| Thema: | Taak en roeping van een profeet |
| Tekst: | Jeremia 1 |
| Tekstgedeelte(n): | Jeremia 1 |
| Door: | Ds. J. Haveman (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Hattem-Noord) |
| Gehouden te: | Roodeschool op 11 augustus 2002 |
| Opmerking RJCV: |
De prekenserie Jeremia bestaat uit: Alle delen uit deze serie zijn ook zelfstandig te lezen. |
| Extra: | Inleiding op en historisch overzicht bij de prekenserie
Jeremia. Bijbelleesrooster bij de prekenserie Jeremia. |
Aanwijzingen voor de Liturgie
Votum en zegengroet
Ps. 119: 53, 60
Ps. 119: 66
Tekst: Jeremia 1
Ps. 139: 2, 4, 7
Ps. 99: 1-4
Gez. 30: 1-3
Zegen
Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,
Wat is waarheid? Deze vraag van Pontius Pilatus kun tegenwoordig weer overal horen. Wat is waarheid?
Pilatus vroeg het aan de Here Jezus toen deze gevangen genomen voor hem stond. Jezus had net gezegd: "Hiertoe ben
Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid zou getuigen; een ieder die uit de
waarheid is, hoort naar mijn stem." Waarheid - maar ja, wat is waarheid? Kun je nog wel zeggen dat iets waar is?
Kun je dat nog wel beslissen voor een ander? Of is alleen waar wat voor jou waar is? Wat jij als waarheid ervaart?
Zo relativeren we vandaag de dag in de voetsporen van Pilatus de waarheid. En we generen ons er haast voor
tegenover ongelovigen of andersgelovigen - die tegenwoordig bij bosjes om ons heen wonen - we durven haast niet
meer zeggen dat het christelijk geloof de waarheid is. De enige waarheid. En dat alleen Christus de
weg en de waarheid is, en dat er buiten Hem om absoluut geen hoop, geen toekomst is.
Want ja, als je zoiets zegt ben je al gauw fundamentalistisch. En wordt je op één hoop gegooid met de Taliban en
andere moslimextremisten. Je wordt versleten voor onverdraagzaam en ondemocratisch, want wie geeft jou het recht te
claimen dat toevallig jij en jij alleen de waarheid in pacht hebt?
En zo komen we uit bij de zogenaamde tolerante verdraagzaamheid: jij vindt dit en ik vind dat. Discussie gesloten.
Maar tegelijk heeft de onverschilligheid gewonnen, is de echte gemeenschap geschonden en een gesprek onmogelijk
gemaakt. En wat nog kwalijker is: in feite is de tegenwoordige tolerantie een schijntolerantie, want alleen
dat wordt getolereerd, wat door die ander geaccepteerd wordt. Maar zo worden godsdienstvrijheid en vrijheid van
meningsuiting wel ernstig bedreigd! Mogen we als christenen straks nog openlijk de waarheid belijden, ook als
dat tegen de gevestigde orde en de publieke opinie ingaat?
We hoeven als kerkmensen echter niet alleen naar de grote boze maatschappij te kijken, want ook wijzelf krijgen er een tik van mee. Hoe vaak hoor je niet, als je iemand ergens op aanspreekt: bemoei je met je eigen zaken! Of als je vanuit de bijbel laat zien dat iets echt niet kan, wordt er op gereageerd met zoiets als: "ja, maar ik vind..." Dan heb je toch ook in de kerk het onderling gesprek, en misschien zelfs wel de gemeenschap, onmogelijk gemaakt!
Probleem is natuurlijk, dat de boodschap van de kerk vaak zo tegendraads is, tegen je gevoel ingaat, tegen wat
leuk is en aangenaam en aantrekkelijk. Kijk naar Jezus. Wat waren zijn woorden, wat was zijn optreden tegen de
gevestigde orde. Overal ging Hij tegenin. Niks klopte er van het huisje-boompje-beestje-leventje van dominees en
ouderlingen en gemeenteleden. Heel het leven stelde Hij vlijmscherp aan de kaak. Het was toch zeker ook geen wonder
dat daartegen verzet kwam!
Iemand die wat dat betreft veel op Jezus lijkt was de profeet Jeremia. En we willen [ vandaag met een serie
beginnen over deze profeet en ] kijken hoe hij zijn optreden als profeet begint. We doen dat onder het thema:
Jeremia's legitimatiebewijs dat hij de waarheid spreekt
|
"Laat ik me even mogen voorstellen. Ik ben Baruch zoon van Neria, particulier secretaris van de profeet Jeremia.
Jeremia dicteerde mij de woorden die hij van God doorkreeg en ik schreef ze op in lange boekrollen. Hoewel het een
gevaarlijke tijd was en Jeremia vaak een onplezierige boodschap door moest geven die veel tegenstand en verzet
opriep, was het toch een groot voorrecht voor mij zijn secretaris te mogen zijn en een plezier met hem samen te
werken. Want Jeremia was een goed en vriendelijk mens, intelligent, maar nooit vervelend. Eerder was hij wat stil
en teruggetrokken, niet iemand die zichzelf op de voorgrond drong. Geboren uit een priestergeslacht in het stadje
Anatot in de provincie Benjamin, een paar kilometer boven Jeruzalem, was hij voorbestemd om priester te worden. Hij
kende de bijbel en de geschiedenis van zijn volk dan ook op z'n duimpje. Hij had de wet en de tempel innig lief en
hield van zijn land en volk en wilde niets liever dan dat het gehoorzaam naar de Here zou luisteren. Hij heeft
nooit begrepen dat de mensen zich zo fel tegen hem verzetten, zo onverzoenlijk bleven en hem zelfs als landverrader
en collaborateur met de vijand beschouwden.
Nee, makkelijk was het leven van Jeremia niet. Hij werd door God geroepen als profeet onder koning Josia, en toen
viel het nog wel een beetje mee. Want ook Josia wilde reformatie - terugkeer naar de goede geboden van God - en
liet afgodsbeelden en tempels verwijderen. Toch was het voor veel mensen opgelegde uiterlijke vroomheid en
godsdienst waar hun hart niet bij was. Maar onder koning Jojakim werd het nog tien keer erger. Jojakim was een
onbetrouwbaar en heerszuchtig vorst die vooral aan zichzelf dacht, goddeloos tot en met. En luisteren naar de
profetie van Jeremia - ho maar! Eens toen ik hem uit een boekrol voorlas, sneed hij steeds een stuk van de rol af
en gooide het in het vuur. Hij wilde er niet aan dat het waar was wat God door middel van Jeremia tegen hem
zei. Ondertussen waren de Babyloniërs al de baas in het land. En toen Jeremia in opdracht van de Here opriep om
zich niet tegen Babel te verzetten, waren de Patriotten zo boos, dat ze Jeremia gevangen namen. Dat was onder
koning Sedekia. Uiteindelijk werd Jeremia zelfs in een droogstaande put gegooid, waar hij op het nippertje door een
allochtoon uit is gered. Hij heeft het allemaal mee moeten maken, en ik zag hoe diep het hem smartte, dat zijn volk
in ballingschap naar Babel werd gevoerd, dat Jeruzalem en vooral de tempel werden verwoest. Veertig jaar heeft hij
geprofeteerd, en het heeft helemaal niets geholpen! Daar leed Jeremia onder, daar ging hij onder gebukt.
Hoe het met hem is afgelopen? Toen de door Babel aangestelde stadhouder Gedalja werd vermoord, vluchtten de
overbleven inwoners uit angst naar Egypte en dwongen Jeremia met hen mee te gaan. Daarna ben ik hem uit het oog
verloren. De verhalen gaan dat Jeremia is gestenigd door zijn eigen volksgenoten. Een triest einde voor in feite
een treurig profeet. Hij had het nooit gezocht, het heeft hem altijd verbaasd, dat God juist hem uitkoos
zijn dienstknecht te zijn. Hij is een trouw profeet geweest, die - al kostte het hem soms vreselijk veel moeite -
gehoorzaam de boodschap van God doorgaf. Hij heeft er zijn leven voor gegeven. Dat is wat ik, Baruch zoon van
Neria, u over Jeremia kan en wil vertellen."
We hebben zonet uit die mooie psalm 139 gezongen. "Uw eigen hand heeft mij gebouwd daar waar geen mens het ooit
aanschouwt." Zo begint ook de roeping van Jeremia. God laat zien dat Hij de ontwerper en bouwmeester is, die ieder
mens naar eigen idee creëert, zoals een boetseerder uit een homp klei iets moois en unieks tevoorschijn brengt. Het
is de eerste keer in dit hoofdstuk dat God laat zien dat Hij aan het begin staat, en dat Hij mensen gebruikt en
inschakelt om zijn plannen uit te voeren. God heeft Jeremia gekend, staat er, gekend nog voor hij geboren is. Dit
kennen geeft blijk van een speciale relatie, haast zoals in een huwelijk de seksuele gemeenschap. Heel
intiem elkaar kennen. Het betekent ook: bestemmen voor een bepaalde opdracht, uitkiezen. Gekend door God - hoe
bijzonder en heerlijk is dat! Dat je voor Hem geen nummer bent, één van de zoveel. Maar dat Hij je heel persoonlijk
kent en een bedoeling heeft met je leven.
Zo heeft Hij Jeremia bestemd, geheiligd om profeet te zijn. Maar hoe gaat dat bij mensen? Soms gaat een taak of
opdracht van God nogal tegen je eigen plannen en gedachten in. Je hebt een heel andere carrière voor ogen. Of je
hebt zoiets van: ben ik daar wel de aangewezen persoon voor? Ook Jeremia protesteert vol schrik als hij hoort welke
bestemming God voor hem heeft. "Daar ben ik toch veel te jong voor, Here. Ze zien me aankomen!" Nu moet je niet
gelijk denken dat Jeremia er hier met een smoesje probeert onderuit te komen. Feit is dat jongeren eigenlijk niet
meetelden; er werd amper naar hen geluisterd.
Dat brengt ons bij de vraag hoe oud Jeremia eigenlijk was toen God hem riep. De meeste uitleggers denken aan zo'n
jaar of 20-25. Maar op grond van het hebreeuwse woord dat hier gebruikt wordt kun je ook aan nog jonger denken. Het
gaat om een jongen, een knaap van wie de stem begint te breken - een puber dus van zeg 12, 13. Dat zou dan tegelijk
verklaren waarom Jeremia veel later pas (in Jeremia 16: 2) een verbod krijgt om te trouwen (terwijl er toch beslist
jong getrouwd werd in Israël!). Het verklaart ook hoe het kan dat Jeremia nog nooit aan een financiële handeling
heeft deelgenomen (Jeremia 15: 10) en waarom ze niet hem maar de profetes Hulda raadplegen als onder Josia het
wetboek gevonden wordt (2 Koningen 23).
Hoe dan ook, Jeremia was echt jong. Te jong en onervaren voor z'n gevoel. Maar daar wil de Here toch
niet van weten. "Dat moet je niet zeggen..." Later zegt Paulus tegen Timoteüs: "Niemand schatte u gering om uw
jeugdige leeftijd..." Dienstknecht van God zijn is niet gebonden aan leeftijd - ook jonge mensen mogen de woorden
van God spreken. Sterker: je moet juist boodschapper willen zijn. Want het gaat niet om jou, maar om de boodschap
die je doorkrijgt en vervolgens doorgeeft. En daar legt Jeremia in dit eerste hoofdstuk de nadruk op: hij
legitimeert zich dat het maar geen particuliere mening is die hij verkondigt, dat hij geen persoonlijke
stokpaardjes berijdt, maar echt Gods Woord door moet geven. "...tot een ieder tot wie Ik u zend zult gij gaan en
alles wat Ik u gebied zult gij spreken..." Het was voor Jeremia echt: hier sta ik, ik kan niet anders. Ik
moet wel spreken. Kenmerk van roeping en verkiezing is dan ook: overgave. Je overgeven aan God. Hoe moeilijk
het soms ook is - en we zullen bij Jeremia nog zien hoe verschrikkelijk moeilijk hij het er mee krijgt -,
toch je eigen wil en gevoel en plannetjes maar even aan de kant zetten en gehoorzaam doen en zeggen wat God
vraagt. Dat wil de Here van ons allemaal!
Maar dan is er ook de belofte: Ik ben met je. Je hoeft het niet alleen te doen. Niet in eigen kracht. Ik maak je
sterk. Ik zal je te hulp komen. Ik zal je bevrijden als het moet. Daar zit al zoiets in van: denk ook niet dat het
makkelijk is wat ik van je vraag. De Here belooft je als zijn dienstknecht heus geen geheel verzorgde vakantie voor
twee personen ergens aan een helder blauwe zee, waar de zon altijd schijnt en de palmen koel wuiven. Het paradijs
is hier niet meer op aarde. Maar wel: Ik ben met je. En Jeremia krijgt er zelfs nog een voelbaar teken bij:
God raakt z'n mond aan, en belooft dat Hij hem de woorden in de mond zal geven - dát maakt dat hij de waarheid
spreekt.
Een rare opdracht krijgt Jeremia: hij moet vooral afbreken, vernietigen. Er worden woorden gebruikt uit de
landbouw en bouwwereld om dat duidelijk te maken: uitrukken en afbreken, verdelgen en verwoesten. De beuk erin dus!
Het wordt een harde, onaangename boodschap die Jeremia moet verkondigen. Want net als later in de tijd van de Here
Jezus moeten alle heilige huisjes, al die dingen waar de gelovigen zo aan gehecht zijn en hun vertrouwen op hebben
gevestigd, het moet allemaal omvergehaald. Om te kunnen bouwen en planten moet er eerst schoon schip gemaakt, alle
ballast en zelf gelegde barrières overboord. En dan gaat het niet alleen om afgodendienst - alles waar je, naast of
in plaats van God je vertrouwen op stelt - maar ook om schijnheilige godsdienst of uiterlijke vroomheid zonder
hart. Het zal later nog terugkomen in de profetie van Jeremia: het gaat niet om slachtoffers en brandoffers, nee,
het gaat erom dat je luistert naar de Here en de weg gaat die Hij wijst.
Twee tekens krijgt Jeremia bij deze instructie: het teken van de amandelboom en de kokende pot. Dat van die
amandelboom is niet zo helder. Dat komt door de vertaling. In het hebreeuws zit er namelijk in die naam amandel
zoiets als 'wakker, waakzaam zijn'. En heel mooi: de amandelboom is de eerste boom die in het voorjaar bloeit. Als
alle andere bomen nog in diepe rust zijn, gaat de amandel al bloeien. Nou, zo wakker en waakzaam als die boom is,
zo alert en bij de tijd is God ook. Hij waakt erover dat gebeurt wat is aangekondigd. Met andere woorden je kunt
wel eens het gevoel hebben dat God slaapt, dat Hij er niet is, niet hoort als je tot Hem bidt. Maar vergis je niet!
Veertig jaar heeft Jeremia gepreekt en straf en onheil aangekondigd als er geen bekering zou komen. En al die
veertig jaar heeft God gewacht, geduld gehad. En dan denk je al gauw: het zal wel zo'n vaart niet lopen; het zijn
maar wat grote woorden; de soep wordt nooit zo heet gegeten als 'ie wordt opgediend. Maar vergis je niet: kijk naar
de amandeltwijg - God is waakzaam tot en met en doet altijd wat Hij zegt!
En dat bewijst het tweede teken. Jeremia ziet een grote pot met een kokende massa erin vanuit het noorden op zich
afkomen. Zoals nogal wat Nederlanders wat meewarig naar het Noorden van het land kijken - ver weg, eind van de
wereld, koud en toch wel een beetje achterlijk -, zo kwam voor de Israëlieten de dreiging altijd uit het Noorden.
En ook nu. De pot helt over en zal z'n kokende massa vanuit het Noorden over het land uitgieten. En dan blijkt
opnieuw dat God aan het begin staat, dat Hij alles in zijn hand heeft, dat Hij zijn plan volvoert. Want zonder dat
de volken en wereldmachten en koningen en al die andere praatjesmakers het zelf door hebben, zijn zij middelen in
Gods hand om zijn raad en wilsbeschikking uit te voeren. En ook zelf kun je maar zo het idee hebben dat God niets
te maken heeft met je leven van alledag. Dat God en geloof alleen iets is voor op zondag en voor in de kerk. En dan
plaats je beiden buiten de politiek, buiten de economie, buiten het werk en je geld verdienen of het naar school
gaan. Alsof God niet overal over gaat. Alsof niet alles en iedereen van Hem zijn. Alsof niet God alles bestuurt en
regeert. "Ik roep alle geslachten van de koninkrijken van het Noorden, zegt de Here." Gods leiding in je leven - je
kunt het alleen tot eigen schade en schande negeren!
Uit beide tekens mag Jeremia kracht putten: Gods Woord keert nooit leeg tot Hem weer - als hij als dienstknecht van
de levende God de waarheid spreekt, dan zal gebeuren ook wat hij aankondigt!
En daarom Jeremia: de handen uit de mouwen - spreek wat God je gebieden zal en wees niet bang. En dan bemoedigt de
Here zijn dienstknecht nogmaals: je zult een versterkte stad zijn, een ijzeren zuil, een koperen muur. In de kracht
van God ben je onoverwinnelijk en heb je niets te vrezen.
Die legitimatie geeft Jeremia hier in zijn eerste hoofdstuk af. Het zijn "de woorden van Jeremia", ja, maar:
"tot wie het Woord des Heren kwam..." Dát maakt dat hij waarheid spreekt. Waarheid die geëerbiedigd en gehoorzaamd
wil worden.
Laten we ons niet van de wijs laten brengen door die relativerende vraag 'wat is waarheid?' We hebben de
waarheid van Gods Woord. Die moeten we ons niet uit handen laten slaan. Maar er aan vast houden, niet alleen door
ervan te getuigen, maar bovenal door de waarheid te doen: er voor te buigen, er aan te gehoorzamen, ook al
kost het ons zelfopoffering, moeite, offers in tijd en geld, spot van de mensen om ons heen.
Het is de waarheid waard!
Amen.
http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar
© Copyright Preken die Spreken / Speaking Sermons / Pregação Viva,
2002-2013.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar
gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke
toestemming van Richard J.C. Vos en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging
ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens diezelfde zondagse eredienst,
of ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.