De Here zegent je door met je te zijn. In goede en in slechte tijden

Thema:

Afhankelijk en integer zijn, met name op seksueel gebied

Tekst: Genesis 39: 2-3
Genesis 39: 22-23
Tekstgedeelte(n):

Genesis 39

Door: Ds. P.P.H. Waterval (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Krimpen aan den IJssel)
Gehouden te: Rotterdam-Noord op 9 december 2001 / e.a.p.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 81: 1-2
Wet
Ps. 81: 3, 6-7
Lezen: Genesis 39
Ps. 36: 3
Tekst: Genesis 39: 2-3; Genesis 39: 22-23 ('En de Here was met Jozef')
Preek
Gez. 31
Lied 301: 1-2, 5
Zegen

Geliefde broeders en zusters in de Here Jezus,

"De genade van de Here Jezus Christus en de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen." Je denkt nu misschien: 'Hij vergist zich. We zijn toch pas bij de preek, niet aan het eind van de dienst.' En dat klopt. Ik wil alleen maar even die bekende woorden van de zegen noemen die straks opnieuw klinken. Om er eens even bij stil staan. Want ik zou je willen vragen: waaraan denk jij eigenlijk als je de zegen hoort uitspreken? Mag ik eens een raden? Ik denk dat er heel wat hier zijn die bij de zegen denken aan mooie en fijne dingen: succes in je werk, een fijne verkering, een ontspannende midweek in een vakantiepark, wat minder rugpijn dan in vorige week. Er zijn er maar weinigen, denk ik, die bij de zegen denken aan meer rugpijn, een auto-ongeluk, een fikse naheffing van de belastingdienst, een stevige griep.
Het levensverhaal van Jozef leert ons anders aan te kijken tegen de zegen. Van Jozef kunnen we leren dat de kern van de zegen is dat de Here God met je is. Ongeacht de omstandigheden waar je in zit. Heb jij de laatste tijd ervaren dat Hij met je was? Zijn het wat jou betreft goede tijden? Of ben je in de afgelopen juist door slechte tijden heen gegaan? En heb je juist vaak afgevraagd waar de Here God was, met al zijn mooie beloftes? Luister dan maar eens naar die prachtige levensles in Genesis 39. God zegent Jozef door bij hem te zijn; in goede en in slechte tijden. En weet je: Jozefs God is onze God.

Het thema van de preek is:

De Here zegent je door met je te zijn. In goede en in slechte tijden

Slechte tijden zijn er aangebroken voor Jozef. Niet misselijk. Want het zal je maar gebeuren. Dat je eerst in een donkere put wordt gegooid. Je weet niet voor hoe lang. En dan wordt je er uitgehaald en denk je dat het voorbij is en dan loop je voor je het weet mee in een karavaan richting Egypte. Als slaaf verkocht. Ja, van je familie moet je maar het hebben. En eenmaal in Egypte word je weer zo snel mogelijk als een stuk vee doorverkocht. En dan zit je opeens in zo'n groot Egyptisch huis, waar je de smerigste karweitjes op mag knappen. Temidden van vreemde mensen die je niet verstaat en met heel andere gewoontes. Ver weg van vader en Benjamin en de anderen. 'O Here God, waarom moet mij dit overkomen?'
Waarom? Die vraag die ligt ons regelmatig vóór op de lippen als we vreselijke dingen meemaken, in ons eigen leven of dat van anderen. En reken maar dat ook Jozef die vraag zal hebben uitgeschreeuwd. Hij snapte er niets van waarom dit allemaal nodig was. Maar toch: de Here was met Jozef. Midden in slechte tijden. Daar in het huis van Potifar. De God van zijn vader Jakob was bij hem. Hij heeft Jozef niet vergeten. En Jozef is ook de Here niet vergeten. Door de verhalen van zijn vader en ook door wat ze meegemaakt hebben in het gezin, heeft hij de Here leren kennen als een trouwe en genadige God. Een God op wie je kunt bouwen. En daarom houdt Jozef de hand van die God stevig vast. De Here staat in zijn leven op de eerste plaats. Ondanks alle waaroms.
En dat is te zien ook. Want eenmaal in het huis van Potifar geeft Jozef zich voor de volle 100%. Nauwkeurig voert hij zijn taken uit. Hij schrikt niet terug voor karweitjes waar menigeen liever met een boog omheen loopt. Hij is behulpzaam waar hij kan. Hij is op tijd op zijn werk en kijkt ook niet op een uurtje. Jozef loopt de kantjes er niet van af. En daarbij lukt hem ook nog alles. God heeft Jozef gezegend met een goed verstand en met gouden handjes.
En dat valt ook op. Potifar krijgt het in de gaten dat deze jongeman een klasse apart is. Hoewel er in de tekst staat dat Potifar zag dat de Here alles wat Jozef deed liet slagen, betekent dat niet dat hij daarbij gedacht heeft aan Jahweh, Jozefs God. Die God had het hooguit bij de Semieten daar in Kanaän voor het zeggen maar hier in Egypte niet. Maar dat de Here met Jozef was, daarvan zag hij wel het resultaat. In het voortreffelijke werk dat Jozef afleverde. Als je eerlijk, ijverig en trouw bent in je werk, dan valt dat op. Altijd. Ook al zijn we niet allemaal zulke keien als Jozef en lukt ons niet altijd alles. Een positieve houding op je werk valt altijd op. Nee, misschien niet bij de baas die gaat over salarisverhogingen en promoties, maar vaak wel bij andere collega's en in ieder geval altijd bij God, die alles ziet. De Here laat ons in Jozefs houding een voorbeeld zien van wat Hij ook van ons vraagt. Hou jij echt van de Here - ook al is het in alle zwakheid - en van de naaste als jezelf? Dan is dat vast aan jou te zien op school, of op je werk of in het gezin.
De Here is met Jozef. En Jozef valt dus op bij Potifar. Hij werd natuurlijk niet voor niets in het huis aan het werk werd gezet in plaats van buiten op het veld. Daardoor kon Potifar Jozef van dichtbij observeren. Wellicht hadden ze ook regelmatig persoonlijk contact. Potifar zal Jozef ook vast een 'aardige vent' hebben gevonden. We lezen namelijk dat Jozef zijn genegenheid won. Blijkbaar zozeer dat Potifar Jozef graag meer om zich heen had. Want op een gegeven moment benoemt hij hem tot zijn persoonlijke bediende. In die functie vallen Jozefs betrouwbaarheid en zijn organisatorische gaven nog meer op. Verdere promotie blijft dan ook niet uit. Zoals hij later onderkoning van Egypte wordt, zo wordt hij hier na Potifar de machtigste man in huis.
Hoe snel Jozef is opgeklommen tot die hoge rang, weten we niet precies. Maar ga er maar rustig van uit dat het jaren duurde, misschien wel een jaar of tien. Jozef, nauwelijks een tiener, moest helemaal onder aan de ladder beginnen. En daar onder aan die ladder: daar liggen de rotklusjes, het vuile werk. Hoe kan het ook anders? Niemand kent hem. Ook Jozef moet zich eerst maar eens bewijzen. In het begin sprak hij natuurlijk ook geen woord Egyptisch. Nee, Jozef had geen indrukwekkend CV op zak, waardoor hij meteen een comfortabele baan kreeg. Voor hem waren er geen leuke extra's zoals voor menige manager vandaag: auto van de zaak, de laatste laptop, mooie optieregeling. Niets van dat alles.
Maar wat Jozef wel had, dat was geduld. Veel geduld. En dat is wat onze wereld mist. Anno 2001 leven we in een wereld vol ongeduld. Zoek je een nieuwe auto? Kom dan gauw eens kijken want wij bieden vandaag en morgen megakortingen. En wees snel want: op = op. Trek in een andere baan? Ontevreden over je salaris? Zit je nu al een jaar te wachten op die promotie? Kom dan gauw eens langs om te praten, want wij hebben vast wat jij zoekt. Ben je toe aan een ander bankstel? Kijk dan snel op internet, www.bankstel.nl. Vandaag besteld, morgen in huis! Jij en ik, gelovige mensen, wij krijgen daar een flinke klap van mee, van al dat ongeduld. Ook in ons geloofsleven. Nu heb ik dit jaar toch al tien keer gebeden of de Here me van die nare kwaal wil afhelpen maar er is niets gebeurd. Waarom verhoort de Here mijn vurige gebeden niet voor de bekering van mijn vriend? Luistert God wel echt? Die vraag kennen we allemaal wel. Maar dan is het toch goed om er eens bij stil te staan hoeveel geduld de eeuwige God met ons heeft. Hoe lang heeft Hij er niet op moeten wachten voordat jij je na al die honderden preken eindelijk eens gewonnen gaf aan zijn genade en ophield jezelf mooier voor te doen dan je was? Hoe lang heeft het niet geduurd voordat je die ene lekkere zonde hebt willen loslaten? Onze God is een geduldige Vader. Laten we van Hem en ook van Jozef leren wat geduld en volharding is.
Potifar geeft Jozef vrij spel in zijn eigen huis. Zoveel vertrouwen heeft hij in hem. En die beslissing heeft hem bepaald geen windeieren gelegd. Want we lezen in vers 5 dat de Here omwille van Jozef Potifars huis zegende. Hier zien we hoe de zegen van God overvloeit van Jozef naar zijn directe omgeving. Wat die zegen voor Jozef inhoudt? Wat anders dan dat de Here met hem is? Jozef weet het zeker: God is mijn rots. En hij ervaart het ook zo: bij Hem kan ik altijd schuilen. Dat is de kernzegen waar alle andere op volgen. Jezus zeg het zelf: Zoek eerst het koninkrijk van God en al het andere zal je gegeven worden. Ken jij de belangrijkste zegen: dat God de koning is van je leven? Zo ja, dan volgt er nog véél meer. Wat we hier in het klein in Jozefs leven zien gebeuren, dat was al aan zijn overgrootvader Abraham voorspeld: Jij zult tot een zegen zijn en met jou zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden. Dat gebeurt nu in het klein: met Potifars huis en later in het groot: Egypte en de hele regio die ondanks een hongersnood kunnen overleven. En nog later gebeurt het in het allergrootste dat ooit gebeurd is: namelijk in het wereldwijde verlossingswerk van onze Here Jezus Christus. Ook jouw leven mag tot zegen zijn van je omgeving. Deel je gaven en talenten met anderen en je zult zien: anderen worden er beter van. God verspreidt zijn zegen via hen die van Hem houden en zich geven aan hun naaste.

God was met Jozef. Ook in de goede tijden die nu voor hem aanbraken. Jozef heeft ongetwijfeld genoten van de positie die hij had. Een prachtbaan zal het zijn geweest. Leiding geven aan al die dienaren in Potifars huis en op de landerijen. Vraag het maar eens aan een ondernemer of een bedrijfsleider. Verantwoordelijk werk met de nodige zorgen - zeker! - maar ook bijzonder mooi werk. Vooral als de zaken goed gaan.
Maar helaas: deze goede tijden duurden niet zo lang. Want hoe goed Jozef het heeft getroffen met Potifar, zo slecht treft hij het met diens vrouw. Jozef was een knappe man. Hij had een goed figuur en een mooie kop. Jozef was een stuk. Ook dat valt op. Natuurlijk. En daar is ook niks mis mee. Zeg nou eerlijk: 'wat is er nou mooier dan een mooie vrouw?' Dat zeg ik uiteraard als man. Menige zuster hier zal zeggen: 'Wat er mooier is dan een mooie vrouw? Een mooie man natuurlijk!' De mens is het meesterwerk van God, dé Kunstenaar bij uitstek. Kijken naar mooie mensen, daar kun je en daar mag je van genieten.
Maar: genieten kan ook omslaan in misbruiken. Dan kijk je niet meer vol bewondering voor de hand van de Schepper. Maar dan kijk je om te hebben en te pakken, niet God- maar ik-gericht. Zo keek de vrouw van Potifar naar Jozef. De Here Jezus waarschuwt ons voor dat verkeerde kijken. Hij zegt: 'Jullie hebben gehoord wat er gezegd is: Pleeg geen echtbreuk. Maar ik zeg je: wie met begeerte naar de vrouw van een ander kijkt, heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd.' Jezus spreekt hier in eerste instantie ons mannen aan. Het zijn ook vooral de mannen bij wie deze zonde hoog in de top tien staat. Maar ook vrouwen zijn er niet immuun voor. Dat zien we hier. De vrouw van Potifar kijkt naar Jozef als lustobject. En ze laat het niet bij dat verkeerde kijken. Verzekerd als ze is van haar onweerstaanbare charme, denkt ze dat Jozef haar unieke aanbod niet kan weigeren. 'Jozef, ik wil met je naar bed. Kom.'
Maar Jozef weigert. En hij geeft haar drie redenen waarom. Ten eerste: na Potifar is hij de machtigste man in huis. Zou hij dan nu die macht misbruiken tegenover de man die hem zoveel vertrouwen heeft gegeven? Ten tweede: het zou een regelrechte misdaad zijn tegen Potifar. Overspel met iemands vrouw was in die tijd een grove schending van het recht van eigendom. Door met haar naar bed te gaan, zou Jozef haar van Potifar stelen. Maar dat alles is nog niet het ergste. Want als derde argument noemt Jozef dat 'dit grote kwaad' - zo noemt hij het - zonde tegen God is. Vooral dit laatste is opvallend. Waarom? Omdat het opnieuw laat zien dat God met Jozef is. God staat bij hem op nummer één. Broeders en zusters, alleen als dat zo is, alleen als God het in ons leven voor het zeggen heeft, dan pas kunnen we echt vechten tegen de zonde. Omdat we dan zien wat de zonde ten diepste is: 'dat grote kwaad'. Zonde is opstand tegen God. Niets anders. Geen vergissinkje, geen foutje, geen uitglijder. Nee, opstand tegen God. Natuurlijk: het is vaak ook een misdaad tegen de naaste, maar ten diepste - omdat die naaste geschapen is naar Gods beeld en zijn eigendom - is zonde misdaad tegen God zelf. Zien wij dat altijd scherp? Beseffen we dat? Wanneer we op het punt staan om bewust te zondigen? Of wanneer het al gebeurd is? Is het niet gek dat als onze baas op ons werk over onze schouders meekijkt, dat we het dan wel uit ons hoofd laten om over de schreef te gaan? Maar dat we wanneer God, onze Schepper en onze Vader ons voortdurend ziet, dat we dan toch gewoon onze gang gaan? Wat is dat? Denken we soms echt dat hij wel even de andere kant op kijkt? Als je niet wil weten wat de zonde ten diepste is, dan ga je in een situatie zoals die van Jozef onherroepelijk voor de bijl. Ga maar na. Vanuit de machtspositie die Jozef heeft, zou je namelijk heel gemakkelijk als volgt kunnen redeneren. "Ik ben hier toch de baas? Dit hoeft niemand te weten te komen. Ik heb toch zeker ook recht op seks en een beetje liefde. God heeft mij toch zo geschapen, inclusief mijn seksuele gevoelens. Kom op! Ik neem het ervan. Wie maakt mij wat?" Twee mensen in exact dezelfde omstandigheden. De één maakt er misbruik van en de ander niet. Hoe dat kan? Doordat de één God liefheeft en de ander niet. Wat zou jij hebben gedaan? Misschien moet ik gewoon vragen: wat doe jij? Want verleidingen op seksueel gebied - in welke vorm dan ook - zijn er volop. En ze zijn dichterbij dan ooit. Op de tijdschriftafdeling van Albert Heijn, in de contactadvertenties van de grote dagbladen, op SBS-6 na elven, twee muisklikjes verwijderd op internet. Wat doe jij? Wat zie jij? Wat zoek jij? Laten we van Jozef weer leren zien wat zonde echt is: dat grote kwaad, gericht tegen God.
De vrouw van Potifar laat het er niet bij zitten. Ze weet dat een constante druppel zelfs een rots kan uithollen. Dag in dag uit blijft ze het proberen om Jozef toch zover te krijgen met haar naar bed te gaan. Maar Jozef - God is met hem - Jozef blijft nee zeggen. En dan komt de dag dat ze het niet meer bij woorden laat. Jozef is net binnen en niets vermoedend aan zijn werk begonnen. De vrouw slaat toe en grijpt Jozef vast en probeert hem mee te trekken naar haar slaapkamer. Maar Jozef wil ook nu niet en hij verzet zich. Hij rukt zich los en vlucht weg. Vertwijfeld ziet Potifars vrouw hem het huis uitrennen en blijft achter met Jozefs bovenkleed in haar hand.
Haar zondige verliefdheid slaat nu om in felle haat. En ze bedenkt snel een duivels plan om zich op Jozef te wreken. Ze zet een enorme keel op. De dienaren die buiten waren, rennen naar binnen om te zien wat er aan de hand is. Zwaaiend met het bovenkleed beschuldigt Potifars vrouw Jozef van een poging tot verkrachting. "Die Hebreeuwse slaaf heeft een spelletje met 'ons' gespeeld." Door Jozef zo aan te duiden speelt ze heel handig in op gevoelens van vreemdelingenhaat en jaloezie. Wanneer Potifar thuiskomt, voert ze dezelfde show nog eens op. Haar verhaal en dat van de dienaren lijkt overtuigend. Potifar kan er in ieder geval niet om heen. Bovendien voelt hij zich extra onder druk gezet wanneer ze zegt: "Zie je nou wat er van komt? Je had die Hebreeuwse slaaf nooit in huis moeten halen!" Potifar wordt kwaad. Maar de vraag is: op wie eigenlijk? Op zichzelf omdat hij zich toch vergist heeft in die Jozef? Op Jozef die zijn machtspositie heeft misbruikt? Of op zijn vrouw omdat hij over haar huwelijkstrouw toch al langer zijn twijfels had? Wie zal het zeggen? Potifar heeft er in ieder geval enorm de pest in. Hij weet dat hij de beste slaaf die hij ooit had nu voorgoed kwijt is. Een publiek schandaal kan hij uiteraard niet gebruiken. Daarom komt er geen officieel proces. Want dan zou Jozef vast en zeker ter dood moeten worden gebracht. Maar de Here is met Jozef. Hij leidt de dingen zo dat Jozef door Potifar met de stille trom wordt afgevoerd naar één van de strafinrichtingen waarover hij de leiding heeft. Het blijkt de gevangenis te zijn waar politieke criminelen vastzitten. En waar Jozef later de schenker en de bakker van de Farao tegenkomt.
Daar herhaalt zich in zekere zin de geschiedenis. Opnieuw breken er slechte tijden aan voor Jozef. Eerst werd hij een slaaf, nu wordt hij een gevangene. Jozef komt van de regen in de drup. Maar dan klinkt het bekende refrein uit vers 2 en 3 weer op. En de Here was met Jozef. Ondanks de ijzeren boeien die om zijn voeten knelden, zoals Psalm 105 zegt. God vergeet Jozef niet en Jozef vergeet zijn God niet. Opnieuw aanvaardt Jozef zijn situatie met de moed van het geloof en doet zijn hand wat het vindt om te doen. En opnieuw valt zijn zelfverloochening en organisatietalent op en maakt hij promotie. Ook dit keer schopt Jozef het weer ver en klimt hij op tot rechterhand van de gevangenisdirecteur. De slechte tijden gaan voorbij en goede tijden breken weer aan. Omdat de Here met Jozef is. Hij is er al die tijd bij geweest.

De apostel Petrus zegt in hoofdstuk 5 van zijn eerste brief: Buig je onder de machtige hand van God. Dan zal hij je terzijnertijd verheffen. Werp al je zorgen op Hem, want Hij zorgt voor je. Is dat niet wat we hier zien, in dit gedeelte van het leven van Jozef? Jozef boog zich onder Gods machtige hand. Hij aanvaardde wat de Here hem liet overkomen omdat Hij wist dat God ondanks alles, ja eigenlijk moet ik zelfs zeggen: in dat alles altijd bij hem was. En hij wachtte geduldig af en gaf zich helemaal voor God en zijn naaste. Daarin is Hij ons als een voorbeeld voorgegaan. En daarin is Hij ook de Here Jezus voorgegaan. Maar de Here Jezus is op zijn beurt weer verder gegaan dan Jozef. Jozef zat in de put, letterlijk en figuurlijk. Maar de Here Jezus daalde af in de onpeilbare diepe put van de hel. Voor ons. Om jou en mij te redden.
Jozef is een voorbeeld voor ons. Hij boog zich voor God en hij is inderdaad door God verheven. Tot grote hoogte steeg zijn ster. Daarin zit een verschil tussen Jozef en ons. Zijn leven is op een unieke manier door God geleid om zijn plan, de redding van zijn volk Israël mogelijk te maken en uiteindelijk de komst van de Messias. Maar laten we vooral de overeenkomst tussen hem en ons goed zien, want daarin ligt een geweldige bemoediging. Net als Jozef brengt de Here ons soms in diepe dalen. Menigeen hier kan daarover meepraten. Maar omdat de Here God bij ons wil zijn, haalt Hij ons daar ook weer uit. Als wij tenminste ook bij Hem willen zijn en zijn koninkrijk zoeken. Dan haalt de Here ons uit de ellende. Altijd. Maar: wel op zijn tijd. Voor ons lijkt het soms uitzichtloos en oneindig lang. Maar dan mag je hoop putten uit wat Petrus nog meer zegt: Na een korte tijd van lijden zal God je krachten herstellen en je onwankelbaar oprichten. Verkijk je dus niet, ook als het water je tot de lippen stijgt. Het duurt slechts kort. De Here is met zijn redding dichterbij dan je denkt. Net zoals Jozef zich vastklampte aan God, zo moeten wij in vertrouwend geloof achter de Here Jezus aan. Door het dal naar de top. Een andere weg is er niet. Voor Jozef niet, voor u niet, voor jou niet en voor mij niet. Satan heeft alles geprobeerd om Jozef eronder te krijgen. En hij probeert hetzelfde met ons. Maar de hand van God is sterker. Zijn plannen falen niet. Halleluja!

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar