De oproep om te volharden in de wedloop van het geloof

Thema: De oproep om te volharden in de wedloop van het geloof
Tekst: Hebreeën 12: 1-3
Tekstgedeelte(n): Hebreeën 12: 1-17
Door: Dr. W.G. de Vries († - destijds predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zwolle)
Gehouden te: Zwolle

Aanwijzingen voor de Liturgie

Lezen:
Hebreeën 12: 1-17
Tekst: Hebreeën 12: 1-3

Zingen:
Psalm 18: 1
Psalm 18: 9
Psalm 18: 15
Gez. 17: 5
Gez. 14: 3-4

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,

Volgens de bijbel wil Christus veel zonen tot heerlijkheid leiden (Hebreeën 2: 10). Hij heeft maar één ding op het oog: de verheerlijking van ons leven.
Wat een uitzicht bij zoveel ontluistering van het mensenleven. Er komt zoveel ellende op ons af. Ook via de communicatiemiddelen. Want goed nieuws is eigenlijk geen nieuws. De gewone dingen zijn niet interessant. Daarom worden we overladen met krantenverhalen en reportages over roofmoorden, gijzelingen, verkrachtingen, oorlogsmisdaden en allerlei rampen. De mensen van de reality-tv zijn er als kippen bij om de meest gruwelijke gebeurtenissen tot in details op het scherm te brengen. We leven in een wereld vol gruwelen. Maar Christus wil ons een heerlijke wereld geven en een heerlijk leven.
Maar de weg daarheen loopt wel via deze wereld en via ons huidige leven. Toch wist God wel wat Hij deed, toen Hij ons in deze eeuw geboren deed worden. Ook toen Hij ons ouders gaf die ons op aarde wegwijs moeten maken. Zij hebben van de Heilige Geest de taak gekregen hun kinderen christelijk op te voeden. Dat is met het oog op Christus en zijn heerlijk doel met ons leven. Waartoe anders hebben zij hun kinderen opgevoed? Niet maar om ze een goede opleiding te geven. Ook niet alleen om ze een goede baan te bezorgen. Maar vooral om hen bewust te maken van hun zeer bijzondere positie op aarde. Dat zal je maar gezegd worden, dat je zoon van de levende God mag zijn. Daar zit toch alles in? Een mooiere naam ken ik niet. Zo mocht Adam eenmaal heten: de zoon van God. Dat was de heerlijkheid van zijn leven. Maar die heeft hij en wij met hem door de val in zonde verspeeld. En die heerlijkheid wil Christus ons terug geven als kinderen van de levende God. Door Hem in genade aangenomen. Dat werd al bij het begin van ons leven gezegd, toen we gedoopt werden. En dat wordt ons telkens weer op het hart gebonden. Juist als het gaat over onze levensweg op aarde. In Psalm 18 wordt gezongen dat God ons levenspad tot een heilsweg maakt. Een weg die voert naar de heelmaking van ons geschonden leven. Maar nogmaals, het is een weg die op deze aarde ligt. Het is ook de loopbaan, die God voor onze voeten legt.

Ik predik u:

De oproep om te volharden in de wedloop van het geloof

Wij worden

  1. Aangevuurd door een menigte geloofsgetuigen
  2. Aangevoerd door Jezus als leidsman van het geloof

1. Aangevuurd door een menigte geloofsgetuigen

De brief aan de Hebreeën is eigenlijk een preek. Een preek voor moedeloos geworden mensen. De start van de gemeente was goed geweest.
Ze hadden veel voor Christus over gehad. In de eerste liefde van het geloof. Maar die eerste liefde dreigde te doven. Gaat dat niet vaak zo in het leven? Vol enthousiasme iets beginnen. Maar op de duur verslappen. Daarom moet het geloof telkens weer opgeladen worden. Het is niet een vanzelfsprekendheid: eens geloven, altijd geloven. Daarom hebben we onze wekelijkse kerkdiensten hard nodig. Want het geloven komt tot stand door het horen, het horen naar Gods Woord (Romeinen 10: 17).
Ons leven wordt hier voorgesteld als een wedstrijd. En voor een wedstrijd moet je telkens trainen. Hier wordt gedacht aan een wedloop in een stadion. De hardlopers bevinden zich op de baan en de tribunes rondom zijn volgepakt met toeschouwers. Een wolk van getuigen, dat betekent: een dicht op elkaar gepakte menigte.
En waaruit bestaat die menigte? Uit getuigen. Het is dus geen zwijgende massa. Getuigen betekent in de bijbel: iets zeggen, je mond gebruiken. Die grote menigte vuurt ons vandaag aan. Want wij zijn het, die momenteel in de loopbaan rennen. Daarom is in Hebreeën 11 een lange rij van getuigen genoemd: Abel, Henoch, Noach, Abraham, Sara, Izak, Jakob, Jozef, Mozes, Rachab, Gideon, Barak, Simson, Jefta, David, Samuël, de profeten en ga maar door. Ze zitten als het ware allemaal op de tribune om ons aan te vuren. Zo mogen we in de kerk zitten. We weten een machtig grote schaar om ons heen.
Natuurlijk moeten we uit dit beeld geen verkeerde conclusies trekken. Alsof er nog rechtstreeks contact zou zijn over het graf heen, tussen hen die al eeuwenlang geleden gestorven zijn en ons die nog leven. Maar dit is bedoeld: al nam de dood hen weg, ze spreken nog nadat ze gestorven zijn. Hun getuigenis is niet verstomd. Levend en krachtig komt het naar ons toe in Gods eigen Woord. Eigenlijk roepen ze ons één ding toe: leef door het geloof.
Deze getuigen waren zondaren zoals wij. En als we hun namen lezen, dan weten we dat ze bepaald niet vlekkeloos waren. Ik denk aan Abraham met zijn noodleugens, aan Jakob met zijn bedriegerij, aan Mozes, die een Egyptenaar doodsloeg, aan Rachab de hoer en Simson met zijn besmeurde leven. Maar ze hebben toch door alles heen in God geloofd. En ze roepen ons op, hetzelfde te doen.
Gelukkig maar, gemeente, dat God zelf ons zulke mensen voorhoudt. Als het allemaal volmaakte mensen waren geweest, die geen steek hebben laten vallen, dan zou ons dat verdrietig kunnen maken. Want zulke volmaakte mensen zijn wij niet. En dan zouden we moedeloos afhaken. Want wie bereikt in dit leven ooit de volmaaktheid? We zijn geen volmaakte kerk en ook geen volmaakte mensen. Maar dat waren al deze getuigen ook niet. Tegelijk moeten we één ding van hen leren: blijf geloven. Want geloven betekent niet dat je zonder zonde bent en nooit meer zonde doet. Maar we dat je God ernstig zoekt en gelooft dat Hij bestaat. Niet om ons af te straffen, maar ons met Zichzelf te verzoenen door de dood van zijn Zoon.
Deze wolk van getuigen roept ons toe, alle wantrouwen tegenover God af te leggen en te geloven dat niemand het zo goed met ons voor heeft als Hij!
Let maar op ons, roepen ze ons toe. Wij waren bepaald geen zondeloze mensen, maar we hebben met heel ons soms rare leven, ons aan God toevertrouwd door zijn belofte te geloven. En wat hield deze belofte ten diepste in? Dat God schoon schip gaat maken met onze zonden en gebreken door het lijden en sterven van Christus. Dat Hij het allemaal in orde maakt. Dat Hij in vrede met ons leven wil en wij met Hem. Dat geeft rust in je binnenste, dat geeft rust in een onrustige wereld. Wij hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus. En als God vóór ons is, wat ter wereld kan dan tégen ons zijn?
Dan leren we ook alle last af te leggen. Een echte hardloper draagt geen zware kleren en zeker geen zware voorwerpen. U weet dat men in het Oosten lange gewaden droeg. Die hangen je voor de voeten en maken het lopen lastig, ja kunnen je doen struikelen en vallen. Met die last is hier de zonde bedoeld. We mogen vertalen: leg alle last, namelijk de zonde, af, die ons zo licht in de weg staat. De zonde is een hindernis in ons leven, broeders en zusters. Ze verhindert ons goed te lopen. Wat een onrust en onvrede brengt ze mee. Ik vraag u: wie heeft zich ooit gelukkig gevoeld, als hij zonde deed?
Als één ding ons leven hindert dan is het wel wat verkeerd is in Gods ogen. En laten we elkaar niets wijs maken. We weten heel goed, wat verkeerd is en ook waarom. God heeft ons duidelijk bekend gemaakt, wat goed is. Dat weten mensen die niet in God geloven ook drommels goed. Niet voor niets wordt van allerlei soapseries en pretprogramma's voor de tv vaak gezegd: daarin wordt vertoond alles wat God verboden heeft. Maar het genieten van de zonde brengt geen echte blijdschap. Het wordt een grote belemmering van je leven. Want nog altijd zijn Gods geboden tot bevordering van het leven. En we zien vandaag rondom ons, welk een chaos ontstaat, wanneer men deze geboden negeert. Wie God verlaat heeft smart op smart te vrezen. De goddelozen, zegt de Here, hebben geen vrede (Jesaja 48: 22).
Nu staat hier: laten wij alle last afleggen. Er wordt niet gezegd: doen jullie het maar. Nee, het is een gezamenlijke strijd. Niemand wordt hierbij uitgezonderd. Alsof de een mijlenver zich boven de ander kan verheffen. Dat doet de schrijver van deze preek ook niet. Hij sluit zichzelf erbij in: laten wij dit doen. Predikanten en andere ambtsdragers kunnen zich niet boven de gemeenteleden verheffen, alsof ze in een heilig huisje wonen. Er is een solidair zijn met elkaar, ook als het gaat om het bestrijden van zonden.
Wie de indruk maakt, dat hij hoog verheven is boven zonden en gebreken die hij in anderen bestrijdt, vergeet dat de bijbel zegt, dat we elkaar in zachtmoedigheid terecht moeten wijzen, ziende op onszelf. Zoals Jezus zelf het deed: Leert van Mij dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart. Dat geeft rust voor de zielen, voor je binnenste. Zo alleen kunnen we met volharding de wedloop lopen, die vóór ons ligt, staat in deze preek. Volharding houdt in dat je het vol moet houden. Dat je niet bij de pakken neer gaat zitten. Het betekent vaak ook dat elke stap die we in het geloof doen bevochten moet worden. Leven uit het geloof betekent niet een roltrap, waarop je alleen maar hoeft gaan staan en klaar is Kees. Jezus zegt niet voor niets: strijdt om in te gaan.
Er is een gezang: wandel maar stillekens achter Hem aan. Achter Jezus. Stillekens? We kuieren niet wat achter Jezus aan. Er moet vaak veel strijd gestreden worden en soms ook veel leed geleden worden, om te volharden in het geloof. Volharden betekent ook: je schrap zetten, je schouders onder zware lasten zetten en het uithouden. Laten we het in deze tijd van welvaart niet vergeten. Een gelovig leven is geen kabbelend leven. Het gaat tenslotte om een wedloop. Een wedloop, niet met de tijd, maar om de prijs die God wil geven. Daarom zegt Paulus ook - en u voelt de spanning daarin -: ik heb mijn loop ten einde gebracht, ik heb het geloof behouden, voorts ligt voor mij gereed de krans der rechtvaardigheid (2 Timoteüs 4: 7).
Ik ben bang dat het vandaag allemaal te gemakkelijk gaat. Maar Paulus spreekt over de goede strijd, die gestreden moet worden. Dat geldt voor jong en oud in de kerk.
Je hoort nog wel eens bij de jeugd: nu ik jong ben, wil ik leven zoals ik het wil. En als ik wat ouder ben zal ik wel eens aan 'God en de godsdienst' denken. Maar zo liggen de zaken niet. De loopbaan ligt vóór ons. God heeft die voor onze voeten gelegd. We hebben wat dit betreft geen keus. En daarom mogen we elkaar de vraag stellen: zien we ons leven nog wel als een loopbaan? Of leven we er maar wat op los? De geslachten voor ons vuren ons aan voor de wedloop van het geloof. 't Zou niet best zijn, als we geen voet wilden verzetten. Alles in ons leven zal er op gericht moeten zijn dat we de goede strijd van het geloof ook echt strijden. Een christenleven is geen gezapig leven. We gaan niet in een slaapwagen naar de hemel. Eén ding dient ons leven te beheersen: de loopbaan van God. Daarvoor moet al het andere in je leven wijken. Je verstand, je gevoel, je geld, je zaak, je huwelijk en je gezin moeten dienstbaar zijn aan deze wedstrijd van het geloof. Ze mogen je daarin niet hinderen. Anders krijgen we een gemakzuchtig christendom, dat de weg van de minste weerstand kiest. Zo in de trant van: hoe kan ik met zo weinig mogelijk moeite toch nog zalig worden? Dan dreigt een verlammende onverschilligheid. Dan ontstaat er een matheid van ziel. Niet voor niets zegt de bijbel: Weest vurig van geest, dient de Here! (Romeinen 12: 11)
We leven maar eenmaal, zeggen veel mensen. Maar de bijbel zegt: loop voor je leven! Wij doen het liever wat kalmpjes aan. Maar wie voor zijn God niet in de benen wil komen en geen lasten af wil leggen die hem hinderen voor de goede strijd, die mist het doel van zijn leven. Hij verliest de strijd en zal straks alles, alles moeten missen.

2. Aangevoerd door Jezus als leidsman van het geloof

Maar worden hier geen onmogelijke dingen gevraagd? Wie op die lange rij van geloofsgetuigen let, en dan zijn eigen leven eens beziet, moet haast wel met Petrus roepen: Here, wij vergaan. We vergaan door onze gemakzucht, onze halfheid, onze zelfbetrokkenheid. We zijn geen helden, maar alledaagse mensen. 's Morgens fietsen we naar ons werk en we gaan ons dagelijkse gangetje. De tredmolen van de tijd is vaak eentonig. En als we dan nog eens letten op die wolk van getuigen, wat stellen we daarmee vergeleken voor?
In Hebreeën 11 wordt toch maar gesproken over mensen die hoon en geselslagen hebben verduurd, boeien en gevangenschap, die gestenigd zijn, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord, die ontbering, verdrukking en mishandeling ondergaan hebben. Kom daar eens om in deze tijd van welvaart in onze consumptiemaatschappij. De moed zou je vergaan.
Maar daarom moeten we ook niet rondom ons blijven zien. Een loper in de renbaan kijkt niet rechts of links, maar vooruit. Hij rekt zijn hals en spant zijn spieren. Hij laat zijn blik niet afdwalen. Hij richt die ergens op. Waarop? Wel hier staat: op Jezus, de leidsman en voleinder van het geloof. Er is één die voor ons uitstormt in de loopbaan van het geloof. Hij gaat vooraan en hij maakt de baan.
Wie? Jezus, die het kruis op zich genomen heeft en de schande niet heeft geacht. Hij gaf alle vreugde prijs, die Hij eenmaal bij God bezat. En Hij hield door alles heen aan zijn God en Vader vast, zelfs toen deze Hem verlaten had. Verlaten wegens onze vele zonden. Er staat: vestigt uw aandacht dan op Hem. Laat uw blik alleen op Hem gericht zijn. Want de kerk van alle eeuwen mag ons dan aanvúren, ze kan ons niet aanvóeren. De kracht om te lopen kunnen al die getuigen ons niet geven. Ze blijven tenslotte toeschouwers.
Aanvoeren kan Jezus ons alleen. Hij heet niet alleen de leider van ons geloof, maar ook de voleinder. Van ons geloof. Het gaat dus om het geloof. Deze wedloop is geen zaak van spieren, maar van het geloof. Al zitten de tribunes rondom de kerk vol met getuigen, die bewijzen wat het geloof allemaal kàn, er is maar Een die niet alleen bewijst wat het geloof is, maar het ook bewerkt. Hij is onze Aanvoerder, niet maar als voorbeeld, maar juist als bewerker, schenker, schepper van het geloof. Hij is er ook de voleinder van. Dat betekent: Hij maakt ons geloof vol en volledig. Dat kunnen wij zelf niet. Ook de allerheiligste heeft geen volkomen geloof. Maar wie in Hem gelooft wordt niet veroordeeld. Niet omdat wij dan zo'n groot en goed geloof hebben, maar omdat Hij ook in onze plaats het geloof behouden heeft in zijn bitter lijden.
Denk u in. Hij heeft de hemelse heerlijkheid verlaten en koos de helse verlatenheid. Wat dat voor Hem betekend heeft, kan niemand peilen.
Is het op aarde al niet zo dat wie eenmaal rijk en welvarend is geweest bij plotselinge armoede dit des temeer gaat missen? Maar Jezus heeft hemelse heerlijkheid gekend, uit ervaring, en hij koos een hels lijden. Alleen voor ons, omdat wij zulke zondige en onvolkomen mensen zijn, ook in ons geloof.
Toen Mozes en Elia Hem op de berg van de verheerlijking voor de keuze plaatsten: terug naar de hemel of lijden en sterven in Jeruzalem, koos Hij het laatste. En dat allemaal voor ons. Ja zeker, Hij is nu in heerlijkheid aan Gods rechterhand gezeten. Maar de weg naar de hemel was voor Hem geplaveid met helse verschrikkingen. Zo moeten wij naar Jezus opzien. Dat is de jubel in deze preek. Mensen, zie toch op Hem, die de schande van het kruis gekozen heeft om onze zonden te verzoenen. Niet als voorbeeld, maar als Middelaar, Verlosser en Verzoener van onze zonden. Heer, verzoener van mijn zonden, Heiland, die mij hebt gezocht, die mij banden heeft ontbonden en voor God mij vrijgekocht.
Ons geloof is klein als een mosterdzaadje. Maar in Christus groot als een boom der gerechtigheid. Zijn volmaakte werk, ook zijn volmaakte geloof, wordt ons toegerekend. In Christus is ons geloof volmaakt, zo volmaakt, alsof wij in eigen persoon alles hadden gedaan, wat Christus voor ons gedaan heeft. Hij is vandaag de machtigste Man ter wereld. Overste van de koningen van de aarde, erfgenaam van alle dingen. En zo is Hij van ons en zijn wij van Hem. Dat is het machtige slot van deze preek. Daarmee wij als lezers ervan ook vandaag bemoedigd.
Wat heeft Jezus een tegenspraak van zondaren moeten verdragen. Zelfs van zijn eigen discipelen, die zijn lijden en sterven wilden verhinderen. Als het aan ons gelegen had, was het nooit meer goed gekomen met God. Maar Jezus ging zijn eenzame en heilige weg op aarde. De weg naar het kruis en helse verlatenheid. Hij deed het allemaal voor ons. En nu zit Hij in heerlijkheid aan 's Vaders rechterhand. Ook al voor ons. En daarom moeten we altijd weer onze aandacht op Hem vestigen, midden in het leven, midden ook in de misère van het leven.
Deze preek is gericht tot mensen die het vreselijk moeilijk hadden wegens hun geloof. De spot en haat van de heidenen sloeg tegen hen aan. Hun voorgangers werden gevangen genomen en zelfs gedood. Hun leven leek één treurspel. Ze konden er niet meer tegen op. Hun leven leek, om met Paulus te spreken, van buiten strijd, van binnen vrees (2 Korintiërs 7: 5).
En al leven wij in vrijheid en vrede, is dat niet vaak de positie van Gods kerk op aarde geweest? Hebben veel christenen in het oosten het ook vandaag niet moeilijk onder de druk van vreemde godsdiensten? We vergeten hen toch niet? Heeft Christus niet gezegd: in de wereld zult u verdrukking lijden?
En wij? Verslapt de welvaart niet onze geestelijke weerstand? Is bij ons niet het probleem dat de geloofskracht gaat ontbreken? Dan is er maar één redmiddel. Niet het activisme dat verbeten een volmaakt leven najaagt. Maar het opzien naar Jezus Christus, die ons bedreigde en onvolmaakte geloof, heiligt en voleindigt voor onze God en Vader. In Hem ziet God ons als volmaakte gelovigen, als mensen zonder vlek of rimpel.
Maar dan komt het er wel op aan, dat wij met hart en ziel en leven in Hem geloven. Want zonder dit geloof kan niemand aan God welgevallig zijn. Laten we dit bedenken, ook voor het komende seizoen. Laten we helemaal gericht zijn op Jezus Christus, de leidsman en voleinder van ons geloof. Laten we bidden voor ons, voor onze kinderen en voor onze kleinkinderen: Wil, U ter eer, steeds meer en meer, 't geloof in ons versterken. Dan zullen wij, gereed en blij, uit liefde 't goede werken.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar