Beloofd is beloofd

Thema: Beloofd is beloofd
Tekst: Genesis 22: 1-19
Tekstgedeelte(n): Genesis 22: 1-19
Door: Ds. D.F. Ensing (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Langeslag)
Gehouden te: Aduard op 29 augustus 1999

Aanwijzingen voor de Liturgie

Ps. 73: 1, 5-6
Wet
Ps. 27: 5, 7
Gebed
Lezen / Tekst: Genesis 22: 1-19
Ps. 43: 2-3, 5
Preek
Ps. 105: 3-5
Gebed
Collecte
Gez. 37: 1-2

Gemeente van onze Here Jezus Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes.

Hebt u wel eens getwijfeld of God wel doet wat Hij beloofd heeft? Ik zou er niet echt vreemd van opkijken, als dat was gebeurd.
Jij kwam als gelovige jongen met een ongelovig meisje in contact. Het leek aanvankelijk heel aardig. Ze had niet zoveel op met kerk en geloof. Maar je dacht: ach, dat komt wel. Maar het kwam niet. En toen moest je kiezen. Tussen je meisje en je geloof. Maar hoe kan dat nou? God leidt toch mijn leven? Waarom moet ik nu dan opeens zo'n moeilijke keus maken? Waarom dringt de ouderling daarop aan?
Een andere vraag: een vader krijgt een plotselinge hersenbloeding. Van het ene op het andere moment staat zijn leven helemaal stil. Waarom? Hij kon toch niet gemist worden op zijn bedrijf, in zijn gezin, in de gemeente? Jij krijgt het bericht, dat je kanker hebt. Van het ene op het andere moment stort je wereld in. Waarom o God, u zorgt toch voor uw kinderen? U garandeert toch bij de doop, dat wij alle goede dingen van u krijgen? Waarom dan dit?
Een paar vragen. Maar ze zijn zomaar uit te breiden. Ieder van u heeft die momenten wel. De twijfel bespringt je. Vragen: Hoe kan dat nou kloppen met die belofte van God de Vader, dat Hij voor mij zou zorgen? Ik ervaar het heel anders. En als dit al los staat, wat dan met zijn belofte van vergeving?
Gemeente, in de bijbel vertelt God hoe Hij met zijn mensen omgaat. Dat Hij ze ook kan beproeven: komt eruit, wat ik erin heb gestopt?
Daarover gaat ook de geschiedenis, die voor vanmorgen als tekst dient. De beproeving van Abraham, toen hij de opdracht kreeg zijn zoon te offeren. Hoe reageerde Abraham daarop? Wat kunnen wij ervan leren voor ons geloofsleven?

Ik bedien u Gods Woord onder dit thema:

Beloofd is beloofd

Wat wil God nu toch met mij? Hij zei net tegen mij: 'Abraham, ga naar het land Moria, om op een berg die ik je zal wijzen, je zoon te offeren, je enige zoon, de jongen van wie je zoveel houdt, Isaak!' Dat snap ik nu niet. Moet ik nu werkelijk mijn lieve jongen gaan offeren? En God had toch ook zelf gezegd, dat het heel anders zou gaan? Al bijna vijfendertig jaar geleden heeft God mij een zoon beloofd. Ik kan mij het zomaar herinneren, dat moment. Het is als de dag van gisteren. Het was duidelijk, dat wij geen kinderen konden krijgen, en toen begon God zelf over een volk. Ik weet het nog: Lot was toen juist naar Sodom vertrokken. Ik voelde me eigenlijk best eenzaam. Maar toen zei God tegen mij: 'Kijk maar eens goed om je heen. Dit land zal later van je kinderen zijn. Zo groot als het is, helemaal. En ik zal ervoor zorgen dat jij zoveel kleinkinderen krijgt, Niet te tellen.' En God vergeleek dat toen met de stofdeeltjes op aarde. Ja en later weer: 'Uit jou zal er een volk groeien, onvoorstelbaar groot. Net zoveel als de sterren aan de hemel.' Ja ik heb de HERE altijd vertrouwd. Ik geloofde Hem op zijn woord. En God heeft dat veel vaker gezegd. Zeer veel nakomelingen, ik een stamvader van veel volken.
Ja, en toen Sara nog maar steeds geen kinderen kreeg, toen mocht ik ook trouwen met haar slavin, Hagar. Ja, ik kreeg een zoon. En ik dacht, dit is hem dan. Ismaël. Maar, dat wou God toch niet. Dat zei Hij tegen mij toen met de besnijdenis: Nee niet Ismaël. Ik legde het aan God voor: Laat uw belofte gelden voor Ismaël! Ja wat dacht je, ik was al zowat honderd. En Sara negentig! Maar God zei het toen toch nog weer: Nee, je vrouw Sara zal een zoon ter wereld brengen, en jij moet hem Isaak noemen. Ik zal een verbond met hem sluiten. En dat verbond geldt niet alleen voor hem, maar voor al zijn kinderen.
En nog weer een poosje later kwam de Here weer langs, toen vlak voor de verwoesting van Sodom. Jonge, wat heb ik toen gesmeekt voor de redding van Lot en zijn kinderen. Ja maar vlak voor dat wij met elkaar spraken over Sodom, begon God er weer over. Sara kon het eigenlijk niet geloven, en lachte er wat om: ik ben afgeleefd, en mijn man is al oud. Daar komt niks van terecht. Maar God hield echt vol: over een jaar kom ik hier weer, en dan hebben jullie een baby.
En wat waren we blij, toen Isaak geboren was. God had iets gedaan, wat wij voor onmogelijk hielden. We hadden wel eens gelachen van verwondering, en van ongeloof, maar toen lachten we van blijdschap. Jonge, wat was het een feest. En dit was hem dus nu wel echt: de zoon, die God had beloofd. Deze zoon gaat het maken. Via hem krijg ik een geweldig groot volk. Ontelbare kinderen. Ja, meer kinderen zullen wij toch echt niet krijgen. Ja, dat is nou al weer heel wat jaren geleden. En wat ben ik gek met Isaak. Wat houden wij samen veel van dat jong.
En nou dit: Uitgerekend deze jongen, moet ik gaan offeren. Dat zegt God zelf. Ik kan dat werkelijk niet rijmen. Het lijkt wel, alsof God zichzelf helemaal tegenspreekt. Hij heeft -ik weet niet hoe vaak- gezegd, dat Hij via Isaak voor een ontelbaar volk zou zorgen. Dit, dit kan God niet vragen. Hij wil of het een of het ander. Hij zal er wel een bedoeling mee hebben. Maar ik kom er niet uit.

Zo prakkiseerde Abraham over de opdracht van God. Maar hij deed het toch. Wat hij ook had liggen nadenken in zijn bed, hij stond de volgende morgen vroeg op, en ging op pad. Eerst had hij de knechten de opdracht gegeven de ezel te zadelen, het hout voor het offer werd alvast gehakt. Dat moest hier alvast maar gebeuren. En Abraham riep Isaak: Zeg Isaak, ik heb van God opdracht gekregen om in het land Moria een offer te brengen. Ik wil jou meenemen. Trek maar goede kleren aan, en dan mag je mee. En daar gingen ze dan. Moeder Sara bleef oppassen thuis bij de andere herders, en zwaaide hen uit. Goede reis! Twee knechten gingen mee om hen te helpen.
De reis was voorspoedig. Maar intussen wel drie dagen. Wel zo'n honderd kilometer bij elkaar! Een best eind lopen! Op de derde dag wijst God de berg aan: Abraham, daar op die berg gaat het gebeuren. Het was nog een heel stuk lopen, voordat wij er waren, toen Abraham tegen zijn knechten zei: zeg, jullie blijven hier met de ezel. Ik ga met de jongen naar de berg daar, om te bidden. Daarna komen we terug.
Ja, dacht Abraham bij zichzelf, dat zeg ik nu wel tegen mijn knechten. We komen terug. Maar hoe? Ik zit nog steeds met die vraag. En ik loop er al drie dagen over na te denken. Ik kom er niet uit. Isaak is het offerdier. Maar God wil toch geen mensenoffers. En vooral: ik kan dit niet rijmen met die prachtige beloften van vroeger. Wel vijfentwintig jaar lang heeft God het steeds weer gezegd. En ik was lichamelijk niet meer in staat om kinderen te verwekken. En Sara was net zo min in staat om op enige manier zwanger te worden. Ik zou de rots zijn, waaruit mijn volk gehouwen zou worden. Sara de steengroeve waaruit God Israël zou hakken. Nou, als het ging om kinderen krijgen, waren we net zo veel waard als de rotsen in de woestijn. Mijn levenskrachten waren al uitgeblust. Ja maar, wat zei God ook weer tegen Sara, toen zij zo moest lachen, die laatste keer dat God op bezoek kwam? Sara lachte van ongeloof. Ze kon het niet geloven. God zei: 'Waarom lacht Sara? Waarom twijfelt ze eraan of ze op haar oude dag nog een kind kan krijgen? Zou voor mij iets onmogelijk zijn?' Ja vooral dat laatste, daar moet ik nu maar aan denken: zou voor God iets onmogelijk zijn? God kan echt grote dingen! Dat heb ik toen geloofd. En moet je kijken, zo'n jongen als nu naast mij loopt. God kan grote dingen. Wat betreft kinderen krijgen waren wij in feite dood. En toch maakte God het klaar. Ondanks de dood toch nieuw leven. Ja, zou God dan niet Isaak uit de dood kunnen teruggeven. God kan immers grote dingen? Zou voor Hem iets onmogelijk zijn? Ja, dat mag ik toch ook nu geloven? Ja, in dat geloof ga ik nu verder. Want God kan wat voor mensen onmogelijk lijkt. Hij zal zorgen dat het goed komt. En mijn jongen hoort bij Hem. Ik mag niet doen, alsof hij mijn bezit is. Het is allereerst zijn jongen. Ik zal het aan God overlaten.

"Zeg vader!" Eh ja, Isaak, wat is er? "Vader, ik draag hier het hout voor het offer. En u hebt het mes, en het vuur in de kom, maar wij hebben helemaal geen offerdier. Waar is dat eigenlijk?" "O ja, dat is waar, Isaak. Daar zal God zelf voor zorgen. Meer kan ik je er niet over vertellen."
Ja, dat was even een moeilijk moment voor Abraham. Hij had het nog niet verteld. Waarom niet, dat weten we niet. Gissen doet missen. Dat moment zal wel komen. Maar nu nog niet. Abraham laat gelovig de uitkomst aan de Here over. En zo lopen ze dan verder. Op weg naar de berg in het land Moria.
Een uurtje later komen ze aan op de plek die God heeft aangewezen. God wijst de plek voor het offer dus zelf aan. Hij heeft de regie van het verhaal in handen. Het grote moment komt steeds dichter bij.
Abraham bouwt het altaar. Hij sjouwt de stenen bij elkaar, en stapelt ze netjes op. Het hout schikt hij op het altaar. Ja en dan gebeurt het: 'Isaak, jij bent het lam, dat God heeft aangewezen als offer. Ik moet jou offeren. Hoe God het verder met jou wil, ik weet het ook niet. Ik zou dit uit mijzelf niet gekozen hebben. Maar God heeft het zo tegen mij gezegd, begin deze week: Abraham, ga je lieve jongen offeren. Je weet hoeveel ik van je houd, Isaak. Maar als God je opvraagt voor Hem, mag ik Hem dat niet weigeren. Hij weet het beter dan ik. Je bent niet mijn eigendom, maar allereerst zijn kind. Hij moet maar doen, wat Hij wil. Ik zal doen wat Hij vraagt.'
Met deze woorden bindt Abraham Isaak vast. Isaak zal best heel erg geschrokken zijn. Maar hij loopt niet hard weg. Hij laat zich binden. En Abraham legt zijn jongen op het altaar. Zijn hand gaat naar zijn gordel, en pakt zijn mes. Nu gaat het gebeuren. Het mes zwaait door de lucht voor de dodelijke steek. Nog even, en Isaak leeft niet meer. Voor Abraham is hij al dood.

Dan opeens, een stem: 'Abraham, Abraham!' Abraham herkent de stem: dit moet weer de engel van de HERE zijn! "Ja, ik ben hier!" 'Abraham, raak de jongen niet aan! Steek hem niet dood! Want nu weet ik, dat je ontzag hebt voor God. Je was zelfs bereid, mij het liefste te geven dat je had. Je eigen enige zoon. Je hebt in het geloof op God vertrouwd, dat Hij het wel zou sturen. Hij zou het goed maken. Het ging Mij erom, dat je in het geloof volledig zou vertrouwen op mij. Al zag je het zelf niet hoe, je vertrouwde erop, dat Ik voor de goede uitkomst zou zorgen. Als jij maar geloofde. Ik heb je zwaar op de proef gesteld, maar je hebt je geloof getoond. Nu mag Isaak ook bij je blijven.'
Dan zorgt de Here zelf voor een antwoord op de vraag van Isaak, helemaal in de lijn van Abrahams antwoord. Er ritselt iets in de struiken achter Abraham en Isaak. Er zit een ram vast in de struiken. De horens zijn verstrikt in de takken. Hij kan niet meer los komen. Kijk, dat is het offerlam, waar Isaak naar vroeg. Abraham pakt het dier beet, bindt het vast, en offert dat in de plaats van Isaak.
Abraham geeft de plek een naam: De HERE zal erin voorzien. Ja, God zorgt. Dat had God hier laten zien. God geeft je op zijn tijd wat je nodig hebt. Als je maar in het geloof naar Hem luistert, doet wat Hij zegt. Daar is later een spreekwoord uit ontstaan: Op de berg van de HERE zal God laten zien, dat Hij voor je zorgt. Hij maakt zijn beloften aan je waar. Het kan heel spannend worden. Wel zo, dat je twijfelt, of Hij nog wel voor je zorgt. Maar beloofd is beloofd. Als je de berg van de Here zoekt, dan komt het goed. Zijn berg: dat is de plaats waar Hij woont. Zijn huis, zoek Hem maar, Hij is te vinden. En God zorgt voor de uitkomst. Als je in het geloof het zoekt bij Hem, kom je niet bedrogen uit.

Na het offer gaat God nog weer verder. Hij roept Abraham nog een keer. De hemel is kennelijk vlakbij. "Abraham, je hebt gedaan, wat ik vroeg, je was zelfs bereid mij je enige zoon te offeren. Daarom heb ik de HERE, bij mijzelf gezworen je grote voorspoed te geven. Ik zal je zoveel nakomelingen geven, als de sterren aan de hemel en de zandkorrels op het strand. Zij zullen de steden van hun vijanden in bezit nemen. Omdat je naar Mij geluisterd hebt, zullen alle volken van de aarde delen in de voorspoed van je nakomelingen."

We stappen, broeders en zusters, jongens en meisjes, even uit het verhaal van Abraham en Isaak. Er is heel veel uit dit verhaal te halen. En nog veel uit te leggen. Tot nu heb ik het verhaal het verhaal gelaten. Maar wij zijn natuurlijk wel verder gekomen dan de berg Moria. Maar de vraag blijft staan: wat kunnen wij in het geloof aan? Als God ons nu eens heel erg beproeft? Wat dan? Als wij opeens het bericht krijgen, dat wij nog maar een paar maand te leven hebben? Of als een familielid zomaar opeens overlijdt? Blijf ik dan geloven, dat God alle dingen laat meewerken ten goede voor zijn kinderen? Je kunt je vragen hebben over Gods beleid, bijvoorbeeld in zo'n aardbeving als Turkije. Hoe kan het nou, Hij regeert toch alle dingen? Hij heeft zelf gezegd. En dat is ook een belofte: het loopt mij niet uit de hand. Het komt goed. Wij kunnen niet zonder hulp van Vader, in de kerk niet, op school niet. Nergens. Een citaat daarover uit een krant: "Die waarheid geven wij als leerkrachten en gemeenteleden handen en voeten. Met vallen en opstaan werken wij aan geborgenheid binnen kerk- en schoolmuren. Maar de realiteit is, dat die muren kunnen benauwen en soms onveilig zijn. Als dat gebeurt, vraag je je vertwijfeld af, hoe het zit met die beloften van de Here. Hij gaf toch zijn beloften aan ouders en kinderen?"

Abraham is ons voorbeeld. Wij lezen ervan in Hebreeën 11: 17-19 (laten we dat samen even lezen). Kijk, dat geloof zegent de Here. Die engel van de HERE, die Abraham ten slotte zegent, dat is God de Zoon. De latere Here Jezus. Hij is hét zaad van Abraham.
Nu gaf God intussen zijn Zoon aan ons. Hij had Hem voor ons over. Zoals Abraham zijn zoon voor God over had. Wat een wonder! Wat Abraham uiteindelijk niet hoefde, vroeg God wel van zijn Zoon. En die gaf zich. U mag leven uit dat wonder: die machtige Schepper wil mijn Vader zijn. Uit genade. Verbazingwekkende genade. Hij belooft bij uw en jouw doop: ik zal je verzorgen met alle goede dingen. En als Ik je op de proef stel, en toesta, dat je ernstig ziek wordt, dan zal ik je genezen. Of ik zal het nog beter maken. Ik zal je verlossen uit de pijn, door je een stap verder te laten zetten in het eeuwige leven. En of het nu gaat om je dagelijks levensonderhoud of de geborgenheid in de school of de gemeente, je mag het geloven: ik zorg voor je! En de Geest belooft: je zult het leren geloven. Je mag weten, dat in Christus al je zonden vergeven zijn. Twijfel er niet aan, maar geloof het! God kan zware wegen met je gaan. Maar blijf dan, al brandt de twijfel in je hart, geloven. God liegt niet. Beloofd is beloofd.

Luisteren wij nog even naar wat Abraham op de terugweg zei tegen Isaak. "Jongen, wat heb ik zware dagen achter de rug. Maar wat heeft God mij een sterk geloof gegeven! Ik kreeg van Hem de opdracht om jou te offeren. Ik kon dat absoluut niet rijmen met zijn vroegere beloften. Via jou zou ik een geweldig volk krijgen. En dat zou hier in dit land wonen. Het leek wel alsof God zichzelf tegensprak. Maar Hij zei het. En ik was bereid om het te doen. En weet je, wat mijn voornaamste motief was, om toch te doen wat de HERE vroeg? Nou, ik overdacht, dat God een heel sterke God is. Hij heeft in mijn leven al zulke sterke dingen gedaan. Voor God is niets onmogelijk. Hij was in staat om jou eventueel weer levend te maken, als ik je had geofferd. En zo is het eigenlijk ook gegaan. Ik heb je bij wijze van spreken uit de dood teruggekregen.
Isaak, jij zult ook wel in je leven beproefd worden. Je zult het ook wel eens heel erg moeilijk krijgen. Dat je denken zult: hoe kan God dit nou vragen. Dat het lijkt, alsof de beloften van God gewoonweg geblokkeerd zijn. Dat je niet weet, hoe God voor je zorgt. Als je moet kiezen voor een vrouw. Als het misschien lang duurt voordat je kinderen krijgt. Maar houdt dit altijd vast: als je hoe dan ook naar God luistert, dan kom je goed uit. Want: beloofd is beloofd."

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar