Het offer van Christus is beslissend

Thema: Het offer van Christus is beslissend
Tekst: Hebreeën 10: 26-31
Tekstgedeelte(n): Hebreeën 10: 19-39
Door: Ds. J.B.K. de Vries (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Balkbrug)
Gehouden te: Kadoelen op 25 juli 1993
Vollenhove op 25 juli 1993

Aanwijzingen voor de Liturgie

Lezen: Hebreeën 10: 19-39
Tekst: Hebreeën 10: 26-31

Zingen:
Ps. 96: 1
Ps. 96: 3 of 4
Ps. 110: 1-6
Gez. 30: 4
Gez. 30: 5

Onze tekst begint zo: Want indien wij opzettelijk zondigen... En even verder wordt gezegd, dat er in dat geval geen offer voor de zonden meer over is, maar een vreselijk uitzicht op het oordeel.
Als je dat tot je door laat dringen, moet je ontzettend schrikken. Zo staat er eigenlijk: als je met opzet zondigt, ben je voor eeuwig verloren. En dat betekent toch, dat geen mens behouden kan worden.
Want dat er onwetend, onbewust, gezondigd wordt, is duidelijk. Christenen hebben de beste bedoelingen en doen toch verkeerde, zondige dingen, zeggen verkeerde woorden. En dat de gedachten van de mens zomaar afdwalen naar de zonde, wordt ons door de bijbel ook onthuld. Daar is echter vergeving voor.
Maar wie durft te zeggen, dat hij nog nooit met opzet gezondigd heeft? Dat hij nooit iets gedacht of gezegd of gedaan heeft, waarvan hij wist, dat God het verboden had? Zo iemand bestaat niet.
Als deze tekst werkelijk wil zeggen "Elke willekeurige zonde, die bewust gedaan wordt, is onvergeeflijk.", dan is er voor niemand ook maar een sprankje hoop. Dan was ook de schrijver van deze brief verloren. Maar dat wil hij zeker niet zeggen.
Het evangelie komt hier met een boodschap van grote ernst. Maar het wil niet een domper op de vreugde zetten. Het wil de verlossing beslist niet als onmogelijk voorstellen. Luister naar de verkondiging onder het thema:

Het offer van Christus is beslissend

  1. Het ene offer
  2. Verwerping van het ene offer
  3. Oordeel over verwerping van het ene offer

1. Het ene offer

Deze brief is gestuurd aan een christelijke gemeente in een plaats, die wij niet kennen. De plaats wordt in deze brief namelijk niet genoemd. De schrijver kennen we ook niet.
De schrijver heeft gewaarschuwd voor verslapping in het geloof. De gemeente loopt niet meer warm voor het evangelie. De vaart is er uit. Dat is vroeger heel anders geweest. De schrijver herinnert hen aan de dagen van weleer. Toen hebben ze het geloof bewaard door lijden en vervolging heen.
Het is niet duidelijk, welke vervolging hij bedoelt. Er zijn uit de geschiedenis meerdere vervolgingen bekend. De eerste was in het jaar 64 onder keizer Nero. Die vervolging trof vooral de christelijke gemeente in de hoofdstad Rome. Vermoedelijk zijn Petrus en Paulus toen als martelaren gestorven.
Misschien is deze brief gericht aan de gemeente in Rome. Dan herinnert de schrijver aan de vervolging onder Nero. Maar het kan ook om een andere plaats gaan. Want niet elke vervolging is in de geschiedenis-boeken opgeschreven.
Wat in de stad Rome gebeurde, heeft de aandacht van de grote schrijvers getrokken. Wat er in achter-af stadjes gebeurde, is lang niet zo vaak opgetekend. Ook al zijn er geen verslagen bekend, er kunnen ook buiten de stad Rome christen-vervolgingen zijn geweest. In de tijd van Nero, of ook later. En daar kunnen de lezers van deze brief onder geleden hebben.
Maar dat is al weer een flink aantal jaren geleden. De christenen zullen wel niet populair geworden zijn, maar de dreiging van vervolging is op dat moment verdwenen. Het is voor een tijd lang, niet meer zo gevaarlijk om christen te zijn.
Het enthousiasme is echter ingezakt. Het ontbreekt aan doorzettingsvermogen, aan volharding. Het kerkelijk leven is lauw. De gemeente vormt geen hechte band meer; de christenen leven wat langs elkaar heen.
In de kerkdiensten is de opkomst niet meer, zoals vroeger. In de vervolgingstijd waren de diensten hoogtepunten. Dan werd er gebeden voor de gevangen genomen en veroordeelde broeders en zusters. Dan werd er geld ingezameld voor degenen, die door de vervolging hun bezit verloren hadden.
Toen waren de diensten uitingen van vreugde. Er was verlies aan bezit; mensen verloren zelfs hun leven. Maar het geloof bloeide. Ze hielden het elkaar voor: We kunnen alles verliezen, zelfs ons leven, maar het evangelie kunnen ze ons niet afnemen. Ze konden ook zingen en danken.
Maar de moed is er uit. Er zijn christenen, die onregelmatig in de kerk komen. Er zijn er, die stelselmatig de kerkdiensten verzuimen, terwijl ze best hadden kunnen komen. En daarom klinkt er een sterke waarschuwing.
Indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis der waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonden meer over. Er is immers maar één offer voor de zonden.
De schrijver van deze brief benadert de verslapping in het geloof op een merkwaardige manier. Hij komt niet met een aantal actie-punten. Hij schrijft niet voor, welke stappen de gemeente concreet moet nemen.
Maar hij legt uitgebreid uit, wat de betekenis van Christus is! Daar is hij in hoofdstuk 1 al mee begonnen. Jezus is Gods Zoon. Hij staat dus boven de engelen. Maar Hij is een tijdlang beneden de engelen geplaatst. Hij heeft geleden.
Maar Jezus is trouw gebleven. Hij is de meerdere van Mozes. Want Hij is de hogepriester, die de hemelen is doorgegaan. Priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek.
Op dat punt van zijn uiteenzetting heeft de schrijver van deze brief in hoofdstuk 6 gewaarschuwd voor afval. Voor verzet tegen het evangelie; voor ontrouw. Afval kan gestraft worden met verharding. De verslapping kan niet blijven. Het gaat de ene of de andere kant op: Bekering of verharding in ongeloof.
Na die indringende waarschuwing is de schrijver verder gegaan over Christus. Hij heeft Christus en Melchizedek vergeleken. Hij heeft uitgelegd, dat Christus een belangrijker priester is dan Aäron. De priesters uit de stam Levi werden opgevolgd door de priester uit de stam Juda.
Bij de oudtestamentische priesters volgde de ene priester de andere op. Maar Christus kent geen opvolger. Hij is priester voor eeuwig. Hij hoefde geen offer voor zijn eigen zonden te brengen, zoals de andere priesters.
In het oude verbond was een opeenvolging van priesters en offers. De dienst der verzoening was nooit klaar. Maar nu is het nieuwe verbond gekomen. Eén offer door één priester, waarmee de dienst der verzoening voor eeuwig volbracht was.
De priester van het nieuwe verbond ging met zijn offer niet de aardse tempel binnen, maar het hemelse heiligdom. Hij bracht daar geen dierenbloed als offer, maar zijn eigen bloed. Zo is door Christus de belofte van een nieuw verbond vervuld.
Wat op Golgota gebeurde is beslissend. De oudtestamentische eredienst was een afschaduwing van de werkelijkheid. De werkelijkheid van het kruis van Jezus. Generaties van priesters brachten geen verzoening. Duizenden dieren-offers brachten jaar op jaar de zonden in herinnering, maar verzoenden ze niet.
En dat is nu wel gebeurd door dat ene offer van Jezus, die niet eens tot de priester-stam behoorde. Hij was door God speciaal geroepen. Hij was ook de Zoon van God. Een hoger priester is niet denkbaar.
Het oude verbond was een wachten op de vervulling. Met Christus is het nieuwe verbond gekomen; het oude is voorbij. Het ene offer op Golgota heeft al die andere offers overbodig gemaakt. Die ene hogepriester Jezus heeft bereikt, wat eeuwenlang priesterschap niet tot stand kon brengen.
Nu moet ieder toetreden tot het nieuwe verbond. Dit verbond is definitief. In het oude verbond golden bepalingen voor allerlei offers. Als er zonde begaan was, moest er een offer gebracht worden. In de wet was uitgebreid geregeld wat voor offers voor welke overtredingen golden. Zo bleef het offeren doorgaan.
Maar dat is voorbij in het nieuwe verbond. Dat kent maar één offer: Dat van Golgota. Wie dat offer ongedaan maakt, kan niet op een ander offer rekenen. Er is geen ander offer. Er is alleen maar de dood van Jezus aan het kruis.
De tijd van een nieuw offer voor een volgende zonde is voorbij. Dat was de regeling van het oude verbond. Nu leeft de gemeente in het nieuwe verbond. Eén offer voor de zonden; dat is alles. Meer is er niet. Maar het is dan ook het offer van Gods Zoon.
Zo heeft de schrijver van deze brief zijn lezers aangesproken. In de verslapping van hun geloof heeft hij uitgebreid beschreven wie Christus is.
Maar dat wisten ze toch wel? Ze hebben Hem toch beleden als hun Heer en Heiland? Ze hebben om die belijdenis vervolging doorstaan. Ze hebben geen offer aan de keizer willen brengen; ze wilden het hoofd van de staat niet erkennen als Heer en Heiland. Jezus was hun Heer. En dat kwam hun duur te staan.
De brief herinnert hen aan die gebeurtenissen. Ze hebben de goede keus gedaan en tegen de verdrukking in volgehouden. Die keus moeten ze vasthouden. Een ander offer, waarmee de zonden verzoend worden, dan dat van Golgota is er niet.
Er is maar één medicijn tegen zonden en verslapping: Jezus Christus, gekruisigd voor onze schuld. Het ene offer aan het kruis door de ene hogepriester Jezus Christus, die als enige het offer het hemelse heiligdom binnen bracht.
Buiten Christus is er geen verzoening. In Christus is de verzoening volmaakt. En dat is de boodschap van het evangelie. Dat is de belijdenis van de christelijke kerk. Een ander houvast is er niet.
Als het geloof inzakt, als de fut er uit is, helpen kunstgrepen niet. Dan zal het fundament van het geloof met grote kracht verkondigd moeten worden: Jezus Christus en die gekruisigd.
In allerlei kerken is men in deze tijd van secularisatie op zoek naar nieuwe methoden om de verslapping tegen te gaan. En daar kunnen heel goede dingen bij zitten, die een stootje in de goede richting geven. Het is goed om het oude erfgoed te overwegen; om niet te verstarren.
Het is goed je af te vragen of oude vormen nog zinvol zijn in deze tijd. Of er geen andere vormen zijn, die nu beter passen. De tegenovergestelde gedachte: Iets is nieuw en dus moet het wel fout zijn, werkt verkilling en verslapping in de hand.
Maar allerlei veranderingen zullen niets helpen, als de grote zaak van het evangelie naar de achtergrond verdwijnt: Er is alleen redding door het ene offer van Christus. Kerk en wereld moeten het horen: Het kruis is het beslissende, het enige, waardoor de Zoon van God verzoening heeft gebracht.
De verkondiging zal verkondiging van de gekruisigde Christus moeten zijn. Die verkondiging brengt het leven. Die verkondiging alleen kan verslapping en futloosheid doen verdwijnen.
Het evangelie komt niet met de boodschap: Als je je aan allerlei bepalingen en regels van God houdt, wordt je beloond met vergeving van je zonden. De evangelie-boodschap is precies andersom:
Door het ene offer aan het kruis zijn je zonden vergeven; en dan ga je van vreugde natuurlijk anders leven. Want het offer is gebracht. Niemand kan er nog iets aan toevoegen. Golgota is genoeg voor eeuwig. Onder die boodschap valt de last van je af. De last van al je zonden.
Die boodschap brengt leven in een dode wereld en ook in een kerk, waar het geloof inzakt. Het enige fundament van alle heil is Jezus, die zijn leven gaf aan het kruis. Uit dat fundament moet de kerk leven; anders zijn alle goed bedoelde veranderingen tevergeefs.

2. Verwerping van het ene offer

De schrijver heeft de grote betekenis van Christus uiteengezet. En dan waarschuwt hij weer. Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis der waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonden meer over.
De weg van verslapping kan uitlopen op het "opzettelijk zondigen". Stilstand in het geloof kan geen blijvende zaak zijn. Het gaat uiteindelijk één van beide kanten op: Bekering of afval.
Met opzettelijk zondigen wordt hier bedoeld: De afval. Even verderop wordt dat opzettelijk zondigen omschreven als: de Zoon van God met voeten treden, het bloed van het verbond onrein achten en de Geest der genade smaden.
De schrijver ziet in de gemeente een ontwikkeling de verkeerde kant op. Het is nog niet zover, dat de Zoon van God met voeten getreden is, of dat het bloed van het verbond onrein geacht wordt of dat de Geest der genade gesmaad wordt.
Maar zover kan het wel een keer komen, als er geen verandering komt, als er geen bekering komt. Hij ziet dat gevaar dreigen, b.v. in het verzuimen van de kerkdiensten. Dat is voor een aantal leden in de gemeente al gewoonte geworden.
Ze hebben jarenlang het evangelie gehoord. Ze zijn toegetreden tot de christelijke gemeente met een hart, dat door besprenging gezuiverd is van besef van kwaad en met een lichaam, dat gewassen is met zuiver water. Daarmee wijst de schrijver op hun belijdenis en hun doop.
Ze hebben geloofd, dat ze door het offer van Christus van hun zonden gered zijn. In de doop is de reiniging door het offer van Christus afgebeeld en bevestigd. Maar het zegt hun nog maar weinig.
In de tijd van vervolging was er een intens meeleven met elkaar. Ze hadden elkaar nodig en ze konden op elkaar rekenen als leden van de gemeente van Christus. Maar de hechte band is verslapt. Er zijn er, die de moeite niet eens meer nemen om trouw naar de kerk te gaan. En daardoor dreigt de onderlinge band te scheuren.
Gemeente-leden, die in de diensten uit zicht zijn, kunnen ook zomaar uit de harten verdwijnen. Ze missen de band met de andere gemeente-leden. Ze missen de evangelie-verkondiging van het ene offer voor alle zonden.
Waar zal deze ontwikkeling op uitlopen? Het gevaar is niet denkbeeldig, dat het offer van Christus tenslotte niet meer gezien wordt als het enige. Dat men meent, dat er ook andere machten zijn, die kunnen helpen. Machten, die kunnen bijdragen aan heil en verzoening.
En dat wordt bedoeld met het "opzettelijk zondigen". De christelijke gemeente weet heel goed, dat er maar één Heiland is, die met één offer alle zonden verzoend heeft. Maar als leden van die gemeente naast Christus ook gaan rekenen op andere verlossers en andere verlossingswegen, dan kiezen ze tegen Christus.
Naast Christus en zijn offer mag niets anders staan. Dat is de kern van het evangelie. Zo hebben ze het beleden en daarom zijn ze gedoopt. Daarom is de vervolging over de gemeente gekomen in het verleden.
Als ze dat evangelie niet vasthouden, is dat een opzettelijk zondigen. De schrijver zegt het heel scherp: Dat is op Christus trappen. Een teken van de grootste minachting voor Gods Zoon. Als Christus niet meer de enige is, is dat hetzelfde als Hem vertrappen.
Dat heet ook het bloed des verbonds, waardoor ze geheiligd waren, onrein achten. Dat bloed des verbonds is het bloed van Christus, dat op Golgota verzoening bracht. Alleen door dat bloed zijn ze geheiligd.
Maar als ze offers voor andere goden brengen, of steun zoeken in de offers van de joodse eredienst. Dan houden ze het bloed van Christus voor onrein. Dan is Christus' bloed van net zoveel waarde als bloed van andere offers. Dan is het unieke van Christus' offer wat hen betreft verdwenen. Dan achten ze zijn bloed onrein.
Dat is meteen een beledigen van de Heilige Geest. Die heeft immers de genade in hun hart uitgestort. Door de Geest hebben ze beleden, dat ze alleen door het offer van Christus genade bij God kunnen krijgen. En dat werk van de Geest verwerpen ze dan.
Zo komt de waarschuwing om het unieke boodschap van het evangelie vast te houden. Wie dat niet doet, wie er iets naast zet, verwerpt het evangelie. Ook al spreekt hij nog waarderend over Jezus. Maar als Jezus bij al die waardering niet meer de enige is, is het zinloos.
Het evangelie komt met de boodschap van: alles of niets. Alle heil door Christus' offer. Of helemaal geen heil. Christus aanvaarden of vertrappen. Het evangelie kent geen tussenweg.
En de mens zoekt altijd tussenwegen. Dat was toen zo; dat is nu nog zo. De absolute betekenis van Golgota gaat de mensen te ver. Jezus mag een goed mens geweest zijn; dat willen tallozen nog wel toegeven. Maar dat zijn dood aan het kruis de absoluut enige weg naar God is, dat willen velen niet.
Dat is dan wel verwerping van het enige offer. Dat is een keus tegen Christus. Want God neemt voor zijn Zoon geen genoegen met een plaatsje tussen vele anderen. Hij is alles voor je. En als je dat niet wilt, betekent Hij niets voor je.
Het kan niet zo zijn, dat je Christus gelooft en daarnaast anderen evenzeer waardeert als mensen, die bijgedragen hebben aan het heil. Er is maar één, die iets voor je heil betekent: Jezus.
Verder is er niets of niemand, die ook maar iets kan bijdragen aan je verzoening met God.
Hoe vaak hebben mensen niet het gevoel: We redden het heel aardig in de maatschappij. We doen eigenlijk ook heel wat goede dingen. We leven niet puur voor onszelf. We helpen de naaste. We doen mee aan de grote acties voor humanitaire doeleinden. Dan zit het met ons toch wel goed.
En dan zegt het evangelie: Nee, dan zit het niet goed. Hoe sta je tegenover het offer van Gods Zoon? Dat is beslissend. Is dat offer het enige, waardoor je op verzoening met God rekent? Of reken je ook nog op de goede dingen, die je in je leven presteert?
Wie ook op zulke dingen rekent, vertrapt de Zoon van God, houdt zijn bloed voor waardeloos en beledigt de Geest.
Er valt niet te onderhandelen of te sjacheren. Het is kiezen: Voor of tegen Golgota. Halfslachtigheid betekent een keus tegen het kruis. En dat is een dodelijke keus.
Dat moet je beseffen in een wereld, die best gevoelig is en religieus gericht. Tegen de achtergrond van die boodschap van het kruis zijn er zovelen, ook in je naaste omgeving, die Gods Zoon vertrappen. Het moet je aan het hart gaan.
Want niet kiezen voor Christus, betekent: het leven verliezen. Geen verzoening met God, maar eeuwig oordeel.

3. Oordeel over verwerping van het ene offer

Hoe je staat tegenover het offer van Christus, bepaalt je toekomst. Je hebt de vrijmoedigheid om in het heiligdom binnen te gaan, of je hebt het uitzicht op het vernietigend oordeel.
Het idee, dat het wel mee valt, is zelfbedrog. Zo waarschuwt de schrijver van de brief. Het oude verbond heeft plaats gemaakt voor het nieuwe en betere verbond.
Maar onder dat oude verbond werd wel de doodstraf voltrokken bij zonden als afgoderij en moord. Als er twee of drie getuigen waren, dus als het bewijs geleverd was, werd deze straf uitgevoerd.
Het is nog veel erger de Zoon van God te vertrappen, zijn bloed onrein te achten en de Geest der genade te beledigen. Wie tot het nieuwe verbond toetreedt en het daarna verwerpt, hoeft niet op lichtere straf te rekenen.
Er staan in het Oude Testament duidelijke uitspraken van de Here. Hij neemt wraak; Hij zal het vergelden; Hij zal oordelen. De Here houdt zijn Woord in zegen en in vloek. Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God.
Daaraan kun je namelijk niet ontkomen. Alles wat mensen aan goden bedacht hebben, zijn afgoden. Die bestaan niet; die zijn dood. Maar de Here bestaat wel en Hij leeft. Hij staat voor wat Hij heeft gezegd.
Door het offer van Jezus aan het kruis kan ieder bij Hem komen. Want door dat offer zijn alle zonden verzoend. Maar wie tegen Jezus kiest, kan niet meer op een ander offer terugvallen. Een ander verzoenend offer bestaat niet.
En wie zonder de hoop op het kruis voor God verschijnt, heeft het ergste gedaan, wat mogelijk was. Jezus afwijzen, het kruis minachten, de Geest beledigen. Dat laat God niet ongestraft.
Het evangelie komt niet met een vrijblijvende boodschap: Jezus is een weg naar vrede met God. Maar er zijn nog wel meer wegen naar God. Nee, het evangelie komt met een exclusieve boodschap: Er is maar één weg naar God: Het offer van Gods Zoon aan het kruis.
Wie die weg afwijst, komt God toch weer tegen. Niet in zegen, maar in vloek. Je kunt nooit aan God ontsnappen. Je kunt nooit aan het evangelie ontsnappen. Want het is het evangelie van de levende God.
Lid van de kerk zijn, gedoopt zijn, het avondmaal gebruiken, de kerkdiensten bijwonen. Het zijn geen vrijblijvende zaken. Je komt onder de klem van het evangelie van het kruis. Dat houdt je het leven voor door het offer van Christus.
Daarbuiten is de dood. Het evangelie van het kruis of niets. Meer wegen zijn er niet. Want er zijn geen meer goden. Er is maar één God, die zijn Zoon het beslissende offer liet brengen.
Wie dat bewijs van zijn liefde afwijst, wordt door Hem afgewezen. En buiten Hem is geen leven, maar de eeuwige dood.
Wees gewaarschuwd. Beschouw het kruis niet als iets, dat op één lijn staat met zoveel andere zaken, met het lijden van anderen. Beschouw het evangelie niet als één van de vele mogelijkheden voor het hiernamaals.
Denk nooit zo; spreek er ook nooit zo over en leef ook nooit uit die gedachte. Maar geloof en spreek en leef uit het evangelie als de enige redding, waarbuiten alleen het oordeel is.
Kies niet de vloek, maar kies de zegen, gebracht door het ene offer van Gods Zoon op Golgota.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar