God toont in Filippi zijn onweerstaanbare macht om te openen

Thema: God toont in Filippi zijn onweerstaanbare macht om te openen
Tekst: Handelingen 16: 25-34
Tekstgedeelte(n):

Handelingen 16: 16-40

Door: Dr. H.J.C.C.J. Wilschut (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Assen-Zuid)
Gehouden te:

Assen-Zuid
Groningen-West op 9 juli 2000

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 42: 1, 5, 7
(Ochtenddienst: Wet)
(Ochtenddienst: Ps. 86: 2)
Gebed
Lezen: Handelingen 16: 16-40
Ps. 57: 1 (allen), 2 (zusters), 3 (broeders), 4 (zusters), 5 (broeders), 6 (allen)
Tekst: Handelingen 16: 25-34
Preek
Ps. 97: 5
(Middagdienst: Apostolische Geloofsbelijdenis, Gez. 4)
Dankgebed
Collecte
Ps. 118: 2, 5, 10
Zegen

Tegen de Here kun je nooit op. Gods doen is onweerstaanbaar. De Bijbel laat daar geen misverstand over bestaan. Een man als Job belijdt het volmondig: Breekt God af, er wordt niet opgebouwd. Sluit Hij iemand op, er komt geen opening. Zo is het maar net. Als de Here sluit, op-sluit of in-sluit, kan niemand openen.

Maar dat geldt ook omgekeerd. Als de Here opent, kan niemand sluiten. Dan worden alle weerstanden geslecht, alle boeien losgemaakt, alle deuren geopend. In het sluiten is de Here onweerstaanbaar. In het openen evenzeer. Je ziet het in onze tekst voor ogen. Overal zie je barrières, boeien en ketenen. Verwoede pogingen van satan om het werk van God in deze wereld, het werk van de evangelieprediking en van de kerkvergadering, tegen te houden. Dat grote werk lijkt in Handelingen 16 vast te lopen op harde gevangenismuren en harde mensenharten. Maar als de Here opent, wie zal sluiten? Door koningen aangelegde ketenen maakt Hij los, zegt Job. Onze God slecht alle barrières, Hij maakt ruimte waar de satan in de engte tracht te drijven. Hij maakt openingen waar alles potdicht lijkt te zitten, overmachtig, onweerstaanbaar. Want wie kan tegen de Here op? Dat is niet de taal van het fatalisme. Dat is de taal van de bijbelse troost voor een zwakke en kwetsbare kerk: zij heeft een sterke en almachtige God, in Wie voor ons een toekomst open blijft.

Ik predik u:

God toont in Filippi zijn onweerstaanbare macht om te openen

  1. Hij opent monden
  2. Hij opent deuren
  3. Hij opent harten

1. Hij opent monden

Het ziet er allemaal niet best uit op het moment, dat onze tekst begint. Paulus en Silas zitten in de gevangenis. En dat is rijkelijk dramatisch. We bevinden ons in Filippi. Hier begint de evangelieprediking in Europa. Vanuit Filippi wil het evangelie Europa in. Geen wonder, dat satan hier alles op alles zet om de evangelieprediking te dwarsbomen. Dan komt het evangelie niet verder. Dan kan de kerk niet geplant worden en stagneert de komst van Gods koninkrijk. Vergis u niet. Hier staat ook ons behoud op het spel!

Satan probeert het eerst met list. Hij schuift een slavin met een waarzeggende geest naar voren, die reclame maakt voor de boodschap en de boodschappers van het evangelie. "Deze mannen zijn dienaren van de allerhoogste God. Zij maken u de weg van het behoud bekend." Dat lijkt mooi. Maar is het niet. Satan probeert het evangelie in te kapselen in de kaders van het heidendom. Daar kan dat evangelie nooit veilig zijn. Daarom maakt Paulus resoluut een einde aan deze reclame. Waarzeggende geest, in Jezus' naam: eruit! Geen vermenging van christendom en heidendom!

Alleen, satan heeft meer pijlen op zijn boog. Lukt het niet met list? Dan maar met geweld. De eigenaars van de slavin in kwestie zien een bron van inkomsten verdwijnen. Dus grijpen ze Paulus en Silas in de kraag. Het wordt een enorme rel. Met als eind van het lied, dat Paulus en Silas - na gegeseld te zijn - in de gevangenis belanden. In de binnenste kerker, de beide voeten in een blok. Alsof het om zware criminelen gaat. De loop van het evangelie is in de meest letterlijke zin van het woord gestuit. Paulus en Silas kunnen geen voet meer verzetten.

Inderdaad, dat ziet er niet best uit. Niet voor Paulus en Silas. Niet voor de zaak van Jezus Christus. Je zou zo maar bij de pakken gaan neerzitten. Verdrietig. Teleurgesteld. Ontmoedigd. "Kom over en help ons!" Je komt. Natuurlijk. De Here roept je. Je komt te hulp met het evangelie. Maar direct wordt je de mond gesnoerd. Zal je ook verder maar niet je mond houden?

Nee, toch niet. Midden in de nacht klinkt er in de cel van Paulus en Silas een lied. Een lied, dat gebed en lofzang ineen is. Een roep tot God en tegelijk een jubel op God. Ik werd benauwd aan alle zijden, en riep de Heer ootmoedig aan. Paulus en Silas verkijken zich niet op hun boeien. Zij verheffen hun harten tot God en roepen Hem aan in groot vertrouwen. Er staat niet bij wat ze precies gebeden hebben, maar duidelijk is: ze leggen hun leven en werk biddend in de handen van God. En dat gebed wordt tot een jubellied: De Heer is met mij, 'k zal niet vrezen. Geen sterveling verschrikt mij meer. De Heer wil mij tot helper wezen: ik zie op al mijn haters neer. Jazeker, de Here is met mij! Dat mag je als kind en knecht van God toch geloven, dat heeft God ons toch Zelf beloofd? Dat is toch ja en Amen in Jezus Christus? Immanuël: God met ons. Dat is voor Paulus en Silas het houvast. Het is de pleitgrond voor hun gebed. En daarom de draaggrond voor hun jubel. Dan kan alles tegen lijken te zitten, geen lichtpunt meer te ontdekken. Maar de Here laat je niet los, ook dan niet. Daarom mag je er ook dan om roepen èn in roemen. Want je weet: hoe dan ook - maar de Heer zal uitkomst geven. En die uitkomst is hier concreet: voortgang van de evangelieprediking. Dan kun je Gods lof zingen, zelfs bij nacht.

Laat satan het maar proberen om de monden van Paulus en Silas te sluiten, om ze ontmoedigd tot zwijgen te brengen. Als de Here opent, dan kan satan wel inpakken. Hier in de cel toont God Zijn onweerstaanbare macht om mensenmonden te openen tot gebed en lof, ondanks alles wat tegen zit. Hij opent de monden door het woord van Zijn belofte en de kracht van Zijn Geest. Dan wordt de lof van God zelfs in de gevangenis gezongen. Waar anders gevloekt wordt klinkt nu de lof op de Here. En de gevangenen luisteren verbaasd toe. Zo gaat de evangeliedienst toch door, ook hier in de gevangenis. Laten de evangeliedienaars geboeid zijn, de evangelieprediking is niet te boeien, gaat verder in dit voorbeeldig Godsvertrouwen, en het straalt uit, naar de gevangenen toe.

Het straalt ook naar ons toe uit, in onze levenssituatie. Want wat Paulus en Silas in hun concrete situatie als evangeliedienaars in praktijk brengen, blijkt een algemene regel te zijn in Gods koninkrijk, van toepassing in elke levenssituatie. Kijkt u maar in Paulus' brief aan Filippenzen. Daar vindt u Paulus' houding in de gevangenis van Filippi terug als opdracht aan de gemeente van Filippi, inderdaad als algemene regel: Verblijdt u in de Here te allen tijde, wederom zal ik zeggen: verblijdt u! Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging (Hoort u het?: met dankzegging!) bekend worden bij God. En de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en gedachten behoeden in Christus Jezus.

Geen eenvoudige opgave, ik weet het: blij zijn, vertrouwen hebben, bidden en danken, ga er maar aan staan, wanneer het heel donker in je leven is en je het liefst maar zwijgen zou - "'t Helpt toch allemaal niks". En toch, wanneer u let op Gods helpende nabijheid in Christus, ons beloofd in het evangelie, dan zal Gods onweerstaanbare macht om te openen ook uw en jouw mond openmaken en openhouden. Broeder, zuster, leeft u toch dicht bij de belofte van het evangelie, en uw leven wordt transparant, doorzichtig naar God toe. Dan weet u de Here bij u, om u heen, uw Immanuël in Christus Jezus - dan komt het altijd goed, hoe het ook gaat. Dan zal de Here uitkomst geven, die bij dag Zijn gunst gebiedt. Dat vertrouwen doet u dan leven, het wordt je gebed en je lied! Dan kun je de lof van de Here zingen in de nacht van smart en zorgen, al zie je er niets van en al begrijp je er niets van - en toch: de Heer is mij tot hulp en sterkte, Hij is mijn lied, mijn psalmgezang. Daarom zing ik zelfs bij nacht, want bij Hem verstilt mijn klacht. 'k Zal de God mijns levens prijzen, biddend Hem mijn dank bewijzen!

God toont in Filippi Zijn onweerstaanbare macht om te openen. Hij opent monden. Hij opent ook deuren, het tweede punt.

2. Hij opent deuren

Twee zingende mannen in het holst van de nacht. Dat is mooi. Maar het lijkt ook knap machteloos. Wat vermag het gebed, wanneer je bent ingesloten in een solide gevangenis, als je geen voet kunt verzetten? Ja, zo redeneren wij soms in ons ongeloof. We weten wel dat het een gebed een kracht is. Maar we ervaren het vaak niet zo. In dat ongeloof komt onze tekst ons beschamen. Want bidden en danken, heus, dat helpt! Daar luistert de Here naar. Daar doet Hij wat mee, daar reageert Hij op. Geen machtiger werk dan bidden. Dan leg je de zaak van je leven in Gods handen. Handen, die overmachtig, almachtig zijn. Daar verbleekt elke andere machtsontwikkeling bij.

Kijkt u maar in Handelingen 16. Ineens is er een zware aardbeving. Gods antwoord aan Zijn biddende en zingende knechten. Dit is maar niet een toevallig natuurverschijnsel. Nee, dit is reactie van God. Zijn hand beweegt hier de aarde. Zoals Hij in Handelingen 4 op het smeken van de gemeente reageerde met het bewegen van de grond, zo ook hier. Wie zijn Bijbel kent, herkent dat. Hier is de hand van de Here actief. Die sterke rechterhand, die ingrijpt tot bevrijding van Zijn knechten. Ach, wat is menselijke machtsontplooiing dan belachelijk klein en zwak! Wat betekent een solide gevangenis, wanneer God de fundamenten daarvan door elkaar schudt? Dan vliegen de dikste deuren open - de sterkste sloten houden het niet. Dan vallen de boeien van de polsen en benen. Satan kan dan wel sluiten. Maar wie zal sluiten, wanneer de HERE openen gaat? Hier gaan de barrières plat, hier maakt de HERE ruimte. Voor Zijn knechten, voor de evangelieprediking. En daarom ook voor de andere gevangenen. Alle celdeuren gaan open, alle boeien raken los! Als God ruimte maakt voor de evangelieprediking en evangeliepredikers, dan is dat tot voordeel voor iedereen. Dan daagt er voor allen perspectief.

Zo toont de Here Zijn onweerstaanbare macht om te openen. Mensen doen deuren voor Zijn knechten dicht. Satan werpt de deur naar Europa in het slot voor de evangelieprediking. Maar soeverein opent de Here hier de deuren. Hij breekt door alle tegenstand heen, breekt een weg open voor Zijn knechten, voor Zijn Woord. En als God zo de deuren openzet, nee, dan hoef je ook niet als een haas ervan door te gaan. Dan zal de Here ook verder ruimte geven. Pas de volgende dag gaan Paulus en Silas uit Filippi weg - en ze maken daarbij aanspraak op de koninklijke weg: de weg van rechtserkenning. Paulus en Silas hebben deze aardbeving heel duidelijk gezien als een teken ter bemoediging. God beweegt hemel en aarde voor Zijn Woord en voor Zijn kerk. Hij maakt openingen, waar satan insluit, overmachtig, onweerstaanbaar. Een teken voor Paulus en Silas. En daarin een teken voor de kerk van alle eeuwen. Op dit hoogst cruciale punt voor de evangelieprediking en de kerkvergadering - de poort van Europa! - laat de Here openlijk Zijn macht blijken om de weg van kerk en Woord open te maken en te houden, tegenover alle satanische machten, die die weg willen insluiten en afsluiten. Daarom hier geen stille bevrijding, zoals die van Petrus in Handelingen 12, die ongemerkt zijn cel kon verlaten, maar dit publieke teken! Kerk van God, houd moed. U hebt nog steeds dezelfde God als toen!

Dan grijpen wij ook moed. Satan probeert het nog steeds: de weg van het Woord en van de kerk af te sluiten. De eeuwen door is hij daarmee bezig geweest, nu eens met list, dan weer met geweld. Maar wie zal sluiten, wanneer de Here opent? Wij hebben een God, die hemel en aarde beweegt voor Zijn Woord en kerk, dwars door alles heen, vervolging, dwaalleer, noemt u maar op. Daarom is er nog steeds een kerk in deze wereld met een reine evangelieprediking. God Zelf houdt de weg open. Dus grijpen wij moed, ondanks al onze zorgen voor de toekomst van de kerk, ondanks de kaalslag van de secularisatie, ondanks het probleem van de kerkverlating en van de greep van de wereld naar de jeugd van de kerk. Wij zien deuren dicht gaan of de dreiging daarvan. En toch, onze God opent onweerstaanbaar. Waar wij geen weg meer zien, baant Hij een weg. Dan hoeven wij niet in paniek te raken. We zullen ons blijven inzetten voor de voortgang van de evangelieprediking en de vergadering van Christus' kerk, in het ambt van alle gelovigen en in het bijzonder ambt. Er blijft een weg open! Gemeente, leg de zaak van Woord en kerk maar steeds biddend in de handen van uw God, dan komt het wel goed! Uw inzet en strijd is niet zinloos, is niet ijdel, in de Here! Bij Hem wordt de ban gebroken. Bij Hem gaan alle deuren open!

God toont in Filippi Zijn onweerstaanbare macht om te openen. Hij opent ook harten, het laatste punt.

3. Hij opent harten

Je ziet het in de laatste verzen van onze tekst. De in zijn slaap opgeschrikte cipier ziet de gevangenisdeuren openstaan. Dat kan maar één ding betekenen, denkt hij: de gevangenen zijn ervan door! Een onverdraaglijke gedachte voor deze Romein. Hij ziet dan ook nog maar één uitweg: de dood. Zelfmoord. Houd de eer aan jezelf!

Maar Paulus is hem vóór. Doe uzelf geen kwaad, we zijn er allemaal nog. Dat is vreemd, meer dan dat zelfs. Welke gevangene blijft er rustig zitten, wanneer z'n celdeur opengaat? De cipier is er diep van onder de indruk. Hij laat licht brengen, en valt vol vrees en eerbied voor Paulus en Silas neer. Er is iets met deze mensen, er is iets met de God van deze mensen. Dat speelt hem door het hoofd, wanneer hij Paulus en Silas de gevangenis uitleidt en dan de vraag stelt: Heren, wat moet ik doen om behouden te worden? Spreekt deze man over 'behoud', dan moet u daarbij niet denken aan lijfsbehoud, of iets dergelijks. Voor z'n hachje hoefde hij niet meer bang te zijn, alle gevangenen waren er nog. Bij dit behoud gaat het echt om het eeuwig behoud. Wat had de slavin ook al weer gezegd? Deze knechten van de allerhoogste God wijzen de weg van het behoud. Heren, wat houdt die weg van behoud in, die reddingsweg van uw God? Die God, die zo duidelijk voor Zijn knechten opkomt?!

Wat een mens moet doen om behouden te worden? Het antwoord is: Stel uw vertrouwen op de Here Jezus, en u zult behouden worden. Broeder, zuster, zo simpel, zo doodeenvoudig ligt dat nou. Je hoeft alleen maar te geloven, aan te pakken wat God je uit genade geeft. En er zijn geen voorwaarden vooraf. Geen bijzondere kenmerken, je hoeft geen groot kapitaal aan vroomheid of zo mee te brengen. Niets daarvan! Geloof in de Here Jezus, en je bent behouden. Dat is de belofte van het evangelie. Daar is maar één eis bij: eenvoudigweg aanvaarden. Dat mag zo maar. En dan krijg je zekerheid. Je moet de zekerheid van het behoud niet in jezelf zoeken. Die mag en moet je in de Here Jezus zoeken, in de Christus van de beloften. De Christus van het Verbondswoord - u en uw huis, zegt Paulus. Dat is de kern van het evangelie, een kern, die Paulus en Silas vervolgens breder verklaren. Ja, dat hoort erbij: opening van en nader onderwijs in het Woord van God.

En dan zie je het weer: Gods onweerstaanbare macht om te openen. Want met dat Woord opent de Here door de kracht van Zijn Geest het hart van de cipier. De man neemt Paulus en Silas mee naar huis, en hij wast hun wonden af. Maar ook zelf wordt hij vervolgens gewassen. Niet van wonden, maar van zonden. Hij werd met zijn hele huis terstond gedoopt. En toen werd het feest in het huis van de cipier - feest, omdat hij met zijn huis tot geloof had mogen komen.

Ja, dan wordt het ook echt feest in een mensenleven! Geloven maakt van het leven een feest. Dat klinkt misschien wat onwerkelijk. Misschien vinden de jongens en meisjes het ook wel zwaar overdreven wat ik hier zeg. Is geloven wel zo feestelijk? Is het niet de domper op een heleboel leuke dingen? Helemaal niet! Want geloven is niet leven in een keurslijf. Geloven is leven in vrijheid, is leven van het behoud in Christus, vrij van schuld en straf. Geloven is leven in verbondenheid met God, en dat maakt van het leven een feest. Ook als het leven op zichzelf genomen helemaal niet zo feestelijk is, als verdriet en zorg je overspoelen. Maar door het geloof blijft de vreugde in God, de vreugde in de Here Christus, de vreugde van het behoud. Feestglans over onze kleine leventjes. Een glans, die blijft, ook in het sterven. Verzoening, vergeving, behoud. Als een mens dat maar heeft door het geloof in Christus, dan heb je het voornaamste, dan heb je alles, wat je verder ook missen kunt of missen moet. Met dat evangelie komt de Here onze harten zoeken, troosten, openen! Openen - voor Hem!

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar