God en Henoch gaan graag met elkaar om

Thema: God en Henoch gaan graag met elkaar om
Tekst: Hebreeën 11: 5-6
Tekstgedeelte(n): Genesis 5: 21-24
Hebreeën 10: 35 - 11: 2
Judas 14-15
Hebreeën 11: 5-6
Door: Ds. Th.J. Havinga (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zuidlaren)
Gehouden te: Zuidlaren op 11 januari 2004; Smilde op 18 januari 2004; Assen-Zuid op 1 februari 2004; Hooghalen op 8 februari 2004; Beilen op 15 februari 2004 (i.v.m. Toerustingsweekend 2004)

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 50: 1, 11
Lezen: Genesis 5: 21-24; Hebreeën 10: 35 - 11: 2; Judas 14-15
Ps. 25: 4, 6-7
Tekst: Hebreeën 11: 5-6
Lied 380: 2, 4-7
Geloofsbelijdenis: Gez. 3
Ps. 105: 2-3
Zegen

Thema:

God en Henoch gaan graag met elkaar om

  1. Dat is een gelovige omgang met God
  2. Dat is een beloonde omgang met God

Broeders en zusters, gemeente van onze Here Jezus Christus,

Ik denk dat velen van u het best belangrijk vinden hoe anderen over u denken. Hoe sta je bekend bij anderen? Veel mensen willen graag aardig gevonden worden door anderen. Soms doen mensen hun best om in een goed blaadje te komen bij anderen. Wat zou die ander van mij denken? Is het herkenbaar voor u? En voor jou?
Ook is voor velen belangrijk hoe ze zichzelf zien. Sommige mensen hebben een positief zelfbeeld. Ze gooien zichzelf niet weg. Anderen hebben een negatief beeld van zichzelf. Ze denken dat ze nooit iets goeds doen. Dat anderen dat ook niet zien bij hen. Dat ze steeds weer mislukken. Misschien herkent u of herken jij dat ook wel bij jezelf.

Het is heel opvallend dat de Bijbel een andere vraag vooropzet. Niet: 'hoe kijken andere mensen tegen u aan?' Paulus zegt bijvoorbeeld van zichzelf: ik doe mijn werk niet om in een goed blaadje te komen bij mensen, 1 Tessalonicenzen 2. Ik werk niet met de stroopkwast. Ik praat een ander niet naar de mond. Ik ben niet uit op eigen eer. Ik doe alleen wat ik anderen voorhoud: uw vriendelijkheid zij allen bekend. Ook de vraag: 'wat is het beeld van jezelf?', staat in de Bijbel niet voorop. Zeker: we moeten in de spiegel kijken. Weten wat voor mensen we zijn. Maar de Bijbel is niet als een therapeut, die tegen iemand zegt: je denkt misschien wat slecht van jezelf, maar je mag er wel zijn hoor. Weet u welke vraag de Bijbel wel vooropzet? Hoe kijkt God tegen u aan? Wat vindt God van u? Welk beeld heeft Hij van u? Een beeld dat nog veel scherper is, dan het beeld dat anderen en uzelf van u hebben. Hij kijkt immers dwars door ons heen.

En daar gaat het ook over in onze tekst. We lezen: Henoch was God welgevallig. En meteen erachteraan: het is heel belangrijk dat we Gode welgevallig zijn, vers 6. Zo kijkt God tegen Henoch aan. Hij heeft daar Zelf van getuigd, zegt de tekst. Namelijk in Genesis 5. Daar zegt God het Zelf. God zorgt ervoor dat Henoch tot op vandaag zo bekend staat. De man die Gode welgevallig is. Ik kan het wel zo weergeven: God is tevreden over Henoch. Hij is blij met Henoch. God gaat graag met Henoch om. Een prachtig getuigenis van God. God zal het maar van je zeggen. Dát is nou een mens in wie Ik plezier heb.

En de vraag is: wat is het geheim van Henoch? En een andere vraag: Zou God zo ook tevreden kunnen zijn met u? Met mij. Met jou? En: wat is dat ons waard, dat God zo tegen ons aan zou kijken? Vinden we het belangrijk? Of vinden we het belangrijker hoe andere mensen ons zien? En nog een vraag: levert dat ook wat op? Als God tevreden over ons is?

Laten we eerst maar eens terugkijken naar Genesis 5. Eigenlijk lezen we daar helemaal niet zoveel over Henoch. Hij is getrouwd. Hij heeft kinderen. En hij is niet gewoon gestorven. Zoals al die andere mensen in Genesis 5. Ja, maar we lezen nog iets. Tot twee keer toe. Daar gaat het dus om. Er staat: Henoch wandelt met God.

Dat ís wat, geliefden. Juist in die tijd. Immers, het is na de zondeval. En voor de zondvloed. Dat wil zeggen: nadat wij mensen de breuk met God hebben gemaakt. Mensen wandelen niet meer met God. Ze wandelen in zonde. Met Gods tegenstander: satan. En het gevolg is wat je ziet in Genesis 5. Het loon van de zonde is de dood. En hij stierf, en hij stierf en hij stierf. Dat komt steeds weer terug in Genesis 5. En je ziet in die tijd geen beweging naar God toe. Maar eerder bij God vandaan. Net als vandaag. Aan de horizon doemt de zondvloed al op. Gods oordeel over de zonde in die tijd. Alleen Noach, Henochs achterkleinzoon, wordt gered. Met andere woorden: wandelen met God is niet meer normaal. De zonde is immers ingebroken in de wereld. En wandelen met God wordt steeds abnormaler. Daarom komt immers het oordeel. Maar dan zegt God: mensen, let eens op. Kijk eens: daar is een man, die met Mij wandelt. En Hebreeën 11 vertaalt dat woord met: God heeft een welgevallen aan Henoch. Is tevreden met hem.

Wat is dat eigenlijk? Dat Henoch wandelt met God? Dat God en Henoch zo graag met elkaar omgaan? Nou, wanneer wandel je met iemand? Letterlijk: wanneer ga je met iemand? Een jongen gaat met een meisje als ze elkaar graag mogen. Als ze verkering hebben met elkaar. Als ze een relatie aangaan met elkaar. Dat zit ook in onze tekst. Wandelen doe je niet met een wildvreemde. En je gaat niet samen wandelen als je geen goede relatie met elkaar hebt. Dat wordt duidelijk uit Genesis 3. Wat doet Adam na zijn zonde? Hij gaat niet wandelen met God. Nee, Hij vlucht voor God. God wordt de God van veraf. Die moet je op een afstand houden. Hij moet niet te dicht bij mij komen. En ik kom niet te dicht bij Hem. Ik loop wel een straatje om - waar Hij niet is. Ik probeer wel uit Zijn blikveld te blijven.

Eigenlijk best wel herkenbaar, nietwaar? God moet niet teveel in mijn leven komen. Als ik Hem nodig heb, ga ik wel naar Hem toe. Maar voor de rest: ik zoek mijn eigen weg wel uit. Dát is de vlucht voor God. Of hebt u daar nooit last van? En jullie, jongelui?

Maar nu is er in Genesis 5 een mens, een zondaar net als u en ik, die dat niet doet. Hij houdt God niet op een afstand van zijn leven. Maar Hij laat God toe in zijn leven. God overbrugt de afstand van de hemel naar de aarde. Hij maakt het contact met Henoch. Hij gaat met Henoch mee. Hij begint een relatie met Henoch. Henoch is immers geboren in de kerk. En Henoch gaat erin mee. Hij wijst God niet af - maar gaat wandelen met God. En daar is God nu zo blij mee - tevreden over. Daar heeft God plezier in. Om het eens zo te zeggen: dat geeft God nu zo'n goed gevoel. God wil Henoch en vandaag u en mij en jullie zo graag dichtbij zich hebben. Niet als twee mensen die op voet van oorlog met elkaar leven. Maar die een prima relatie hebben met elkaar. God en mens. God en u. God en mij. God en jij. Door het werk van de Here Jezus. Hij heeft die relatie immers heel gemaakt. De breuk die de zonde sloeg weggedaan. Hij zorgt er voor dat het weer goed kan zijn tussen God en u. God wil niets liever.

Geliefden, weet u dat dat eigenlijk het doel is van uw leven? Die relatie met God. Dat plezier dat u God geeft door met Hem te wandelen. Want, nu ga ik even een woord van Paulus gebruiken, Romeinen 12: 1, daar zegt hij: uw leven moet een offer zijn, dat God welgevallig is. Dat God bevalt. Dat goed valt bij God. Dat God tevreden is met Henoch is een feit. Dat God tevreden wil zijn met u is een opdracht voor u. En dat hadden de Hebreeën en wij net zo goed nodig. Immers, wat is het probleem van de Hebreeën. Ze willen best wel dat God tevreden met hen is. Maar in de praktijk van hun leven gaan ze om dat te bereiken de verkeerde weg. Ze denken namelijk dat ze dat kunnen bereiken zonder de Here Jezus. Ze willen wel wandelen met God. Maar op hun eigen manier. Buiten de Here Jezus om. Ze willen geen offer zíjn waar God blij mee is. Ze willen af en toe alleen een offer brengen waarvan ze denken dat God daar blij mee is. Zo denken ze bij God aan te kunnen komen. Ze geven niet zichzelf aan God. Maar af en toe hun uiterlijke offers (net als in het Oude Testament). Hun daden, hoe goed misschien ook. Kijk, God hier ben ik. Met mijn prestaties. Met mijn vroomheid. Met mijn actieve houding in de kerk. Met mijn... Noemt u maar op. U zult er wel tevreden mee zijn. Zo wilden die Hebreeën bij God komen, vers 6. Maar daarvan zegt onze tekst en de hele brief: nee, nee, dát is nu juist niet de weg waar God tevreden over is. En blij mee is. Hebreeën 10: 19: je mag juist bij God komen zoals je bent. Je hoeft je eigen standje niet ophouden. Want u bent een zondig mens als Henoch. En tegelijk een zondig mens die mag schuilen bij de Here Jezus, zijn offer. En tegelijk een zondig mens, die graag bij de Here is, elke dag. Om die relatie te onderhouden. Om te leven vanuit Gods genade. Als blij en dankbaar kind van God. Zoals Hij dat graag wil. Dus niet om door alles wat jij doet bij de Here in een goed blaadje te komen. Maar vanuit wat de Here Jezus deed. De Zoon van Gods welgevallen. Tevreden over wat Hij deed voor u en mij.

Goed, waar komt dat dan in uit dat Henoch wandelt met God? Waarom is God tevreden met Hem? De Bijbel zegt er niet zoveel over. Ik wijs u naast Hebreeën 11 op een tekst die er licht op laat schijnen. Judas 14-15. Wij hebben nog wel eens het idee dat die Henoch maar een vreemd mannetje was. Een beetje wereldvreemd. Wat overgeestelijk. De Bijbel laat zien dat dat niet zo is. Een gewoon mens net als u en ik. Christen in het Oude Testament. Een jonge vent nog. Vandaag zouden we zeggen: van een jaar of dertig. Getrouwd. Met kinderen. En met beide benen op de grond. Hij staat midden in het volle leven. En daar komt Henoch ook mensen tegen die niet met God leven. Net als u en ik dat soort mensen ontmoeten. Wereldlingen. Maar ook wellicht kerkmensen die niet met God wandelen, maar in alles eigen keuzes maken, en eigen wegen gaan. Dat ziet Henoch. En wat doet hij dan? Zegt hij: hoe je leeft dat moet je zelf maar weten? Of je nu met de Here leeft of niet: daar heb ik geen boodschap aan? Nee, hoor maar wat Judas zegt: Henoch profeteert. En wat betekent dat concreet? Hij waarschuwt. In Hebreeën 11 staat: geloven is ook weten dat God bestaat. Eigenlijk staat er: dat Hij is! Nou, dat zegt Henoch tegen de mensen met wie hij omgaat in deze wereld. Mensen, jullie kunnen wel denken dat er geen God is. En doen alsof God er niet is. Je eigen leven invullen. En je eigen keuzes maken. Zonder Hem. En op wegen wandelen waar je zelf beslist en je eigen wil volgt. Maar dat komt niet goed, hoor. God is er! Hij is God. Hij wil dat u Hem vereert op een manier waar Hij tevreden over is. Met eerbied en ontzag, Hebreeën 12: 28. Ik ken Hem. Ik leef met Hem. En Hij accepteert de zonde niet. De boosheid. De goddeloosheid. Het leven zonder God. Ook al breng je misschien je wekelijkse offer.

Dat is dus wat Henoch doet. Hij is profeet in zijn tijd. Hij vertelt gewoon wie God is. De Redder. Met wie een zondig mens mag omgaan. Zoals hij zelf doet. Door de Here Jezus. Niks geen voorwaarden vooraf. En tegelijk is Hij de God, die de zonde in ons leven niet gedoogt. Niet accepteert. Die zonde waarvan we ons niet bekeren straft. Kijk maar naar de zondvloed. God is niet tevreden met een leven (uw leven of mijn leven of jouw leven) waar Hij niet de toon aangeeft. Hij zal dat vandaag of morgen laten merken ook. Hoe dan ook.

Weet u, en dat element heeft ook de schrijver aan de Hebreeën voor ogen. Kijk in uw situatie eens naar Henoch de profeet. Die waarschuwde. Hij koos niet de gemakkelijkste weg in het geloof. Hij leefde uit God. Met God. En voor God. En dat moet u nu ook doen. Niet terugvallen naar een geloof zonder de Here Jezus. Een Joods geloof. Maar dichtbij God blijven. Hem blijven zoeken. In de Here Jezus blijven geloven. Uit Hem leven. Bij Hem komen. En zo tot God komen. Weten dat Hij er is. Zijn naam is Jahweh: Ik ben erbij. Niet alleen hier zondags in de kerk. Maar ook morgen. Bij jou op school. En als je samen onderweg bent op de fiets of in de bus naar huis. Dan ook wandelen met Hem. Niet alleen als je bidt. Thuis aan tafel of alleen of samen. Maar ook als u op uw kantoor zit. Waar collega's laten blijken dat ze niks van God moeten hebben. Niet alleen als u op zondagavond of op ander moment samen met de Bijbel bezig bent. Maar ook als u bij elkaar op visite bent. Of samen een feestje hebt. God is tevreden als Hij dan ziet in uw daden en hoort in uw woorden en merkt in uw gedachten dat u met Hem wandelt.

Gemeente, weet u wat het geheim van Henoch is? Dat is in één woord: geloof. Een levend geloof. Niet zo'n geloof dat er maar wat bijhangt in ons leven. Maar het geloof dat ons leven bepaalt. Henoch is dus helemaal niet een krachtpatser. Zo iemand van wie je zegt: die doet eens even wat bijzonders. Hij bouwt geen ark zoals Noach. Hij hoeft niet emigreren zoals Abraham. Een mens als u en ik. Groot voor God in het kleine dat hij doet. Zeggen en laten zien in zijn omgeving dat God er is en beslist in zijn leven. En die dat ook wil in het leven van anderen. En dat durft Henoch zéggen ook. En zo'n grote, kleine Henoch geeft God als een teken in deze goddeloze wereld. Ik maak een nieuw mens in deze wereld waar zonde en dood het voor het zeggen lijken te hebben. Ik geef geloof.

Ja, geliefden, wat dát is geloven: maar gewoon doen wat God vraagt in die hele gewone, kleine dingen. In die alledaagse dingen met de Here leven. Wandelen met Hem. Dan is God tevreden. En dat wil God ook zo graag zien bij u en jou en mij. En eigenlijk zou het voor ons veel makkelijker moeten zijn dan voor Henoch. Wat wist hij eigenlijk van Gods werk in deze wereld. Hij kende God. Leefde met God. Maar nu is die God nog veel dichterbij gekomen. Door de Here Jezus. Ja, Hij wil zelfs in uw hart wonen. Met Zijn Geest. En die Geest geeft u de antenne waardoor u best wel weet waar God bij u tevreden mee is en waar Hij niet blij mee is. En u weet veel beter dan Henoch dat de wereld niet de wereld van de goddelozen is. Maar van God. Van Christus. Van u. Gods Rijk is veel verder gekomen dan in Henochs tijd. En weet u waar dat Rijk begint. Bij Henoch in zijn leven. En bij u in uw hart. Daar, in uw hart en leven, wordt duidelijk of u gelooft of niet. Of u God liefhebt of niet. Of God tevreden met u is of niet.

En het mooie is: God beloont het levende geloof in Hem. Als u wandelt met God dan doet u dat niet voor niks. Jongelui vragen het wel eens op catechisatie. Wat heb je er eigenlijk aan als je gelooft? Het wordt er in deze wereld alleen maar moeilijker op. Andere mensen nemen je het niet in dank af. Zelfs christelijke jongeren op scholen kijken soms meewarig naar anderen, die wel met de Here willen leven in de gewone dingen. Jij vrome kwezel. Grefootje. Wilt u weten of geloof beloont? Kijk naar Henoch. Nee, hij is niet oud geworden. Al zijn dagen zijn 365 jaar, zegt Genesis 5. In onze tijd een jaar of dertig dus. Hij is niet oud geworden. En Hebreeën 11 koppelt dat juist aan zijn geloof. Ik vertaal: vanwege het geloof is Henoch weggenomen om de dood niet te zien. God bewaart Henoch ervoor dat hij moet sterven, zoals alle andere mensen. Henoch leeft met God. Wandelt met God. Gelooft. En dát is voor God de reden om Henoch over de dood heen te tillen. Ja, en ook zo is Henoch profeet. Van de Here Jezus. Hij gaat juist diep door de dood heen. Om u te redden van diezelfde dood. En daarmee zegt het leven van Henoch: het loon van de zonde is inderdaad de dood. Als u niet wandelt met God in die heel gewone dingen, dan gaat u de dood tegemoet. Maar als u wandelt met God, dan sterft je niet. Anders dan Henoch weliswaar. Maar toch: uitgetild boven de dood. Wie gelooft zal leven ook al is hij gestorven. Prachtig toch. Genesis 5: een refrein: en hij stierf. En hij stierf. Bij Henoch wordt het onderbroken: God redt hem van de dood. En vandaag: en hij stierf en hij stierf. Nee, zegt God: als u gelooft en wandelt met Mij, red Ik u van de dood.

Een mooi loon, dacht ik. Voor zondaren die wel de dood verdienen. Maar niet krijgen. Om Christus' wil. En nu vraag ik het nog eens: wat is belangrijk voor u? Wat anderen van u denken? Wat uzelf van u denkt? Ik dacht het niet. Wat vindt Gód van u? Daar gaat het om. Is Hij tevreden met u? Dát is een zaak van leven of dood. Wandel daarom met Hem. Elke dag. Dát is leven. Voor altijd.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar