De Here beschermt Zijn kinderen door Zijn knechten

Thema: De Here beschermt Zijn kinderen door Zijn knechten
Tekst: Genesis 28: 12-15
Tekstgedeelte(n): Genesis 27: 41-28: 22
Johannes 1: 35-52
Matteüs 18: 1-11
Door: Ds. H. Drost (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Houten)
Vertaling: Originele vertaling: ds. H. Drost
Editor: Renee Mulder (FRCA)
The Lord protects His children through His servants
Gehouden te: Haren, Assen, Kantens
In een Engelse dienst: Groningen-West
Extra: Samenvatting

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
(Ochtenddienst: Gez. 12: 2)
(Ochtenddienst: Wet)
(Ochtenddienst: Gez. 12: 3)
(Middagdienst: Ps. 99: 1-2)
Gebed
Lezen: Genesis 27: 41-28: 22; Johannes 1: 35-52; Matteüs 18: 1-11
Ps. 91: 5-6
Tekst: Genesis 28: 12-15
Preek
Gez. 29: 3-4
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis: Gez. 4)
Gebed
Collecte
(Ochtenddienst: Gez.. 12: 5)
(Ochtenddienst: Ps. 146: 3-4)
Zegen

Assen / Kantens

Geliefde gemeente,

'Die dominee zullen we een aframmeling geven...' - zeiden een paar mannen tegen elkaar, toen een predikant in Noord-Holland veel aan evangelisatiewerk deed en het socialisme bestreed. Ze wisten wanneer hij na een evangelisatiebijeenkomst alleen naar huis zou gaan. Ze stelden zich verdekt op om hem een portie klappen te geven, wanneer hij alleen langs zou komen.. 'Daar komt hij '- fluisterde de één tegen de ander - 'nou pakken we 'm'. 'Nee, joh - zei de ander - kijk uit hij is niet alleen: ze zijn met z'n drieën. Dat redden we nooit'. En ze lieten de dominee gaan. Toen ds. Lucas Lindeboom uit Zaandam dat later hoorde, zei hij: 'ik liep wel alleen'... - wat was er gebeurd?

Het is wel vaker in de geschiedenis van de kerk gebeurd dat engelen optraden om Gods kinderen te beschermen. Engelen zijn Gods dienaren die gestuurd worden om Zijn kinderen te beschermen.

'Ho - zegt iemand - je kunt engelen toch niet zien?'. Nee, normaal niet. Maar engelen kunnen zich wel láten zien. De bijbel vertelt dat Gods onzichtbare knechten een gestalte aan kunnen nemen zodat mensen hen zien. Denk maar aan wat er gebeurde bij de belangrijke momenten in het leven van Jezus. Een engel vertelde dat hij geboren zou worden - Maria zag hem. Engelen vertelden dat Hij was opgestaan - de vrouwen bij werden door hen op het goede spoor gezet. Engelen vertelden bij de hemelvaart dat Jezus zo terug zou komen - ze maakten verbijsterde leerlingen blij. En dan wordt het Pinksteren: de Heilige Geest komt. En dan zijn het niet meer de engelen, maar mensen die de grote daden van God vertellen in alle talen 1.

Ja, nu mensen Gods Heilige Geest hebben gekregen kennen ze Gods daden. Engelen kunnen terugtreden.
Maar betekent het nu de engelen terugtreden dat ze van het toneel zijn verdwenen? Nee, ze zijn er om ons te beschermen op al onze wegen. Ze zijn Gods knechten die Gods zorg voor Zijn kinderen waarmaken. En als God het nodig vindt dat ze een gestalte aannemen om Gods kinderen te beschermen of te bemoedigen - wie heeft dan het lef om te zeggen dat het niet kan?

Jongens en meisjes, een mooi liedje van Elly en Rikkert is: 'Ik ben nooit alleen - er zijn engelen, éngelen om me heen'. Ook al kunnen we hen niet zien, toch zijn ze er wel - om je te beschermen op weg naar school, om je te helpen in het verkeer, om je altijd te bewaren. Dat zegt de bijbel. En daar gaat de preek over.

De Here beschermt Zijn kinderen door Zijn knechten

Dat zien we in het leven van

  1. Jakob, Gods uitverkorene
  2. Jezus, Gods Zoon, en
  3. De kleinen, Gods kerk

De Here beschermt Zijn kinderen door Zijn knechten. Dat zien we in het leven van

1. Jakob, Gods uitverkorene

In de geschiedenis van Jakob en Ezau leren we over Gods verkiezing en Gods verwerping. Want voordat de jongens iets goeds of iets kwaads gedaan hadden, heeft de HERE al aan hun moeder verteld dat Hij de één koos en de ander niet (Romeinen 9: 16). Gods plan geeft de doorslag, Zijn keus.

Waaraan merk je nu dat God je heeft uitgekozen? Merk je dat doordat je je altijd sterk voelt? Merk je dat als alles lukt? Nee, als God iemand kiest, dan leert Gods Geest je dat alles Gods werk is. Hij maakt je klein. Op de school van de Heilige Geest volg je de cursus 'klein-worden'.

Dat zien we ook in het leven van Jacob, Gods uitverkorene. Hij dacht dat hij de zegen van opa Abraham - dit land - had geregeld via gemeen bedrog van zijn blinde vader. Maar de HERE laat hem merken dat hij eigenlijk niks bereikt heeft. Hij moet hals over kop vluchten voor de woede van Ezau. Hij moet het land - waar het allemaal om ging!! - uit. En als hij zo'n 80 kilometer heeft afgelegd van de 800 die hij heeft te gaan, wordt het donker. Dit wordt de laatste nacht in dit land. Wat heeft hij nu nog over? Niks. Een steen is zijn kussen. Dát heeft hij nu bereikt: niks. God maakt hem klein.

In die nacht in Bethel gebeurt wat de HERE Jezus later zo onder woorden brengt: "Ik zeg u dat hun engelen in de hemel - dat zijn de engelen van de kleinen - voortdurend het aangezicht zien van Mijn Vader die in de hemelen is" (Matteüs 18: 10).

Jakob droomt: ... en zie (1e let op) op de aarde was een ladder opgericht..." (vs. 12). Als je dat zo leest lijkt het net alsof die trap van de aarde afgebouwd wordt. Het is de weg naar boven. Maar dat is niet wat hier bedoeld wordt. Het gaat er om dat God vanuit de hemel komt. Er staat eigenlijk dat er een stenen trap wordt gebouwd naar de aarde. Het is de weg naar beneden.
Als u zich wilt voorstellen wat Jakob ziet, moet u denken aan een boot, die vluchtelingen uit zee op pikt. Mensen liggen in het water. Er komt zo'n grote boot aan. Hoe kom je aan boord? Over de reling wordt een trap naar beneden gelaten: zo kom je er. Als Jakob in de droom die trap uit de hemel ziet komen, kijkt hij hoe ver die ladder reikt: "... de top reikte tot aan de hemel" (vs. 12). Er is een verbinding tussen hemel en aarde.

In de tekst staat dat die reddingstrap vanuit de hemel naar de aarde komt: het begint in de hemel. Maar als er dan verteld wordt over de engelen, staat er dat ze onderaan die trap beginnen: "... en zie (2e let op) engelen Gods klommen daarlangs op en daalden daarlangs neer" (vs. 12). Ze beginnen waar Jakob ligt in zijn onmacht. En ze brengen de boodschap naar boven: 'hij ziet het niet meer zitten'. En van boven komen ze dan naar beneden met Gods opdrachten. Zij moeten voor hem zorgen, totdat de HERE aan deze man land en volk gegeven heeft, ja, totdat hij heel de zegen van Abraham ontvangen heeft.

God zal waarmaken wat Hij belooft: "en zie (3e let op) - Ik ben met u en Ik zal u behoeden overal waar gij heen gaat en Ik zal u wederbrengen in dit land, want Ik zal u niet verlaten totdat Ik gedaan heb wat ik u heb toegezegd". En hoe zal God hem beschermen op zijn zwerftochten buiten het beloofde land? Hij krijgt een wegenwacht mee: Gods engelen.

Waarom belooft God dit allemaal aan deze Jakob? Niet omdat hij beter is dan zijn tweelingbroer. Maar omdat God via deze schurk de weg wil gaan naar de HERE Jezus, de grote Zoon van Abraham in wie God heel de wereld wil zegenen. Die zegen is dat er vrede met God zal komen en ook bescherming van God - we worden omringd door Gods engelenwacht. Daarover gaat het tweede deel van de preek.

Het onderwerp is: De Here beschermt Zijn kinderen door Zijn knechten. Dat zien we ook in het leven van

2. Jezus, Gods Zoon

In de keus van God voor Jakob gaat het om Christus. En in Johannes 1 hebben we gelezen dat iemand spontaan zijn geloof in Hem belijdt als Jezus alles weet. Hij is geen gewoon mens. "Rabbi -zegt Natanaël - Gij zijt de Zoon van God, Gij zijt de Koning van Israël" (vs. 50).
Jezus reageert daarop door te zeggen dat Natanaël nog "grotere dingen" zou zien (vs. 51). Jezus weet niet alleen alles, Hij kan alles. Jezus zal wonderen doen om te laten zien Wie Hij is. Dat is zo belangrijk dat Jezus vervolgt: "voorwaar, voorwaar zeg Ik u..." Jezus zegt dat tegen Natanaël, maar het is voor al de discipelen van belang: "Ik zeg jullie, gij zult de hemel open zien...."

Om deze tekst goed te begrijpen moeten we er iets bij zeggen wat onze bijbel weglaat. In de Statenvertaling staat dat Jezus zegt: "Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: VAN NU AAN - die woorden horen erbij - VAN NU AAN zult gij den hemel zien geopend...". NU is het moment dat Hij Zijn werk zal beginnen en wonderen zal doen. NU kan het beginnen.
En als de discipelen Zijn wonderen zien - mensen die beter worden; doden die opstaan - zien ze dat "de hemel open is" - en - "de engelen Gods zien opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen". Met deze herinnering aan Bethel zegt de Here Jezus dat er steeds contact tussen de hemel en Hem zal zijn. Ze zullen zien hoe God Hem helpt.
Jezus spreekt hier als mens. Jezus noemt zich hier niet de Zoon van de God maar "de Zoon van de mens". Hij werd één van ons. Zal Hij ons dan wel kunnen redden? Ja, toch wel, want juist voor Hem staat de hemel open en staan legioenen engelen klaar. Door die bijzondere steun uit de hemel mogen wij zeker er van Zijn dat Hij een mens als wij, zal doen wat wij mensen niet kunnen: alles goed maken met God door Zijn lijden en sterven.

Maar wie denkt dat het gemakkelijk was? Wie meent dat Jezus er geen moeite mee had? Laat hij of zij eens denken aan die nacht dat Jezus bijna struikelde.
Gods toorn was op Hem in Getsemane. Het was niet om te harden. Hij kroop over grond. Maar - vertelt Lucas - een engel uit de hemel verscheen om Hem kracht te geven (Lucas 22: 43). Dit is een voorbeeld hoe er steeds verkeer is tussen Hem en de hemel, de hemel en Hem. En hier staan we voor het wonder: een toornig God stuurt toch een engel omdat God Zelf vrede met mensen zoekt. Zo kwam alles goed.
Christus die kroop over de aarde aan de hand van een engel is na Zijn lijden de Heiland die troont in de hemel. Op aarde waren engelen Zijn steun, nu Zijn ze Zijn leger. Rijen hemelse soldaten staan voor Hem klaar om te doen wat Hij zegt: het zijn de hemelse heerscharen. Ja, Jezus is nu de Here der heerscharen. Hij is de Heer van de hemelse legers.

Vanuit de hemel onderhoudt die Here Jezus nu contact met ons, Zijn kerk. Engelen stijgen op en dalen neer. Hij zorgt voor ons via de engelen. Daarmee komen we bij het laatste onderdeel van de preek. De samenvatting is: De Here beschermt Zijn kinderen door Zijn knechten. Dat zien we in het leven van: 1. Jakob, Gods uitverkorene, 2. Jezus, Gods Zoon, en

3. De kleinen, Gods kerk

Waaraan merk je nu dat God je heeft uitgekozen? Als God iemand kiest, dan leert Gods Geest hem of haar ook dat het allemaal van Gods kant komt. Hij maakt je klein. Is het u wel eens opgevallen dat de Dordtse Leerregels als eerste kenmerk van de uitverkorenen nederigheid noemen, ja, "kinderlijke eerbied"2.

En Jezus zei: "Ik zeg u dat hun engelen in de hemel - de engelen van de kleinen - voortdurend het aangezicht zien van Mijn Vader die in de hemelen is" (Matteüs 18: 10). Engelen zorgen voor ons. God geeft Zijn kinderen een escorte: 'hún engelen'. En die engelen zijn steeds bij Vader om te horen wat zij op aarde voor Gods kinderen mogen doen.

Is het geen geweldig nieuws? Is dat niet iets om vaker aan te denken? U bent niet alleen: er zijn engelen om ons heen. Dat is de les van Gods Woord. Denk aan de knecht van Elisa. Hij zag een groot leger dat uittrok om de profeet, zijn meester te pakken. Hij bibberde van angst. Wie zou het niet doen? Maar Elisa zegt dan: "Vrees niet, want zij die bij ons zijn, zijn talrijker dan zij, die bij hen zijn" (2 Koningen 6: 14). Elisa vraagt dan of de HERE de ogen van die jongen wil openen voor de volle werkelijkheid. De volle werkelijkheid is meer dan ik met mijn gewone ogen kan zien. Er is meer tussen hemel en aarde.

De HERE opent de ogen van de knecht van Elisa zien en zie: "de berg was vol vurige paarden en wagens" (vers 17). Er is een hemels leger. En ze staan als een schildwacht om ons heen.

Gelooft u dat? Gelooft u dat er druk verkeer is tussen de hemel en ons? Gelooft u dat Gods engelen steeds op en neer gaan?

Gods wegenwacht gaat met ons mee. Als er gevaren dreigen van de kant van de slechte engelen, staan ze om me heen. Als er zorgen in mijn leven zijn, brengen ze die bij Vader boven. En als mijn tijd op aarde voorbij is, komen ze om mij te halen. Ik zal naar mijn Vader gaan als ik sterf.

Hoe kom ik daar? Als het tijd is, zal Vader zijn knechten een seintje geven en vol liefde zeggen: 'breng hem, breng haar maar thuis'. Dan zal ik gedragen worden (Lucas 16) naar mijn Vader. Engelen dragen ons naar de hemel.

En nu ik dat weet, ben ik niet meer zo bang voor de dood. Engelen brengen Gods kinderen thuis. De christelijke liederen klinken op vol dankbaarheid en vreugde als wij denken aan de engelen:

"Hoor, hoor mijn ziel,
hoor om ons engelen zingen..."

Zij dragen ons in het sterven naar God. Alles brengt mij "nader" - nader mijn God bij U.

"en wenkt uw englenstoet
eens opwaarts mij
in s' hemels zonnegloed
dan ben ik verlost en vrij".

En Thuis bij mijn Vader zal ik Hem danken die heel de weg zo goed voor mij heeft gezorgd. Ik zal Hem danken voor Zijn engelenwacht, ja, ik zal zingen :

"Ere aan de Heer der engelen
eer aan de Heer van de kerk"

Amen.

1 Arnold, Engelen, p. 34
2 Dordtse Leerregels, hoofdstuk V, 12

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar