Een nieuw verbond, of: méér van hetzelfde

Thema: Een nieuw verbond, of: méér van hetzelfde (periode voor Kerst)
Tekst: Jeremia 31: 31-34
Tekstgedeelte(n): Jeremia 30: 18 - 31: 40
Door: Ds. J. Glas (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Maastricht)
Gehouden te: Almelo op 20 december 1998
Opmerking J. Glas: De vetgedrukte zinnen tussen haaken zijn bedoeld als ondersteuning voor het geheugen van de prediker en worden niet voorgelezen.
Opmerking RJCV: Deze preek kan ook los van de voorbereiding op Kerst gelezen worden. Zie ook 'Mogelijkheden van toepassing'.
Extra: -Gebeden
-Mogelijkheden van toepassing
-Samenvatting bij: Een nieuw verbond, of: méér van hetzelfde
Benodigdheden: Variant 1: Klein doosje en een grote doos, beiden ingepakt als cadeau.
Variant 2: Twee plasticzakken en een agenda. Gebruik verder het grote kerkboek op de preekstoel.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Lezen:
Jeremia 30: 18 - 31: 40
Tekst: Jeremia 31: 31-34

Zingen:
Ps. 111: 1-3 (eeuwig verbond)
Ps. 143: 1-2, 7, 9 (hoe kunnen we anders tot God naderen dan met een gebogen hoofd?)
Ps. 85 (God brengt een keer in het lot van zijn volk)
Lied 125 (het verlangen van Gods volk naar de toekomst)
Gez. 26b: 2-4 (door toegenomen mogelijkheden - dankzij Gods Geest - niet meer twijfelen, maar bereid zijn om God te dienen)


Gebeden

(na de voorlezing van de wet)

[Aanhef]
We danken U dat U onze God wil zijn en dat we hier samen mogen zijn als Uw gemeente.
Wij willen ons eerst voor U kleinmaken. Wij zijn vaak zo hoogmoedig. We verwachten zoveel van onszelf. We willen erkennen dat we ook daarin schuld hebben.
Wij bidden U of U genadig naar ons wil omzien. En ons al onze zonden wil vergeven door Jezus Christus. Wilt U dan ook zo'n nieuwe start met ons maken dat we door Uw Geest vernieuwd worden zodat we steeds meer het beeld gaan vertonen dat U van ons in gedachten hebt.
Wilt U ook van déze dienst gebruik maken om aan ons te werken. U bent onze God. Daarom prijzen we U. Zorgt U ervoor dat wij uw volk willen zijn?
[Afronding]


('s middags)

[ Aanhef ]
We danken U dat we de mogelijkheid ontvangen om als Uw gemeente bijeen te zijn.
Wilt U alle obstakels opruimen die ons in de weg staan om naar Uw woord te luisteren en voor U te zingen.
Geef Uw dienaar wijsheid om dat Woord duidelijk uit te leggen.
We bidden U ook voor de kinderen. We bidden U dat zij ook iets mogen meekrijgen waardoor ook zij geholpen worden in hun geloof.
Wees met degenen die thuis meeluisteren. U kent hun moeite en verdriet. Vertroost en bemoedig hen met Uw woorden.
[ Afronding ]


Geliefde gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

[eerst iets over de situatie]
Het volk is in ballingschap. Eerst het noordelijk rijk Israël, ruim een eeuw later ook Juda, het zuidelijk rijk. In de ballingschap staan profeten op die zeggen: het zal maar kort duren, geen twee jaar meer. Kom in opstand tegen het gezag. Maar die profeten zijn niet de profeten die het woord van de HERE doorgeven.
Jeremia is wél een profeet van de HERE. Zijn boodschap luidt dan ook totaal anders. Hij zegt: de ballingschap zal geen twee jaar duren, maar zeventig jaar! En je komt hier niet vandaan door in opstand te komen tegen het gezag, maar door terug te keren naar de HERE, jullie God. Er is geen terugkeer naar je land, zonder bekering tot de HERE.

[hoofdstuk 30 en 31]
Alleen op die manier zal de dag aanbreken waarop jullie vanuit de ballingschap wegtrekken. Die dag zal komen als God een keer brengt in jullie situatie. Jullie moeten je tot Hem bekeren. Maar uiteindelijk is de verlossing uit de ballingschap toch het werk van onze God. Hij is het, die die dag naderbij zal brengen. Die de zon laat opkomen en jullie nieuwe vergezichten zal laten zien. En achter die oplichtende horizon liggen allerlei mooie dingen op je te wachten.
Die dingen beschrijft Jeremia in de hoofdstukken 30 en 31. Ze vormen het hart van de profetieën van Jeremia. We noemen enkele zaken.

En dat allemaal dankzij Gods liefde voor zijn volk. Die het volk lief heeft met een eeuwige liefde. Die het volk bemint als een Vader z'n eerstgeborene.

[welke garantie?]
Goed. Er zal dus een terugkeer komen uit de ballingschap. Het zal allemaal weer goed komen. Maar daarna dan?
Zou de geschiedenis zich niet wéér herhalen? Gods bedoeling met het verbond bij de Sinaï gesloten, was door de zonde van Israël verijdeld. Hij had gezegd: Ik ben jullie God en jullie zullen mijn volk zijn. Maar wat is daarvan terechtgekomen? Het volk bleek onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Dat kwam uit in afval van de HERE en onderdrukking van volksgenoten. Welke garantie is er dat het na de terugkeer uit de ballingschap niet wéér mis zou gaan?
Er mag dan sprake zijn van terugkeer, van herbouw, van zaaien en oogsten. Dat is allemaal prachtig. Een nieuwe horizon. Maar al die zaken bieden geen enkele garantie voor de toekomst; dat het niet opnieuw fout zal gaan.
Nee, er moet nog iets anders gebeuren. Er moet iets beters komen.

[vers 31: een nieuw verbond]
Daarover lezen we in vers 31 [vers 31 voorlezen]. God moet een nieuw verbond sluiten. Alle nadruk valt op het nieuwe van dat verbond. In vers 22 van hoofdstuk 31 staat zelfs dat God iets nieuws gaat schéppen op aarde. Iets dat beter is. Iets dat niet door de zonde van de mens geblokkeerd kan worden, waardoor Hij het hele volk van zich moet afduwen.
Het nieuwe komt al hierin uit dat weer gesproken wordt in vers 31 over Israël en Juda samen. Dat is nieuw! Die twee trokken al twee eeuwen lang gescheiden op. Gingen ieder hun eigen weg. Het noordelijk rijk met Samaria als hoofdstad en een eigen tempeldienst. Het zuidelijk rijk met als hoofdstad Jeruzalem. Beide rijken hebben zich afgekeerd van de HERE. Beide rijken werden voor straf, na elkaar, de ballingschap ingestuurd. Maar als ze zich tot God zullen keren? Dan zal God hen weer tot een eenheid maken.
En als dat gebeurt, na zoveel jaren van scheiding, dan zal men roepen: de HERE heeft iets nieuws gedaan!

[tegelijk: geen ander verbond]
Maar hoe nieuw het allemaal ook is, het nieuwe verbond waarover vers 31 spreekt, is geen ander verbond dan het oude. Ik wijs op drie zaken die in de verzen 32-34 worden genoemd.

  1. Want in de eerste plaats: het is dezelfde God die dit nieuwe begin met zijn volk maakt. Zoals Hij als een bruidegom het volk Israël bij de hand nam en uit Egypte leidde (kijk maar in vers 32), zo zal Hij zijn volk opnieuw bij de hand nemen en uit de ballingschap voeren. Hij is gisteren en vandaag dezelfde. Zijn liefde is en blijft hetzelfde. Want zijn liefde is een eeuwige liefde.
  2. Hoe nieuw het allemaal ook is, het nieuwe verbond is geen ander verbond dan het oude want in de tweede plaats valt ons op dat dezelfde woorden van het verbond worden uitgesproken als altijd. God zegt: "Ik zal hen tot een God zijn, zij zullen Mij tot een volk zijn" (zie vers 33 slot). Die woorden klonken ook al toen God zijn verbond met Abraham sloot. Die woorden werden herhaald bij Israëls geboorte als volk van God (bij de uittocht). Die woorden klinken ook nu, in de ballingschap. Het zijn oude, vertrouwde woorden die nu opnieuw worden uitgesproken.
  3. Dat het nieuwe verbond geen ander verbond is dan het oude blijkt ook hieruit dat het gaat om dezelfde beloften en dezelfde eisen. Zie maar in het slot van vers 34: "Ik zal hun ongerechtigheden vergeven en hun zonden niet meer gedenken". Ook dat had God onder het oude verbond al gedaan. Denk maar aan David. Denk maar aan Psalm 32 en 51. Maar niet alleen de beloften zijn dezelfde, ook de eisen. Die eisen zijn: Hem kennen (vers 34) en Hem gehoorzamen (vers 33).

Samenvattend kunnen we zeggen dat het nieuwe verbond geen ander verbond is dan het oude want:
- het is dezelfde God die optreedt
- het zijn dezelfde woorden die gesproken worden
- het zijn dezelfde beloften en eisen die worden herhaald.
En eigenlijk wisten wij dat natuurlijk al. Want Gods verbond is gewoon een ééuwig verbond. Zomin als Hij de wisseling van dag en nacht van de aarde wegneemt, net zomin houdt zijn verbond op te bestaan (zie Jeremia 31: 35-37).

[méér van hetzelfde]
Als het nieuwe verbond dan geen ander verbond is dan het oude, wat is dan het nieuwe van het verbond na de ballingschap? Het nieuwe waarop zo de nadruk valt, dat de HERE zelfs zegt: Ik schep iets nieuws op aarde?
Het is heel belangrijk voor ons geloof en ons christelijk leven vandaag om dat helder te krijgen en scherp onder woorden te brengen.
Het nieuwe verbond is dat het méér van hetzelfde geeft. Méér van datgene wat het oude verbond ook al geeft. Nu heeft de uitdrukking 'meer van hetzelfde' in onze oren een wat negatieve klank. We gebruiken dat vaak om aan te geven dat er niets nieuws geboden wordt. Maar in verband met het nieuwe verbond duidt het op iets heel bijzonders.
Laat ik dat bijzondere in het kort duidelijk maken. De situatie in de ballingschap was zo dat het volk zich van God had afgekeerd en van haar kant het verbond had verbroken. Het had zich niet aan het verbond gehouden. Betekent dit nu dat het verbond ineens niet meer bestaat? Nee, want de HERE houdt van zijn kant zijn verbond in stand. Hij verbreekt nooit een verbond dat Hij heeft gesloten. Het is immers een eeuwig verbond?
Wat is nu normaal in de intermenselijke verhoudingen als een partij zich niet houdt aan gemaakte afspraken, zoals het volk van God deed? Normaal is dat de afspraken worden aangescherpt en de eisen harder worden. Maar dat is niet wat er in het nieuwe verbond gebeurd. De eisen blijven gewoon gehandhaafd: God kennen en Hem gehoorzamen.
Nee, we zien - en dat is zo bijzonder - dat God extra garanties geeft, extra mogelijkheden waardoor de zwakke partij beter in staat is om in het verbond met God te leven en om steeds weer voor Hem te kiezen. Dat is het nieuwe van het nieuwe verbond. Daarvan geeft Hij nog méér dan in de tijd van het oude verbond.
En dat is het verbond waarvan wij deel mogen uitmaken!

[in welke opzichten?]
Over die toegenomen mogelijkheden, die extra garanties lezen we ook in de verzen van onze tekst. Ik noem opnieuw drie zaken.

  1. In vers 33b staat: "Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven". Men heeft wel gedacht: dat is het verschil met het verbond dat bij de Sinaï gesloten is. Dat werd op twee stenen tableaus geschreven. Maar dat is niet waar. Gods bedoeling met de wetten van de Sinai was eveneens dat ze het hart van zijn volk in bezit zouden gaan nemen. Nee, het meerdere van het nieuwe verbond is dat God dat nu gaat géven! Zijn wet zal vlees en bloed worden voor ons. We gaan warm lopen voor de HERE. Als God tot ons spreekt, zullen we luisteren en zijn woorden op ons laten inwerken. Dat wordt ook bedoeld met het nieuwe dat God zal scheppen en dat we lezen in vers 22b: "de vrouw zal de man omvangen". Wat betekenen die woorden? Israël wordt wel vaker vergeleken met een bruid. Maar dan één die niet met God wil omgaan. Dat gaat nu veranderen. Ze zal door de bruidegom ten dans gevraagd worden en ze zal haar geliefde omhelzen om Hem nooit meer los te laten. Paulus drukt dat later zo uit: de zonde zal niet meer koning zijn over ons zoals vroeger.
  2. Nog een voorbeeld van die toegenomen mogelijkheden. We lezen in vers 34a: "Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: kent de HERE: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord van de HERE". In het nieuwe verbond zal het niet meer zo zijn dat Gods volk afhankelijk is van een stand van profeten als het gaat om het verstaan van Gods wil. De profeten van het oude verbond hebben het volk gewoon het bos ingestuurd met hun misleidende verhaaltjes over: 'twee jaar' en 'opstand tegen het gezag' en 'bevrijding uit de ballingschap'. Dat zal niet meer gebeuren. Ieder kan de HERE kennen. Bijbels genoeg. We zijn niet meer afhankelijk van een aparte stand van profeten, van predikanten en ouderlingen. Alle mensen van klein tot groot kunnen weten wat de HERE van hen vraagt.
  3. Het laatste voorbeeld over de toegenomen mogelijkheden lezen we in vers 34 (slot): "Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken". Het verschil met het oude verbond is niet dat God zonden vergeeft, maar op welke manier dat gebeurt. We zijn niet meer afhankelijk van een stand van priesters die door offers verzoening moeten doen over eigen zonden en over de zonden van het volk. We mogen rechtstreeks tot de Vader gaan in ons gebed en dan mogen we zeker weten dat al onze zonden worden bedekt.

[intensive care]
Het nieuwe verbond biedt dus meer van hetzelfde om ons te helpen voor de HERE te leven. En zo onderstréépt het nieuwe verbond juist dat God een ééuwig verbond met zijn volk heeft: Hij laat het volk niet los, ondanks gebleken ongeschiktheid van zijn volk. Hij kondigt daarom een nieuwe fase aan waarin Hij ons extra hulp biedt om met Hem samen te leven.
Je zou de ballingschap kunnen vergelijken met een ingrijpende operatie. Met een hardhandig ingrijpen van God. De tijd die daarna komt is nodig om via extra aandacht en zorg aan genezing en herstel te werken van wat geschonden is. Dat is het nieuwe verbond. Het is 'intensive care' voor zwakke mensen, zondig van nature. Hij wil zijn volk herstellen zodat het weer op krachten kan komen.
Het nieuwe verbond is niet anders dan het oude, maar het is wel béter. De tuinman besteedt nog meer zorg aan zijn boom. De leraar besteedt nog meer aandacht aan z'n moeilijke leerling.

[God dezelfde]
De HERE zal niet wijken van het volk dat uit de ballingschap zal terugkeren. Prachtig kunnen we dat lezen in 32: 40: "Ja, Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, dat Ik Mij niet van achter hen afwenden zal en dat Ik hun wel zal doen, en mijn vrees zal Ik in hun hart leggen, zodat zij niet van Mij afwijken". Het nieuwe verbond houdt in dat God zich niet meer van zijn volk zal afkeren en dat Hij voldoende garanties geeft dat het volk zich niet van Hem zal afkeren.
Zo moeten we ook het slot van vers 32 in onze tekst lezen. Daar laat God zijn claim op zijn volk horen: Ben Ik nu Heer over hen of niet? Ik heb me toch -als een man aan z'n vrouw- via een huwelijk aan mijn volk verbonden?
Ik zelf zal garanties scheppen dat Ik mijn volk nooit meer hoef weg te doen van mijn aangezicht. Als het hun niet lukt, zal Ik er persoonlijk (persoonlijk: denk aan de Christus en de Geest) voor zorgen dat het hen zal lukken. Dat mijn volk zal zeggen: Bekeer mij HERE en ik zal mij bekeren.

[in het Nieuwe Testament]
Dit spraakgebruik van dat nieuwe van het verbond dat eeuwig stand houdt, keert ook terug in het Nieuwe Testament. Dat is logisch. Want al die dingen
- het warm lopen voor de HERE (zijn wetten in jouw hart)
- Hem kennen (niet van anderen afhankelijk)
- vergeving vragen en ontvangen (rechtstreeks op het gebed)
zijn ons gegarandeerd door de komst van Jezus Christus (verzoener van onze zonden) en de uitstorting van de heilige Geest (geestelijke leiding, nieuw leven).
God zei in de ballingschap tot het volk: het moet anders, béter; het gaat niet goed, zoals het nu gaat. En het wérd anders. En het is beter geworden. We hébben toegenomen mogelijkheden ontvangen om Hem te kennen, Hem te gehoorzamen, vergeving te ontvangen voor onze zonden, ons te bekeren.

[besluit]
Nu hoor ik u al zeggen: hm, ik merk er niets van. De wereld van vandaag laat het tegendeel zien. We moeten opboksen tegen een overmacht. Er komen zoveel invloeden op mij af. Ik heb het zo moeilijk met m'n geloof. En als ik naar de kerk kijk, zie ik de wereld oprukken. Daar zullen de ouderlingen het vaak over hebben. En ook de ouders en jeugdleiders. En wie denkt dit eigenlijk niet?
Maar broeders en zusters, deze wereld is wél Gods wereld, gered door Jezus Christus, arbeidsterrein van de Geest. En wij zijn leden van een nieuw verbond. Het is een béter verbond. Houdt dat vast. God zelf staat voor ons zwakke, zondige mensen garant. Hij schenkt krachten om in het verbond met Hem te leven.
Daarom geen twijfels daarover. Laten we de bereidheid hebben en klaar te staan om Christus te volgen en de HERE te dienen.
Zeg ook: bekeer mij HERE, dan zal ik mij bekeren (door uw Geest). Een beter verbond mag nooit tot betere excuses leiden.

[voorbeeld voor de kinderen]
[ Variant 1. Neem een klein doosje en een grote doos en pak die in als een cadeau; leg die voor de dienst op de vloer van de preekstoel.
Variant 2. Neem twee plasticzakken mee en een agenda; gebruik verder het grote kerkboek op de preekstoel; stop zowel agenda als kerkboek in de plasticzakken. ]

Jongens en meisjes wat tot nu toe gezegd is, wil ik graag voor jullie duidelijk maken met een voorbeeld. Het ging in de preek over twee cadeaus.

Kijk hier heb ik het eerste cadeau. [Neem het kleine cadeau in de hand of de agenda die je uitpakt en leg dat rechts op de preekstoel].
Het lijkt een klein cadeau [zeg niet dat het een klein cadeautje is, dan doe je onrecht aan het oude verbond, J. Glas]. Maar het is een heel mooi cadeau. Want God heeft dat zelf aan zijn volk gegeven. We noemen dit cadeau het oude verbond. Onthoudt dat goed. God heeft dat cadeau gegeven aan het volk Israël bij de Sinaï. Dat cadeau bevat iets prachtigs. God zei: Ik ben bij jullie en jullie zullen bij Mij blijven.

Maar wat gebeurde er? Het volk bleef helemaal niet bij de HERE. Het volk was stout geweest en daarom strafte de HERE zijn volk. Hij stuurde vijanden op zijn volk af die het volk gevangen namen en naar een ander land brachten.

Maar weet je wat nu zo mooi is? Toen zei God niet: jullie zijn stout geweest, voor straf krijgen jullie nu ook geen cadeau meer. Jullie willen niets meer van Mij weten, dan wil Ik ook niets meer van jullie weten.

Nee, want God heeft zijn volk lief met een ééuwige liefde. Zijn verbond is een ééuwig verbond.

[ Pak nu de grotere doos of pak het grote kerkboek uit en leg het links op de preekstoel ]
Kijk, dit cadeau is groter dan het eerste. Het is ook beter dan het eerste. Eigenlijk zit er precies hetzelfde in als in het eerste cadeau, alleen zit er méér in. En nou zal het lukken. God zegt opnieuw, ook tegen jullie: Ik wil bij jullie zijn, en jullie zullen bij Mij blijven.
En nu mag je er heel zeker van zijn.
Als je je handen sluit en je ogen dicht doet en vergeving vraagt voor je zonden, zul je die vergeving ook krijgen.
En als je het moeilijk vindt om geen verkeerde dingen te doen, dan mag je de HERE vragen of Hij je daarvoor de kracht wil geven zodat je het niet meer doet.

En als je dan toch aan het bidden bent, vraag de HERE dan of ook andere mensen op Hem gaan vertrouwen en met Hem verder willen leven.

Tot zover de prediking van Gods woord. Zalig zij die het woord van God horen en het bewaren.

Amen.


Gebed

(dankgebed na de prediking)

[ Aanhef ]
We danken dat U altijd woord houdt en Uw beloften heeft vervuld. En dat wij vanuit die beloften verder mogen leven en ook verder kunnen.
Geef dat we op U vertrouwen ook als het gaat om vol te houden in ons geloof.
Schenk kracht om op U ons vertrouwen te stellen als wij twijfels hebben over onszelf of over Uw gemeente.
We bidden U of U met onze gemeente wil zijn. Geef dat we mogen groeien in ons geloof en dat we mogen beseffen dat we leden zijn van een beter verbond en dat we met U mogen en kunnen samenleven.
Schenk ambtsdragers wijsheid en krachten om daarin voor te gaan.
Behoed uw kerk in Nederland voor slapheid en in de wereld voor verdrukking.
Zegen alle werk van zending en evangelisatie.
In het bijzonder doen we voorbede voor de landen . . . . . die getroffen zijn door . . . . ., en de landen . . . . . waar oorlog heerst. Zegen alle hulp en inspanningen voor de vrede die worden verricht.
Maar laten alle volken boven alles het licht van het evangelie mogen ontdekken.
Wees met ons in de week die voor ons ligt.
[ Afronding ]


Mogelijkheden van toepassing

Ik heb deze preek na kerst in enkele andere gemeenten gehouden. Dat was na de stille tocht als protest tegen geweld in de samenleving te Gorkum.

Ik heb erop gewezen hoe indrukwekkend deze tocht was. Denk aan de kreet van jonge mensen. Een roep om mensen die willen voorgaan in geweldloosheid; om mensen die beseffen dat wanneer je op een ander richt, je jezelf treft.

De peptalk van de predikant kon me nog het minst overtuigen. Ook al was hij in een moeilijke positie, hij had toch meer moeten zeggen.

Ik heb erop gewezen dat een jaar eerder in Tiel ook zo'n tocht is gehouden. Nu dan weer. Wat heeft deze nieuwe tocht dan voor zin? Wat heeft het voor zin om steeds maar weer een beroep te doen op de krachten in de méns. Wat verandert daardoor wezenlijk in onze samenleving en in de wereld?

Het nieuwe verbond leert ons dat we als mens van God afhankelijk zijn en van God alle kracht moeten afbidden om ook inderdaad de mens te zijn om wie de jongeren te Gorkum hebben geroepen.

J. Glas, 1999

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar