen we in Hebreeën hoe God blij was met Henoch. De Here genoot van hem. Hij vindt het prachtig als je je leven aan hem toevertrouwt. Als je de hand van God vastgrijpt. Henoch ging Gods wegen. Daarom kon God zijn leven goedkeuren en er blij mee zijn.

Zo wandelen met God kost strijd. In een tijd van veel menselijk geschreeuw en hoogmoed, van ongeloof en afval je staande houden en consequent God liefhebben gaat niet vanzelf. Dat houd je alleen vol als je wandelt met God. Voortdurend je aandacht op God gericht houdt, zoals een kindje aan de hand van z'n vader of moeder.

'Waar gaan we naar toe?' Je door God laten leiden. Here, wat moet ik doen? Hoe moet ik hiermee omgaan? Mijn hond moet altijd overal aan ruiken: elk graspolletje van de Merkenheide is interessant en elk spoor van konijnen wil ze volgen. Ik vind dat wel eens vervelend. Maar lijken wij soms niet veel op zo'n hond als we regelmatig even van de route afgaan om te ruiken aan andere geuren. Of als we onze eigen gedachten en ingevingen en emoties volgen en daaraan toegeven. Dat was nu net typerend voor Henoch: hij was een vreemdeling. Deed niet mee aan de drukte en het geraas van de ongelovigen. Hoogmoed was verre van hem. Hij volgde God op diens route.

Hij zat niet vast aan z'n eigen bezigheden. In alles leefde hij met God. Allesbehalve een zondagschristen! En nou moet je niet denken, dat Henoch een beetje een zonderling was. Die zich had teruggetrokken als een soort monnik of kluizenaar. Allereerst lezen we in Genesis, dat hij zonen en dochters kreeg. Hij was een seksueel wezen. Daar lag voor hem geen taboe op. Maar het is wel zo, dat als je wandelt met God je hem een kijkje geeft in je gezins- en huwelijksleven, in je slaapkamer. Werken waar God bij staat. Kinderen krijgen en opvoeden waar God bijstaat. Vrijen waar God bij staat. Want je wandelt immers met God. Overal en altijd!? Wie in geloof wandelt met God, zegt niet tegen Hem: Here, wacht U even op me, want ik moet eventjes wat anders doen!

En Henoch gaat de confrontatie niet uit de weg. In Judas lezen we hoe hij profeteerde over het oordeel van God over alle vrijbuiterij en hoogmoed. Henoch heeft al aangekondigd dat God omgeven door duizenden engelen naar beneden zal komen om recht te spreken over allen die mopperen, klagen, ontevreden zijn, ondankbaar, hoogmoedig, trots.

Henoch wandelde dus heel publiek met God. Iedereen kon het zien en horen! Hij schaamde zich er niet voor. Dat past ook niet bij vertrouwen en liefde, geloof en verwachting. Dat laatste hoort ook bij wandelen met God: verwachting. Want je gaat ergens naar toe. Gewoon eventjes wandelen heeft veel van even een blokje om of een stukje kuieren. Maar wandelen met God is doelgericht.

Niet slenteren, maar rennen. Denk aan het bijbelse beeld van de wedloop. Met God ben je onderweg naar zijn doel. Je verkijkt je niet op deze werkelijkheid en wat hier en nu telt en belangrijk is. Wie wandelt met God kijkt over de grenzen van z'n eigen leven heen. Omdat Gód je over die grenzen heentilt.

Wie aan Gods hand zich laat leiden is op weg naar Gods koninkrijk. Ondanks alle tegenwind en verleidingen Gods route volgen. Hoe smal en moeilijk en eenzaam de weg soms ook is. Nooit alleen als je die weg met God wandelt. Dat geeft je kracht om zo nodig een uitzondering te zijn. Om door te zetten in een zondige samenleving en soms teleurstellende kerkgemeenschap.

Die geloofshouding wordt door God beloond, want daar heeft hij ongelooflijk veel plezier in. God geniet van zijn kinderen die dwars door alles heen hem trouw blijven. Henoch is er zo ééntje. Hij is een gelovige uit één stuk, elke dag en nacht leeft hij met de Here in alles. Hij klampt zich vast aan God en laat zich op een onbekende route leiden naar de eindbestemming.

En uit dat leven trekt God de consequentie. Ineens is Henoch er niet meer. Verdwenen van de aardbodem. Plotseling stokt het telkens terugkerende refrein in het requiem van Genesis 5: en hij stierf. Langzaam maar zeker komt het eerste kerkhof vol te liggen. Maar één grafkamer blijft leeg. Henoch ontspringt de dans: en hij was niet meer, want God had hem opgenomen. Een nieuw lied klinkt er als tegenstem uit boven het refrein 'en hij stierf'. Het lijkt heel veel op elkaar: 'en hij stierf' én 'hij was niet meer'. Maar het is een wereld van verschil.

Een nieuw lied, want God gaat nieuwe dingen doen. Het evangelie klinkt van Gods overwinning op de dood. In een wereld die ten dode is opgeschreven is een andere weg: die van God. Troost en zekerheid worden niet gevormd door een lang leven. Nu al helemaal niet als je nog maar tachtig wordt, maar toen ook niet, al werden ze negenhonderd: en hij stierf. Ook toen hadden ze al niet het eeuwige leven.

Maar voor wie wandelt met God doemt een nieuwe werkelijkheid en eindbestemming op. Wandelen met God loopt uit op leven bij God in de hemel. God had zoveel plezier in Henoch, dat hij hem voortijdig thuishaalde. Nog zeer jong. Zijn wandeling gaat over in een hemelvaart. Daarmee is Henochs opname een voorbode van wat er gebeurt als Christus terugkomt. Alle gelovigen die dan leven zullen niet sterven, maar in een ogenblik veranderd worden en samen met hen die gestorven en opgestaan zijn ten hemel varen.

In geloof wandelen met God wordt beloond. Je kunt het ook zo zeggen: als je in vertrouwen op Gods beloften leeft, elke dag, kom je niet bedrogen uit. Ook al kost zo geloven strijd en moeite, en worden problemen en verdriet je niet bespaard. De route is niet van te voren bekend en soms lijkt die levensweg onbegaanbaar. Niet als je met God wandelt. Als hij de dood kan overwinnen, wat zeg ik, als God de dood kan overslaan, kan hij ook alle andere moeilijke dingen in je leven aan.

Henoch staat niet in de bijbel om jaloers op te worden, of als iets wat vandaag onbereikbaar is. Ook wij kunnen wandelen met God. En het is een vergissing om te denken, dat dat een hogere en niet per se noodzakelijke wijze van geloven is. Dat je er ook wel komt met een geloof, dat niet als wandelen met God is te typeren.

Dat geloof bestaat niet. Want geloven is immers God vertrouwen, liefhebben, de leiding geven, gehoorzamen, volgen. Dat kan, omdat je voor God niet bang hoeft te zijn. Omdat God zelf u en jou heeft opgezocht. Hij heeft zijn armen naar je uitgestoken.

Wandelen met God = niet (meer) bang zijn voor de Here. Wie bang is voor God houdt afstand, trekt zich terug. Heel extreem Adam en zijn vrouw na de zondeval: ze verstopten zich voor God. Maar nog altijd die christenen die schroom kennen richting God. Die zich niet totaal durven geven. Zich afvragen of God wel van hen houdt. Geen haar op hun hoofd die er aan twijfelt of ze God wel willen dienen. Zeker, en zo voeden ze hun kinderen ook op, maar tegelijk die afstand, onzekerheid, angst, negatieve gevoelens.

Geloof, dat God dankzij Jezus Christus van je houdt en je heel graag bij die eindbestemming brengt. Dat geloof bezorgt je een ontspannen wandeling in Gods nabijheid. Hij steunt je en je kunt onderweg alles met hem overleggen. Dat geloof is geen sleur of gewoonte, maar een heel persoonlijke relatie met God.

Voor deze wandeling is niet beloofd, dat je altijd wind mee hebt. Soms stormt het en heb je pal tegen. Soms waai je bijna omver. En het gebeurt dat je met je gezin wandelt met God en ineens is die ene er niet meer. Niet zoals Henoch, maar door de dood: je man/vrouw, je bloedeigen kind.

Wandelen met God: soms moet je onderweg ineens huilen. Van binnen in je hart: verdriet om wat mensen je aandoen, om gemis of eenzaamheid. Soms is het net een wandeling door de woestijn: nergens zie je een rustplek. Of een wandeling in het donker: nergens een lichtpuntje.

Wandelen met God gaat door als je doodziek op bed ligt, en als het stormt en de wind giert en je heen en weer geslingerd wordt. Juist dan dat doel van je wandeling in de gaten houden en niet alleen letten op de harde regen van het moment. Want God laat je niet in de steek.

Lees zijn wandelroute: 'het beste boek voor de weg' heeft hij uitgegeven. Zoveelste ongewijzigde druk, want God blijft je de weg wijzen naar zijn grote wereldstad. Gratis entree, maar je moet er wel een lange en soms moeizame wandeling voor over hebben.

Wandelen met God is mogelijk. In het geloof. Dwars door de woestijn of de storm of het gevloek en de drukte van ongelovigen. Wandelen met God die ons lijden kent, je tranen telt en spaart, je verlangens ziet en voor je rouw sluit hij zijn ogen niet. Hij ziet je angst en het ontgaat hem niet als je van binnenuit wegteert door de kanker.

Daar mogen we best moeite mee hebben onderweg. Wie wandelt met God hoeft zich niet stoer of emotieloos voor te doen. Dat is onzin. Wandelend naast God kun je dat bij Hem kwijt. Uithuilen bij God. Je vragen aan Hem voorleggen. En vergeet het niet: wandelen met God is ook wandelen met Jezus Christus. Die heeft in zijn leven al die dingen en moeiten een halt toe geroepen. Dat moeten we onderweg niet vergeten.

Wie leeft in geloof en vertrouwen wandelt met een machtig iemand. In al je zwakheid sta je sterk. Gods macht overwint alle moeiten, zorgen, zonden en vijandschap. Als je zijn hand maar vasthoudt en je niet van de wijs laat brengen.

Waarom wandelen met God vaak zo moeilijk is als je het consequent wilt doen, weet ik niet. Wel weet ik, dat God me niet voor de gek houdt. Hij is een beloner van wie hem ernstig zoeken. En iets van die beloning zien we in het leven van Henoch: door God opgenomen.

Soms kun je ook niets anders dan die hand van je hemelse vader stevig vastpakken. Niet meer loslaten: je knijpt Gods hand bijna fijn. En reken maar dat God dat mooi vindt. Hij zal nooit zeggen: laat me even los.

Nee, weet je wat God doet als je met jouw hand zijn hand stevig vasthoudt. Dan knijpt God eventjes terug: zo'n bemoedigend kneepje: ik houd van jou en we redden het.

Of ook als je na een tijd van je eigen route lopen, na een ernstige zonde of na een periode van onverschilligheid bij God terugkomt. Als je bijna stiekem, omdat je niet goed durft, jouw hand in die van hem drukt. En God jou dan optilt op zijn arm: hé, ben je er weer! Dan drukt ie jou even helemaal tegen zich aan. En als je dan weer samen verder wandelt weet je zeker, dat het weer helemaal goed is. Wandelen met God: dan knijp je onderweg ook wel eens even in je eigen arm: echt waar, droom ik het niet?

Nee, pak je reisgids maar. Daarin staat de route, maar het is ook een bemoediging, omdat de bijbel vol staat met verhalen van mensen die het hebben geloofd en ervaren: God beloont royaal wie hem zoeken: eens geen tranen meer, geen rolstoel, geen migraine, geen lege plaats, geen angst of depressie, geen zonde. Met God loop je immers jong of oud eens zijn nieuwe wereld binnen.

Want alles wordt nieuw: stil maar, wacht maar. Dan is er nog steeds veel te huilen: en hij stierf, en zij stierf. Je vader, je moeder, je kind. De lege plaats aan tafel, het lege bed, de lege wieg blijven pijn doen. Maar daar boven juicht een grote schaar. Reeds aan het begin laat God zien: nu jaagt de dood geen angst meer aan.

Wie wandelt met God wordt niet alle tranen bespaard. Maar als je soms moet huilen mag je bij je vader schuilen. Hij loopt naast je. En wandelen met God is ook dit, dat Hij tegen je zegt: als je niet meer lopen kunt, dan draag ik je!

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar