De kinderdoop (Deel 3: God heeft recht op de gezinnen van de gelovigen)

Thema: Dit deel wil vanuit het Nieuwe Testament zelf laten zien dat de lijn van het Oude Testament doorloopt
Tekst: Handelingen 16: 31
Tekstgedeelte(n): Handelingen 16: 19-34
Door: Ds. H.W. van Egmond (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Ten Boer)
Gehouden te: Ten Boer op 30 januari 2000; Overschild op 24 september 2000; Grootegast op 22 april 2001; Groningen-Noord op 20 mei 2001; Niezijl op 17 juni 2001; Bedum op 8 juli 2001
Opmerking HWvE:

Het is het mooiste wanneer de serie De kinderdoop als een geheel gebruikt / gelezen wordt. Maar daar dwingen de afzonderlijke preken zich niet toe. Thematisch wel:

De kinderdoop - 1 gaat over de instelling van de doop.
De kinderdoop - 2 laat de plaats van God zien als de God van het verbond: met ons en onze kinderen.
De kinderdoop - 3 wil vanuit het Nieuwe Testament zelf laten zien dat de lijn van het Oude Testament doorloopt.
De kinderdoop - 4 zegt ten slotte iets over de doop als bad der wedergeboorte.

Kortom, de delen van deze serie kunnen afzonderlijk worden gelezen. Wanneer de serie als geheel gepreekt gaat worden, dan is de volgorde wellicht van belang.

Extra:

Inleiding op de prekenserie De kinderdoop.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 111: 1-2
Wet
Ps. 111: 5-6
Lezen: Handelingen 16: 19-34
Psalm 100: 1-4 (schoolpsalm)
Tekst: Handelingen 16: 31
Preek
Ps. 78: 1-2
Ps. 25: 5-6
Zegen

Gemeente van onze Here Jezus Christus, broeders en zusters,

Om het recht van de kinderdoop duidelijk te maken hebben we eerst alle aandacht gegeven aan het evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God, die aan het kruis op Golgota met zijn bloed voor onze zonden heeft betaald. Deze Redder gaf de opdracht om dit blijde evangelie uit te roepen tot aan het eind van de wereld. En, zo voegde Hij er toen bij: laat iedereen die deze boodschap gelooft de doop ontvangen.
Die doop geeft de verzekering mee: dit evangelie is waar en betrouwbaar.
Reken maar op de beloften van Gods Woord die u hebt gehoord en die u gelooft.

Bij de instelling van de besnijdenis ging het net zoals bij de instelling van de doop. Abraham geloofde het evangelie en daarom werd dat evangelie bij hem in zijn lichaam verzegeld.
Maar bij die instelling van de besnijdenis leerden we ook dat God de beloften van zijn evangelie niet alleen aan Abraham heeft gegeven, maar ook aan zijn kinderen.
Toen Abraham het Woord van God geloofde moest hij zichzelf en zijn huis besnijden. En voortaan zouden alle pasgeboren jongetjes op de achtste dag dit sacrament van de besnijdenis ontvangen. Want ook voor hen is Gods belofte.

Vandaag zullen we er bij stil staan dat in het nieuwe testament de kinderen gedoopt moeten worden, om dezelfde reden als waarom de kinderen in het oude verbond besneden moesten worden. Want de God van het verbond komt ook vandaag met zijn beloften tot de gelovigen en hun kinderen. Daar is niets in veranderd, zoals wel blijkt uit de tekst die we voor ons hebben en die we hebben samengevat onder het thema:

God heeft recht op de gezinnen van de gelovigen

  1. Ten eerste heeft Hij dit recht naar zijn verbond
  2. Ten tweede leert Hij dit recht door zijn Woord

1. Hij heeft dit recht naar zijn verbond

Het is goed even te letten op de geschiedenis die zich in Handelingen 16 afspeelt. Paulus en Silas zijn in Filippi terecht gekomen, vers 12, waar ze het evangelie hebben gepreekt. De naam en het werk van Jezus Christus hebben ze de mensen voorgehouden met de oproep om zich aan deze Heiland toe te vertrouwen. Tijdens dat werk te Filippi wil satan door het geschreeuw van een bezeten vrouw het werk van Paulus en Silas tegenhouden. Zo zou de verkondiging van het evangelie tot aan het einde van de aarde geremd worden. Tenslotte commandeert Paulus in de naam van Jezus Christus dat deze geest de slavin zal verlaten.

Maar dat heeft wel gevolgen. Deze slavin werd door haar meesters gebruikt om geld te verdienen. En nu dat over is reageren ze hun woede daarover af op Paulus en Silas. Ze brengen hen voor de rechters en met valse beschuldigingen worden ze als relschoppers veroordeeld en in de gevangenis geworpen.

En hier ontmoeten ze de man die straks tot geloof zal komen: de gevangenbewaarder. Hij sluit Paulus en Silas op met de voeten in het blok; er moet alles aan gedaan worden dat deze gevaarlijke gevangen niet zullen ontsnappen. Hij is er verantwoordelijk voor dat niemand ontvlucht.
Maar, vers 25, omstreeks middernacht bidden Paulus en Silas tot de Heiland; ze vragen of de HERE uitkomst wil geven opdat de prediking van het evangelie door zal gaan.
Hij is de Heer van hemel en aarde. Hem loven zij met hart en ziel.
En dat laten ze horen in het zingen van de lof van de HERE. Hier klinken letterlijk en figuurlijk de psalmen in de nacht. Als gegeselden en als gevangenen blijft toch de weg voor de roem in God open. Hij is de God van heil en schenkt uit goedheid zonder peil het eeuwig zalig leven.

En op dat ogenblik schudt de aarde, zodat de gevangenis op zijn fundamenten staat te wankelen. De deuren gaan open en de boeien vallen van handen en voeten. De weg naar de vrijheid ligt open voor de gevangenen. En wanneer de gevangenbewaarder dat door heeft, weet hij zich geen raad van ellende. Als de gevangenen weg zijn zal hij dat misschien wel met de dood moeten betalen. Vandaar dat gebaar van wanhoop dat hij zichzelf van het leven wil beroven.

En dan klinkt de stem van Paulus, vers 28. Doe uzelf geen kwaad.
We zijn er allemaal nog. Alles is in orde. Blijf rustig.
Geknield voor Paulus vraagt de gevangenbewaarder of er een weg is uit deze ellende. Wat is de oplossing, de uitweg in deze zo moeilijke situatie.

De gevangenbewaarder zal hier niet gevraagd hebben om het evangelie, want dat was hem nog niet bekend. Dat blijkt wel uit vers 31 en 32. Deze gevangenbewaarder zit vol zorg over de gevangenen, die weg kunnen lopen. Maar op die vraag naar redding preekt Paulus het evangelie.
Er is andere nood en Paulus heeft een verlossing te preken die redt uit de ellende van dood en zonde. "Stel uw vertrouwen op de Here Jezus Christus".
Dat is de echte en de enige weg uit alle moeiten.
Schenk geloof aan wat u gepreekt wordt over deze Redder. Neem de boodschap aan en geef antwoord op wat God doet in uw leven. Hij deed de aarde beven opdat de prediking van het evangelie verder kan. Ook hier te Filippi.

Met dat werk van deze God mag de gevangenbewaarder hier in aanraking komen. Hij vraagt naar een oplossing voor de zorgen van dit leven op aarde, want hij ziet het hier niet meer zitten. Maar Paulus wil verder. Geef uw zorgen van deze wereld maar over aan Christus.
Let op de Zaligmaker die op aarde is gekomen om mensen te redden van de zwaarste last die we meedragen; de last van de zonden!
Jezus Christus is de Redder van die schuld; Hij heeft de blokkade van de dood overwonnen.
Wees daar blij over, gemeente. Met een macht sterker dan welk mens ook maar; ja, met goddelijke macht regeert Hij de hemel en de aarde. Ook de aardbeving heeft Hij laten plaatsvinden.
Paulus roept de gevangenbewaarder op om naar dit onderwijs te luisteren. En in vers 32 gaat Paulus nog verder met zijn onderwijs. Want het geloof is er niet zonder de prediking.

Dat leren onze jongens en meisjes al op catechisatie. Waar komt het geloof vandaan? Antwoord 65 (van de Heidelbergse Catechismus): van de Heilige Geest die het geloof werkt door de prediking van het heilig evangelie en het versterkt door het gebruik van de sacramenten.

Paulus is dienaar van de Heilige Geest. Niet meer dan iemand die als heraut het goede nieuws van de blijde boodschap mag vertellen. Niets meer en iets minder. En het geloof is steeds een dankbaar antwoord op deze goede tijding. Wat de HERE laat preken is voor het geloof telkens weer tot blijde verwondering. Hoe geweldig is het dat de HERE ons heeft uitgekozen en dat we elke zondag in de kerk mogen zitten om de uitleg van Gods beloften te horen en om iedere keer weer de doorverwijzing naar zijn genade te horen. God laat het ons hier met klem op het hart binden: Ik ben uw God en geloof mijn genade.

Dat gebeurt ook bij deze gevangenbewaarder. Paulus komt met dit evangelie tot de gevangenbewaarder en hij gelooft! De Heilige Geest opent het hart en werkt het geloof. Maar het gaat er nu om dat we zien dat wanneer deze gevangenbewaarder zich bekeert dat geen privé zaak is; God legt niet alleen beslag op deze man, maar ook op zijn gezin.
Want de God die redt is de God van Abraham. En deze God roept en redt geen losse individuen. God bouwt geen kerk op van hier een lid en daar een lid. Maar Hij vergadert een volk met jongeren en ouderen; mannen en vrouwen. Ouders en kinderen. Wie gelooft, wordt als gelovige niet van zijn gezin geïsoleerd.
Dat is wat we lezen in onze tekst. "Vertrouw op de Here Jezus en u zult behouden worden, u en uw huis". God werkt volgens de lijn van het verbond. Hij houdt die werklijn van de geslachten vast.
Wanneer de zondvloed komt, redt God Noach en zijn huis, Genesis 7: 1.
Ook Jozua is met deze lijn van het verbond bekend: Ik en mijn huis wij zullen de HERE dienen! De keus van Jozua heeft invloed ook op zijn kinderen!

In het Oude Testament is het zonder meer duidelijk dat met huis het gezin bedoeld wordt. In het Nieuwe Testament is dat niet anders. De betekenis van het woord 'huis' is daar niet ineens veranderd. Dat is nergens in de Bijbel te lezen.
Wel is steeds duidelijk: God houdt de werklijn van zijn ene verbond vast. Hij is de trouwe God tot in eeuwigheid. Zoals Hij werkt in het Oude Testament zo werkt Hij ook in het Nieuwe Testament. Kinderen van de gelovigen worden meegeteld. Hij is de God van de gelovigen en hun kinderen.
Dat verbond van God met de gelovigen geeft Hem recht op de kinderen van de gelovigen. Onze kinderen zijn van Hem.

De gevangenbewaarder is tot geloof gekomen en hij wordt gedoopt. De doop verzegelt hem de beloften van het evangelie. Maar dan ook zijn huis! - dan ook zijn kinderen! Hoor maar, zo begon Paulus ook zijn preek in vers 31: "Stel uw (enkelvoud: de gevangenbewaarder) - stel uw vertrouwen op de Here en u zult behouden worden, u en uw huis!"

2. Hij leert dit recht door zijn Woord

De plaats van het hoofd van het gezin heeft gevolgen voor de anderen in het gezin. Dat heeft God zelf zo gewild. Want wanneer er kinderen geboren worden krijgen ze het onderwijs waar de ouders voor kiezen. Die ouders vormen hun kinderen. Zo zal de taal die vader en moeder spreken ook de taal van hun kinderen worden.
Waar vader en moeder vol van zijn dat gaat over op de kinderen. Zo was het bijvoorbeeld vroeger bijna vanzelfsprekend dat de zoon het bedrijf van vader over nam; het werk van vader werd het werk van de zoon. Het leven van ouders stempelt de kinderen. Dat is de manier van leven die God in de schepping heeft meegegeven. Ouders voeden hun kinderen op.

Die gevangenbewaarder komt tot geloof als hoofd van zijn gezin. Omdat hij het hoofd is spreken Paulus en Silas het Woord van God tot hem en tot allen die in zijn huis zijn. De gevangenbewaarder is het aanspreekpunt. Zittend temidden van zijn gezin preken Paulus en Silas de genade van God. In de Schrift is het gezin een eenheid. In gezinsverband gingen de Israëlieten naar Jeruzalem. De eenheid van het gezin lag vast in de ouders. Die eenheid moeten we niet vergeten wanneer we het over de kinderdoop hebben.

Wij gaan steeds meer op onszelf leven; we worden individualistisch; dat betekent dat de enkeling bovenaan komt te staan. Het recht van de enkeling is tegenwoordig het sterkste. Dat recht wint het. Je mag niemand remmen in de uiting van zijn mening. Elk individu vraagt respect. Dat trekt door in onze gezinnen. Ook wij zijn bezig ruimte te maken voor het recht van de enkeling, voor zover die ruimte er al niet is.

Kinderen trekken zich terug op hun kamer; daar leven ze; in een eigen wereld vormen ze zichzelf; even komen ze aan tafel en even zeggen ze dat ze er zijn of dat ze weggaan. Maar het leven in het gezin wordt minder. Dat betekent dat de sfeer van de gezin van vader en moeder zijn stempel niet meer zet op die kinderen. Gesprekken zijn moeilijk te voeren. Want de tv vraagt aandacht of we vinden de onderwerpen waarover gesproken wordt te moeilijk. Zo wordt de binding in de gezinnen minder. Laten we er voor oppassen, want dat heeft invloed op de meningsvorming over de kinderdoop.

In de bijbelse tijd is het gezin een hechte, strakke eenheid in de maatschappij. Ouders en kinderen vormen een verband dat moeilijk valt te doorbreken. Keuzen van de ouders trekken door naar de leden van hun huisgezin.

Let zo nu eens op die gevangenbewaarder van onze tekst. Als hij het onderwijs uit de Schrift gehoord heeft komt hij tot geloof. Hij komt tot geloof. Enkelvoud. En dan laat hij zich als gelovige dopen; Ook voor hem heeft Christus zijn bloed gegeven en ook hem zal Christus door de Heilige Geest vernieuwen, opdat hij tot Gods eer zal leven.

Maar wanneer deze man gedoopt wordt, dan zal ook zijn huis dit teken ontvangen. Want iedereen die leeft onder de invloed van zijn gezin mag worden meegeteld bij het volk van God. Want de gevangenbewaarder telt nu mee in Gods volk en daar horen nu ook zijn kinderen bij.
Evenals Abraham en zijn huis, zo krijgt ook deze gevangenbewaarder met zijn huis een plaats in het verbond van God. En daarover verheugt de gevangenbewaarder zich, vers 34. God laat zijn werk zien aan deze gevangenbewaarder: wanneer u in een heidense wereld belijdt dat u mijn Woord wilt gebruiken als de werklijn voor uw leven, dan zijn mijn beloften niet alleen voor u, maar ook voor uw gezin, voor uw huis.

In enkele van zijn brieven gaat Paulus ook uit van die eenheid van het gezin. Wanneer hij de gemeente te Efeze aanschrijft dan geeft hij hun ook aanwijzingen voor het gezinsleven: kinderen weest uw ouders gehoorzaam; en vaders prikkelt uw kinderen niet; Efeze 6. voedt uw kinderen op in de tucht en de terechtwijzing van de HERE.

Hetzelfde doet de apostel in Kolossenzen 3: 18 en verder. De apostel kan ze schrijven omdat het zijn vaste overtuiging is dat ook onze gezinnen onder de klem van het Woord staan. Dat is geen zware last; We moeten niet denken dat het onmogelijk is om aan zo'n gezinsleven invulling aan te geven. Het is juist het geloof in de waarheid van de kinderdoop dat ons met de vragen over de opvoeding naar de HERE brengt. Het gaat in die opvoeding om zijn kinderen. Laten we in de moeiten die er soms zijn om met de jeugd te praten, juist beginnen bij dat Woord van Gods verbond.

Daar lezen we het: ze horen er bij met alle rechten en plichten. En de ouders zullen dat aan de kinderen duidelijk maken. En dan is het toch een geweldig houvast dat we mogen weten dat onze hemelse Vader een volk vergadert? Hij bouwt zijn kerk van gezin tot gezin. Op elk kerkadres liggen zijn beloften, dat Hij door de kracht van de Heilige Geest bij ons wil zijn en ons wil helpen.

En jullie, jongelui, jullie mogen als gereformeerde jeugd leven onder de beloften van Gods verbond. Jullie mogen het ook zeggen: Christus is mijn Heiland. Je mag ook bidden om de vergeving van je zonden, want het is je beloofd door de trouwe God van het verbond.
Je leeft onder zijn zorg! De Vader van Jezus Christus staat met zijn grote liefde klaar om je te helpen. Hij zegt, ik wil met je mee door dit leven heen. Omdat je ouders hun geloof hebben beleden en in Gods volk zijn ingelijfd tel je mee bij dat volk dat alles krijgt wat nodig om in dit leven niet vast te lopen.

Wanneer we zo als ouders en jeugd onze plaats kennen, moeten we daar inhoud aan geven. Laten onze gezinnen gereformeerde gezinnen mogen zijn. Laat de Bijbel niet dicht; weet wat bidden is; houdt het gesprek open over het werk van God; praat ook ronduit over wat de jeugdvereniging doet. Want ook die vereniging is een middel dat God ons heeft gegeven.

Laten we het elkaar durven zeggen: de liefde van God woont in onze gezinnen. Wij hebbend de almachtige God aan onze kant. Die kinderdoop is een geweldig houvast. Zeg het maar tegen uw kinderen: Je bent gedoopt en daarom mogen we zeggen dat je al die liefde van God hebt.
Je bent gedoopt en daarom roepen we je terug van een leven dat onverschillig staat tegenover de Bijbel en de kerk. Ja, die kinderdoop geeft ouders het geweldig houvast om vast te houden aan de gereformeerde opvoeding in gezin en op school.

Dat onderwijs heeft God ook al vanaf het oude verbond aan de ouders opgelegd. Deuteronomium 6: 6-7:
"Wat Ik u heden gebiedt zal in uw hart zijn en gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken wanneer u in uw huis zit; wanneer u onderweg bent, wanneer ge nederligt en wanneer ge opstaat".
En ook door de mond van de dichter van Psalm 78 bindt de HERE het ons op het hart: God heeft zijn Woord aan zijn volk Israël gegeven om aan de kinderen door te vertellen. Want God wil dat zijn roem en lof steeds weer wordt door vertelt van vader op zoon; van geslacht op geslacht.
De kinderdoop geeft ons de kracht om er op te vertrouwen dat God zelf zal helpen. Denk aan zijn trouw dat Hij zelf in het teken van het verbond ons en onze kinderen heeft gegeven.

Amen.


Gebedspunten

Danken voor de eenheid van het oude en nieuwe verbond. Dat God getrouw is en zijn strategie niet verandert. Hij blijft kinderen meetellen bij het volk van zijn verbond.
Gebed voor hen die leven in de dwaling dat de kinderdoop achterhaald is en nutteloos. Bidden om de trouw van de gemeente aan de eigen belijdenis.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar