Jeremia (Deel 2: Blijf bij de Levensbron!)

Thema: Blijf bij de Levensbron!
Tekst: Jeremia 2: 13
Tekstgedeelte(n): Jeremia 2: 1-13
Door: Ds. J. Haveman (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Hattem-Noord)
Gehouden te: Roodeschool op 18 augustus 2002
Opmerking RJCV:

De prekenserie Jeremia bestaat uit:
Deel 1: Jer01 - Taak en roeping van een profeet
Deel 2: Jer02v13 - Blijf bij de Levensbron!
Deel 3: Zondag 10-2 - Gods voorzienigheid, zelfs in Jeremia's ups and downs
Deel 4: Zondag 11 - Verlost! (Voorbereiding viering Heilig Avondmaal)
Deel 5: Jer31v31-2 - Een avondmaalsmeditatie (Avondmaalsoverdenking)
Deel 6: Zondag 12-2 - Profetendienst!

Alle delen uit deze serie zijn ook zelfstandig te lezen.
Deel 4 kan gebruikt worden als voorbereiding op de avondmaalsviering (te lezen een week voorafgaand aan de avondmaalsviering).
Deel 5 is bedoeld als overdenking te lezen voorafgaand aan of volgend op de avondmaalsviering.

Extra: Inleiding op en historisch overzicht bij de prekenserie Jeremia.
Bijbelleesrooster bij de prekenserie Jeremia.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Gez. 6
Lezen: Jeremia 2: 1-13
Ps. 101: 3-6
Tekst: Jeremia 2: 13
Ps. 36: 3
Ps. 138: 3-4
Lied 267: 3-4
Zegen

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,

Wat denkt u: kunnen we over pak 'm beet tien jaar nog in onze auto's rijden? De regering gaat er in ieder geval wel vanuit, want om de files aan te pakken zullen er de komende jaren heel wat nieuwe wegen worden aangelegd of verbreed. Dat zit wel snor dus, zul je zeggen.
Toch is het geen rare vraag, of we straks nog in de door ons zo gekoesterde mobiles kunnen rijden. Want je hoort steeds vaker dat het niet goed gaat met onze wereld. Dat onder andere door de uitlaatgassen van onze auto het klimaat behoorlijk aan het veranderen is. Nou, telkens weer zien we op tv of in de krant welke catastrofale gevolgen dat kan hebben, als er in korte tijd zoveel regen valt dat het met donderend geweld naar beneden stort en alles meesleurt wat het onderweg tegenkomt; als het water in de zeeën en rivieren stijgt en de dijken bedreigt. Als mensen denken we vaak dat we alles wel onder controle hebben, maar steeds vaker moeten we helaas hardhandig tot de ontdekking komen dat dat toch niet zo is! Daar komt bij dat onze auto brandstof nodig heeft om vooruit te komen. En alhoewel er nog steeds nieuwe olievelden worden aangeboord, houdt het natuurlijk wel een keer op, zijn de energiebronnen op een gegeven moment uitgeput. Hoe lang zal dat nog duren? En wat als het zover is? Wat dat betreft zou het kabinet beter kunnen investeren in leren verantwoord om te gaan met de schepping in plaats van nog weer meer asfalt aan te leggen. En kunnen we vooral als christenen, die juist als geen ander weten dat het allemaal niet van onszelf is, en dat we de schepping in beheer gekregen hebben, daarin het goede voorbeeld geven.

Energiebronnen. Er zijn verschillende bronnen: bijvoorbeeld olie en gas. Je hebt ook waterbronnen en voedselbronnen. We kennen zelfs nieuwsbronnen en geldbronnen.
Een 'bron' wil zeggen, dat het ergens vandaan komt. Het verschaft, het geeft ons iets.
Ook als het om geloof gaat, heb je zo je bronnen, haal je ergens je inspiratie vandaan. Niet onbelangrijk is dan de vraag: uit welke bron put je? Want de bron waaruit je put bepaalt mee de weg die je gaat en de toekomst die je hebt.
Jeremia heeft het in zijn profetie ook over een bron. Een bron van levend water zelfs. En daarover willen we het nu verder gaan hebben, onder het thema:

Wie ruilt er nou een Levensbron voor een waterbak?

  1. de Levensbron
  2. de ruil
  3. de waterbak

1. Wie ruilt er nou een Levensbron voor een waterbak? - eerst over die Levensbron

Als het een dag van dat heel hete weer is, wat kun je dan een zin hebben aan een koel pilsje, of een cola met heel veel ijsklontjes, of gewoon aan een glas fris water. Nou, u kunt zich denk ik wel voorstellen dat dat zeker in Israël geldt, waar elke dag de zon brandend neerschijnt en waar het rond de middag echt nodig is om de schaduw op te zoeken en te rusten. Dan is het werkelijk een verademing: koel helder fris water! Water is in een land als Israël van levensbelang, van onschatbare betekenis.
Nou lezen we in Jeremia over een bron van levend water. Daar wordt mee bedoeld een bron waaruit het water vanzelf opwelt; diep weg komt het voortdurend vers, fris en koel naar boven. Bij zo'n bron is tegelijk schaduw. Want waar water is, daar is begroeiing, daar groeien bomen en struiken. Daarom is een bron een plek om te rusten, bij te komen, nieuwe kracht op te doen. Logisch dat je bij een bron vaak andere mensen treft, het is echt een pleisterplaats, een ontmoetingsplek bij uitstek.
Is het niet veelzeggend en prachtig mooi dat de Here van Zichzelf zegt dat Hij een bron van levend water is!? Niet alleen is Hij van onschatbare betekenis en van levensbelang omdat je bij Hem onbeperkt water kunt krijgen (telkens opnieuw zoveel als je wil), maar je kunt bij Hem ook tot rust komen, adem scheppen, en anderen ontmoeten. Is het niet heerlijk om bij de Here te zijn, iedere keer als je uit de bijbel leest, of door, zoals vandaag weer, elkaar te ontmoeten in de kerk, samen bij de Bron van Leven? En heb je dat ook niet altijd weer broodnodig?

Sowieso gebruikt de Here in de profetie die we gelezen hebben ontroerende woorden om de relatie met zijn volk aan te geven. Hij herinnert Zich de mooie tijd van het begin, de tijd van verliefd, verloofd, getrouwd. Van vlinders in de buik en het hoofd op hol. Mensen die het kennen zullen beamen dat het een heerlijke tijd is, waar je vaak met veel plezier aan terug denkt. Ook de Here denkt met genoegen aan de jeugdtijd terug, toen zijn 'meisje', zijn bruid, zijn hartstochtelijke liefde met wederliefde beantwoordde. (Zo is het toch: liefde moet van twee kanten komen, anders wordt het nooit wat.) Voor de Here is de herinnering aan die bruidstijd, de wittebroodsweken, heerlijk: een tijd van blijde en intense saamhorigheid van twee die in een verbond één zijn geworden.
Israël wordt hier 'de eersteling van zijn opbrengst' genoemd. Uit dankbaarheid werd altijd het eerste gedeelte van wat geoogst werd aan de Here gegeven, zoals wij op Dankdag van de opbrengst van onze handen aan de Here geven. Dat eerste deel was de Here geheiligd - het behoorde Hem toe. En niemand anders mocht eraan komen! Gebeurde dat wel, dan volgde er straf (Leviticus 5) Nou, zo goed past de Here ook op zijn volk, Hij beschermt zijn eersteling. Wie daarvan wil eten, wie daar aan komt, zal schuld op zich laden. En dat hebben de volken geweten die het waagden tegen Israël te vechten. Lees de woestijntijd er maar op na!

Nu zal een kritische lezer / hoorder zeggen: ja, maar zo geweldig was dat begin toch helemaal niet!? Wat was er steeds een gemopper en getwist in de woestijntijd. Idealiseert de Here die tijd nou niet teveel? Het is inderdaad onzin om te denken dat alles vroeger beter was. Zoals de Spreukendichter ook zegt: "Zeg niet, hoe komt het dat de vroegere tijden beter waren dan deze? Want niet uit wijsheid zoudt gij aldus vragen." (Spreuken 7: 10) Idealiseren doet de Here ook niet. Maar ach, hoe gaat dat in een herinnering? De scherpe kantjes gaan er wat af en je onthoudt vaak alleen de goede en mooie dingen. Toch is het meer: natuurlijk deed Israël toen ook zonde en was het gebrekkig in het dienen van de Here. Alleen de Here ziet daar overheen, Hij vergeeft en vergeet het. Hij weet immers ook wel hoe mensen zijn. En wat vooral van belang is: toen volgde het volk de Here tenminste nog, zoals twee geliefden elkaar volgen op een smal pad, waar de minnaar beschermend voorop gaat. Toen liep het volk nog niet achter afgoden aan. Toen mopperde het volk wel en was het wel ontevreden, maar het wees de Here nog niet daadwerkelijk af. En wat dat betreft was dat een goede tijd, waar de Here met genoegen aan terugdenkt, en waaraan nooit een einde moest komen! Maar ja...

2. Wie ruilt er nou een Levensbron voor een waterbak? - en toch geruild

Jongens en meisjes, hebben jullie wel eens iets geruild? Op school een paar knikkers voor een bonk? Of een boterham die je niet zo lekker vindt, voor één die wel lekker is. Ruilen. Waar moet je dan op letten? Precies: dat wat je er voor terugkrijgt minstens net zoveel waard is en liever: nog beter is dan wat je had. Dat doen vaders en moeders ook hoor: als ze de auto inruilen, gaan ze er ook vanuit dat de nieuwe beter is.
à Je ruilt alleen als je er zelf beter van wordt!

Maar weet je waar de Here nou zou verdrietig van wordt? Dat dat blijkbaar bij Hem niet geldt. Steeds maar weer ruilt het volk het allermooiste wat het heeft in voor wat niks waard is. Dat is toch dom!
We hadden het er net over dat de Here de Levensbron is, waar je volop vers fris water kunt krijgen, waar je kunt schuilen en uitrusten. Je zou zeggen: beter kan het niet. Heerlijk!
Maar wat doen de mensen nou? Ze gaan pal naast die Levensbron een waterput metselen, een bak om regenwater in op te vangen. Wie doet dat nou? Dat is toch gekkenwerk!

De Here is daar geweldig verdrietig over. Nou hebben de mensen het bij Hem zo goed, nou zorgt Hij zo goed voor zijn kinderen, en wat krijgt Hij ervoor? Stank voor dank. De mensen keren Hem de rug toe. Onbegrijpelijk! De Here snapt daar niets van. En Hij stelt dan ook die ontroerende vraag of Hij er misschien de oorzaak van is dat de mensen bij Hem weglopen: "Wat voor onrecht hebben uw vaders in Mij gevonden, dat zij zich van Mij verwijderd hebben...?" Heb Ik jullie ooit in de steek gelaten? Ben Ik mijn beloften niet nagekomen? Heb Ik jullie gebeden niet verhoord? Wat is er toch? Zeg het dan!

Voelt u hoe gekwetst de Here is? Het is dan ook niet alleen onbegrijpelijk, maar ook ongekend wat zijn volk doet. Nergens ter wereld, noch in het westen, noch in het oosten, is het voorgekomen dat een volk zijn goden inruilde. (En dan gaat het nog om goden die niet eens goden zijn.) Maar uitgerekend Mijn volk - zegt de Here - Mijn volk, het volk van de Enige God die leeft en alles geschapen heeft, dat zegt z'n God vaarwel. Ongekend!
Wie ruilt er nou God in voor een stierkalf of blok beton? Wie ruilt er nou een bron van levend water voor een regenton? Als je daar goed bij nadenkt, is dat toch om van te huiveren! De haren rijzen je toch ten berge!

De Here is er bitter over, dat hoor je goed. Gekwetst zoals je dat kunt zijn over afgewezen liefde. Het maakt Hem toornig. En Hij roept zijn volk dan ook ter verantwoording: Hij gaat een rechtsgeding met hen aan. En ook de kinderen van hen die tegen God kozen zullen zich niet kunnen verschuilen achter de keus van hun ouders. Niemand komt er onder uit: je zult je keus eens moeten verantwoorden!

3. Wie ruilt er nou een Levensbron voor een waterbak? - tenslotte over de waterbak

Het is eigenlijk helemaal geen alternatief, die regenbak naast de levensbron. Maar goed, er wordt nog steeds aan gebouwd, dus we kunnen er niet omheen. Er zijn nog steeds mensen die de voorkeur geven aan brak, troebel, vuil en vies warm water boven het heerlijk heldere uit de bron. Je kunt het je niet voorstellen, maar toch.
à Wat heb je nou aan zo'n zelf gemaakte regenbak, die om de haverklap zo lek is als een mandje, die je steeds weer moet oplappen, waar je geweldig druk mee kunt zijn en steeds voor in de weer bent.
à Wat krijg je er voor terug als je God de rug toekeert?
Er zijn er die denken dat je je vrijheid terugkrijgt, dat je eindelijk niet meer van alles moet en hoeft enzo. Dat je eindelijk helemaal zelf mag weten wat je wilt en doet. Nou, heerlijk hoor! Nogal bevrijdend zeg! Weet jij dan zo goed wat je wel en niet wil? Of laat je je dat toevallig toch weer door anderen aanpraten? Door wat mode is, door wat je op tv ziet of wat in de krant staat, door de publieke opinie misschien?
à Heb je je wel eens afgevraagd onder wiens invloed je staat als je het niet staat onder God?
à Als je geen kind van de Here wilt zijn, van wie ben je dan een slaaf?


De boodschap van Jeremia is helder en realistisch: God inruilen voor iets anders is altijd kiezen voor niks. Voor een lekkende waterbak. Voor een blok beton dat blijft liggen waar je het neerkwakt. Het is kiezen voor iets wat je, als het erop aankomt, niks oplevert, voor iets wat geen inhoud, geen kracht heeft, voor wat je geen houvast geeft. Het is echt niks: lucht, leegte, ijdelheid. En de waarschuwing klinkt: als je voor Niks kiest, dan zul je ook Niks worden!

En denk nou niet: ja, maar bij mij of bij ons valt dat toch wel wat mee! Wij kiezen toch zeker voor de levensbron! Want ook in de tijd van Jeremia brachten de priesters nog wel offers hoor. Elke dag rookten trouw 's morgens en 's middags de offers in de tempel - ze gingen zo gezegd nog trouw twee keer per zondag naar de kerk. Daar was niks mis mee. Maar het was een plichtpleging geworden, een gewoonte, sleur. En naar de wil van de Here werd niet gevraagd, verder ging men gewoon ieder z'n eigen gang, alsof God er niet was. En de wetgeleerden kenden de wet nog best hoor. Ze konden 'm wel dromen en zo uit het hoofd opzeggen. Daar was niks mis mee. Men kende de wet wel, maar de Here niet. Het was een serie ge- en verboden geworden, een lijstje van wat nog net wel en wat net niet meer mocht, terwijl het hart eruit was; want de kern: gij zult liefhebben, dat was men vergeten en verleerd. En de profeten predikten nog wel, ze verhieven hun stem op elke straathoek. Daar was niks mis mee. Maar het was een evangelie naar de mens, geïnspireerd door Baäl in plaats van door de Heilige Geest. Men preekte wat men zelf nog kon aanvaarden en begrijpen en de rest kieperde men overboord.
Kortom: er was nog wel godsdienst, maar het was een karikatuur van de dienst aan de Here. En is dat ook niet waarvoor wij steeds moeten oppassen? Dat geloof en dienen van God niet gaat op de wijs van en naar de maat van Jantje en Pietje en Klaasje, maar dat het gaat op de wijs en naar de maat van God!?

Natuurlijk, we roepen de mensen om ons heen op om zich te bekeren. Kom ga met ons en doe als wij! Heel mooi. Maar geven wij in dat bekeren en in de nederige afhankelijkheid en dienst aan de Here die daarbij horen ook het goede voorbeeld?
En we zingen straks als amen op de preek Bij U Heer is de levensbron. En we menen het. We zingen het uit volle borst. Prachtig. Maar gaan we straks thuisgekomen niet rustig verder met het verder metselen van onze regenbakken, onze verzekeringen, onze banktegoeden, onze tweede huisjes, onze medicijnen, onze dijken en noem al die andere dingen maar op waar we zo ons vertrouwen op stellen (niet alle vertrouwen natuurlijk, maar toch wel een klein beetje)?

De vraag die de Here ook ons via Jeremia stelt is:
à waar kies jij voor: voor Mij als bron van levend water, of voor een waterbak?
à Uit welk vaatje tap jij?
Is God voor jou het één en al?
Zo ja - waar blijkt dat dan uit?
En zo nee - er is nog tijd, maar wacht niet te lang.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar