Maak van twijfel geen levensstijl!

Thema: Maak van twijfel geen levensstijl!
Tekst: Jakobus 1: 6b-8
Tekstgedeelte(n): Jakobus 1: 1-18
Door: Ds. J. Haveman (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Hattem-Noord)
Gehouden te: Roodeschool op 2 juni 2002
Opmerking JH: Voor preeklezers geldt de voorwaarde om vooraf overleg met mij, ds. J. Haveman, te hebben.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ochtenddienst: Ps. 42: 1
Ochtenddienst: Wet
Ochtenddienst: Ps. 42: 7
Middagdienst: Ps. 42: 1, 7
Lezen: Jakobus 1: 1-18
Ps. 73: 1-2,6
Tekst: Jakobus 1: 6b-8
Ps. 94: 5-6, 9
Ochtenddienst: Ps. 119: 65
Middagdienst: Geloofsbelijdenis: Gez. 4
Gez. 29: 1, 4
Zegen

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Je zult maar dominee zijn en Henk Jasperse heten.
Ik weet niet of u die discussie in het Nederlands Dagblad de laatste tijd wat hebt gevolgd, maar Henk Jasperse is iemand die veel vragen heeft, iemand die het allemaal zo zeker niet meer weet en die zich verveelt als hem gereformeerde waarheden worden voorgeschoteld. Niet dat hij niet in God gelooft; ook voor hem is Jezus Christus de enige weg. Maar in zijn aangevochten geloof ontvangt Henk naar zijn mening te weinig steun van de kerkgemeenschap, voelt hij zich zelfs in de steek gelaten. Zijn grote vraag is: wat betekent het oude evangelie nu concreet in onze situatie, in ons echte leven? Of persoonlijker: wat zegt Jezus tegen jou als je met jouw eigen leven bij Hem komt? Nou dat zijn zeker spannende vragen - wie zou zich dat niet van tijd tot tijd (moeten) afvragen!?
Probleem bij Henk Jasperse is alleen dat hij nogal fundamenteel twijfelt; hij omschrijft onze postmoderne tijd als: "leven met het besef dat je de waarheid niet kunt spreken zonder te liegen, leven met idealen waar je tegelijk wel en niet in gelooft, leven tussen brokstukken en fragmenten..." Voor zijn gevoel probeert hij te overleven op de woelige zee van de verwereldlijking op wrakhout dat hij hier en daar bij elkaar gesprokkeld en gebonden heeft.
Probleem is ook dat Henk dominee is. En volgens sommigen moeten dominees geen vrágen stellen, maar ántwoorden geven. Dat hebben dominees toch beloofd!? Dat ze de waarheid in Jezus Christus zullen verkondigen? Nou, hoe kun je nou de gemeente de waarheid zeggen, als je zelf aan alle kanten twijfelt!? Sommige mensen worden zelfs boos op dominee Jasperse: dat soort vragen mág je niet eens stellen, en zeker niet in de krant, en al helemaal niet onder een schuilnaam!

Het is duidelijk dat Henk Jasperse heel wat teweeg heeft gebracht; z'n artikelen in de krant hebben heel wat los gemaakt. Velen herkennen en delen zijn gevoelens en vragen en zijn blij dat het eindelijk eens onder woorden is gebracht en bespreekbaar gemaakt. Anderen zijn verdrietig of bezorgd, of juist bevestigd in hun mening dat we als kerken hard aan het afglijden zijn - als zelfs dominees het al niet meer weten!
Broeders en zusters, laat ik u iets mogen bekennen: ook ik kan het zo nu en dan niet laten hartenkreten te schrijven in de krant, maar ik ben niet Henk Jasperse. En zijn vragen, moeiten en problemen zijn ook niet direct de mijne. Maar ik herken er wel veel van! Bij me zelf, en om me heen. En persoonlijk ben ik van mening dat alle 'Henk Jasperses' er veel meer mee geholpen zijn als we oprecht en met liefde naast hen gaan staan en samen proberen een uitweg uit hun moeiten te zoeken, dan dat ik me als predikant boven hen verhef, hen verbied de vragen te stellen die ze hebben en waar ze mee worstelen, en over hun hoofden heen wel even zal zeggen hoe het allemaal zit.
Vanuit de Bron van het leven, Gods Woord, dat al eeuwen meegaat en dat de waarheid in zich draagt, willen we proberen de postmoderne mens een hand te reiken vanuit de brief die Jakobus heeft geschreven. We doen dat onder het samenvattende thema:

Maak van twijfel geen levensstijl!

Henk Jasperse schreef zijn artikelen onder een schuilnaam / pseudoniem. Dat heeft Jakobus niet gedaan. Toch is niet helemaal duidelijk wie deze Jakobus nou echt is geweest. De meeste uitleggers houden het erop, dat hij, net als de schrijver van de brief van Judas, een zoon van Jozef en Maria was en daarmee dus een broer van de Here Jezus. Opvallend is, dat zowel Jakobus als Judas daar niet mee pronken - want dat zou toch geweldig klinken en indruk maken: ...een echte broer van Jezus Christus!
Nee, ze zeggen juist dat ze dienstknecht van Hem zijn.
Jakobus stond aan het hoofd van de christelijke gemeente te Jeruzalem. Uit Handelingen 15 weten we, dat hij op de eerste synode een belangrijke rol heeft gespeeld. Hij toonde zich toen niet alleen leraar, maar ook herder, die pastoraal sterk op de schapen van de kudde betrokken is. Diezelfde pastorale fijngevoeligheid herken je ook in de brief. De pastor heeft hart voor de gemeente en wil bemoedigen en troosten, vermanen en onderwijzen.

De brief laat iets zien van waar onze broeders en zusters in hun tijd mee te maken kregen. Stel u voor: na de steniging van Stefanus breekt er voor de christenen in Jeruzalem een zware en gevaarlijke tijd aan. Veel mensen slaan op de vlucht en zoeken een veilig heenkomen buiten de stad. Op deze manier wordt de 'nije leer' verbreid en ontstaan er ook op andere plaatsen kleine christelijke gemeentes. Maar makkelijk is het leven niet: het blijkt een aangevochten bestaan te zijn. Hoe moet je als christen je plaats en houding bepalen in een niet- of zelfs antichristelijke samenleving? Jakobus wil zijn oud-gemeenteleden die nu verstrooid over een veel groter gebied een hart onder de riem steken. Hij begrijpt de moeite die zijn schapen hebben en de verleidingen die er op hen afkomen, Hij ziet ook het gevaar van schijnchristendom, uiterlijke vormen waar het hart uit is, een leven dat onvoldoende doortrokken is van het geloof. Kijk maar naar de onderwerpen die Jakobus ter sprake brengt: twijfel en fatalisme, vertrouwen op rijkdom die toch weer vergaat, het alleen maar aanhoren van het evangelie en het er niet naar leven, het aanleggen van menselijke meetlatten waarlangs anderen beoordeeld worden, verleidingen van de wereld en zelfhandhaving tegenover God. Wat kwam er toen al veel op die mensen af!
Ja, maar: wie herkent in die onderwerpen niet onze tijd? Hebben wij het er vandaag de dag ook niet geweldig moeilijk mee ons geloof te laten doorwerken in alle delen van het leven? Om consequent te zijn, ergens voor te staan, integer en oprecht, recht door zee? Is er bij u, jou en mij ook niet de zuigkracht van het grote geld en de mooie spullen die je hart vervullen en waarmee je continue bezig kunt zijn? Ik moet geld verdienen, want ik wil... Is er bij ons ook niet de aanvechting, de twijfel - zou het allemaal wel waar wezen?, de vragen - waarom, Heer, waarom zo, waarom zij? Wie denkt nog dat het leven van een kind van God over rozen gaat? Dat het cool is om christen te zijn? Is het leven van een christen A.D. 2017 ook geen aangevochten bestaan?

Zijn de woorden van Jakobus dan niet een beetje een koude douche: wees er alleen maar blij om als je in allerlei verzoekingen terecht komt! Hoezo blij? Moet ik er blij om zijn dat ik er geen touw meer aan vast kan knopen? Dat ik het ook allemaal niet meer weet? Dat ik me aangetrokken voel tot een wereldse levensstijl? Moet ik er blij mee zijn dat ik merk dat ik precies hetzelfde belangrijk vind en al m'n tijd en energie besteed aan precies hetzelfde als m'n ongelovige buurman? Hoe kan ik nou blij zijn als de Here m'n leven zo op de proef stelt en ik zulke geweldig moeilijke dingen mee moet maken - een geliefde die sterft, ernstige ziekte, handicap, kinderen die niet meer willen geloven - ik ben eerder wanhopig, Here - niet blij!
Wat bedoelt Jakobus als hij zegt dat het je een vreugde moet zijn in allerlei verzoekingen te vallen? Waar gaat het dan over? Het woord dat in vers 2 met 'verzoekingen' vertaald wordt, kun je ook vertalen met 'beproevingen', een op de proef stellen, uittesten. Vaak wordt het dan zo gezegd: een verzoeking komt van de duivel en wil je tot het kwade verleiden, een beproeving komt van God en wil je tot het goede brengen. Dat klopt ook met wat in vers 13v staat: "God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking. Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking van zijn eigen begeerte." Toch is het, als je iets moeilijks in je leven meemaakt, heel moeilijk om te bepalen of het nou een verzoeking van de duivel is of een beproeving van God. Dat ligt vaak niet zo helder. Het ligt veel meer door elkaar heen (en vandaar misschien ook wel dat het Griekse woord beide kan betekenen): als je met de positieve bedoeling van God op de proef wordt gesteld is het ook mogelijk dat je de verkeerde kant op gaat. En omgekeerd: als je met de kwade bedoeling verzocht wordt door de duivel, kun je ook goed kiezen. Misschien zouden we het woord beter kunnen vertalen met aanvechting. Datgene wat je meemaakt, wat je schokt, verdriet doet, machteloos maakt, vecht je geloof, je vertrouwen aan - stelt je op de proef. Er wordt van twee kanten aan je getrokken. En welke kant gaat het (ga je) dan op: naar God of naar de duivel? Daar gaat het om!

Welke conclusie mag je trekken als je met aanvechting te maken krijgt? Dat het erom spant. Dat er aan je getrokken wordt. Dat God met je bezig is en dat Hij uit is op een goed gevolg. Dat lees je in vers 3: de beproefdheid van je geloof werkt volharding uit. Daar heeft ook Petrus het over: " Verheugt u daarin, ook al wordt gij thans, indien het moet zijn, voor korte tijd door allerlei verzoekingen bedroefd, opdat de echtheid van uw geloof, kostbaarder dan vergankelijk goud, dat door vuur beproefd wordt, tot lof en heerlijkheid en eer blijke te zijn bij de openbaring van Jezus Christus." Het is een zuivering, een test van echtheid, van integriteit.
En die volharding heeft weer tot doel dat je volkomen en onberispelijk bent en in niets tekort schiet (vers 4). Het is een geestelijk groeiproces tot 'heel' mens, iemand die betrouwbaar is, iemand uit één stuk, zoals ze dat wel zeggen; iemand die niet op twee gedachten hinkt of bij wie het de ene keer zus is en de andere keer zo. Een 'heel' mens. Zo wil God je hebben.

Maar dat kan je het gevoel geven: dat bereik ik nooit! We zijn toch zondig, dan kun je toch nooit volmaakt worden? Er komt zoveel op je af tegenwoordig - hoe kun je ooit aldoor de goede keus maken? En we komen in kennis en inzicht juist heel veel te kort. En we begrijpen vaak niet wat voor bedoelingen God heeft met alles wat er gebeurt, het is voor ons juist één groot raadsel. We hebben vragen, allemaal vragen.
Oké, zegt Jakobus dan, en daarom moet je er ook om bidden. Bidden om wijsheid, inzicht, onderscheidingsvermogen. Wijsheid is geen geleerdheid, maar inzicht in hoe je moet handelen, om de dingen in de juiste verhoudingen te zien, om er achter te komen wat Gods weg met je is en welke bedoeling Hij heeft. Bid daar om, want God geeft het je als je Hem erom vraagt. Hij geeft het zonder uitzondering of terughoudendheid, vraag het daarom ook van Hem zonder uitzondering en terughoudendheid. De Here geeft je - daar mag je zeker van zijn! - juist in je aanvechting wat je zo hard nodig hebt.

Er is alleen één voorwaarde: je moet bidden in geloof en niet twijfelen. Als je aan mensen iets vraagt kan er terecht onzekerheid zijn: mensen zijn willekeurig en nogal eens onbetrouwbaar. Hoe vaak beloof je niet iets, wat je zomaar weer vergeten bent? Hoe vaak denk je niet iemand te kunnen vertrouwen, en vertrouw je daardoor hem of haar iets toe, en word je later toch teleurgesteld? Kijk, als je denkt dat God ook zo is, als je zo menselijk van Hem denkt - maar afwachten wat er van terecht komt, maar afwachten of God iets doet met alles wat ik Hem zeg en vraag - dan is het niet goed. Jakobus waarschuwt daar tegen: twijfel niet aan God! Want als je twijfelt moet je niet denken dat je iets van de Here zult krijgen.
En daar zit je dan. Met al je vragen. Met al je twijfels. Mag dat dan helemaal niet? Mag je nooit twijfelen? Moet je je schuldig voelen als je wel eens twijfelt? En praat je er daarom maar niet over, bang dat je gelijk veroordeeld wordt?
Nou is niet alle twijfel hetzelfde. Je kunt drie soorten twijfel onderscheiden1:

1. Twijfel van gevoel. Heel herkenbaar: je wilt best geloven, maar door wat je meemaakt ontstaat er vervreemding: God lijkt ver weg. En het schiet door je heen: is God er eigenlijk wel? Houdt Hij ook (nog) wel van mij? In de bijbel staan heel wat voorbeelden van zulke twijfelaars. Denk aan Abraham, David, Job, Petrus. Je kunt ook niet zeggen dat deze twijfel hetzelfde is als ongeloof. Wel kan het er tussenin zitten. Zoals die vader van een doodzieke zoon uitroept:,, Ik geloof Here, kom mijn ongeloof te hulp.'' Daar zie je het weer: die aanvechting - dat je naar twee kanten wordt getrokken. Zulke twijfelaars worden in de Bijbel (en trouwens ook in de belijdenis) altijd mild tegemoet getreden.

2. Twijfel van verstand. Dit is al wat lastiger. Het is zeg maar dat je ergens met je verstand niet bij kunt. Logisch kun je iets niet op een rijtje krijgen. Sara lachte toen de Here Abraham vertelde dat ze nog op hoge leeftijd een zoon zou krijgen. Johannes de Doper vroeg zich af of Jezus toch wel echt de Messias was die beloofd was en komen zou. Zulke twijfel wordt in de Bijbel niet goed gepraat, al is het wel heel begrijpelijk. Maar het slaat maar zo door en dan wil je er niet meer aan dat bijvoorbeeld de aarde door God uit niets geschapen is, of dat Jezus wonderen van genezing deed, of dat onze Heiland uit de dood is opgestaan en dat alle gestorven gelovigen ook eens zullen opstaan. Het kan zelfs zo ver komen dat je God ter verantwoording roept, omdat God iets anders doet dan jij wil. En dan ga je toch echt te ver en is het belangrijk dat je weer let op de goede verhoudingen: jij bent mens en God is God!
3. En dan is er nog de laatste soort: twijfel van de wil. En aan deze twijfel moet je bij Jakobus denken. Dan is er sprake van fundamentele twijfel als gevolg van een niet tot overgave zijn gekomen aan God, van een niet echt de keus voor God gemaakt hebben. Of van een tegen beter weten in vasthouden aan eigen gelijk en eigen keuzes.
Jakobus schetst deze twijfelaars helder en duidelijk: ze lijken op een golf in zee die door de wind wordt aangewakkerd en opgejaagd. Je ziet het voor je: de branding, de golven die op de kust slaan. Prachtig hoge golven zijn het soms. Zo'n golf is altijd in beweging. Wordt heen en weer geslingerd. Komt nooit tot rust. Je bent innerlijk verdeeld, letterlijk: dubbel van ziel, dubbelhartig, een gespleten persoonlijkheid, geen mens uit één stuk. Je bent ook onstandvastig, wordt continue heen en weer geslingerd door allerlei wind van leer. Ja, en als je op zo'n woelige zee alleen nog maar wat wrakhout hebt om je aan vast te klampen... ben je dan geen mens geworden die van twijfel een levensstijl heeft gemaakt? Ik denk dat je dit gevaar in onze tijd best wel weer veel loopt. Want het is 'in' om te twijfelen. Het is mode om niets meer zeker te weten. Alles wordt op de helling gezet. En ik geef Henk Jasperse toe, dat daar ook wel iets heilzaams in zit. Want we hebben ook wel eens teveel en te goed geweten hoe het allemaal zit. We hebben ook wel eens te grote woorden gesproken. We hebben ook wel eens gezegd 'God wil het', terwijl het veel meer was 'wij willen het'. Dat dat bevraagd wordt, dat zekerheden die schijnzekerheden zijn op de helling worden gezet is niet erg, dat werkt alleen maar zuiverend en herstellend.
Alleen wil dat niet zeggen dat er dus geen zekerheid meer is. Dat er helemaal niks meer zeker is. Dat je je ook nergens meer op kunt oriënteren. Want dat is niet waar; en we moeten het ons ook niet laten aanpraten. De zon komt nog steeds op in het oosten. En er mag van alles veranderen - God blijft dezelfde, betrouwbaar tot en met. En in zijn Woord, de Bijbel, geeft Hij ons een duidelijk kompas, een richtingwijzer voor het leven. En daar zul je steeds weer naar terug moeten. Daar leer je ook de echte wijsheid vinden. Soms is het even (of wat langer, of zelfs levenslang) zoeken, maar als je dicht bij de Here leeft, drinkt uit zijn Bron van leven, en door de Geest biddend om kracht en wijsheid vraagt, dan zal Hij je de waarheid leren kennen, dan zul je antwoorden krijgen op je vragen, al is het misschien pas na verloop van (heel veel) tijd.

Broeders en zusters, maak van twijfel geen levensstijl. Laat in je leven juist zien dat je onvoorwaardelijk op God vertrouwt, ook al is het nog zo'n aangevochten bestaan, en snap je soms helemaal niks van wat er gebeurt. Besef goed dat het er juist in de aanvechting op aankomt en laat vooral dan je hele hart aan de Here gewijd zijn. Wees mens uit één stuk.

Amen.

1 Gebaseerd op een onderscheiding van dr W.G.Rietkerk, aangehaald in 'Ik geloof en belijd' (deel 7)

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar