Terug naar de eerste liefde

Thema: Terug naar de eerste liefde
Tekst: Hosea 2: 13-14
Tekstgedeelte(n): Jozua 7: 19-26
Hosea 2
Door: Ds. H. van Veen (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Neede)
Gehouden te: Neede op 19 september 1999

Aanwijzingen voor de Liturgie

  1. Votum en groet
  2. Zingen: Ps. 119: 12-14
  3. Wet
  4. Zingen: Ps. 12: 4-5
  5. Gebed
  6. Lezen: Jozua 7: 19-26
  7. Zingen: Ps. 52: 3-5
  8. Lezen: Hosea 2
  9. Zingen: Ps. 107: 11-12
  10. Lezen tekst: Hosea 2: 13-14
  11. Preek
  12. Zingen: Ps. 63: 2
  13. Gebed
  14. Collecte
  15. Zingen: Ps. 73: 10-11

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes,

Een enkele keer mag je ervan horen. Dat een man en een vrouw die definitief gescheiden waren, elkaar in nieuwe liefde terugvinden en voor de tweede keer gaan trouwen. Meestal is daar helemaal geen kijk meer op. Er is te veel gebeurd. Het is echt over en voorgoed uit. En laten we er maar niet te makkelijk over oordelen. We weten meestal maar een paar procent.
Als het toch gebeurt - een nieuwe start, een echt opnieuw en nu goed beginnen - dan is dat een prachtig wonder. Reden voor een groot feest. En mensen die er van horen, zijn blij verrast. Nou, dat is nou precies wat er aan de hand is en wordt beloofd in de tekst van vanmorgen. En het is een nog veel groot wonder dan twee gescheiden echtelieden die opnieuw beginnen. Hier is het de goddelijke Echtgenoot die vecht voor zijn kapot gezondigde huwelijk. Hier is het de onbegrijpelijke en niet stuk te krijgen liefde van de Here die een nieuwe bruidstijd aankondigt tussen Hem en zijn weggelopen volk. Gods liefde komt naar ons toe in de Bruidegom Jezus Christus. Liefde voor hen die liefde niet meer waard zijn. Liefde die beantwoord wil worden...

Terug naar de eerste liefde

We zijn getuige van:

  1. Liefde die diep gekwetst wordt
  2. Liefde die niet stuk te krijgen is
  3. Liefde die verwachtingen wekt
  4. Liefde die weer wordt beantwoord


1. Liefde die diep gekwetst wordt

Dat doen mensen -wij ook vaak- met Gods liefde.

Economische groei stabiel. Ongekende banengroei. Lastenverlichting. Een nieuw belastingstelsel waarin iedereen erop vooruitgaat. 'Uitbundige levensstijl doet energiebesparing te niet'.
Het zijn zomaar wat kreten en krantenkoppen die je dagelijks kunt tegenkomen. Aangepast aan de heel andere tijd zou je soortgelijke typeringen ook kunnen plakken op de tijd waarin Hosea de profeet leefde en werkte. Onder de regering van koning Jerobeam II ging het Israël economisch voor de wind. Niet alleen was er voor iedereen meer dan genoeg om te eten en zich te kleden -brood en water, wol en vlas- maar heel wat mensen konden zich luxe bestedingen permitteren - olie (cosmetica zou je vandaag zeggen; en alle mogelijke smeerseltjes en wat maar een mens opfleurt en het leven kan veraangenamen) en drank (grote winsten voor de drankindustrie; de horeca doet goede zaken; genoeg geld om elk weekend te gaan stappen).

Maar nou moet u eens goed luisteren als de profeet zijn tijdgenoten aan het woord laat. Hij laat Israël zeggen: "Ik wil achter mijn minnaars aangaan, die mij mijn brood en water, mijn wol en vlas, mijn olie en drank geven". Wie die minnaars zijn, begrijpt u wel. Daarmee worden de vreemde goden bedoeld, de Baäls, die ook in Israël uitbundig vereerd werden, als de goden van regen en zonneschijn, vruchtbaarheid en groei. Dat is economie en welvaart, studie en werk, uitgaan en vakantie houden - op zich niks mis mee - maar losgemaakt van de Gever. En zo gezien, stikt ook onze tijd van de Baäls: economische groei, Europese eenwording, de cijfers van het centraal planbureau, de beursnoteringen - maar net zo goed mijn goede verstand, mijn harde werken, mijn verstandig beleggen, mijn scherp inkopen, mijn slimme spaarconstructie...
Later verwoordt Hosea het scherp zo: "toen zij verzadigd werden, verhief zich hun hart; daarom vergaten zij Mij." Vandaar: "mijn brood en water, mijn wol en vlas, mijn olie en drank".

Nou, en daar had Mozes heel veel eeuwen eerder al voor gewaarschuwd - toen ze vanuit de woestijn op het punt stond dat veelbelovende land van melk en honing te gaan bezetten: "Pas op dat je dan Mij niet vergeet en niet zegt: in eigen kracht en eigenhandig heb ik dit verdiend." Het was toch gebeurd. Het gebeurt steeds weer. Het is ook typerend voor een welvaartstijd op de drempel van een volgend millennium. Economische opbloei en tegelijk geestelijk neergang.
'Meer liefde voor genot dan voor God', schrijft Paulus later. Bij monde van Hosea klaagt de Here en Hij klaagt aan: ze beseffen niet dat Ik het ben die haar het koren, de most en de olie heb gegeven, die haar het zilver rijkelijk geschonken heb en het goud dat zij voor de Baäl gebruikt hebben." Een dubbel verwijt: vergeten dat je al je welvaart aan de Here te danken hebt, en dan ook nog wat de Here desondanks toch bleef geven, misbruiken tegen Hem. Je geld uitgeven voor verkeerde dingen, voor slecht vermaak. Je tijd vermorsen met dingen die je van je geloof afhelpen. Je energie stoppen in wat slecht is voor jezelf en voor je medemensen... Gewoon doen waar je zin in hebt, geld speelt toch geen rol, en als het op is, zie je wel verder.

Maar de Here kan dat niet eindeloos laten lopen. De Here kondigt aan dat Hij zal ingrijpen met harde hand om zo een wegversperring neer te zetten op de weg van de zonde en afval van Hem. Hosea kondigt het einde aan van heel die welvaartscultus. God zegt: Ik zal mijn koren (hoort u het goed!?) weer wegnemen, en mijn most, wegrukken mijn wol en mijn vlas". Voor feestjes is dan geen tijd meer en geen geld - het wordt weer vechten om het hoofd boven water te houden. Sieraden worden verkocht om brood te kunnen kopen. Het wordt weer armoe troef.

Zo is dat ook gebeurd met dat Israël. Samaria is zelfs verwoest. Er kwam ballingschap van. Nou, dat lijkt ver weg vandaag. In een wereldeconomie die wel eens in een dip belandt, maar toch niet stuk lijkt te kunnen. Maar de God van Hosea is nog altijd dezelfde. Hij neemt het niet als mensen Hem vergeten en hun leven onttrekken aan Hem. Als zijn liefde versmaad wordt. Je zult dan met al je welvaart straks naakt aan de dijk staan: niets kun je van dat alles meenemen.
We weten toch hoe kwetsbaar we zijn. Hoe we zomaar onze baan kwijt zijn, of onze gezondheid, ons aandelenpakket, ons zorgvuldig opgebouwde pensioen... En dat je er zeker niet een eeuwig leven mee kunt verdienen. En daarom: flirt niet met zelfbedachte idolen, maar bedank je God en Vader voor zijn liefdevolle zorg. En gebruik wat Hij geeft tot zijn eer en in zijn dienst.

2. Liefde die niet stuk te krijgen is

Terug naar de woestijn. Dat is het vooruitzicht als mensen niet terugkeren tot God en op hun blote knieën Hem erkennen en bedanken voor zijn gaven. De woestijn, dat klinkt niet aanlokkelijk. Dat is armoe, onvruchtbaarheid, vechten voor het kale naakte bestaan. En dat als straf: zo slaat God met zijn hand de mensen om hun zonden. De Here kan dat doen. Heeft dat in de loop van de tijden ook meer dan eens gedaan. Denk maar aan de crisistijd en de oorlogsjaren, aan het ineenstorten van het communisme en het uiteenvallen van een anti-goddelijke wereldmacht als de Sovjet-Unie. God kan het ook doen met het rijke westen als dat zichzelf verrijkt en zichzelf kapot consumeert en niet rijk wil zijn in God... Laten vooral wij als christenen het ter harte nemen en ervoor oppassen, dat we ver weg groeien van de eerste liefde in een oppervlakkig christen-zijn, net zo werelds bezig van de maandag tot de zaterdag als iedereen: omdat we niet anders durven zijn en ons hart eigenlijk niet op God is gericht, maar we ons hebben verslingerd aan wat -buiten God om- toch veel boeiender is en veel meer voordelen oplevert. En wat zit er nou voor kwaad in... Vul zelf maar in...

Maar de Here klaagt ons aan: wat is er over van die eerste liefde? Waar je schat is, is toch je hart?
Kijk, en nou zijn we waar God met zijn volk naar toe wil in de woestijn: terug naar die eerste liefde. Zoals je misschien wel diep ongelukkig in die dure villa soms met heimwee terugdenkt aan hoe je samen begon op dat zolderkamertje: met een paar ouwe stoelen en een sinaasappelkistje, en her en der opgescharreld huisraad, maar je ging er samen voor en je was blij met elkaar en dankbaar voor het weinige dat je elke dag kreeg... Het was de tijd van de eerste liefde.
Die tijd maakte God mee met zijn net bevrijde volk toen ze door de eenzame kale woestijn trokken. Een makkelijke tijd was het niet, en ook toen was er zonde en ondankbaarheid, maar ze hebben wel ervaren dat als ze van Gods gaven wilden leven, ze niets tekort kwamen. Mozes zei het later: uw kleren zijn niet versleten en uw voeten niet opgezwollen, al die veertig jaar.
God ging voor ze uit. God gaf brood uit de hemel en water uit de rots. Een zorgzame Man.

Maar wat is dat lang geleden. Nu moeten ze zelf zorgen voor brood op de plank - denken ze. Nu hebben ze met hun blote handen een eigen goed lopend bedrijf opgebouwd - zeggen ze. En ze verwachten heel wat van de goden van het land - de weergoden, moeder aarde, de stand van de economie. Ze praten druk en duur over hoe te beleggen en hoeveel te investeren. En ze leven alsof het niet op kan: ons geld, onze zaak, onze fondsen - en wie kijkt nog naar Boven?
Daarom: terug naar de woestijn. Naakt uitgekleed en te schande. Niks houd je eraan over...

Maar gemeente, daar zit meteen al een verrassend blije wending in! Want God slaat zijn bruid van vroeger die een hoer is geworden, niet met harde hand terug in de kale barre woestijn. We horen integendeel van tere liefde. Je zou haast zeggen: weer en nog steeds verliefd als toen het begon. "Ik zal haar lokken" staat er. Je kunt het ook vertalen met 'verleiden', maar dan goed bedoeld. Dezelfde taal spreekt uit wat God verder belooft: "Ik zal spreken tot haar hart". Geen harde taal vol verwijten, maar woorden van liefde. Lees vers 18: Ik zal u mij tot bruid werven. Zoals liefde zich uit: Ik hou van je, wil je met me trouwen. Maar dan wordt dat hier gevraagd na een geschiedenis van ontrouw en ellende, na overspel en scheiding: Ik wil weer met je trouwen.

Kijk, dat is nou Israëls Gods. Zo is de Here nou. Zijn liefde - zo vaak en zo diep gekwetst - lijkt gewoon niet stuk te kunnen. Die zit zo diep dat God er eeuwen later zijn eigen Zoon er aan waagde. In de woestijn sloeg Hij de aanvallen van de duivel af: niet van brood alleen zal de mens leven, maar van wat uit de mond van de Here uitgaat. Op de heuvel van de dood versloeg Hij de duivel definitief op eigen terrein door Gods toorn te dragen in plaats van mensen als wij, die de liefde van de Here versmaad hadden en Hem nog zo vaak ondankbaar en ongelovig kwetsen. Zo verdiende Jezus voor ons een nieuw verbond. Mag een nieuwe bruidstijd beginnen, in liefde en gerechtigheid. Zo diep zit het bij God die onbegrijpelijke liefde, nota bene voor zondaars: wil je weer met Me trouwen? Wat kun je dan anders zeggen dan: ja, graag zelfs!

3. Liefde die verwachtingen wekt

Hoe romantisch het achteraf misschien ook lijkt, je moet toch wel heel veel stappen terugdoen: vanuit die riante villa weer op dat kale zolderkamertje.

Zo hoef je de omzwervingen van Israël in de woestijn echt niet te romantiseren. Mozes kijkt er aan het eind van de rit eerlijk op terug: die grote vreselijke woestijn, met vurige slangen en schorpioenen en dorstig land zonder water... Wie wil nou daar naar terug als je gewend bent aan een land van melk en honing? Dat is echt wel een straf. Terug naar af. Je zakt ver weg onder de armoedegrens. De ouderen onder ons herinneren zich vast nog wel de crisis van de dertiger jaren en de bezetting van 1940-1945, en de periode van wederopbouw daarna. Daarop terugkijkend zullen gemengde herinneringen bovenkomen. Positieve herinneringen: je was met weinig dankbaar, mensen hielpen elkaar, er was gezelligheid en geborgenheid thuis... je leefde ook heel dicht bij de Here... Maar wie van u zou die moeilijke tijden weer terug willen...? Met vaak bittere armoe, werkloosheid, sociale ongelijkheid... en later de ellende van de oorlog en de bezetting... en wat een verdriet naast mooie dingen waren er in een kerkstrijd als de Vrijmaking.
De Prediker zei al: "Zeg niet: hoe komt het dat de vroegere tijden beter waren dan deze? Want niet uit wijsheid zou u dat vragen." Gelukkig maar dat onze tijden in de hand van de Here zijn.

Toch: als God zijn weggelopen vrouw teruglokt de woestijn in -denk aan de ballingschap- dan is dat om haar zover te krijgen dat Hij en zij weer opnieuw kunnen beginnen. Zoals lang geleden God zijn volk in de woestijn leerde om het van helemaal van Hem te verwachten en te leven van zijn genade, zo zullen ze dat weer moeten leren. Pas in de weg van bekering - Ik zal teruggaan naar mijn eerste man, toen had Ik het beter dan nu (het was veel fijner die eerste liefde op dat zolderkamertje, dan in die dure villa met een man die je alleen maar gebruikt en niet echt van je houdt - zie je wel dat geld en luxe niet gelukkig maken) - komt het weer goed.

Vanuit de woestijn komt -als na crisis en oorlogsjaren- weer herstel en nieuwe bloei. Terug naar de eerste liefde is veelbelovend. God zegt: Ik zal haar daar -vandaar staat er eigenlijk- haar wijngaarden geven. Nieuwe opbloei na een echt nieuwe start: je hebt je lesje geleerd.
Veelbetekenend valt dan een plaatsnaam die -als je hem hoort- doet huiveren: het dal Achor.
Niet alleen dat het een kale onherbergzame streek is, maar iedereen wist wat daar eeuwen geleden was gebeurd. Achor - ongeluksdal - doet aan Achan denken. Die man die tegen het uitdrukkelijke bevel van de Here iets van de buit van Jericho achterovergedrukt en weggestopt had - eigenlijk van de Here had gestolen - en die toen met z'n hele familie en met heel z'n hebben en houden van de aarde was weggevaagd: van de kerk afgesneden. Vreselijk om zo aan je eind te komen. De schrik zat er goed in...
Maar toch: de zonde van Achan was de kerk niet uit. Ze deden in de tijd van Hosea massaal net als Achan had gedaan: je leven met heel je hebben en houden aan de Here onttrekken: mijn brood, mijn water, mijn wol, mijn vlas - ze beseffen niet dat Ik het hun geef - klaagt de Here.

Nou, en u dan en jij - sluipt de zonde van Achan niet elke keer weer zomaar ons leven binnen - dat we de Here erbuiten houden, en hele stukken van ons leven aan de zeggenschap van de Here God onttrekken? Dat we doen als Hosea's tijdgenoten: mijn leven, mijn geld, mijn tijd, mijn huis, mijn auto... en we zomaar vergeten dat we het alleen maar van de Here te leen hebben en verantwoording moeten afleggen van ons beheer en alles weer moeten teruggeven...
Wie denkt aan het dal Achor, mag schrikken. Heilzaam als die schrik leidt tot bekering. Ja, en dan mag je ook doorlezen en doordenken. Want die vreselijke straf die Achan en zijn familie trof, werd voor heel Israël de deur waardoor ze toch het beloofde land binnenmochten. Op de nederlaag tegen het kleine Ai volgde nu een klinkende overwinning. God was weer vóór hen.
Nou, zo zegt God later, dat Hij in de weg van bekering -terug naar de eerste liefde- 'het dal Achor zal maken tot een deur der hoop'. Dat is een nieuw verbond. Een nieuwe bruidstijd in toewijding aan elkaar. Dwars door het diepe dal heen van straf en terug naar af, ballingschap.

Ik weet niet hoe het u gaat, maar dan zie ik boven dat donkere dal Achor al de contouren van het kruis van Golgota zich aftekenen. Daar stortte God zijn eigen zoon in het ongeluk, opdat Hij ons voorgoed gelukkig zou kunnen maken. De heuvel Golgota, vloekheuvel, wordt, voor wie in Jezus gelooft, de deur van de hoop. Hij baande voor ons de weg om weer tot God te komen. En wij verwachten om Christus' wil een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Stil maar, wacht maar - bid maar, werk maar - en kom elke dag terug bij God - en alles wordt nieuw!

4. Liefde die weer wordt beantwoord

Onbeantwoorde liefde kan levenslang pijn doen. Maar liefde geven en bedrogen worden -denk aan een huwelijk dat stukgaat door overspel- is nog veel erger. Juist dat erge doen wij mensen -en deed Israël- keer op keer de Here aan. Des te groter feest als de zuigkracht van de zonde stukgebroken wordt en de hoer weer de bruid wordt. Dat wonder kan alleen de Here zelf bewerken. En Hij doet het ook: de eerste liefde wordt weer zo sterk, dat ze beantwoord wordt en de wonden van een donker verleden worden geheeld. Je kunt weer zingen. Je zegt weer -en je meent het ook: mijn Man (vers 15); mijn grote liefde... We zingen niet maar 's zondags gedachteloos onze liederen, maar ons hele leven is een loflied. We gaan ons leven aan de Here wijden: naast U wil ik niemand.

Wie is uw, jouw eerste liefde?

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar