Het Hooglied: een lied dat ons de liefde leert (Deel 1: De liefde is schitterend, want je geniet van elkaar)

Thema: De liefde is schitterend, want je geniet van elkaar
Tekst: Hooglied 2: 2-3
Tekstgedeelte(n): Hooglied 1: 1- 2: 7
Door: Ds. T.S. Huttenga (studentenpastor gereformeerde kerk vrijgem. classis Groningen)
Gehouden te: Groningen-West op 6 februari 2000
Opmerking RJCV: De delen van deze serie kunnen ook afzonderlijk worden gelezen:
Het Hooglied - 1: De liefde is schitterend, want je geniet van elkaar,
Het Hooglied - 2: De liefde is schitterend, want je bent veilig bij elkaar,
Het Hooglied - 3: De liefde is sterk, maar haar Schepper is de sterkste.
Extra:

- Inleiding op de prekenserie Het Hooglied: een lied dat ons de liefde leert.
- Samenvatting van de preek en Voor de kinderen.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Ps.122: 1-2
Ps. 122: 3
Lezen: Hooglied 1: 1- 2: 7
Ps. 45: 1, 4-5
Tekst: Hooglied 2: 2-3
Gez. 36: 1
Gez. 36: 2-3

Broeders en zusters, jongens en meisjes,

Er is een tijd geweest, dat het boek Hooglied aan tafel niet openging. Vader of moeder sloeg het over. Niet geschikt om met elkaar te lezen. Persoonlijk dan wel? Dat advies kregen zelfs de oudere jongens en meisjes niet. Er werd helemaal niets over gezegd.
Waarschijnlijk waren de ouderen er wat verlegen mee. Wat haal je allemaal los? Ja, de liefde, dat was iets mysterieus. Een enorme kracht. Opeens is het er. En dan kun je er niet tegenop. Ook al zou je het willen. Ook al gebeuren er dingen, die je liever niet had gewild. Maar ze gebeuren wel. Tegen de liefde kun je niet vechten. En dus was het een onderwerp, dat vermeden werd. Soms was er een jongen of een meisje, dat zelf het Hooglied opzocht. Als vader of moeder het niet zag. Wat verboden is of verboden lijkt krijgt juist daardoor iets aantrekkelijks.

Dat laatste, dat een jongen of een meisje zelf het Hooglied gaat lezen: gebeurt het nog? De tijd is veranderd.
Vaak zie je in bushokjes en aan de kant van de weg grote billboards met een mooie, bijna blote vrouw erop. 'Bloot? Ach, helemaal bloot is het nooit. Valt toch wel wat mee! Reclame voor damesondergoed, voor een bikini. Die lui moeten hun spullen natuurlijk ook kwijt.'
We raken eraan gewend, aan die openheid. Ja, raken we er echt aan gewend?
En dan die bedscènes in een film op tv.
'Och, dat wordt toch gespeeld. Het is niet echt.' ' Nee, echt?'
In elk geval doen de meeste mensen niet meer geheimzinnig over seks. En dus zou Hooglied heel goed gelezen kunnen worden vandaag. Maar gebeurt het ook? En zo ja, hoe dan?
Er wordt over Hooglied wel eens gegniffeld. 'Zo ga je als jongen en meisje toch niet met elkaar om? Zo praat je toch niet tegen elkaar? Het is wel heel duidelijk een andere cultuur dan de onze.' Of iemand slaat het bewust over. De liefde in het Hooglied vindt hij veel te naïef. Zo naïef is hij niet en hij wil het ook niet worden.

Wij leven in een tijd van openheid. Maar kennelijk is die openheid niet objectief. Mensen hebben nog steeds hun oordelen. Of is het Hooglied misschien zelf eenzijdig? Is dat boek wel objectief?
Het Hooglied kreeg een plek in de bijbel. Alleen daardoor al heeft het iets unieks. De bijbel is het boek van God, zijn openbaring. Israël heeft ook het Hooglied een plaats gegeven tussen de heilige boeken. Onder de heilige boekrollen, die zorgvuldig werden bewaard in een vertrek van de tempel, was ook de boekrol van het Hooglied.
Toen het daar werd neergelegd, bestond de vergeestelijkende uitleg van het Hooglied nog niet. U of jij weet misschien wel wat dat is. Dat betekent, dat het in Hooglied niet om een jongen en een meisje gaat, maar om God en Israël.
Het Hooglied hoort bij de bijbel. God wil ons er dus iets mee zeggen, iets openbaren. Hij wil onze ogen openen voor iets wat we vaak niet zien. En dat is dat de liefde schitterend is.

Daar gaat het in deze preek over:

De liefde is schitterend, want je geniet van elkaar

Hooglied is een apart boek. Ook in de bijbel. Zoals in dit lied over de liefde gesproken wordt, gebeurt dat nergens anders in de Schrift.

Wel klinken er in verband met de liefde veel waarschuwingen. "Bedrieglijk is de bevalligheid en ijdel de schoonheid," zo zegt de moeder van Lemuël, koning van Massa, in Spreuken 31 tegen haar zoon. 'Pas op jongen, een vrouw kan je met haar schoonheid vangen. Maar als ze je heeft, kan ze je een heleboel kwaad doen. Zoek een vrouw, die de Here vreest.'
Schoonheid is niet alles. Wat heb je aan een mooie vrouw zonder verstand? Die schoonheid staat haar niet. Wat is nou een gouden ring in een varkenssnuit? Geen gezicht!
Schoonheid kan ook een valkuil worden. Je bent wat uitgekeken op je eigen vrouw. Je hebt inmiddels ook haar zwakheden leren kennen. Je ergert je daar soms aan. En dan is daar die ander. Heel vriendelijk, als je haar tegenkomt. Nog jong en knap. De Spreukendichter waarschuwt ervoor (Spreuken 15: 5). 'Drink water uit je eigen regenbak en welwater uit je eigen bornput.' 'Pas op man. Je speelt met vuur.'
Sóms lees je iets anders. De knecht van Abraham bewondert Rebekka. Zij is erg knap. Jakob valt op Rachel. Ze heeft een mooi figuur. Zeven jaren moet hij werken om haar te krijgen. Ze vliegen om. Hij doet het voor haar. Ook het omgekeerde gebeurt, dat een meisje verliefd wordt op een jongen. Michal, de dochter van Saul, is weg van David, die held, die Goliat overwon en in dienst kwam bij haar vader.
Maar het wordt allemaal sober verteld. Zo uitvoerig als in het Hooglied: dat kom je in de hele bijbel nergens tegen.
Geen wonder dat dit bijbelboekje vanaf de 2e eeuw na Christus regelmatig vergeestelijkt werd: God en Israël, Christus en de kerk. Maar binnen het bijbelboek zelf is daar geen enkele aanleiding toe.

Het Hooglied is uitvoerig. De jongen en het meisje hebben elkaar goed bekeken. Ze hebben daar de tijd voor genomen. En ze vinden elkaar mooi. 'Je bent mooi, mijn liefste. O, wat ben je mooi.' 'Mijn lieve jongen, je bent mooi. Je bent een schitterende vent.'
Ze passen ook de wonderlijkste vergelijkingen op elkaar toe. Zij doet hem denken aan een paard, een merrie dus.
Een merrie voor de sjees van de Farao. Een prachtdier uit de koninklijke stoeterijen. Kijk eens naar dat paardenhoofd. Naar de mooi versierde oogkleppen. Naar het kunstig bewerkte tuig om de paardenhals. Hij moet eraan denken, als hij haar ziet. Die mooie sieraden, die haar beide wangen zo goed accentueren en dan die snoeren om haar ranke hals.
Als hij haar een lelie noemt, noemt zij hem een appelboom. Een lelie in een groot distelveld. Dat valt op! Een appelboom tussen de bomen van het bos. Zo'n boom verwacht je daar niet. Maar opeens staat hij daar.
Je kunt er wat om lachen, om al die beelden. Wij zouden het zo niet zeggen. Maar het spel kennen wij wel. Het is er. Al zullen wij het niet in de openbaarheid brengen. Die lieve woordjes, die jij tegen je vriend of je vriendin zegt, daar heeft een ander niets mee nodig. Dat is privé. Zo open is de Nederlandse maatschappij nu ook weer niet.
Beelden uit het dierenleven gebruiken die jongen en dat meisje, uit de natuur. Maar ze delen elkaar ook verschillende rollen toe. De rol van de koning en de koningin, de vorstendochter, de rol van de herder, de herderin, de rol van de hovenier en de hovenierster. 'Mijn prins, mijn held, mijn ridder.' 'Mijn prinses, mijn boerinnetje.' Zo vreemd is het Hooglied toch ook weer niet?
Ze hebben elkaar goed bekeken. Ze namen de tijd voor elkaar. Niet voor niets speelt de liefde zich in een landelijke omgeving af. En wie kan vandaag de vakantieliefdes tellen?

Aandacht voor elkaar. Het komt er zovaak niet van. Waarom niet? Omdat we het zo druk hebben. Het leven is jachtig. Het stelt hoge eisen aan ons. Je wordt zomaar meegezogen.
Toch zijn er wel degelijk dingen waar wij tijd voor maken. Onze maatschappelijke carrière, de zo belangrijke sociale relaties voor positie en toekomst, de veel gewaardeerde algemene ontwikkeling: we krijgen het allemaal voor elkaar.
Zou het niet gewoon de zonde zijn, die de band tussen een jongen en een meisje, tussen een man en zijn vrouw soms zo los kan maken?
De zonde dreef een wig tussen de eerste man en de eerste vrouw. Wat was het goed! 'Tof', zo staat er in het Hebreeuws. Het werd het een puinhoop. Toen het erop aankwam, speelde hij haar de Zwarte Piet toe. Hij verried haar. Verraden, uitleveren. Een ander woord is er niet voor. Lijfsbehoud, eigenbelang, daar gaat het toch om? En vanaf dat moment ging en gaat het daar steeds om. 'Naar je man zal je begeerte uitgaan,' zegt God tegen haar. Als vrouw, als meisje, wil je hem hebben. hebben! En wat gebeurt er dan? 'Dan zal hij over je heersen,' zegt God. 'Dan hééft hij jou. Maar jij hebt hém niet.' Iemand die heerst, geeft zichzelf niet. De mens wordt tot een ding. In heel veel gevallen is dat de vrouw. Want de man is sterk.
Dan wordt zij zijn stuk. Maar de man kan ook een ding worden. Een lekker ding, weliswaar, maar een ding!
Zo ontstaat er een tegenover. Jij moet zien, dat je haar krijgt, haar versiert. Je moet zien, dat je haar houdt, dat een andere jongen haar niet van je afkaapt. En jij moet eraan werken, dat die jongen niet bij je wegloopt. Mannen zijn soms zo ontrouw. Ze gaan vreemd. Maak het hem naar de zin. Zorg ervoor, dat hij zich happy bij je voelt.
Het is heel gek. De jongen of het meisje waarop je verliefd bent, vormt tegelijk een bedreiging voor je. Je trekt elkaar aan. Je stoot elkaar ook af. En het is maar net, wat de overhand krijgt, of liever, wat de overhand behouden kan.

Een bedreiging. En als die ander een bedreiging voor je is, neem je niet goed meer waar. Zijn of haar karakter. De zwakke, maar ook de sterke kanten van die ander. Wat hij of zij meemaakt, wat zij of hij daarbij voelt. Je ziet het nauwelijks. Je weet het helemaal niet. Je weet natuurlijk dat de ander knap is of in elk geval iets moois heeft. Je bent niet voor niets op hem of op haar gevallen. Maar wat was dat ook nog maar weer? Nieuwe dingen heb je in ieder geval niet ontdekt. In feite ben je op één ding gefocused. Dat jij haar krijgt, dat jij hem houdt.
En als je haar helemaal kunt krijgen, dan laat je je die kans niet ontglippen. Je wordt ook voor gek verklaard, als je de kans van je leven voorbij laat gaan. Dan heb je haar. En de trouwdag... Trouwen is burgerlijk. Dan ben je je vrijheid kwijt, voor altijd gebonden. Je moet ook aan je eigenbelang denken, je eigen ontwikkeling, je jeugd, je maatschappelijke en sociale carrière.
Eigenbelang. Maar ben je daarvoor op aarde? Je bent hier als mens voor God. Je bent hier voor de ander. Heb God lief en de naaste.

De jongen en het meisje in het Hooglied genieten van elkaar.
Ze nemen elkaar waar. Ze kennen elkaar. Ze raken zelfs in vervoering. Is dat niet wat overdreven? We stuitten daar al op.
Maar wat is kennen? Is dat, dat je elkaar op een afstandelijke manier in kaart brengt? Dat doe je misschien met iemand die bij jou in dienst is of met iemand bij wie jij in dienst bent. Maar zelfs dan... Als je als mensen met elkaar omgaat, worden er diepere dimensies aangeboord. Er groeit iets, hoe summier ook. Als je van elkaar houdt, groeit er zeker iets. En dat iets, die liefde dus, daar word je beiden weer door gevormd. Daar wordt de ander anders van. Nóg meer anders. Uniek. Wat een wonder. Hoe dichter bij jou, hoe meer uniek.
Daar kunnen wij met onze simpele gedachten niet bij. Wij denken dan aan eenvormigheid. De ander komt dichterbij en dus zitten wij steeds meer op dezelfde lijn. Daar zit ook wel wat in. Maar het is niet het enige. Die ander blijft altijd een bijzonder schepsel van God. Jij en zij, jij en hij, je wordt nooit aan elkaar gelijk. Dat is ook het mooie van de liefde. Er is sprake van een twee-eenheid. Maar juist omdat je zo verschillend bent, voeg je aan elkaar iets toe, wordt het iets prachtigs.
'Twee kunnen niet tot één worden. Het blijft altijd twee. Of de één moet zich schikken naar de ander of de ander naar die ene.' Ja, zo denken wij. Maar de Schepper denkt er anders over.
En in het Hooglied wordt dat werkelijkheid. Zowel hij als zij komt volledig tot haar of zijn recht. Als we het boekje uit hebben, weten we wie hij is, maar ook wie zij is.

Het lijkt wel alsof we in het Hooglied in het paradijs zijn beland. Bestaat zoiets wel in deze wereld? Blijkbaar wel. Kennelijk kwam het in Israël voor.
Het zal geweest zijn in de tijd van koning Salomo. Dat was een tijd van hoogconjunctuur. Er waren veel contacten met andere volken, dichtbij en ver weg. Israël was rijk. Kostbare schatten werden ingevoerd. Goud, zilver, ivoor. Jeruzalem werd een prachtige stad. Maar ook Tirza, de stad die na de scheiding van het rijk de hoofdstad werd van het Tien-stammenrijk. Men wist ook veel van andere landen. Israëlitische kooplui kwamen regelmatig in het buurland Egypte. Daar zagen zij in de hoofdstad de Farao op zijn sjees, een schitterende merrie voor de kar. En in Israël kwamen kunstenaars: dichters, musici, spreukendichters, beeldhouwers en schilders.
Zo'n tijd is er daarna nooit meer geweest. Het is ook echt een tijd waarin het Hooglied past: een prachtig literair kunstwerk. Want dat is het.
Het zou zelfs nog wel kunnen, dat Salomo het heeft gemaakt. Er wordt van hem verteld, dat hij meer dan 1000 liederen heeft gedicht. De koning was kunstzinnig tot en met. Hij moet zich dan wel geïdentificeerd hebben met een ander. Want aan het einde van Hooglied, hoofdstuk 8: 11 en 12, neemt de dichter afstand van Salomo. 'Salomo', zo zegt hij, 'bezat een wijngaard te Baäl-Hamon. Hij gaf die wijngaard aan bewakers.'
Die wijngaard van Salomo was zijn harem en de bewakers waren zijn harembewakers. Zevenhonderd vrouwen had hij en driehonderd bijvrouwen. 'Nu', zo zegt de dichter, 'de duizend laat ik aan u, Salomo. Geef mij maar mijn liefste. Aan haar heb ik genoeg. Er is niemand zoals zij.'
Maar waarom kon Salomo zich niet inleven in wat èchte liefde was? Wellicht zag hij het aan zijn hof. Een jonge ambtenaar, vol van zijn vriendin. Zij is voor hem de enige. Hij zag ze wel eens samen. Dan werd hij jaloers. Wat hielden die twee van elkaar!
Dat was voor hem niet weggelegd. Als je koning bent van zo'n machtig rijk, dan ben je aan je stand een harem verplicht. Anders val je in de diplomatieke wereld van die tijd uit de toon. Misschien was Salomo zich zijn jaloezie niet eens bewust en kwam die, zijns ondanks, in het Hooglied tot uiting. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.
Het leven van Salomo heeft iets dubbels. Hij is een vrome koning. Hij krijgt, op eigen verzoek, een geweldige wijsheid en die wijsheid heeft alles te maken met de geboden van God. Hij wist ook wat echte liefde was. Maar het lukte hem niet om uit zijn tijd te stappen, om te breken met de zondige structuren van de diplomatieke wereld van zijn tijd.
Is dat misschien de zwakheid van het Oude Testament? Zien we hier de kracht van de zonde en de zwakheid van de wet? Als je de hele bijbel leest, zou je het haast zeggen. Er zit ook vast wel wat in. Maar laten we ons niet verkijken op de hardnekkigheid van zondige structuren vandaag. Die is vaak ook niet mis.

In het Hooglied is het alsof je in het paradijs bent.
Is dit bijbelboek wel reëel? Waarom niet? God kan ook nog wel wat. Als je dat gelooft, neemt het Hooglied je mee. Gód neemt je mee. Hij zet het gewoon voor ons neer, dat mooie lied. Dan haal je het niet in je hoofd om daar kritiek op te hebben. Als je ziet, dat een jongen en een meisje van elkaar houden, ontroert je dat.
De bijbel waarschuwt, als het om liefde gaat. Dat moet ook, want de liefde is kwetsbaar. Maar er is meer. Want echte liefde bestaat. En die is schitterend.
Dat geeft moed. Geef, als je getrouwd bent, aandacht aan elkaar. Het is niet voor niets. En als je verkering hebt: weet dan, dat je samen toeleeft naar iets prachtigs.
En als je niet getrouwd bent: ja, dat is niet altijd eenvoudig. Als er verdriet is, leg dat dan voor aan God. 'U hebt het zo mooi bedoeld. Waarom dan toch?' God weet alles. Hij zegt niet alles. Maar Hij steunt wel. God is ook veel meer waard dan man of vrouw!
Misschien ook is er een goede vriend of een goede vriendin. Dat is niet hetzelfde als wat in het Hooglied staat. Maar we zitten wel een eind in de goede richting. Je kunt ook als vrienden elkaar waarderen en je krijgt veel van elkaar. Geniet daarvan.
Ja, dat wil God, dat wij als mensen van elkaar genieten zullen. Er is hier niet alleen maar dreiging. Er is ook liefde. Er is zelfs huwelijksliefde. Een prachtig cadeau van God.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar