De HERE wil in Abram een nieuw begin maken

Thema: De HERE wil in Abram een nieuw begin maken
Tekst: Genesis 12: 1-4
Tekstgedeelte(n): Genesis 11: 27-12: 9
Galaten 3: 1-14
Door: Ds. H. Offereins (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Leens-Ulrum)
Gehouden te:

Leens op 25 juni 2000
Enumatil op 09 juli 2000
Loppersum op 09 juli 2000
Uithuizermeeden op 16 juli 2000
Buitenpost op 16 juli 2000
Middelstum op 23 juli 2000
Assen-Zuid op 23 juli 2000
Oldehove op 20 augustus 2000
Schildwolde op 20 augustus 2000
Winsum op 27 augustus 2000
Bedum op 08 oktober 2000
Roodeschool op 15 oktober 2000
Helpman op 05 novemer 2000

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 105: 5-6
(Morgendienst: Wet)
(Morgendienst: Ps. 105: 21)
Lezen: Genesis 11: 27-12: 9; Galaten 3: 1-14
Gez. 31: 1-2
Tekst: Genesis 12: 1-4
Ps. 22: 13-14
Preek
Ps. 101: 2-3 (na eerste punt van de preek)
Preek (vervolg)
Gez. 37
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis: Gez. 4)
Gebed
Collecte
Ps. 119: 7, 12
Zegen

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes,

Wel eens meegemaakt, dat iemand in je omgeving 'stemmen' hoorde? Stemmen, die hen vertelden wat hij of zij moest doen. Of moest laten… Zelf misschien wel eens van die 'stemmen' gehoord in je hoofd?

Soms gebeurt dat: mensen horen duidelijk een gesproken opdracht. Maar ondertussen is er niemand bij hen in de buurt, die hen die opdracht zou kunnen geven. En daarom ervaren wij zulke stemmen als iets lugubers. Iets waar je bang van wordt. Soms zelfs helemaal ondersteboven van raakt… Vooral als die stemmen opdracht geven het leven te beschadigen of zelfs te beëindigen.

Mensen die zulke stemmen horen noemen wij al gauw "ziek". Ze moesten maar eens naar een dokter gaan… Een christen denkt bij die stemmen meestal aan ingevingen van satan.

Ook Abram was een man, die stemmen hoorde. Meer dan een keer, zelfs. En Abram kreeg daarbij bepaald niet altijd alledaagse opdrachten. Bijvoorbeeld in onze tekst niet:
'Abram, je moet je familie en je vertrouwde omgeving verlaten. En je moet op reis. Op reis naar een land, dat ik je nog zal wijzen.'

Het is niet de stem van satan. Het is de stem van de HERE God. En daarmee gebeurt er in de tekst iets heel bijzonders: de HERE spreekt rechtstreeks tot een mens. En het is op dit moment al lang geleden, dat dit gebeurd was. Namelijk in de tijd van Noach, vlak na de zondvloed. Negen geslachten terug. Toen heeft God voor het laatst tot een mens gesproken. Gods toorn had toen gewoed over mensen, die niet met Hem wilden rekenen. Ze waren weggevaagd van de aarde. En daarna sloot God met Noach en met de hele schepping een verbond:
'Nooit meer een zondvloed', zei God. (Genesis 9)
Maar gedurende die negen geslachten sinds de zondvloed is het geestelijke klimaat op aarde er niet beter op geworden. Helaas!
De mensen zijn meer en meer zonder God gaan leven. Opnieuw. De bouw van de toren van Babel is er een voorbeeld van (Genesis 11)

En nu, in Genesis 12, spreekt de HERE dan opnieuw. Voor wie deze achtergrond kent is dat best een spannend moment: hoe zal de HERE reageren, nu de wereld toch weer niet met Hem wil rekenen? Zal Hij woord houden? Of zal er opnieuw straf komen?
Nee, straf komt er niet. Maar het mag ook niet zo doorgaan met de mensheid. Want dan komt Gods 'planning' in de war. Die 'planning' waarin de komst van de Here Jezus een plaats heeft.
En daarom gaat de HERE nu spreken tot Abram …pikt Hij hem er uit om in heel die zondige wereld een soort nieuwe start te maken. De mens is opnieuw ontspoord en moet weer op de rails gezet.

En zo kom ik tot de volgende formulering van de boodschap van deze tekst:

De HERE wil in Abram een nieuw begin maken

Daartoe:

  1. roept Hij Abram
  2. bemoedigt Hij Abram
  3. overtuigt Hij Abram

1. Daartoe roept Hij Abram

Abram hoort een stem. De stem van de HERE.
Wat voor een beeld hebt u eigenlijk van deze Abram, broeders en zusters?
Zelfs had ik altijd een redelijk positieve voorstelling van hem: een vrome herdersvorst ergens in een klein Mesopotamisch dorp. Een man die dicht bij de HERE leefde. En die misschien wel mee daardoor door God wordt uitgekozen als stamvader van het volk Israël. Maar in de voorbereiding van deze preek is dat beeld wat bijgesteld. In Jozua 24 lezen we namelijk dat Abrams vader, Nahor, een afgodendienaar was. Abram is dus niet opgeroeid in een gezin waarin men de HERE diende. Nee, Ur en Haran zijn uit die tijd juist bekend als twee centra waarin de maangod Sin werd vereerd. Het waren bovendien twee heel ontwikkelde steden. En bepaald geen arme boerendorpjes. Een cultuur waarin heidendom en afgoderij hoogtij vierden.
Oftewel: het is nog maar zeer de vraag of Abram wel zo'n beste was, toen hij de stem van de HERE te horen kreeg. Hij heeft die stem dan ook twee keer moeten horen, voordat hij er werkelijk gehoor aan gaf.

De eerste keer was is Ur. We kunnen dat lezen in Handelingen 7.
Daar is Stefanus aan het woord. Hij staat voor de Hoge Raad. En geeft de hogepriester een lesje heilsgeschiedenis. Hij begint bij Abram en zegt dan het volgende:
God is verschenen aan onze vader Abraham, toen hij nog in Mesopotamië was, voordat hij in Haran ging wonen.

Ik stel me de geschiedenis zo voor:
Vader Terah en zijn gezin vormen een rondtrekkende herdersfamilie. Ze houden zich op in de omgeving van Ur, ergens in de buurt van waar tegenwoordig Bazra ligt: de oliestad van Irak. Via de contacten, die hij op de markten van Ur heeft, hoort Terah over een prachtig land, ergens ver weg. Een land waar je kudden alle ruimte en alle voedsel hebben: Kanaän. Thuis praat hij er met zijn beide zoons over: Abram, Nahor (Haran is al overleden): 'ik heb eigenlijk wel zin om die kant op te trekken, jongens, wat vinden jullie daarvan? En gaan jullie dan mee?'
Terwijl ze daarover aan het nadenken zijn, hoort Abram voor de eerste keer de stem van God:
Ja, Abram, je moet meegaan met je vader - meegaan, naar het land dat ik je zal wijzen.

En zo gaan ze op weg. Ze verlaten de omgeving van Ur, en trekken naar het Noorden, de rivier de Eufraat langs. Op reis naar dat verre, onbekende land, dat zo mooi moet zijn. Na zo'n 1000 km reizen, komen ze in de buurt van Haran. In het tegenwoordige Zuid-Turkije. Daar, in Haran voelt vader Terah zich thuis. Want ze blijken er dezelfde god te dienen als indertijd in Ur. En daarom blijft hij daar een tijd met zijn zoons hangen. Uiteindelijk sterft hij er zelfs, 205 jaar oud.

En Abram?
Och waarom zou hij verder trekken? Het leven is daar in Haran toch ook goed? Hij had er zich zo'n beetje genesteld. Het gebied kan zelfs "zijn land" heten.(in de tekst). Maar dan hoort hij weer die stem van God - voor de tweede keer. Als een aanmaning om niet in Haran te blijven hangen: 'Je moet verder, Abram, want dat land, dat ik je zou wijzen, dat ligt niet hier. En bovendien wil Ik, dat je nu alleen verder gaat. Zonder je familie en je stamverband. Die moet je hier achterlaten.'

Uit deze herhaalde oproep blijkt, broeders en zusters, dat de HERE God Abram blijkbaar nodig heeft. Maar dat is niet omdat Abram zo'n beste is. Nee, Abram vindt het wel best, daar in Haran. Maar God wil niet, dat de mensheid zichzelf verdrinkt in een wereld vol afgoderij en heidendom. God heeft een plan met die mensheid. Hij heeft het al gepresenteerd in Genesis 3: er zal een Redder komen. Daarom liet God indertijd niet alle mensen door de zondvloed omkomen. Noach en z'n gezin werden gespaard om de lijn naar de komende Redder open te houden. Maar nu dreigt het nageslacht van Noach opnieuw weg te zakken in het moeras van een leven zonder God.
En daarom grijpt God opnieuw in - roept Hij Abram weg uit dat leven, waarin Sin het voor het zeggen lijkt te hebben - en wil Hij Abram brengen naar heel andere plek. Een plek waar Abram zijn verleden met z'n goden moet vergeten. En waar Hij z'n aandacht kan richten op de weg die God wil gaan.

Abram moet een heel rigoureuze keus maken. Alles en iedereen, die een verkeerde invloed op hem heeft, moet hij achterlaten:
'Ga uit! En volg mij! Familie, positie, levenszekerheid: laat het los en durf op mij te vertrouwen. En op het plan dat ik met je heb.'
Gemeente, doet dit niet denken, aan de radicaliteit, die de Here Jezus later ook van ons zou eisen? Als Jezus zijn discipelen roept, dan moeten ze bedrijf en familie achterlaten. En alles wat hen van het volgen van Hem zou kunnen afhouden, moeten ze uit hun leven bannen: hun familie, hun vrienden, hun bedrijf. En desnoods hun hand en hun oog…
En dan: achter de HERE aan. De weg volgen die Hij je wijst. Middels de stem, zoals je die vandaag hoort klinken in zijn woord: de bijbel. De stem, die je vertelt, dat de HERE een nieuw begin met je wil maken: 'kom maar met mij mee.'

Laat die zonde en alles wat je daartoe verleiden kan, maar achter je. Die verkeerde omgeving, die sfeer, die je gedachten alleen maar van mij aftrekt…
Laat ze achter je. En ga met Mij mee, mee naar dat prachtige land, dat ik voor je in gedachten heb. Dat land waarin er alle tijd en ruimte zal zijn voor je omgang met mij.
Jij bent geen lieverdje? Het geeft niet, kom maar, Ik kan jou toch gebruiken. En daarom kom Ik met die stem van het evangelie naar je toe. Iedere keer weer. Inderdaad, dat betekent dat je dingen moet loslaten. Dingen misschien wel die je lief zijn. Maar echt, je krijgt er zoveel meer voor terug. Je krijgt er Mijzelf namelijk voor terug.

Ik wil u en jullie nu uitnodigen, broeders en zusters om samen zingend te belijden, dat we bereid zijn, die keus te maken: achter God aan. En met de rug naar alles wat van God afleidt.

[ Zingen: Ps. 101: 2-3 ]

2. Daartoe bemoedigt Hij Abram

God wil in Abram een nieuw begin maken. Daartoe, zo zagen we, roept Hij Abram weg uit dat verkeerde wereldje van hem. Maar dat is voor deze Abram niet een gemakkelijke keus. Heel je zekerheid en alles wat je lief is achterlaten. En een onzichtbare stem volgen. Immers familie en stamverband betekenen veel voor hem. Veel meer nog dan dat ze voor ons kunnen betekenen. Ze betekenen bescherming en levenszekerheid. Vreemdelingen hebben in Abrams tijd niet veel rechten. Ze zijn als het ware vogelvrij. Ieder kan met ze naar believen doen en laten. Het volgen van deze stem zou dus voor Abram zoveel als zelfmoord betekenen…

Natuurlijk weet de HERE God dat, broeders en zusters. En daarom geeft zijn stem in vers 2 en 3 een bemoediging mee: 'Abram, je moet nu alleen verder, den vreemde in. Maar Ik zal er voor zorgen, dat jou daar niks overkomt. Ik zal er voor zorgen dat je niet alleen blijft. Maar dat er uit jou een groot volk voortkomt. Je zult dus niet uitsterven, maar groeien. En verder zal Ik je "zegenen". Dat wil zeggen: ik zal er voor zorgen dat het goed met je blijft gaan. Dat jouw inspanningen effect hebben. Dat je niets te kort komt, maar dat je alles krijgt wat je nodig hebt. Je zult zelfs een "grote naam" krijgen in je nieuwe omgeving. Een goede reputatie. De mensen zullen niet op je neerkijken. Maar ze kijken juist tegen je op. Je zult als vreemdeling niet de verschoppeling van de maatschappij zijn. Maar de mensen zullen proberen aansluiting bij jou te vinden: vriendschap, een plek als knecht. Je zult zelfs veel mogen betekenen in het leven van andere mensen. Sterker nog: de houding die mensen tegenover jou aannemen, zal bepalend zijn voor hoe Ik met hen om ga.'
Abraham wordt in de bijbel een paar keer de vriend van God genoemd. En God zegt hier als het ware: 'als ze positief tegenover mijn vriend staan, zal Ik ook hen het goede niet onthouden.'
En andersom: 'de mensen die jouw niet moeten, zal Ik niet moeten. Want dan komen ze aan mijn vriend. En dat zullen ze merken!'

Gemeente, daarin klinkt hetzelfde geluid als later uit de mond van Jezus. Hij heeft het over het oordeel op de jongste dag. Dan zal de houding van de mensen ten aanzien van Jezus getoetst worden aan hun houding ten opzichte van Gods kinderen op aarde (Matteüs 25). In zoverre u al of niet eten, drinken, of onderdak gegeven hebt aan de minste van mijn broeders, hebt u het ook mij al of niet gegeven.
Dat zijn woorden, die aan de ene kant oproepen tot een keus: hoe ga ik om met de kinderen van God? Want God zelf vereenzelvigt zich met zijn kinderen. Wie aan hen komt, komt aan Hem. En daarmee zijn ze aan de andere kant een bemoediging voor ieder die kind van God wil zijn. Voor ieder die gelooft: wie aan mij komt, komt aan God. En daarin mag ik rust en bemoediging vinden voor mijn weg naar het beloofde land:
De HERE gaat voorop. Maar de HERE beschermt mij ook. Rust en bemoediging, ook voor ambtsdragers in de gemeente: uiteindelijk hoef ik niet te zorgen voor de gemeenteleden. De HERE doet dat wel. Ik hoef niet meer te doen dan mijn best.

Het kan wel eens lijken, broeders en zusters, alsof het in de wereld van vandaag niet meer draait om de christenen en om de kerk. Maar nu mogen we uit Gods eigen mond horen, dat het zijn kinderen zijn, die voor Hem in het middelpunt staan. Het gaat in de wereldgeschiedenis draaien om Abram. En om zijn nakomelingen. Zij blijken het centrum van de geschiedenis te worden. Van Abram uit zal er zelfs zegen komen voor alle mensen:
"In u / met u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden."
Bij deze woorden mogen we denken aan de grote Zoon van Abram: Jezus Christus.
Weet u nog wat we lazen in Galaten 3:
"In Jezus Christus is de zegen van Abram tot de heidenen gekomen."
Het leek er misschien even op dat God in Genesis 12 op een smal spoor verder ging: een man uitgekozen uit die hele grote mensenmenigte. En inderdaad was Gods aandacht in de periode tussen Abram en Christus voornamelijk gericht op de nakomelingen van deze Abram. Maar dat was, omdat God de Here Jezus geboren wilde laten worden. De Redder, niet maar van de joden, maar de Redder van de wereld. Vanaf het paradijs en bij het verbond met Noach had God de redding van de wereld op het oog. En toen Christus eenmaal gekomen was en zijn werk op aarde had gedaan, ja toen kon de aandacht weer gericht op alle mensen.
Pinksteren is daar een duidelijk bewijs van: het evangelie klonk in alle talen. En het boek Handelingen leert dat God niet meer alleen de joden op het oog heeft: ieder die gelooft, zal de zegen van de vergeving en van het eeuwige leven ontvangen. Nee, daar hoef je geen jood voor te zijn. Maar wel kind van Abram. Dat wil zeggen: navolger in zijn geloof. Ik denk aan Galaten 3: 9:
"Zij die uit het geloof zijn worden gezegend, tezamen met de gelovige Abram."

En daarmee, broeders en zusters, is ook voor u en voor jou nog steeds van belang hoe je staat tegenover deze Abram. Volg je hem na in zijn geloof? Immers, zonder dat geloof is er geen zegen van God. Geloven, christen-zijn kan best eens moeilijk zijn. Het volgen van een onzichtbare stem lijkt een hachelijke onderneming: waar kom ik uit? En wat zullen de mensen wel niet zeggen… of denken?
Het is juist daarom, dat de HERE ook ons voortdurend wil bemoedigen met zijn beloften van zegen en nabijheid. Het zijn eigenlijk herhaalde aanmoedigen om Abram te volgen in zijn geloof. Om dezelfde stem te volgen, die ook Abram volgde.

3. Daartoe overtuigt Hij Abram

Want dat deed hij: de stem van God volgen.
We lezen het in vers 4 van de tekst:
"Toen ging Abram."
Wat zou u gedaan hebben, broeders en zusters, in zijn situatie? En jullie, jongens en meisjes?
Ik kan het beter meteen wat dichterbij brengen: Wat doet u, wat doe jij, wanneer de stem van de HERE naar je toekomt? Want die stem komt naar je toe - in de bijbel. In die oproep je over te geven aan de Here Jezus, en Hem te volgen, Hem bij de hand te pakken op zijn weg naar het ons beloofde land. Die stem van God vraagt wel eens keuzes, waarvan je de consequenties niet kunt overzien. Neem nu die stem tot Abram. God volgen betekende voor hem een sprong in het duister. Meer nog: hij leek toekomst en levenszekerheid er mee te vergooien. O ja, hij kreeg beloften en bemoediging mee. Maar ja, wat was hem dat waard?
-Een groot nageslacht?
Maar hij was al 75 jaar en had nog geen kinderen.
En een onvruchtbare vrouw.
-Een grote naam?
Maar vreemdelingen zijn in de maatschappij toch vogelvrij?
-Zegen als ik de stem volg?
Maar ik heb het hier en nu toch ook goed?
-M'n familie en vrienden loslaten?
Maar wat krijg ik er voor terug.
Nee, stemmen volgen is maar riskant…

En toch: Abram gaat! Hij gaat, zegt Hebreeën 11, omdat hij "geloofde". Omdat hij zeker was van de dingen, die hij niet zag. Hij was er zeker van dat God niet loog. Maar dat Hij zijn woorden waar zou maken.

Gemeente, daar wordt ik stil van. Van dit vertrouwen op God. Van dit luisteren naar die onzichtbare stem. Want ik merk bij mij zelf, dat ik het niet altijd doe: de stem van God volgen. En dat terwijl ik, als het er op aankomt, God veel beter kan kennen, dan dat Abram deed. Hij hoorde die stem van God pas voor de tweede keer. En ik hoor hem elke zondag. Ja, elke dag. Ik mag heel die geschiedenis van Gods liefde door de eeuwen heen kennen. Met als hoogtepunt: Golgota. En wat hik ik er nog vaak tegenaan als het gaat om het gehoorzamen van de HERE. Ik durf voor veel minder mijn zekerheden soms nog niet op te geven. Wat is die Abram groot in zijn geloof!

Maar weet u waar ik dan vooral stil van wordt? Niet zozeer van de prestaties van de mens Abram, maar van de macht van Gods Geest. Immers, dat geloof had Abram niet van zichzelf. Ook voor hem golden die woorden van Paulus in Efeziërs 2: "het geloof is een gave van God."
Het is God zelf geweest, die Abram door zijn Geest overtuigd heeft. God, die in hem dat nieuwe begin wilde maken. Hij zelf zorgt ervoor, dat Abram gaat. Hij zelf zorgt er voor, dat de weg naar de komst van de Here Jezus verder gebaand wordt. Niet Abram moet daarom de eer krijgen -als wij nadenken over deze geschiedenis- maar de Here God en zijn Geest.

En tegelijk richt deze geschiedenis onze blik ook op God als het gaat om ons eigen gehoorzamen. De stem van God klinkt ook in ons leven: 'Ik wil ook met u, met jou, een nieuw begin maken. Ik wil ook u, ook jou redden uit die stroom waarin je zou verdrinken. Ga je ook mee?'

Ja, HERE, dank u wel, voor uw stem. Dank u wel voor dat nieuwe begin met mij. En ik wil wel graag mee, maar ik vind dat soms zo moeilijk. Ik durf zo vaak niet. Of ik denk dat ik het niet kan. En daarom vouw ik mijn handen. En kijk ik omhoog. U gaf Abram indertijd de moed en de kracht om uw stem te volgen. Wil U die moed en die kracht ook aan mij geven? De moed en de kracht om eigen zekerheden los te laten. De moed en de kracht om me te ontdoen van alles wat mij hindert op uw weg. Maak door uw Geest ook mij van harte gewillig en bereid om voortaan voor u te leven. Om de juiste keuzes te maken. En door die gevouwen handen, merk ik dat die moed en die krachten ook meer en meer komen. De bereidheid om die onzichtbare, maar o zo heilzame stem te volgen. In geloof achter Christus aan. Als vreemdelingen in deze wereld. Maar wel op weg naar ons eigen vaderland.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar