Het Hooglied: een lied dat ons de liefde leert (Deel 2: De liefde is schitterend, want je bent veilig bij elkaar)

Thema: De liefde is schitterend, want je bent veilig bij elkaar
Tekst: Hooglied 6: 3
Tekstgedeelte(n): Hooglied 2: 8 - 6: 3
Door: Ds. T.S. Huttenga (studentenpastor gereformeerde kerk vrijgem. classis Groningen)
Gehouden te: Groningen-West op 5 maart 2000
Opmerking RJCV: De delen van deze serie kunnen ook afzonderlijk worden gelezen:
Het Hooglied - 1: De liefde is schitterend, want je geniet van elkaar,
Het Hooglied - 2: De liefde is schitterend, want je bent veilig bij elkaar,
Het Hooglied - 3: De liefde is sterk, maar haar Schepper is de sterkste.
Extra:

- Inleiding op de prekenserie Het Hooglied: een lied dat ons de liefde leert.
- Samenvatting van de preek en Voor de kinderen.
-Gebeden.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Ps. 92: 1-2
Ps. 92: 3, 5
Lezen: Hooglied 2: 8 - 6: 3
Ps. 25: 2, 4, 6
Tekst: Hooglied 6: 3
Gez.. 27: 5-6
Gez. 27: 7-9 / LvK 92: 2-5

Gebed 1

"Vader, vol van vrees en schaamte buigen wij voor U. Heel uw werk, door ons vertreden, klaagt ons mensheid aan bij U. Heer, ontferm U over ons die schuldig voor U staan. U bent onze God en Redder, neem ons in uw liefde aan."
Here, dank u wel, dat wij de hulp die wij nodig hebben vinden bij U. Hartelijk dank voor uw genade en vrede. Uw wet klaagt ons aan. Ons geweten klaagt ons aan. En toch vergeeft U ons.
U doet dat echt. Nu is het ook helemaal goed. U bent een geweldige God.
Here, werk door uw Geest in ons. Wij danken U, dat Hij ook in deze gemeente woont. Versterk ons geloof. Geef ons de moed om gehoorzaam te zijn, ook al maakt ons dat niet populair, integendeel.
Denk aan deze gemeente, zoals we hier zitten. Denk ook aan hen, die thuis zijn en aan hen die vandaag elders kerken, bij ouders, vrienden, familie.
Denk aan de zieken. Ook aan hen die ernstig ziek zijn en onder grote druk en spanning leven. Here, wilt U bij hen zijn en bij allen die bij hen betrokken zijn. Kon het zijn, wilt U een wonder bewerken. Wilt U behandelingen zegenen. Maar wilt U hen ook helpen om hun leven in uw handen te leggen.
Help ons daar allemaal bij. Ons leven gaat niet altijd zoals we dat graag zouden willen. Geef ons dan het vertrouwen, dat U zich niet vergist, dat U ons ook niet dwarszit. U gaf uw Zoon aan ons. Dan móet wel alles wat U doet vol van liefde zijn.
Zegen het werk in uw kerk. Het werk van de kerkenraad. Geef wijsheid, inzicht, liefde voor U, liefde voor de gemeente, kracht voor alle arbeid. Zegen het werk van commissies. Geef wijsheid. Zegen onze bijbelstudie, persoonlijk of samen, op een vereniging of bijbelstudiekring. Geef dat wij door uw Woord u steeds beter leren kennen. Zegen de catechisaties. Wilt U er voor zorgen, dat de jongens en meisje eenmaal van harte ja zeggen tegen U, dat ze U willen dienen in de kerk en overal elders.
Help ons ook om uit te komen voor U tegenover anderen die niet of slechts zwak geloven. Wij vinden dat moeilijk. Geef ons moed en vertrouwen. Leg ons de woorden in de mond.
Wilt U vandaag in ons midden zijn. Help ons bij spreken en luisteren. Toon daarin uw goedheid. Geef ook, dat wij begrijpen wat U tegen ons wilt zeggen. Geef ons de bereidwilligheid om met vreugde te aanvaarden wat U tegen ons zegt.

Wij bidden U dit om Christus' wil.

Amen.


Gemeente van de Here Jezus Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes,

Zou jij wel koning willen zijn? Vast niet. Als je al ziet met hoeveel moeite je dán een vrouw vindt, die bij jou én bij jouw positie past!
Maar wil jij carrière maken? Wil jij iets bereiken in de maatschappij? En u, vindt u dat u in uw leven ver genoeg gekomen bent? Bent u tevreden over wat u hebt gepresteerd?
Velen van ons vinden een goede positie belangrijk. Waarom? Vooral omdat je dat een gevoel van veiligheid geeft.
Het leven is vaak onveilig. Iemand heeft kritiek op je. Een ander negeert je. Maar als je iemand bent, maakt je dat onaantastbaar. Iemand in de maatschappij, of ook, iemand in de kerk.

Het meisje in het Hooglied is ook iemand. De jongen evengoed.
Hij heet zelfs een koning. En wat voor een koning? Met Salomo vergelijkt ze hem. En zij wordt koningin.
Daar komt een stoet uit de woestijn. We lazen daarover in hoofdstuk 3: 6-11. Een optocht, die uit de woestijn komt. Gewapende mannen. Welgeteld zijn het er zestig. Kleine rookwolkjes stijgen op. Het is wierook. Tussen de militairen bevindt zich een draagkoets, die door vier andere mannen wordt getild. In de koets zit een prinses. Zij heeft een lange tocht achter de rug. Zij wordt de vrouw van Salomo. Er wordt een koninklijke bruiloft gevierd.
Zó'n bruiloft: dat is vandaag heel wat. Dan zit ieder achter de TV. Dat was ook toen, zonder TV, heel bijzonder.
'Je bent een koning, je bent Salomo.' Dat zegt het meisje tegen de jongen. 'Je bent een prinses,' zo praat hij tegen haar.

Wanneer beteken je iets? Wanneer ben je iemand? Wanneer mag je er zijn? Als er een ander is, die van je houdt. Van hem, van haar mag je er zijn. Nou en of!
Daarom is de liefde iets moois. De liefde geeft je zomaar waar je met heel veel inspanning naar streeft.

Daar gaat de preek over:

De liefde is schitterend, want je bent veilig bij elkaar

De jongen bewondert het meisje. We lazen het in hoofdstuk 4. 'Je bent mooi, wat ben je mooi!'
Hij vindt haar net een kunstwerk. In die tijd, de tijd van Salomo, werden vrouwen getekend, geschilderd, gebeeldhouwd.
De ogen werden getekend als waren het duiven. Het haar was gevlochten. In strengen hing het omlaag. Die strengen waren aan elkaar vastgemaakt. Zo liepen door het kapsel ook horizontale lijnen. De Israëliet denkt dan aan een kudde zwartharige geiten, die hij naar beneden ziet komen vanaf de bergen van Gilead. De tanden zijn helwit. Ze lijken op schapen, die de vuilgrijze wol kwijt zijn. Kaal, maar wit. De lippen worden geschilderd als een rood streepje. Het is net een scharlakenrode draad. Het gezicht doet denken aan een gespleten granaatappel. Een granaatappel is helrood. Als je er een schijfje uitsnijdt, zie je het vruchtvlees, de zaden. Een wat gelige aanblik. Zo is het gezicht van het Israëlitische meisje. Als je haar aankijkt, gelig, lichtbruin, maar de zijkanten van het gezicht, onder de sluier, lijken rood. En dan de hals. Om de hals ligt een collier, een brede ketting van gouden plaatjes, die precies in elkaar passen. Onderaan de ketting gouden hangers. Net een kraag.
Een Israëliet denkt dan aan de Davidstoren. Die Davidstoren lijkt ook op een hals. Bijna bovenaan draagt de toren een krans van stenen. En onderaan die krans van stenen hangt een rij ronde schilden.
De jongen bekijkt het meisje goed. Eerst het hoofd, dan de hals en de nek, dan de beide borsten. Bij ons komen dan al gauw verdrongen erotische gevoelens boven, die we meteen weer proberen weg te drukken. De Israëliet had daar geen last van. Hij leefde in een andere cultuur. Hij denkt aan twee jonge gazellen, die grazen in een lelieveld. Je kijkt neer op hun ruggetjes.
Dat meisje is een kunstwerk en je ziet dat, als je van haar houdt. Liefde maakt ziende.

Maar de jongen is ook een kunstwerk. Op zeker moment zoekt zij hem. Wij lazen dat in hoofdstuk 5. Zij zoekt en de jonge vrouwen van Jeruzalem moeten ook zoeken. Zie hoofdstuk 5: 8. Zij plagen haar een beetje. 'Wat is er voor bijzonders aan jouw jongen?'
Dan tekent zij hem uit. Het lijkt wel een mooi standbeeld, dat zij beschrijft. Blank, glanzend wit, hier en daar rood. Zo werd zo'n beeld beschilderd. Het hoofd is van goud, zuiver goud. Zijn zwarte lokken hangen omlaag. Ook zíjn ogen doen aan duiven denken, prachtige, goedgevoede duiven.

Zijn wangen geuren. Nu vergeet het meisje even het beeld. Wat ruikt hij lekker.
Zijn lippen lijken op de kelk van een lelie. En dan de armen. Gouden rollen zijn het. Versierd met banden vol prachtige edelstenen. Zijn buik lijkt op ivoor. Zijn benen zijn net zuilen. Net een standbeeld op een gouden sokkel. Indrukwekkend is hij, als de Libanon, als de machtige ceders die daar staan. Een kunstwerk, zij èn hij.

Maar de mens ís toch ook een kunstwerk. Hij en zij, ze zijn het hoogtepunt van Gods schepping. 'Laten we nú mensen maken,' zei God. En Hij deed dat in eigen persoon. Hij boetseerde een pop van kleiachtig leem. Toen de pop klaar was, blies Hij de adem in zijn neusgaten. Toen stond die mens daar. Prachtig. Het hoogtepunt van de scheppingsweek. Een kunststukje van de almachtige God. Dat geldt niet alleen de ziel. Het geldt ook van het lichaam. Lichaam en ziel, ze zijn even belangrijk.
Dat die jongen en dat meisje elkaar zo bewonderen, is dus niet vreemd. Het hoort bij deze schepping. Je doet de Schepper tekort, als je elkaar níet bewondert. Nu heeft Hij die ander zo mooi gemaakt, en je zegt er niets van.

Bewondering. Bewondering voor het werk van God.
En de eerste mens, Adam, leert ons het geheim van die bewondering. Als hij wakker wordt uit een diepe verdoving, ziet hij daar een ander. Zowaar, het is net zo'n schepsel als hij en toch anders. Hij staat op. Hij loopt haar tegemoet, dolenthousiast. 'Dit is nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees.' Hij voelt zich bij haar thuis. Zij is als hij.
En als je je bij elkaar thuisvoelt, dan heb je oog voor elkaar. Je ziet de ander staan. Het staat met zoveel woorden niet in de bijbel, maar Adam zal zijn vrouw bewonderd hebben tot en met en zij hem.

Dat lied van hem over haar, Hooglied 4: 1 v.v., dat lied van haar over hem, Hooglied 5: 10 v.v., zullen wij niet zo gauw zingen. Omdat wij geen Oosterlingen zijn, oké. Maar er is meer.
Je vindt al gauw, dat je wel genoeg hebt gedaan voor je vrouw, je man, je vriend, je vriendin. De ander kon er eens misbruik van maken, als je teveel doet of teveel zegt. Laten we eerlijk zijn: zo is het echt. Dat heet nu achterdocht.
Maar dat hoort niet bij de goede schepping van God. Inmiddels is die schepping verstoord. De eerste mensen verborgen zich voor God èn voor elkaar. Maar God gaf zijn doel niet op. Anders zou Hij ons niet zo uitdrukkelijk vertellen, hoe Hij begonnen is met de man en met de vrouw. Hij vertelt dat wel.
En in het Hooglied zet hij de echte liefde voor ons neer, de liefde van het begin. 'Jullie kunnen Me wat,' zo zegt Hij. 'Jullie met je zonde, waarmee je zoveel kapot maakt. Maar Ik ga mijn gang. Ik wil het weer goed hebben en Ik kríjg het ook weer goed.'
Gelooft u dat en jij? En is dat geloof zo sterk, dat u, dat jij daaruit leeft? Dat geloof is de weg naar het leven, naar het geluk dat eeuwig duurt.

Het Hooglied heeft iets paradijselijks. Het gáát ook over een paradijs. Zij is zíjn lusthof. We lazen dat in Hooglied 4: 12 v.v. En samen zoeken ze een schitterend oord. De mirreberg, de wierookheuvel. Wij zijn vandaag in de zevende hemel. Zo zeggen we dat. Toen waande men zich in het paradijs.
Ja, waande. Ook toen was het niet allemaal rozengeur en maneschijn. Hoe vaak is er niet een moment, dat je zo graag bij elkaar wilt zijn, terwijl dat niet lukt? Ligt dat dan aan de omstandigheden? Ligt het aan jou? Ligt het aan haar?
In Hooglied 2: 9 v.v. lijkt het door haar te komen. Hij roept haar. Buiten staat hij, bij de muur van haar huis. 'Kom, mijn liefste. De winter is voorbij. Het is lente. De bloemen bloeien, de tortelduif koert. Kom mee.' Maar ze komt niet. 'Mijn duif in de rotskloof, in de schuilhoek van de bergwand. Laat mij jou zien.' Maar 's nachts krijgt ze spijt. Ze trekt erop uit, ondanks het donker. Nu wil ze bij hem zijn.

Liefde, dat is op deze aarde aantrekken, maar ook afstoten.
Van dat afstoten kun je ook een spelletje maken. Dat zien we in Hooglied 5: 2 v.v. Zij plaagt hem, als hij bij haar aanklopt. 'Ik heb mijn kleren al uitgetrokken, moet ik ze dan weer aandoen?' Alleen de Europeaan van vandaag zoekt daar iets achter. De Israëliet van toen echt niet. Zij plaagt. 'Was sich liebt, das neckt sich.' En bij een goede band kan dat. De liefde kan dan wel tegen een stootje. Maar het gaat ook wel eens mis. Doordat jij afstootte op het verkeerde moment. Of doordat de ander jou niet begreep. Dat gebeurt in Hooglied 5. Zij zoekt hem, maar zij vindt hem niet. Natuurlijk zoekt ze op plaatsen, waar hij in zo'n geval gewoonlijk te vinden is. Maar hij is nergens. De stadswachters krijgen achterdocht. Wat doet dat meisje midden in de nacht in de stad? Zij brengen haar naar de wachters op de muren, een soort van politie. Die mannen slaan haar.

Als je als man en vrouw elkaar niet bereikt, is dat erg. Als dat serieuze vormen aanneemt, kan er iets verschrikkelijks gebeuren. Je bent dan als vrouw opeens je bescherming kwijt. Overgeleverd aan onrecht en kwaadsprekerij. Maar dat geldt ook van de man. Die is niet zo sterk als hij lijkt.
Gelukkig komt het in het Hooglied ook weer goed. Zie hoofdstuk 3: 4. Zij vindt haar zielsbeminde. Zij grijpt hem vast. Zij laat hem niet meer los. En kijk eens naar hoofdstuk 6: 2. De jongen komt toch weer terug bij zíjn paradijs. Zij is er opgetogen over. 'Mijn liefste is naar zijn tuin gegaan, naar zijn tuin met bedden vol balsem, om er te genieten, om er de lelies te plukken.'
Er gaat op deze aarde veel fout. Dan wordt het mooiste dat God schiep, de liefde, veranderd in haar tegendeel.
Dat komt door slechte omstandigheden. Zeker. Maar het komt ook door de mensen zelf. Ja, uiteindelijk komt daar álles door.
Mensen trekken elkaar aan, maar ze stoten elkaar ook af. Zelfs mensen die van elkaar houden, doen dat. Soms wordt de situatie complex. Dan voel je als mens je onmacht. Dán besef je, wat je eigenlijk allang wist, dat je God nodig hebt. Dat Hij je bevrijden moet van jezelf, van je egoïsme.

Gelukkig wil God dat ook. Hij heeft daar zelfs heel veel voor over. De Here God begint zijn boek met de goede schepping en Hij zet in het Hooglied de echte liefde voor ons neer. Maar Hij weet ook, wat dat Hem kost en Hij betaalt de prijs.
Hij stuurde zijn Zoon. Wat hield Hij veel van Hem! Toch gaf Hij Hem prijs. God offerde zíjn liefde voor de door ons verspeelde liefde.
En door Jezus komt alles goed. Zo krijgt de geschiedenis van deze wereld toch een happy end. De liefde tussen God en ons wordt weer hersteld. Maar ook de liefde tussen mensen onderling.
Ja, zo werkt dat. Je weet je op deze aarde opnieuw aanvaard. Want de God van deze wereld wil jouw Vader zijn. Dus ben je veilig. Zelfs de bergen kunnen wankelen, maar God is jouw burcht. Je voelt je veilig. En dus is die ander ook geen bedreiging voor je. Zeker niet, als je van hem of van haar houdt.
Dat is nou het werk van Christus. Door Hem ben je veilig bij God. Door Hem ben je veilig bij elkaar. Als Iemand de liefde redden kan, dan is dat Jezus.

En als je dat gelooft, dan zie je elkaar weer staan. Als je ootmoedig bent tegenover God, vind je elkaar weer terug. Als je vertrouwt in Jezus, is er een weg. Dan zet je je er ook voor in om die weg te gaan. Geloof is geen toverij. Wij geloven niet om het onszelf gemakkelijk te maken. Geloof geeft ons kracht. Maar het geloof geeft die kracht wel aan óns. Daar kun je dan iets mee doen. Daar móet je dan iets mee doen.
Gelooft u dat en jij? En is dat geloof zo sterk, dat het aan je te zien is en aan u? Werkt Gods liefde door in onze liefde?
Maar dat is wel de weg naar zijn rijk.

Door God komt alles goed. In zijn nieuwe wereld zijn er geen huwelijken meer. Toch zullen we ons daar thuis voelen bij elkaar. Nog veiliger dan in het beste huwelijk. Maar ook nu kan er al heel veel goed komen.
'Van mijn geliefde ben ik,' zo zegt die jonge vrouw in Hooglied 6: 3, 'en van mij is mijn geliefde, die te midden der leliën weidt.' Hij was weg. Het was alsof zij níet van hem was en hij niet van haar. Hoe ze ook zocht, ze vond hem niet. En in plaats van liefde kreeg ze slaag. Ook al was het dan niet van hem, hij had het ook niet voorkomen. Maar het kwam weer goed. Wat is zij daar blij mee. Zij voelt zich weer van hem. Zij weet zich veilig bij hem. En hij, daar is ze vast van overtuigd, is van haar. Hij gaat nooit meer weg.
Ja, zo kan het ook. Zo gebeurt het ook vaak. Dat komt door God. Dat komt door Christus. Dat komt door de Heilige Geest. Die Geest is sterker dan ons eigenbelang. Die Geest is God. Hij doet wonderen. Echt waar.

Als je dat weet, dan krijg je als christen weer moed. Dan sta je weer voor het belang van de liefde, de tederheid, de trouw.
Waarom willen veel jongeren eerst samenwonen? Waarom willen velen van hen in elk geval seks vóór het huwelijk? Waarom trouw je niet, als je eraan toe bent om één te worden met elkaar? Omdat trouwen burgerlijk lijkt. Je bent voor altijd gebonden. En dat wíl je niet. Je wilt je vrijheid nog niet kwijt. Je wilt werken aan je carrière en aan je sociale contacten. Maar is de liefde dan minder belangrijk?
De liefde is het belangrijkste. De liefde geneest. De liefde sticht vrede, maakt heel. De liefde overleeft dan ook het einde van deze wereld. Daar is veel niet, wat hier wel was. Maar de liefde is daar wel.

Trouwen, dat kan een offer lijken. 'Trouw jij nu al?' zo vraagt een ander verbaasd. Nu, laat het een offer zijn. Laat het zo zijn, dat je daardoor minder aan je carrière en aan je sociale contacten kunt werken. Is dat erg? Je bouwt aan je huwelijk. Je bouwt aan de liefde. Je moet staan voor de liefde. Zo moet je beginnen en je moet volhouden. Want die carrière en die vriendschappen dringen zich zomaar weer aan je op. En daar mag je huwelijk niet onder lijden.

En dus: als je verkering hebt en je verlangt naar elkaar, dan trouw je eerst en daarna ga je met elkaar naar bed. En als je getrouwd bent en je moet terwille van je vrouw of man een stapje terug doen in de maatschappij, dan doe je dat. Het kan zelfs zo zijn, dat je om je vrouw voorlopig geen ambtsdrager kunt zijn in de kerk.
Het gaat niet om onze eigen eer. Het gaat om God. 'Heb lief,' zegt Hij, 'dat is het grote gebod.'

Wanneer zit je op de goede weg? Soms weten wij het niet meer. Er verandert zoveel. Toch is het niet zo moeilijk. 'Heb God lief met alles wat je aan mogelijkheden hebt en je naaste als jezelf.' Dat is de goede weg. De andere weg loopt dood.

Ten slotte nog dit. En als je nu niet getrouwd bent of niet meer? Leef dan met de getrouwden mee. Bidt voor de jongeren, die verkering hebben. En als u of jij moeite hebt met dat alleen zijn, ga daarmee naar God. Hij luistert. Hij kent al onze gevoelens. Hij is bij ons. Hij steunt ons altijd. En de Here Jezus pleit voor ons bij God. Niet alles wordt hier opgelost. Maar de almachtige God is onze Vader. Eenmaal maakt Hij alles goed.

Amen.


Gebed 2

Trouwe Vader in de hemel,

Wij danken U voor uw Woord. U hebt ervoor gezorgd, dat wij vandaag de bijbel hebben. U wijst ons daardoor de weg.
Geef ons kracht om die weg te gaan.
Denk aan hen, die alleen zijn, die geen verkering hebben, niet getrouwd zijn of niet meer getrouwd. Denk aan hen, die het daar moeilijk mee hebben. Er is soms zoveel verdriet. U weet daar alles van. Troost hen dan. Wees bij hen. Geef ook mensen, die om hen denken.
Denk aan hen, die homofiel zijn. Help hen om de weg te gaan, die U hen wijst. Geef ook aan hen mensen bij wie zij zich veilig kunnen voelen. Steun hen met uw kracht.
Denk aan hen, die verkering hebben. Help hen om zo toe te leven naar het huwelijk als U dat van hen vraagt.
Denk aan hen, die getrouwd zijn. Wilt U helpen, als er in hun huwelijk onderlinge moeiten zijn. Geef wijsheid, en ook steun van anderen, om weer dichter bij elkaar te kunnen komen.

Wij bidden U dit om Jezus' wil.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar