De christelijke gemeente wordt pas gebouwd op vier pijlers

Thema: De christelijke gemeente wordt pas gebouwd op vier pijlers
Tekst: Handelingen 2: 42
Tekstgedeelte(n): Handelingen 2: 37-47
Door: Ds. J. Haveman (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Hattem-Noord)
Gehouden te: Duiven-Velp op 5 september 1999 / e.a.p.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 122: 1, 3
Ps. 119: 60
Lezen: Handelingen 2: 37-47
Ps. 105: 1-2
Tekst: Handelingen 2: 42
Preek
Ps. 22: 12-13
Ps. 133
Zegen

Gemeente van de Here Jezus Christus.

Avondmaal vieren is een feest! Bent u het daarmee eens?
Het is natuurlijk iets heel moois dat je samen als gemeente stil mag staan bij dat geweldige offer van de Here Jezus, dat offer van liefde, waardoor er redding en behoud is voor ons, zondaren.
Maar: is het echt een feest vieren? Beleeft u dat zo?
Je hoort juist vaak dat mensen vinden dat de vreugde ontbreekt, dat mensen met lange strakke gezichten aan tafel zitten. En Avondmaal is verbonden met tucht en oordeel. Het is spannend om aan te gaan. En wat moet je met die broeder of zuster naast je met wie je helemaal niet kunt opschieten? Trouwens: wat voor gevolgen heeft de viering van het Avondmaal eigenlijk? Word je er anders van? Werkt het wel wat uit?
Ik denk dat voor veel mensen het element van het feestvieren bij het Avondmaal wat weinig uit de verf komt. Of misschien wel helemaal ontbreekt.
Terwijl uit het gedeelte dat we uit de Bijbel gelezen hebben juist een grote blijdschap en opgetogenheid naar voren komt als je kijkt naar het leven van de eerste gemeente in Jeruzalem, een samenleven waarbinnen het Avondmaal een belangrijke plaats innam. Wat ging daar iets van uit! En wat groeide de gemeente!
De viering van het Avondmaal is er ingebed in het gewone, alledaagse samenleven van de gemeente. Een samenleven dat gebouwd is op vier pijlers: het volharden bij het onderwijs van de apostelen, en de gemeenschap, het breken van het brood, en de gebeden. Vier pijlers, die allemaal even belangrijk zijn. Die het gemeenteleven in balans, in evenwicht houden. Vier pijlers, van wezenlijk belang voor het voortbestaan, het wezen en de uitstraling van de gemeente van Christus. Als een van de pijlers ontbreekt of te kort komt, dan is het gemeenteleven uit balans. Dan groeit de gemeente scheef. Misschien dat daar wel een deel van pijn zit die we ervaren als we het hebben over de viering van het Avondmaal.
Als u weinig vreugde beleeft aan de viering van het Avondmaal, als het voor jou niet echt een feest is, ga dan na hoe het bij u zelf en in de gemeente zit met de vier pijlers. Ook dat hoort bij de zelfbeproeving (of beproeft u zichzelf alleen als er Avondmaal gevierd wordt!?)

Het thema van de preek is:

De christelijke gemeente wordt pas gebouwd op vier pijlers

  1. Het onderwijs van de apostelen
  2. De gemeenschap
  3. Het breken van het brood
  4. De gebeden

Pijler 1: Het onderwijs van de apostelen

Na de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag houdt Petrus een preek over wat er is gebeurd. Hij opent de Schriften en laat zien dat vervuld is wat in Joël stond en wijst op Christus als de beloofde Messias en Zoon van God. De toespraak maakt diepe indruk op de hoorders en zij vragen wat ze moeten doen. Petrus antwoordt dat ze zich moeten bekeren en zich laten dopen. En maar liefst 3000 mensen (!) geven gehoor aan die oproep van Petrus. Wat een geweldige uitbreiding van de kleine gemeente, de gemeente die eigenlijk alleen nog maar bestond uit de 120 mensen die bijeen waren geweest in de bovenzaal (Handelingen 1: 14-15).
Ze zeggen wel eens: een goed begin is het halve werk. Nou, de gemeente van de Here Jezus in Jeruzalem begint goed. Want er staat:,, Ze bleven volharden in het onderwijs van de apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden.'' Bleven volharden. Dat is iets heel sterks: niet maar een kort moment, even een enthousiaste opwelling, maar voortdurend. Wat de mensen hoorden ging niet het ene oor in en het andere weer uit. Nee, er werd over nagedacht en -gepraat en nagevraagd. Uitleg, verkondiging en bekendmaking van het evangelie.
Opmerkelijk is dat er niet staat: 'het onderwijs van Jezus Christus'. Hoe kan onderwijs van ménsen nou een pijler van de kerk zijn? Nou, dat is het ook niet, want de inhoud van het onderwijs van de apostelen is niet anders dan wat de Here Jezus hen zelf geleerd heeft. Denk maar aan de zendingsopdracht uit Matteüs 28: 19: "Ga dan heen, maak al de volken tot mijn discipelen en doop hen in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest en leer hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb." Wat je hier in Handelingen 2 ziet is een concrete uitwerking van die opdracht. De toespraak van Petrus is niets anders dan Schriftuitleg. De apostelen geven niets anders door dan datgene wat zij van de Here Jezus geleerd hebben. Ze bouwen voort op het fundament dat Christus gelegd heeft, leggen uit en mogen zo geloof versterken.
Die eerste pijler is belangrijk: blijven bij de leer, je houden aan wat er in de Bijbel staat en proberen dat toe te passen in je eigen tijd en in je eigen leven. U mag elke Schriftuitleg, zondags in de kerk, door ambtsdragers in de huizen, op de Bijbelstudieverenigingen of waar dan ook, daar steeds aan toetsen: 'Is dit inderdaad wat er in de Bijbel staat?' 'Is dit echt wat God met mij voor heeft?'. Het vraagt van je dat je zelf de Bijbel goed kent, dat je er in thuis bent. Het is belangrijk dat je weet waar het in het geloof om gaat. Dat je de Here Jezus kent, zodat je niet steeds heen en weer geslingerd wordt door allerlei dwaalleer, maar Christus kunt navolgen en dienen.
En het mooie is, dat je kunt zien dat dat vasthouden aan die leer ook gevolgen heeft. Het werkt door. Het heeft effect. We lezen: ze volharden bij het onderwijs van de apostelen en de gemeenschap. Dat betekent dat er een sterke verbondenheid is tussen het een en het ander. Dat geldt trouwens voor alle vier pijlers waarop het gemeenschapsleven van de eerste gemeente rust. Alle vier werken in elkaar door. En het samen blijven bij de leer in de eenheid van het ware geloof, kan een gevoel van verbondenheid geven, met God en met mensen. Daarom is de tweede pijler:

Pijler 2: De gemeenschap

Je zou kunnen zeggen dat vers 44-47 een uitwerking zijn van vers 42. Daarom kun je dat vers ook goed de 'kerntekst' van de perikoop noemen. In vers 44-46 wordt uitgelegd wat je onder 'gemeenschap' moet verstaan. De gelovigen kwamen iedere dag bij elkaar en hadden alles gemeenschappelijk. De gemeenschap was dus zowel geestelijk als stoffelijk.
Er worden hier opnieuw sterke woorden gebruikt. De gemeenteleden waren voortdurend, iedere dag, eendrachtig bijeen. Dat is nogal wat, zeker als je het vergelijkt met hoe vaak wij, als gemeente van nu, elkaar zien. Zondags in de kerk en misschien nog een keer voor een vergadering tussendoor, maar dat is het dan. Maar zij: voortdurend, iedere dag, eendrachtig! Misschien kwam het wel door de geestdrift van het eerste uur, een geestdrift die vanzelf ontstaat wanneer er 3000 mensen bij de kerk komen. Dat is toch ook iets geweldigs! Gebeurde dat nu nog maar eens! Maar het is toch meer dan geestdrift, of je moet het woord heel letterlijk nemen en zeggen dat het de Geest is die hen drijft.
De vraag kan bij je opkomen: 'Hadden die mensen dan niks anders te doen? Hadden ze dan geen werk?' Dan moet je niet vergeten, dat het in de oosterse wereld heel anders toegaat wat tijd betreft dan bij ons in het westen. Bij hun gelden afspraken heel anders dan bij ons. Zij doen veel meer wat ze nodig vinden om te doen, afspraak of geen afspraak. Daarom kunnen ze ook alle tijd voor je nemen, als je plotseling op bezoek komt. Terwijl wij dan al gauw op ons horloge zitten te kijken en denken aan wat er in de agenda staat.
Daarnaast is het zo, dat de Here Jezus ook apart apostelen heeft vrijgesteld om bezig te gaan met de zendingsopdracht.
En tenslotte hoef je ook niet te denken dat iedereen de hele dag bij elkaar was. Wel elke dag, en dat ook steeds weer, maar niet de hele dag door.
Maar iets van dat vuur van dat eerste uur, van die echte Geestdrift, zou je ook nu wensen in de kerk. Wanneer je soms het idee hebt dat je het allemaal alleen moet doen, dat er maar weinig mensen meer ergens voor warm zijn te krijgen, dat je steeds weer dezelfde gemeenteleden ziet en zoveel andere niet…

Het is dan ook een goede vraag of je wel echt gegrepen bent door het Evangelie. Of je wel echt volgeling van de Here Jezus wilt zijn. Of je het vuur van de Heilige Geest bij je voelt. Dat moet u niet voor een ander gaan zitten afvragen, maar voor uzelf. Neem ik Gods Woord van harte aan en aanvaard ik dat ook als Woord voor mij? Wil ik de Here Jezus als mijn persoonlijke Verlosser kennen, liefhebben en dienen? Geef ik de Heilige Geest ruimte om in mijn hart te wonen en te werken?

Dat zijn indringende vragen, waar je maar niet één-twee-drie mee klaar bent. Sterker: het antwoord daarop duurt je leven lang! De eerste pijler liet zien dat je de leer steeds moet toetsen. Deze pijler drukt je op de noodzaak van het steeds weer toetsen van je hart. Gods Woord kan honderd keer waar zijn en het kan duizend keer zuiver gebracht worden, je moet het ook aannemen en er naar gaan leven. Want anders heb je er niks aan!
Je ziet dat in Jeruzalem: de Geest werkt, want ze nemen het woord graag, met blijdschap aan. En de gelovigen laten het niet bij woorden, maar zetten het ook om in daden. Onderwijs en gemeenschap in evenwichtige balans. Ook hier kun je weer zien dat de apostelen goed naar de Here Jezus hadden geluisterd. Want stond zijn onderwijs niet steeds in het teken van het afzien van geld en goed en het gericht zijn op het hart dat toegewijd moet zijn aan God en naaste? Heeft Jezus niet steeds benadrukt, ja, is zijn hele eigen leven op aarde er geen voorbeeld van, dat het niet alleen gaat om horen, maar ook om doen?
En vanuit het Woord werkt diezelfde Geestdrift nu nog: vanuit een sterke verbondenheid, een eenheid in geloof, een grote liefde voor de ander. Vanuit de aanvaarding van jezelf als zondig mens door God, ontstaat er een liefde die niet meer alleen op jezelf is gericht, maar ook en vooral op God en je naaste. Je wilt God dienen met alles wat je bent en hebt. Je wilt andere mensen helpen om ook bij Christus te komen en te blijven. En daarvoor stel je je gaven die je van God Zelf hebt gekregen beschikbaar. Dat kunnen geestelijke gaven zijn, zoals goed kunnen luisteren, of het Evangelie goed kunnen uitleggen aan andere mensen, of goed een vergadering kunnen leiden, of goed kunnen bidden. Maar het kunnen ook stoffelijke gaven zijn: als je veel geld hebt gekregen, of mooie spullen hebt. Je hebt het zelf zo goed. En je kunt het niet aan zien dat je broeder of zuster gebrek lijdt. Je wilt hem of haar helpen, ondersteunen. Ook materieel en financieel.
En wat heb jij persoonlijk, en wat hebt u gezamenlijk als gemeente veel gaven ontvangen. Wat zijn er nog een kansen voor het Evangelie, voor echte gemeenschap waar ongelovigen zich alleen maar over kunnen verwonderen: oprechte liefde die gericht is op de Ander/ander.
Alleen: zijn alle gaven hier al ontdekt? En worden ze ook op de goede plek ingezet? Laat u zichzelf ook inschakelen voor de dienst aan God en naaste? Wat zal het leven dan goed zijn, hier in… [ lees hier: de plaats van uw gemeente ] Wat zal uw gemeente dan goed bekend staan. Wat wordt de kerk hier dan opgebouwd! Wat zult u dan groeien!

De derde pijler: Het breken van het brood

Een van de momenten waarop heel concreet en tastbaar bleek dat de gemeenteleden alles gemeenschappelijk hadden, was de gezamenlijke maaltijd. Met 3000 nieuwe leden bijeen komen voor onderwijs, gebed en het ervaren van gemeenschap is wel plek in de tempel, in de zuilengalerij van Salomo. Maar een maaltijd houden is daar lastig. Daarom worden er huizen beschikbaar gesteld. Het zullen wel de rijkere gemeenteleden zijn geweest, met de grootste huizen, die dat deden. En daar worden dan liefdemaaltijden aangericht. Iedereen neemt mee wat hij zelf heeft en laat anderen daarin delen. Wat zal dat een verademing geweest zijn voor de weduwen en wezen, voor de minima, de mensen die van de bijstand moeten leven en altijd maar moeten beknibbelen op de uitgaven. Ze ervaren het: bij de Here God, in zijn gemeente op aarde, is het leven goed. Daar ben je welkom, daar zien ze je zitten, daar tel je mee, daar zijn ze mild en overvloedig. Aan Gods maaltijd stroomt Gods liefde naar je leven toe!
Maaltijden zijn in Israël altijd heel belangrijk geweest. Er werd een bepaalde verbondenheid en eenheid mee uitgedrukt. Het is een heel mooie gedachte dat juist zo'n maaltijd door de eerste christelijke gemeente werd gehouden om daarmee de gemeenschap heel concreet te laten zien en te ervaren.
Maar ze hadden er nog een reden voor. De maaltijden waren ook een herinnering aan en voortzetting van de tafelgemeenschap met de Here Jezus Christus. Ze gehoorzaamden daarmee het woord van Jezus zelf, die bij de eerste viering van het Avondmaal zei: 'Doe dit tot mijn gedachtenis.' (Lucas 22: 19) De gezamenlijke liefdemaaltijden in de huizen werden dan ook begonnen of geëindigd met het vieren van het Avondmaal. Dat kun je goed zien in Handelingen 2: 41-47, waar zowel gesproken wordt over 'breken van het brood' als over 'maaltijden gebruiken'. Die twee kun je dus duidelijk onderscheiden. Het 'breken van het brood' is een aanduiding geworden voor het vieren van het Avondmaal (vergelijk met Lucas 24: 30v en Handelingen 20: 7, Handelingen 20: 11)
Maaltijd en Avondmaal, je kunt ze wel onderscheiden, maar niet scheiden. Je krijgt althans de indruk, uit Handelingen, maar ook bijvoorbeeld uit 1 Korintiërs (waar het gaat om misstanden bij de viering van het Avondmaal), dat de viering van het Avondmaal sterk verbonden is aan het houden van gemeenschappelijke maaltijden. U begrijpt wel, dat de viering op die manier een feestelijk en bij het dagelijkse leven van de gemeente passend karakter heeft. Dat is bij ons nu anders: de viering is slechts een kort moment in de eredienst en gebeurt maar een paar keer per jaar. Misschien is dat wel gekomen, doordat we vooral met 1 Korintiërs in het achterhoofd Avondmaal vieren. Het formulier wijst ook in die richting. En de situatie in Korinte was er een, waarin er van alles mis was. En de terechte waarschuwing van Paulus daartegen geeft de viering een bepaalde kleur die niet zo vrolijk is: 'je kunt op onwaardige wijze het brood eten en de beker drinken', 'pas op dat je je geen oordeel drinkt', 'beproef jezelf voor je aangaat'. En met die kleur kan het feestelijke makkelijk verdwijnen en heb je al gauw zo iets van: laten we maar niet te vaak Avondmaal vieren.
Begrijp me goed: ik pleit er niet voor de zelfbeproeving of de tucht rond het Avondmaal af te schaffen. We moeten er goed van doordrongen zijn, dat Avondmaal vieren niet niks is. Maar waar het me hier om gaat is, dat Avondmaal vieren vooral ook een vieren moet zijn, iets wat je blij en dankbaar maakt, iets wat je verbondenheid geeft met God en mensen. De viering van het Avondmaal moet een echt feest zijn, dat je ook als zodanig beleeft. Een feest dat doorwerkt en uitwerkt. Dat ongelovigen doet opmerken: die christenen die hebben iets wat wij missen. Avondmaal vieren is een feest. Omdat het niet alleen met zelfbeproeving en tucht te maken heeft, maar ook met gemeenschap, met een samen luisteren naar Gods Woord, een alles gemeenschappelijk hebben, met samen aan één tafel zitten om het goede te genieten van Gods liefde, met samen bidden voor Gods aangezicht. Die kleuren schijnen er ook over de Avondmaalstafel. De kleuren van het één zijn in het geloof en de goedheid van God. De kleuren van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waarvan het Avondmaal een voorsmaak mag zijn.

Avondmaal vieren doet je Christus kennen, het brengt je dichter bij je Heiland, je Verlosser die je redt van de dood. Daarom dat witte brood en die rode wijn.
Avondmaal vieren doet je ook je naaste kennen, het brengt je dichter bij je broeder of zuster, die net als jij van genade moet leven. Daarom dat kleine stukje van dat grote brood en dat slokje uit die grote beker wijn.

Wij hebben er als kerken voor gekozen om niet meer elke dag, of elke zondag, Avondmaal te vieren. Dat is voor een deel ook een praktische keuze geweest, omdat de viering vaak veel tijd in beslag neemt. Daarom is het fijn dat er nu kortere formulieren door de Synode zijn aangenomen, zodat we toch iets vaker dan nu gebeurt, de dood van Christus kunnen herdenken en gemeenschap vieren en beleven, bijvoorbeeld op Goede vrijdag en met Pasen.
Maar wat let u om zelf creatief vorm en inhoud te geven aan de liefdemaaltijd uit de eerste gemeente van Jeruzalem? Nodig broeders en zusters - en dan niet gelijk je vrienden - eens uit om samen te eten. En vergeet daarbij vooral de alleenstaanden niet. Organiseer op speciale dagen als gemeente een gezamenlijke maaltijd. Of vraag gewoon regelmatig mensen op de koffie. Maar doe het allemaal wel zo als in Jeruzalem: met blijdschap (doe het jubelend en niet omdat het 'moet') en met eenvoud van hart (dat is: zonder bijbedoelingen, omdat u het echt meent). Naast de andere drie is het Avondmaal echt een pijler die niet gemist kan worden, een pijler die de gemeente bouwt en doet groeien.

Pijler 4: De gebeden

De eerste christenen waren eendrachtig in de tempel bijeen… en loofden God. Hoe kun je beter laten zien dat je de Here dankbaar bent, dan door Hem te eren, te loven en te prijzen?
Het gebed is belangrijk. Ook daarvan gaat een kracht uit. De 120 gelovigen bleven eendrachtig volharden in het gebed. En hoe vaak had de Here Jezus Zelf niet aan zijn leerlingen laten zien dat bidden fundamenteel is? En dat doet de gemeente dan ook: bidden. Een mooi voorbeeld daarvan is het gebed dat is opgetekend in Handelingen 4: 24-30. De lofprijzing gaat over in concreet gebed voor de voortgang van het Evangelie en de toerusting van de gemeente.

Het gebed is de meest indringende omgang met de Here God. Je komt dan het dichtst bij Hem, je nadert voor Gods aangezicht. En het is goed dat met alle eerbied te doen, omdat Hij de Almachtige en Heilige is.
Indringende omgang met God - je mag dat persoonlijk doen. Zoek die vertrouwelijke omgang met God. Bid heel concreet voor jezelf, je geloof, de dingen die je bezig houden, de mensen van wie je houdt en zij die de Here nog niet kennen.
We mogen het ook samen doen, zoals vandaag in de kerk. Maar je kunt meer gemeenschappelijke momenten van gebed beleggen. Om net als een deel van de gemeente in Jeruzalem deed toen Petrus in de gevangenis zat voor zijn bevrijding te bidden. Als er concrete aanleidingen zijn in het dagelijks leven van de gemeente, kom dan bij elkaar en bid. Ook dat werkt en bouwt de gemeente. Het kan verbondenheid, een sterk gevoel van eenheid geven.

Zo mogen we in het leven van de eerste gemeente in Jeruzalem vier pijlers van eenheid zien, die staan op het vaste fundament van Christus, en die de kerkgemeenschap bouwen. Het is goed die pijlers niet los van elkaar te zien, maar als een eenheid: wanneer een van de pijlers mist of te kort komt, groeit de gemeente scheef, gaat het niet goed met de kerk.
Bouw daarom uw geloof en uw gemeente door het te laten rusten op vier pijlers. Toets ze alle vier steeds weer. En beleef zo, wanneer u het Avondmaal viert de vreugde en de blijdschap van de verbondenheid met God en mensen.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar