Liefdesverlangen van een jonge man en een jonge vrouw als geschenk van God

Thema: Het liefdesverlangen van een jonge man en een jonge vrouw als geschenk (als scheppingsgave) van God
Tekst: Hooglied 8: 8-12
Tekstgedeelte(n): Hooglied 6: 4-11
Hooglied 8
Door: Ds. J. van de Wetering (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Nieuwleusen)
Gehouden te: Nieuwleusen op 11 april 1999; Lutten en Langeslag in april 1999
Vertaling: Franse vertaling beschikbaar:
Hoo08v08 - Le désir d'amour d'un jeune homme et d'une jeune fille comme un don de Dieu

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 148: 4
Ps. 45: 3-5
Lezen: Hooglied 6: 4-11; Hooglied 8
Gez. 35: 2-3
Tekst: Hooglied 8: 8-12
Preek
Ps. 146: 1
Gez. 1: 9, 13
Zegen

Broeders en zusters, jongens en meisjes,

Het gaat vanmiddag over Hooglied. Letterlijk heet het boek: Lied der liederen. We spreken immers ook over het Heilige der heiligen. Dat is het allerheiligste. En we spreken over de Koning der koningen, dat is de grootste koning. En zo spreken wij over het Lied der liederen, dat wil zeggen het hoogste lied of Hooglied.

Nu is het Hooglied vaak vergeestelijkt uitgelegd. Dit Hooglied kan niet gewoon gaan over een jongen en een meisje, over een man en een vrouw, die elkaar liefhebben, maar het zou gaan over Jezus. Die jonge bruidegom is Jezus en die bruid, dat meisje, is de gemeente.
En natuurlijk, gemeente, heeft elk bijbelboek, ook Hooglied, met de Here Jezus te maken.
Hij is het centrum van elk bijbelboek. Zijn verlossingswerk staat ook centraal in Hooglied.
Maar met die jongeman in Hooglied wordt niet allereerst Christus bedoeld en met dat meisje wordt niet allereerst de gemeente bedoeld. Voor die uitleg is er geen aanleiding.
Het gaat in Hooglied, zo dient het lied zich ook aan, gewoon over een jongen en een meisje, die verliefd zijn op elkaar, die verrukt zijn van elkaar, over hun liefdevol verlangen naar elkaar. Het betreft een jonge man en een jonge vrouw; maar verder is hun liefdevol verlangen niet leeftijdgebonden. Ze houden van elkaar, ze kijken naar elkaar, ze brengen dat onder woorden en ze voelen zich tot elkaar aangetrokken. Heel gewoon! En dat hele gewone staat allemaal in de Bijbel, in een apart bijbelboek.

Gemeente, laten wij blij zijn dat hier in Hooglied staat verwoord, wat gewone natuurlijke liefde is tussen een jongen en een meisje, tussen een man en een vrouw. Dat de Heilige Geest, de auteur van de Bijbel die liefde onder woorden laat brengen.
Laten we eerlijk zijn, we hebben er nogal eens moeite mee in de voorlichting aan onze kinderen; zelfs wel in onze gesprekken, in verkering of in huwelijk, om precies te zeggen wat ons echte liefdesverlangen is.
En hier staat het allemaal verwoord; beeldsprakig. De beelden moet je wel doorzien.
Zoals u weet, moet de Here in zijn Woord vaak waarschuwend en veroordelend spreken over de zonden op het gebied van de liefde.
Maar hier in Hooglied spreekt de Here op een positieve wijze over de liefde: als een prachtig geschenk van Hem, als een scheppingsgave aan twee mensen.

En dat heeft terdege te maken met onze Here Jezus Christus. Dat is aan Hem te danken.
Dat dit Hooglied over echte liefde - de echte liefde is liefde die geeft, niet liefde die eist, maar die gééft - in de Bijbel staat, dat er na de zondeval nog echte liefde is tussen een jongen en een meisje, een man en een vrouw, dat God dat nog geeft na de zondeval, dat is te danken aan de Here Jezus Christus, aan zijn verlossingswerk. Dat is een stukje herschepping!

Het gaat in Hooglied dus over liefde tussen of over liefdesverlangen en geluk van een jongeman en een meisje vóór het huwelijk. Dus in de verkering en de verlovingstijd, zouden wij zeggen.
Laat u niet in de war brengen door de woorden "bruidegom of bruid" die u leest.
U zou denken: het Hooglied gaat over een gehuwd paar. Dat is niet zo!
U leest ook wel dat die jongen zijn meisje zuster noemt of duif. Dat is allemaal beeldspraak.
Het gaat, als je het boek goed leest, over een jongen en een meisje vóór het huwelijk. Ze blijven niet van elkaar af, maar ze blijven rein.

Ik spreek u over:

Het liefdesverlangen van een jonge man en een jonge vrouw als geschenk (als scheppingsgave) van God

  1. Dat liefdesverlangen wijst Salomo's liefde af
  2. Dat liefdesverlangen geniet van echte, door God geschapen, liefde
  3. Dat liefdesverlangen respecteert de grenzen van de liefde

1. Dat liefdesverlangen wijst Salomo's liefde af

Het gaat, gemeente, in dit boek over een jongen en een meisje vóór het huwelijk.
Laat ik hen eens nader aan u mogen voorstellen. Het meisje is een plattelandsmeisje met een donkere huid, gebruind door de zon. Ze werkt altijd buiten (hoofdstuk 1): in de wijngaarden van haar oudere broers. Deze wijngaarden moet ze bewaken. En die jongeman is een herdersknaap. Hij gaat met zijn kudden de steppen door naar de weiden. En deze twee jonge mensen leven in de tijd van koning Salomo.

Ja, gemeente, Salomo en zijn liefdesleven moeten we op de achtergrond denken van Hooglied. Salomo is niet de schrijver van dit gedicht. Dat staat wel in vers 1 van Hooglied 1: 'Hooglied van Salomo'. Maar dat woordje van kun je ook uit het Hebreeuws vertalen met op. Een Hooglied op Salomo, of over Salomo.
Datzelfde treft u ook aan in Psalm 72. Daar staat boven: 'van Salomo'. Maar onder aan de psalm staat: 'dit is een gebed van David'. Dus Psalm 72 is een gebed van David op Salomo, over Salomo. David bidt de Here om wijsheid voor de jonge koning Salomo. Die psalm gaat dus over Salomo. Je moet Salomo op de achtergrond van Psalm 72 denken.
Zo is het ook in Hooglied: niet van Salomo, maar over Salomo. Salomo wordt wel drie keer genoemd in dit Hooglied. In hoofdstuk 1 gaat het over de gordijnen van zijn paleis.
In hoofdstuk 3 gaat het over de draagstoel van Salomo, die gedeeltelijk een geschenk is voor hem van de vrouwen van de hoofdstad, van Jeruzalem.
Denkt u even aan onze gouden koets. Dat is een geschenk aan Wilhelmina geweest van de gemeente Amsterdam. Zo hebben de vrouwen van de hoofdstad, Jeruzalem, een draagstoel aan koning Salomo gegeven.
In onze tekst gaat het ook over Salomo, namelijk over zijn wijngaard, 'Baäl-Hamon'.
Dus: in het Hooglied moeten we Salomo steeds op de achtergrond denken en dan met name Salomo's liefdesleven! En dan dat liefdesleven van Salomo vergelijken met de liefde van dat bruine plattelandsmeisje met die herdersknaap. Dat is de rode draad door het hele boek.

In onze tekst gaat het heel duidelijk over Salomo's liefdesleven, vers 11. Salomo bezat een wijngaard 'Baäl-Hamon'. Zo heette die wijngaard. Dat is beeldspraak. In een gedicht, in een lied heb je veel beeldspraak. Met die wijngaard wordt zijn harem bedoeld, met een menigte van vrouwen daarin. Baäl-Hamon; Hamon betekent letterlijk: menigte. Baäls-menigte heet zijn harem.
Zo'n vrouwenharem is pure afgodendienst, Baälsdienst.
Baäl is de afgod van de vruchtbaarheid, van de seksualiteit. De harem is naar Baäl genoemd. Salomo had er zo'n duizend dames in zitten.

En het meisje, het bruine plattelandsmeisje noemt die haremvrouwen "de dochters van Jeruzalem". 'Ik bezweer u, dochters van Jeruzalem, waarom wilt ge de liefde opwekken eer het haar behaagt'. Dat zegt ze vier keer. Ze heeft het vier keer over die dames, die haremdames in dit lied.
Ja, gemeente, dat was een statussymbool geworden. Salomo was rijk en deze harem was een uitdrukking van zijn rijkdom. Zo was dat bij de vorsten toen. Hoe groter je harem, hoe groter je aanzien in de wereld. Salomo deed daaraan mee tegen het gebod van de Here in.
Nu stelde Salomo zijn harem niet open voor het publiek, want dan zou hij aan die dames, aan 'de vrucht van de wijngaard' staat er dan, vele zilverlingen verdiend hebben. Wel stelde Salomo bewakers aan over de harem, die wel tegelijk van de vruchten van de wijngaard plukten.
Nou, u begrijpt wel wat daarmee bedoeld wordt. Tweehonderd bewakers...
Maar zelf heeft Salomo ook veel aandacht besteed aan die haremvrouwen en hun goden. Dat kunt u lezen in 1 Koningen 11. Die harem nam zijn hart in beslag. Dat staat in 1 Koningen 11. Die harem had Salomo's hart.

Nou, broeders en zusters, jongens en meisjes, u begrijpt wat voor liefdesleven Salomo had met zoveel vrouwen. Dat was natuurlijk geen echte liefde, zoals bij dat gebruinde plattelandsmeisje en die herdersknaap.
Die haremliefde van Salomo was geen liefde die geeft, die zelfovergave is, die trouw is! Maar dat was liefde die consumeert, die de ander neemt en gebruikt. En die de begeerten en de lusten bevredigt en die dan zegt: 'dank je wel. Ik heb je vooreerst niet meer zo nodig. Nu eerst weer een andere vrouw'.
De haremliefde van Salomo is tegennatuurlijk. Het is gekunstelde liefde, geforceerde liefde, met ontrouw. Salomo weet niet meer wat echte, natuurlijke liefde is als geschenk van God.

Gemeente, dat is de achtergrond van Hooglied: dit liefdesleven van Salomo. En Hooglied -gedicht in die tijd- is daartegen een protest! Een protest tegen het onkuise, perverse liefdesleven in de hoofdstad Jeruzalem aan het koninklijk paleis.
En de verkering en de verkeringsliefde van dat verbruinde meisje met die herdersknaap is daartegen ook een protest! En de beide ouderlijke gezinnen, waaruit die jongen en dat meisje komen, protesteren ook tegen die Salomonische liefde en wijzen zo'n liefdesleven af!
Ze komen dus uit goede kerkgezinnen, die hoofdfiguren van ons boek: dat meisje en die jongen. In die gezinnen moeten ze niets van die Salomonische liefde hebben. Dat lezen we in vers 8.

Dat meisje had broers, en dat waren beste broers voor haar. Ja, ze moest ook wel eens in hun tuinen en wijngaarden meewerken. Zo van: 'zeg, zusje, steek jij ook maar eens de handen uit de mouwen, help ons maar eens wat. Jij kunt ook wel wat doen'.
Ze waren ook wel eens hard tegen haar, die broers. Hoofdstuk 1 vers 6. Maar die broers waren ook zuinig op hun enigste en jonge zusje. Toen ze nog jong was, toen ze nog geen borsten had, dus vóór de verkeringstijd, maakten de broers zich al zorgen over haar in zo'n tijd met veel seks en met veel onkuise Salomonische liefde in de cultuur. De broers wisten niet of hun zusje zich straks, als ze met jongens in aanraking komt, als een muur zou gedragen of als een deur. Als ze een muur is, (u begrijpt dat beeld), dan is ze ontoegankelijk voor onkuise jongens en voor de Salomonische liefde. Dan redt ze het wel! Dan hebben haar broers ook hoge achting voor haar! En dan zullen de broers haar belonen met zilveren tinnen, met mooie kantelen op de muur! Ook beeldspraak.
Maar is zij een deur, die open en die dicht kan, geen muur maar een deur; ja, dan is hun zusje dus een onstandvastig iemand en dan verongelukt ze volgens haar broers in die tijd en in die maatschappij. Dan geeft ze aan de zwakheden in het seksuele veel te gauw toe. Dan vervalt ze zomaar in seksuele avontuurtjes. Als ze een deur is.
Maar dan nemen de broers maatregelen! Dan zullen zij die zwakke deur versperren met cederen planken. Met andere woorden: dan zullen ze haar beschermen tegen haar eigen zwakheden en tegen de Salomonische liefde in de samenleving.
Gemeente, dit meisje, een hoofdfiguur in dit Hooglied, komt dus uit een goed kerkelijk gezin. Waar men de onkuise cultuur en de Salomonische liefde afwijst. En de echte liefde die God geeft, begeert. En die broers zijn godvrezende jongens, die hun enige zusje zelf niet misbruiken en vernederen, en die over haar waken! Hun zusje mag niet verongelukken en niet beschadigd worden in die onkuise samenleving.

En de jongen van dat meisje, de herdersknaap, kwam ook uit een goed kerkelijk gezin.
Hoofdstuk 8: 5b. Daar zegt het meisje: 'Onder de appelboom wekte ik, meisje, u, jongen. Onder de appelboom wekte ik u'. Ja, daar zat hij. Onder de appelboom, bij zijn ouderlijk huis.
En toen kwam ze een keer voorbij en toen sloeg de vonk, de liefdesvonk, over. Dat was het onvergetelijke moment en daarop volgde de verkering!
En nou bemerkt het meisje, als ze bij die jongen aan huis komt dat er tussen de vader en moeder van haar jongen echte liefde is.
Haar jongen is dus uit liefde geboren en gebaard. Niet uit hartstocht is hij geboren, niet uit een vergissing. Niet uit verkrachting binnen het huwelijk. Uit liefde.
Tussen die aanstaande schoonouders van haar, zo bemerkt het meisje, is liefde die even sterk is als de dood, hoofdstuk 8: 6. Zo'n liefde is er tussen haar schoonouders. Even sterk als de dood.

Ja, gemeente, echte huwelijksliefde, dat begrijpt u, die neemt het op tegen de macht van de dood! De dood is sterk, de dood eist leven, de dood breekt het leven af! Maar uit echte huwelijksliefde komt nieuw leven! En echte huwelijksliefde wil ook nieuw leven voortbrengen. U leest dat ook wel eens op geboortekaartjes: uit liefde geboren! Daar hebt u het. Dat leven is uit liefde ontstaan!
En daarom is liefde even sterk als de dood. En zo'n innige liefde die leven wil voortbrengen tegen de dood in, is een geschenk van God; 'dat is een vuurgloed des Heren' staat er.

Dus broeders en zusters, gehuwden in de kerk, als uw huwelijksliefde een vuurgloed des Heren is, als het een geschenk van God is, dan mag u die huwelijksliefde niet zomaar loskoppelen van nieuw leven, van gezinsvorming!
Gebeurt die loskoppeling niet al te veel in onze tijd? Bepaalt soms de bank niet de gezinsvorming in plaats van de Bijbel? Gebeurt die loskoppeling ook niet veel te veel om egoïstische en materialistische redenen?

In ieder geval is het liefdesleven in het ouderlijk huis van haar jongen een protest tegen de onkuise Salomonische liefde, zo heeft het meisje gemerkt. Trouwens dit plattelandsmeisje zelf is ook tegen die onkuise liefde. Ze kritiseert wel vier keer in het boek de liefde van die haremvrouwen.
'Ik bezweer u, dochters van Jeruzalem, wekt de liefde niet op'. Ja, dat doen ze in een harem, nietwaar? De liefde opwekken, forceren, liefde kunstmatig opwekken.
Maar daar moet dit meisje niks van hebben. En: 'ik ben een muur', zegt ze tegen haar broers. Geen deur, geen meisje dat de deur openzet voor iedereen. Maar ik ben een muur, die ontoegankelijk is voor de onkuisheid en de onreinheid en voor onkuise jongens.
En zij zegt: 'mijn borsten zijn torens op die muur'! In een toren op een muur kun je je verdedigen tegen vijanden, nietwaar? In een toren ben je strijdvaardig. En van een toren op een vestingmuur word je weggedreven. Zo is dit meisje. Ze verdedigt zich tegen onkuise liefde en ze houdt jongens die seks met haar willen van zich af! Die drijft ze van zich af! Die mogen niet aan haar komen. Daarvoor heeft ze haar mooie lichaam niet van de Here ontvangen. Aan één jongen geeft ze zich over, die mag aan haar komen; aan die herdersknaap. En de rest moet met de vingers van haar afblijven!

En ze passen ook bij elkaar, die twee. Want die jongen, die herdersknaap, is ook tegen onkuise liefde! Hij roept in vers 12 tegen koning Salomo: 'Koning, ik heb ook een wijngaard. Ik heb ook een harem, maar daar zit maar één meisje in! U mag er duizend hebben en de bewakers mogen er tweehonderd van hebben. Dat laat mij koud! Ik heb aan één lief meisje genoeg en daar ben ik gelukkig mee. Wij zijn met zijn tweeën dol op elkaar en wij verlangen naar elkaar en wij staan in vuur en vlam voor elkaar. Wij willen er geen derde bij. Salomo, ik ben met die ene nog gelukkiger dan u met die duizend. Maar daar snapt u toch niks meer van, Salomo! Geef mij mijn wijngaard maar, mijn enigste meisje, dan mag u de uwe hebben. Dan mag u die duizend dames hebben'.

Gemeente, het gebruinde plattelandsmeisje en de herdersknaap komen uit goede gezinnen. Ze weten wat echte, natuurlijke door God geschapen en gegeven liefde is tussen één man en één vrouw en één jongen en één meisje. En die liefde is dieper en reiner en gelukkiger en trouwer dan de Salomonische liefde. Daar protesteren ze tegen!

Dit is vandaag nog actueel, gemeente: om te protesteren tegen het haremleven, tegen het Salomonische liefdesleven. In Nederland mogen we geen bigamisten zijn. Dat is bij de wet verboden. Dus: meer mannen of meer vrouwen tegelijk. Dat mag niet. Je mag dus geen grote of kleine harem hebben.
Maar wij herkennen het haremleven wel terdege in onze samenleving vandaag. Het is er wel.
Er zijn vandaag tal van losse relaties mogelijk. Alternatieve relaties die je even afspreekt met elkaar. Een jongen en een meisje of een man en een vrouw ontmoeten elkaar en ze spreken af: om samen te wonen, alle dagen van de week; of alleen in de weekenden bij elkaar wonen en leven en slapen. Ze hebben gemeenschap met elkaar, zoals in het huwelijk.
En dat samenwonen is altijd tijdelijk bedoeld! Ik heb je lief, zolang ik het leuk vind. En dat kan bij de ene relatie soms jaren duren en bij de andere relatie is het maar kort. Het kan zelfs zo zijn dat het maar beperkt is tot een paar dagen. Je komt elkaar tegen, je vindt elkaar leuk. Je bent jong en je wilt wat. En dan gebeurt het allemaal even. Dan spreek je met elkaar een vorm van samenleven af die je beiden uitkomt. En dat moet vandaag kunnen! Dat doet iedereen! Je zult maar in militaire dienst gaan en je hebt geen bedervaring. Dan word je toch uitgelachen! Je zult maar op kamers gaan wonen en je vriend of je vriendin 's avonds naar huis sturen of naar een kennis in de buurt in plaats van haar of hem je bed aan te bieden; dat verkoop je vandaag toch niet meer? Op het werk, op school of waar ook?

En als je niet samen op vakantie gaat, is dat een lachertje in onze onkuise Salomonische cultuur. En zo kan het gebeuren dat jongelui al op vroege leeftijd een heleboel ervaring hebben opgedaan. Sommigen deden het met velen. Ze zitten aardig in de richting van de haremliefde. En het is allemaal normaal vandaag.

Welnu, broeders en zusters, jongens en meisjes, ook tegen dit moderne haremleven van vandaag is Hooglied een protest! Die jongen en dat meisje en die broers en die ouderlijke huizen protesteren ook tegen het moderne Salomonische liefdesleven. Dat is geen echte liefde vandaag! Dat is ik-gericht, egoïstisch, egocentrisch, dat is consumeren, vervuld van eigen wensen en eigen begeerten.
Maar de echte liefde is uit God en die laat God zien in de Here Jezus Christus! En dus is echte liefde, liefde die opoffert, liefde die geeft, liefde die zichzelf niet zoekt, liefde die trouw is!
Zo is de liefde bij God! Dat is echte liefde. En die liefde, die God geeft, maakt gelukkig.
Maar de liefde die ons vandaag aangepraat wordt, met samenwonen en samen slapen op kamers en in vakanties en noem maar op, maakt mensen ongelukkig op termijn!
Maar veel jongelui, veel mensen hebben dat zelf niet meer door, totdat ze er later in het huwelijk achter komen.
Daarom, jongens en meisjes in de kerk, willen jullie echt gelukkig worden in je verkering en later in je huwelijk als God je die relatie geeft - want het gaat over jonge mensen vóór het huwelijk in dit boek - dan zeg ik tot de jonge mannen in de kerk: 'wijs in verkeringstijd net als die herdersknaap het Salomonische liefdesleven af en kies voor echte liefde die de maatschappij niet aanreikt. Echte liefde leer je niet op de vloeren van de disco's. Daar verleer je wat echte liefde is'!
En meisjes in verkeringstijd, of op kamers of waar ook: 'wees net als dat gebruinde plattelandsmeisje een muur, geen deur, een muur! Ontoegankelijk voor de moderne onkuise liefdesuitingen'.
Kijk dan vinden jullie in de verkering en in het huwelijk later, als God dat geeft, het geheim van het echte geluk! En dat geheim van het echte geluk bezitten steeds minder mensen tegenwoordig.
Maar die jongen en dat meisje in Hooglied, die het Salomonische liefdesleven van hun en onze tijd afwijzen, die vinden in hun verkeringstijd wél het echte geluk! En hun verkeringsliefde vinden ze prachtig mooi en ze genieten ervan! En dat vertelt Hooglied ook.

2. Dat liefdesverlangen geniet van echte, door God geschapen, liefde

Zo komen we op het tweede punt. Het genieten van echte door God gegeven liefde.
De reine, echte liefde is mooi en daar mag je van genieten al in je verkeringstijd. En dat doen die jongen en dat meisje ook. En wat kunnen ze dat beiden onder de inspiratie van de Heilige Geest prachtig onder woorden brengen, met beelden aan de natuur ontleend. We zouden het misschien in onze tijd wat anders zeggen, in andere beelden. Maar ze kunnen hun liefdesverlangen en liefdesgeluk heel mooi en openhartig en fijngevoelig onder woorden brengen.
Die herdersjongen beschrijft zijn liefde tot het meisje wel drie keer in het Hooglied. Haar uiterlijk, haar figuur; het uiterlijk geeft het innerlijk, het karakter weer. En voor beide heeft die jongeman oog. Hij ziet en hij vertelt openhartig hoe mooi hij zijn meisje vindt. Bijvoorbeeld in hoofdstuk 4. 'Zie, gij zijt schoon, mijn liefste'.
Wat heeft ze mooie ogen. Ogen zijn de spiegels van de ziel. In de ogen lees je iemands karakter, iemands levenshouding. Als je een mens diep in de ogen kijkt, kun je soms al heel veel zien. Die jongen doet dat en zegt: 'jouw ogen zijn als duiven'. Letterlijk staat er: tortelduiven.
Dat is een beeld. Tortelduiven zijn elkaar toegedaan, en die zijn elkaar trouw.
Dus dat ziet die jongen in de ogen van zijn meisje. Als zijn meisje hem aankijkt, dan ziet hij in haar ogen trouw en genegenheid. Dat vindt hij mooi!
Hij vindt haar ogen mooi, maar hij vindt ook de ziel, haar innerlijk achter die ogen, mooi.
En hij vindt haar haar prachtig. 'Als een kudde zwarte geiten die neergolven van Gileads gebergte'. U moet zo'n kudde zwarte geiten de bergen eens zien afdalen in het oosten. Dat golft. Dan zie je een golvende beweging. Het meisje heeft dus lang zwart haar met neergolvende lokken. Dat haal je zo uit deze vergelijking. Prachtig mooi vindt die jongen dat!
En vervolgens omschrijft hij haar tanden (mooi wit), en haar lippen en haar slapen en haar hals en haar borsten.

Ja, die jongen heeft zijn ogen bepaald niet in de zak. Hij bewondert haar hele figuur! En hij let op het innerlijk achter haar figuur. En als hij haar goed bekeken heeft, dan zegt hij: 'en zie, ze is zeer schoon', hoofdstuk 4: 7. Dat zegt God ook in Genesis 1: 'en zie, het is zeer goed'.
Zijn meisje is, uiterlijk en innerlijk, het kunstwerk van Gods hand.
Precies zo bewondert en beschrijft het meisje haar jongen. Zij maakt in hoofdstuk 5 van haar vriend als het ware een standbeeld, een beeldhouwwerk. Als kunstwerken van de Schepper, zo waarderen ze elkaar.

Maar ook andere liefdesgevoelens ontwaken in deze jongen en dit meisje als ze bij elkaar zijn. Liefdesgevoelens, die God de Schepper in hun hart doet ontwaken, als ze samen zijn. En ook dat wordt verwoord.
En dan vinden ze elkaar het liefst van alle jongens en meisjes. En dat zeggen ze en verwoorden ze ook tegen elkaar.
Durven onze jongens en meisjes dat ook wel te verwoorden? Durven jullie diepe liefdesgevoelens eerlijk en openhartig tegen elkaar in de verkering te zeggen? En durft u dat nog wel, broeders en zusters, in uw huwelijk zeggen dat u uw man of uw vrouw het liefst vindt van iedereen?
Zij durven het wel. Hij zegt: 'jij bent een lelie onder de distels' en zij zegt: 'je bent een appelboom onder de bomen van het woud'.
Nou, u snapt dat, een lelie onder de distels een meerwaarde heeft boven die andere bloemen of distels. En een appelboom onder de bomen van een woud heeft ook een meerwaarde.
Dus uit die woorden spreekt achting, liefde, waardering voor elkaar. Ze waarderen elkaar in veel dingen, die jongen en dat meisje.

'En als ze samen zijn dan zoenen ze elkaar innig', staat er een paar keer. En ze omhelzen elkaar, lazen we: 'zijn linkerarm is onder mijn hoofd en zijn rechterarm omvangt mij', zegt het meisje.
En ze wandelen samen en soms kunnen ze niet slapen van liefdesverlangen. 'Was je maar mijn broer', zegt dat meisje in hoofdstuk 8, 'dan was je altijd bij ons thuis. Dan kon ik je zo eens een keer zoenen en om de hals vliegen'.
Maar soms is er ook kilheid en afstandelijkheid tussen hen. Die jongen heeft soms het gevoel dat zijn meisje heel ver weg is op de Libanon. En even later is ze weer heel dichtbij.
Ja, zo is het leven van de liefde, nietwaar, broeders en zusters, jongens en meisjes. Er zijn ook afstandelijke momenten die zo maar weer veranderen in nabijheid en genegenheid.

U begrijpt wel gemeente, dat bruine meisje en die jonge herdersknaap genieten volop van elkaar in de verkering. Ze gaan leuk met elkaar om; ze zijn gek op elkaar. Maar het is echt geen Salomonisch liefdesleven. Verre van dat! Die jongen en dat meisje hebben zuivere
liefdesgevoelens. Liefdesgevoelens, door de Schepper verwekt. Herinneringen aan het paradijs in een gevallen wereld, schrijft prof. Ohmann.

Gemeente, die liefdesgevoelens van dit stel, dat liefdesgeluk, is een stuk verlossing van de zonde! Het is een stuk levensvernieuwing op het gebied van seksualiteit en liefde.
Hier in het Hooglied zijn twee jonge mensen met harten, die van egoïstische liefde en van verzadiging van eigen lusten ten koste van de ander verlost zijn. Dit zijn twee harten die van Salomonische liefde verlost zijn. En die in hun harten gévende liefde hebben jegens elkaar. Liefde die de ander waardeert, die de ander trouw is, die de ander toegedaan is, die de ander helpt.
En die liefde maakt de verkering mooi en aantrekkelijk en gelukkig en daarna het huwelijk.

Gemeente, dat is allemaal te danken aan de Here Jezus, die de zonde van het liefdesleven op Golgota heeft betaald en die door zijn Woord en Geest onze liefdesverlangens en liefdesgevoelens en liefdesgeluk reinigt en zuivert van zonde. En dat doet de Here Jezus nu al.
Om Christus en door Christus is er weer veel echte, gevende liefde terug! Terug onder de kinderen van God. Gevende liefde die God geschapen heeft in het paradijs.
Zo was ook Gods eigen liefde en zo is ook Christus' eigen liefde. Die is gevend, opofferend, dienend. En huwelijksliefde en verkeringsliefde moeten daarvan een afbeelding zijn. Van de liefde van God en van Christus tot de kerk. Daarvan moet onze verkering en huwelijksliefde een afbeelding zijn. En in de verkering moet je die gevende, opofferende liefde leren, in plaats van die eisende liefde van onze cultuur.
Zo waren, gemeente, dat bruine meisje en die jonge herdersknaap gelukkig in hun verkering. Ze hadden in hun harten gevende liefde. Hun liefdesgevoelens waren gericht op de ander en niet egoïstisch op zichzelf, zoals bij Salomonische liefde.

3. Dat liefdesverlangen respecteert de grenzen van de liefde

En nu komen we op het derde punt. Daarom respecteren deze jongen en dit meisje ook de grenzen van de liefde. Ze waren gek op elkaar. Ze vonden elkaar mooi. Ze zoenen en omhelzen elkaar innig. Ze blijven echt niet van elkaar af. Maar u leest in Hooglied nergens van seksuele gemeenschap. Zover kwam het niet. Ik zei zo-even al: die jongen bekijkt zijn meisje van top tot teen. Hij noemt vele uiterlijke lichaamsdelen op in dit lied, maar nergens en nooit noemt hij de intieme zone. En hij bekijkt haar door de sluier heen, hoofdstuk 4: 1-3. Dus hij trekt haar de kleren niet uit. Hier zegt de Here dus precies, jongens en meisjes, hoever je mag gaan in de verkeringstijd. Hier staat het precies, je hoeft er niet naar te zoeken in de Bijbel, hier staat het precies in duidelijke woorden.
En die jongen noemt zijn meisje in hoofdstuk 4: 12 'een verzegelde bron, een afgesloten wel'. Door God zelf verzegeld: ze is dus maagd en hij laat dat zo! Hoe innig lief hij haar ook vindt en hoe innig hij haar ook zoent. Hier is het respect van het wachten op de tijd van God! De tijd die God bepalen zal.
En het meisje respecteert deze grenzen ook! Beiden (u kunt dat lezen in de vorige hoofdstukken) kunnen in een bepaalde nacht van liefdesverlangen niet slapen. Ja, zo gaat dat soms onder jonge mensen. Die jongeman kan het niet meer houden in bed. En hij stapt eruit, zo kunt u lezen, en wandelt in die nacht naar het huis van zijn meisje. Klopt bij haar aan en hij zegt: 'doe mij open, mijn liefste'. En zij kan ook niet slapen, staat er. Haar hart gaat ook naar hem uit. Maar zij doet de deur niet open. Reden? Ze zegt: 'ik heb mijn onderkleed al uit'.

Dit meisje neemt de grenzen in acht. En de Here is dus in zijn Woord voor de tweede keer erg duidelijk, hoe ver je mag gaan in de verkering. De onderkleren mogen niet uit!
En een andere keer in hoofdstuk 7, als haar vriend de stroom van verlangens en emoties niet meer de baas kan worden, kiest dit meisje voor een wandeling. Dit bruine meisje in Hooglied is een lief, innerlijk sterk meisje, broeders en zusters, jongens en meisjes! Ze noemt zichzelf ook een muur met torens en geen deur. En ze geeft zich maar aan één jongen over (Hooglied 8: 10) en dan nog binnen de grenzen.

Gemeente, dit getuigt van zeer veel respect voor elkaar en voor God, die de grenzen van de liefde heeft gesteld. En ze weten: ze hebben elkaar van God nog niet gekregen tot man en vrouw! Ze mogen nog niet tot één vlees zijn! Maar dat zoekt dit verloofde paar in Hooglied ook niet!
Nee, ze willen eerst ontdekken en genieten van alles wat aan die lichamelijke vereniging vooraf gaat. Ze zeggen niet: 'ja maar, we hebben al een hele tijd verkering en we zijn echt helemaal zeker van elkaar en daar komt echt geen derde meer tussen. Dat weten we van elkaar en dan mag het toch wel. Dan mag je toch wel gemeenschap met elkaar hebben'.
Nee, ze nemen Gods orde in acht. Ze waarderen ook de liefdesgevoelens, en daar moeten jullie eens naar luisteren, jongelui, ze waarderen ook de liefdesgevoelens en het liefdesgeluk dat aan de lichamelijke vereniging vooraf gaat! Daarvan willen ze ook genieten! En die willen ze ook bespreken met elkaar. En die willen ze ook ontdekken.

Een goed stelletje, dat stelletje in Hooglied! Het wordt straks een goed huwelijk.
Maar als je het omdraait en je richt je in de verkering veel te veel op de intieme zone en op de intieme lichaamsdelen en je ontdekt dus niet het liefdesgevoel en het liefdesgeluk los daarvan en daaraan voorafgaand, dan ontneem je jezelf een heel stuk diep menselijk geluk! Je meent alle geluk te grijpen en je gebruikt voorbehoedsmiddelen om direct te grijpen wat je hart begeert, maar later zul je merken dat je een stuk wezenlijk geluk mist en blijft missen. En om deze reden stranden veel huwelijken! Liefdesgevoelens buiten de intieme zone zijn nooit besproken, zijn nooit ontdekt; die zijn overgeslagen en dat is erg! En daardoor ontstaat er veel kortsluiting en veel onbegrip en veel schade later in de huwelijken. Tenzij men om vergeving vraagt en beiden op de knieën gaan en men het zoekt bij Christus en in zijn kracht een nieuw begin maakt.

Er zijn tegenwoordig veel jonge mensen, ook binnen de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) die nergens wat in zien. Samenwonen, overnachten bij elkaar in één bed of één kamer of met z'n tienen in de gang. Een paar keer voorbehoedsmiddelen gebruiken, alles moet kunnen! Het is normaal vandaag. Zo wordt er geadverteerd.
En deze jonge mensen, ook binnen onze kerk, staan zonder dat ze het zelf weten hun eigen geluk van later in de weg. Dat zullen ze later bemerken in het huwelijk.
Maar er zijn ook veel jonge mensen in de kerk die de grenzen wel respecteren. En die het liefdesgeluk buiten de lichamelijke vereniging en voorafgaande aan de lichamelijke vereniging ook willen ontdekken en genieten. Zij gaan de weg waarop God het geheim van het geluk geeft.
Dank zij de Here Jezus Christus!

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar