Jakob (Deel 2: Esau blijft verantwoordelijk voor zijn daden)

Thema: Esau blijft verantwoordelijk voor zijn daden
Tekst: Genesis 25: 27-34
Tekstgedeelte(n): Hebreeën 12: 14-17
Genesis 25: 19-34
Door: Ds. J. Ophoff (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zwijndrecht)
Gehouden te: Zwijndrecht op 7 september 2003
Opmerking RJCV: In deze prekenserie volgen we de ontwikkeling in Jakobs leven. Hoewel enkele delen van deze serie ook zelfstandig gelezen zouden kunnen worden, ontstaat er meer inzicht indien de delen in serie worden gelezen.
Jakob - 1: Gods verrassende keuze is genade,
Jakob - 2: Esau blijft verantwoordelijk voor zijn daden,
Jakob - 3: In het gevecht om Gods zegen zijn er alleen verliezers,
Jakob - 4: Gods liefde is onvoorwaardelijk,
Jakob - 5: In Labans huis zet God Jakob vast: bekering is nodig,
Jakob - 6: De God van Betel bevrijdt Jakob uit de greep van Laban,
Jakob - 7: God brengt Jakob in de crisis van zijn leven: alleen uit genade verzoening,
Jakob - 8: Vernieuwing is een must: uit genade.
Extra: Inleiding op de prekenserie: Jakob.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 35: 1, 13
Wet
Ps. 119: 55, 60
Gebed
Lezen: Hebreeën 12: 14-17
Ps. 62: 1, 3
Lezen: Genesis 25: 19-34
Ps. 62: 4, 6
Tekst: Genesis 25: 27-34
Preek
Ps. 40: 5-7
Gebed (Dankzegging en voorbede)
Collecte
Lied 296: 1-3
Zegen

Geliefde gemeente van Christus, gasten,

God kiest. Dat was in het eerste deel het thema. God doet zijn verrassende keus. Heel anders dan mensen verwachten. Maar heeft een mens dan nog wat te kiezen? Als God toch al besloten is? Kun je je als mens daar maar niet beter bij neerleggen? Gewoon afwachten wat er gebeurt?
Ik heb de vorige keer daar al iets over gezegd. Hoe gaat Esau met die keuze van God om? Dat zou in zijn leven moeten blijken. Geeft hij zich er aan over? Leert hij om die weg met God te gaan? Gods keuze betekent niet dat jij wel passief kunt blijven. Je ontkomt er niet aan zelf ook te kiezen.
Deze keer wordt dat nog duidelijker. Jakob en Esau zijn groot geworden. Bij de eetpot van Jakob staan ze tegenover elkaar. Jakob voelt aan dat Esau zwak staat. Dit is zijn kans! Maar dat ontneemt Esau niet zijn eigen verantwoordelijkheid. Net zo goed als Jakob zijn verantwoordelijkheid heeft. Een mens is verantwoordelijk voor zijn keuzes, voor zijn handelen. Verantwoordelijkheid is het thema van deze preek.

Esau blijft verantwoordelijk voor zijn daden

Verzen 27 en 28 vormen een pauze tussen twee verhalen: de geboorte van de tweeling en de onderhandelingen over de verkoop van het eerstgeboorterecht. Ze horen eigenlijk niet bij één van die verhalen. Maar wat er verteld wordt, heeft verstrekkende gevolgen. De hele kring van het gezin wordt getekend. De vader en moeder, de beide jongens krijgen er hun eigen plaats.
De jongens groeiden op. Meer horen we niet over hun jeugd. De schrijver is alleen geïnteresseerd in belangrijke momenten. Crisissituaties die leiden tot verandering. Waardoor iemands karakter wordt gevormd en aan het licht komt. Esau wordt een ervaren jager. Hij is het liefst in het open veld. Jakob is meer een huiselijk man. Hij leidt een geregeld leven in tenten. Hun leefwijze hangt samen met hun beroep. Een jager is een zwerver, op zoek naar zijn kansen. Jakob is hoeder van kleinvee. Hij moet steeds in de buurt zijn om het vee te beschermen.
Isaak heeft Esau lief. Zijn oudste zoon kan heerlijk wildbraad op tafel zetten. Rebekka had Jakob lief. Voor haar voorkeur lezen we geen reden. In elk geval hebben beide ouders een sterke voorkeur voor één van hun kinderen. Dat komt vaker voor. Het lijkt een beetje op liefde met voorwaarden. Ik heb je lief als je dat of dat doet. Meestal wordt dat niet zo duidelijk uitgesproken, maar het kind voelt haarfijn aan waaraan het moet voldoen. Anders vindt papa of mama je niet lief. Isaak heeft Esau lief omdat hij voor een heerlijke vleesmaaltijd kan zorgen. Rebekka zal haar redenen wel hebben gehad. Het ene kind ligt je beter dan het andere. Misschien herken je dat zelf ook wel. Ouders hebben hun kinderen lief. Maar als het goed is kent die liefde geen voorwaarden. Je houdt van je kind zoals hij of zij is.
Als ouders sterk hun voorkeuren hebben en dat ook laten merken, kan dat grote gevolgen hebben. Kinderen leren bijvoorbeeld niet wat onvoorwaardelijke liefde is. Dat kan leiden tot gevoelens van onveiligheid. Bij Jakob en Esau heeft het ook grote gevolgen. De breuklijn wordt getekend zoals het gezin van die vier mensen straks uit elkaar zal spatten. Dan zijn ze allemaal verliezers. Over onveiligheid gesproken.
Die eerste verzen zijn een intermezzo. Ze vertellen hoe het gezin er uitziet. Even een paar lijnen. Straks zal het er juist op deze punten om gaan spannen. Maar ook dit intermezzo laat zien hoe mensen hun verantwoordelijkheid hebben. Isaak en Rebekka dragen verantwoordelijkheid voor de verhoudingen in hun gezin. Het patroon dat er langzamerhand in is gegroeid zal in de geschiedenis van hun gezin grote gevolgen hebben. Twee fronten zullen op elkaar botsen.
Op een dag is Jakob bezig soep te koken. De pan hangt boven het vuur. Het wordt geen soepje vooraf, maar een stevige maaltijdsoep van linzen. Terwijl Jakob bezig is, komt Esau thuis van de jacht. Hij is uitgeput en doodop. 'Geef me vlug wat van dat rode brouwsel van je', zegt hij. Esau heeft z'n bijnaam hieraan te danken. Ze noemen hem Edom, Rode.
Jakob ziet zijn kans schoon. Hij ziet z'n broer aankomen die zwak is. De sterke Esau is uitgeput van de jacht. Misschien heeft het jagen deze keer weinig opgeleverd. Misschien is hij te lang doorgegaan zonder te eten. Dan val je in een gat en kun je niet veel meer. Jakob weet er wel raad mee: verkoop me eerst je eerstgeboorterecht. Jakob heeft op deze kans gewacht. Hij weet van zijn moeder wat God tegen haar gezegd heeft. God heeft hem al voor de geboorte uitgekozen. Maar Jakob kent ook de verhoudingen in het gezin. Hij kent de voorliefde van zijn vader voor Isaak. En hij vertrouwt niet dat God ook daarvoor zal zorgen.
Jakob kent ook zijn broer. Esau is een impulsief mens. Esau heeft hem nu nodig. Als je zwak bent, geef je gemakkelijker toe. 'Verkoop me eerst je eerstgeboorterecht'. Het kan Esau niet schelen dat Jakob daar op dit moment mee aan komt. 'Ik sterf van de honger, wat heb ik aan die rechten?' Dat is een beetje ruiger dan in onze vertaling. Esau drukt zich nogal grof uit. Jakob neemt geen genoegen met zo'n halve toezegging. 'Eerst moet je het mij zweren'. Esau bevestigt het met een eed. Hij heeft zijn eerstgeboorterecht verkocht aan zijn broer.
Esau verkoopt iets dat niet te verkopen is. Je kunt je voorstellen dat je, als je moe bent, misschien je eigen belangen verwaarloost. Je kunt dan ook iets stoms doen. Je bent uitgehongerd en slap. Je hebt geen beheersing meer over jezelf. Je zegt iets wat je niet had moeten zeggen. Je doet een toezegging die je nooit kunt nakomen. Dat is allemaal voorstelbaar. Maar Esau verkoopt zijn eerstgeboorterecht. In de samenleving van die tijd was dat heel belangrijk. Het gaf je de eerste positie in je familie als je vader was overleden. Het gaf je een dubbel deel van het bezit. In het gezin van Isaak ging het daarnaast vooral ook om de zegen. Hoe ging God verder met zijn belofte aan Isaak?
Jakob wil zekerheid: zweer het. De naam van God wordt aangeroepen bij deze verschrikkelijke transactie. Wat heb ik aan die rechten, zegt Esau. Die rechten zijn Gods zegen. Esau verkoopt ze onder de bekrachtiging van een eed. Maar als je, zoals Jakob, met een mooi handeltje bezig bent, ga je maar gauw voorbij aan die eed. Als het maar vast staat.
Bij Esau had een rood lampje moeten gaan branden: een eed?! Waar ben ik nu helemaal mee bezig? Jakobs vraag om een eed had Esau wakker moeten schudden. Dat gebeurt niet. De handel gaat door. Dat blijft Esau's verantwoordelijkheid, al stond hij zwak omdat hij helemaal uitgeput was. Toch is dat geen verontschuldiging. Net zo min als zijn impulsieve karakter. Esau doet de dingen zoals die bij hem opkomen. Hij trouwt met Kanaänitische meisjes tegen de wil van zijn ouders in. Toen hij doorkreeg dat dat zijn ouders niet zinde, terwijl Jakob wel gehoorzaamde, trouwde hij ook met een dochter van Ismaël. Ook familie. Die impulsiviteit is geen verontschuldiging. Ook zo'n slimme broer als Jakob die de situatie misbruikt is dat niet. Esau kiest verkeerd. Hij gaat tegen God in. Je bent zelf verantwoordelijk voor je woorden en daden. Ook verzachtende omstandigheden nemen dat niet weg.
Esau is verantwoordelijk. U ook. Esau kan zich niet verschuilen achter God. Zo van: ja, maar God heeft vroeger al gekozen. Wat zal ik nog? U en ik kunnen ons ook niet verschuilen achter de Here. De Here God stelt je verantwoordelijk voor je daden en je keuzes. Misschien wil je weglopen bij God. Mensen hebben hun eigen verhaal. Wat heb ik aan die bijbel? In de kerk heb ik weinig goeds meegemaakt. De opvoeding thuis - daar heb ik ook geen goed woord voor over. Thuis leek het zo uiterlijk. Als het moeilijk werd, wisten mijn ouders er geen raad mee. Hoezo, geloof? Ik heb er niet veel van gemerkt. En in de kerk mag helemaal niets. Die is zo behoudend. En... zo kun je wel doorgaan.
Toch stelt God ook jou verantwoordelijk. Misschien sta je wel zwak. Of je hebt veel meegemaakt. Gebeurtenissen die een krater slaan in je leven. Je hebt God uit het zicht verloren. Hoe kan die dat soort dingen toelaten. Toch vraagt God van jou dat je je verantwoordelijkheid draagt. Dat je leert om te gaan met je kwetsbaarheid, je eigen achtergrond, de dingen die in je leven gebeurd zijn. Hij stelt je verantwoordelijk in je keuze ten opzichte van God. Je mag je niet verschuilen achter al die verontschuldigingen die je zou kunnen aanvoeren.
Zeg niet: wat heb ik er aan? Wat kan het mij schelen? Voor zulke onverschilligheid verwijst de schrijver aan Hebreeën terug naar Esau. Later wilde Esau het anders. Huilend vroeg hij zijn vader toch om een zegen. Maar toen kon het niet meer. Het was te laat. Soms ben je zover heen dat je het niet meer ongedaan kunt maken.
Let wel even op wat in Hebreeën nog meer staat. Jaagt naar vrede met allen en heiliging. Let op dat niemand de genade van God verspeelt. Verbittering is een onkruid dat zo maar opkomt en voortwoekert. Het veroorzaakt overal onrust. De hele gemeente wordt er door vergiftigd. Dat gevaar is er ook wanneer meningen fors botsen. Wanneer je vast gaat zitten in negativiteit. Onverschilligheid bij anderen of bij jezelf kan een wrange vrucht daarvan zijn.
Jij bent verantwoordelijk. Ook als je er een wereld aan excuses bijsleept. Ik kan negatief zijn, verongelijkt, bezeerd. Toch spreekt God je aan zoals Hij Esau deed. In de eed waar Jakob om vroeg klonk ook de oproep van God tot bezinning. Waar ben je mee bezig, Esau?
Maar Esau is verkocht. Dat komt prachtig tot uitdrukking in vers 34: Esau at en dronk, stond op en ging heen. Je kunt het nog sterker zo vertalen: Esau at en dronk en was meteen weer weg. Esau denkt niet meer na. Hij schrokt die soep naar binnen. En loopt weg. Je ziet hem gaan. Hij keert Jakob de rug toe. Hij keert God de rug toe.
Zo weinig waarde hechtte hij aan zijn rechten als oudste zoon. Dat is de beoordeling door de schrijver. Geïnspireerd door de Heilige Geest. Dat lees je niet vaak. Wij zouden wel eens vaker willen weten wat je ervan moet denken. Bij Esau komt er geen bezinning wanneer hij zijn maag heeft gevuld. Ook geen woedende uitbarsting tegen Jakob omdat hij zich genomen voelt. Die komt pas veel later. Esau loopt weg. Het is voor hem een gedane zaak. Hij ligt er niet wakker van. Laat Jakob maar mooi blij zijn met dat eerstgeboorterecht.
Doet Jakob een betere keuze? Jakob is wel degene die het helemaal in de hand heeft. De berekenende Jakob staat tegenover de impulsieve Esau. En Jakob heeft zijn moment goed berekend. Hij gaat recht op zijn doel af. Nu moet het lukken. Maar Jakob is verantwoordelijk dat hij iemand op zijn zwakste moment uitbuit. Hij had Esau als broer gewoon te eten moeten geven. Het is ordinaire chantage. Geen liefde voor je broer.
Jakobs ambitie is enorm. Dat doet hem elke morele verantwoordelijkheid vergeten. Hij geeft Esau zelfs nog even een duw: zweer het. Eigenlijk duwt hij Esau zo de afgrond in. Jakob onderhandelt over iets waarover je niet kunt onderhandelen. Jakob laat Esau een eed zweren die klinkt als een vloek. Jakob komt zijn verantwoordelijkheid als broer tegenover Esau niet na. Gods zegen geeft Jakob geen enkel excuus voor deze houding. Integendeel. Het staat er mee op gespannen voet. Jakob gaat uit van de gedachte dat het doel de middelen heiligt. Het is een doelbewust plan. Hij wil de zegen van God zelf realiseren. Of het dan nog een zegen is? Daar moet Jakob nog achter komen.
God is op weg naar zijn doel, ondanks wat mensen van hun leven maken. Hij handhaaft zijn zegen. Hij is uit op de redding van de wereld. Onderweg stelt Hij mensen verantwoordelijk. Verantwoordelijk in hun leven met elkaar. Hoe je met de ander omgaat. Verantwoordelijk in je houding tegenover Jezus Christus. Daar gaat het om. Hoe stel jij je op tegenover de zegen van God: zijn Woord van redding voor de wereld. In Christus stelt God je voor de keus.
Wat doe je? Draai je net als Esau je om en loop je weg? Als ik naar Esau kijk die wegloopt zie ik al die jongeren en ouderen die ik heb zien weglopen. En nog zoveel meer die Gods zegen niet willen. Die kiezen voor de wereld, voor genieten, voor succes nu. Ze keren God de rug toe. Ze willen Jezus Christus niet als redder. En ik ben verdrietig als ik bedenk hoeveel pijn, verbittering en onverschilligheid er achter ligt.
Wat doe jij? Want God stelt je wel verantwoordelijk voor je eigen keuze. Hij geeft zijn zegen, het evangelie van redding en genezing voor ieder mens, jong en oud. Loop niet weg voor die keuze. Keer God niet de rug toe.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar