Hé, gedoopte christen, zoek het nieuwe leven bij Christus in de hemel

Thema: Hé, gedoopte christen, zoek het nieuwe leven bij Christus in de hemel
Tekst: Kolossenzen 3: 1
Tekstgedeelte(n): Kolossenzen 3: 1-17
Door: Ds. P.P.H. Waterval (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Krimpen aan den IJssel)
Gehouden te: Krimpen aan den IJssel op 31 maart 2002

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Gez. 22: 1-2, 6-7
Wet
Gez. 1: 1-2, 13
Lezen: Kolossenzen 3: 1-17
Ps. 110: 1-4
Tekst: Kolossenzen 3: 1
Preek
Lied 87
Lied 221
Zegen

'Koud, koud, steenkoud, ijskoud, koud, lauw, warm, warm, warmer, heet, gloeiend heet. Jaaaah, hebbes!'

Broeders en zusters in de Here Jezus, jongens en meisjes,

Je herkent het vast wel, want zo gaat het wel eens op verjaardagsfeestjes. Het feestvarken moet even op de gang. En de kinderen die voor het feestje zijn uitgenodigd, gaan hun cadeautjes verstoppen. Als alles verstopt is, mag de jarige binnen komen om te zoeken. Als je in de goede richting zoekt ben je warm, zoek je verkeerd dan ben je koud.
Wanneer het om geestelijke dingen gaat, kun je als mens ook verkeerd zoeken en goed zoeken. In ons Schriftgedeelte roept Paulus de Kolossenzen op om goed te zoeken, op de goede plek, en ook naar de goede dingen. En daar heeft hij ook alle reden toe, want het is Pasen geweest. Jezus is opgestaan en regeert in de hemel en wij mogen door het geloof met Hem leven. Daarom kun je als gedoopte christenen niet meer zeggen: ik weet niet waar ik het zoeken moet.

Het thema van de preek is:

Hé, gedoopte christen, zoek het nieuwe leven bij Christus in de hemel

Gedoopte christenen. Dat zijn bijna alle mensen hier. En dat waren ook de Kolossenzen. Kijk maar in hoofdstuk 2, vers 12. Daar zegt Paulus tegen hen: 'In je doop zijn jullie met Jezus begraven en ook opgestaan'. Dat was voor Paulus en de eerste christenen één van de belangrijke betekenissen van de doop. Naast een teken en zegel van de afwassing van de zonden, is de doop ook een afbeelding van het één-zijn met Jezus in zijn dood en opstanding. Zo spreekt Paulus er ook over in Romeinen 6. Wij dopen hier in de kerk door water over het hoofd te sprenkelen. Maar als je gedoopt werd door onderdompeling (bijvoorbeeld in een rivier of meer, zoals in Israël veel gebeurde), dan ging je eerst kopje onder. Dat was een afbeelding van het sterven met Christus. En als je dan weer bovenkwam, stond je als het ware uit de dood op met Christus. De doop beeldt af dat je sterft aan de zonden, dat je oude zondige mens gedood wordt, maar ook dat je opstaat tot een nieuw leven, waarin de zonde niet meer het laatste woord heeft, een leven in gehoorzaamheid, waarin Christus het voor het zeggen heeft. En het is duidelijk, dat dat natuurlijk niet zomaar automatisch door de handeling van de doop gebeurt, maar door het geloof. Dat zegt Paulus ook in Kolossenzen 2: 12: Jullie zijn mede opgewekt (met Christus dus) door het geloof aan de werking van God, die Hem uit de doden heeft opgewekt. De doop beeldt uit wat God doet.
Nou, zegt Paulus in Kolossenzen 3: 1, als dat dan zo is, als van jullie inderdaad gezegd kan worden dat God jullie met Christus opgewekt heeft, dan moet dat ook gevolgen hebben voor hoe je je leven invult, voor de keuzes die je maakt en vooral voor waar je je op richt in dit leven, waar je je levensenergie en je motivatie vandaan haalt. Dat was iets wat de Kolossenzen dreigden te vergeten en te verliezen. Veel mensen in de gemeente van Kolosse waren namelijk onder de indruk gekomen van reizende leraars die een mix van joods en oosters denken hadden aangeprezen. Daardoor kon je volgens hen een ongekend diep inzicht krijgen in de astrologische en kosmische krachten die het leven op aarde bepalen. En daar hoorde bij dat je je moest houden aan bepaalde eetgewoonten en feestdagen en dat je engelen moest vereren. Heel diepzinnig was het allemaal en heel indrukwekkend. Maar volgens Paulus ook hartstikke verkeerd:

En daarom was het volgens Paulus ook heel gevaarlijk, want door in die dwaalleer te geloven

Pas dus op, zegt Paulus!
Maar Paulus zou Paulus niet zijn als hij het alleen maar liet bij waarschuwingen. Hij stelt er ook een alternatief tegenover, en wel het enige echte alternatief: Jezus Christus. Hij zegt: Laat je toch geen zand in de ogen strooien en je niet bang maken, jullie hebben Christus, of liever gezegd: Hij heeft jullie. Hij is jullie Koning, Hij is jullie Schepper. Hoezo kosmische krachten of wereldgeesten? Christus is de baas! Weet je dan niet dat Hij boven alle machten en tronen en heerschappijen staat (Kolossenzen 1: 15-20), en dat Hij ook het Hoofd van de gemeente is? Naar Hem moet je luisteren. Zoek je een dieper inzicht in het leven? Dan moet je bij Christus zijn. Want in Hem zijn alle schatten van wijsheid en kennis verborgen (Kolossenzen 2: 3). Vergeet dat niet, gedoopte Kolossenzen, want dat is de Christus die jullie omarmd hebben toen je geloofde dat Hij voor je zonden is gestorven. Christus is meer dan alleen degene door wie je vergeving van zonden hebt gekregen. Veel meer. Hij is de bron van alle leven en Hij wil ook jullie levensdoel zijn.
De Kolossenzen wilden eigenlijk maar een halve Christus. Ze waren blij met de verlossing van de zonden, zeg maar, met de rechtvaardiging, maar hadden zich niet gerealiseerd dat dat nog maar het begin was. Ook nu zijn veel mensen, gelovige mensen tevreden met een halve Christus. Oh, hé ja: vergeving van zonden en eeuwig leven, ja, dat wil ik wel. Dan bidt je wel: "Dank U wel, Here God, dat U al mijn zonden vergeeft". Maar niet: "Here, help me om voortaan gewoon te betalen voor mijn treinkaartje. En Vader, geef de kracht om oprecht tegen Jan te zeggen dat ik spijt heb van mijn rotopmerkingen." Christen-zijn betekent ook kiezen voor gehoorzaamheid, als leerling, discipel, ja, als slaaf van een nieuwe Heer. Kiezen voor Christus houdt in: kiezen voor heiliging, voor een complete heroriëntatie van je leven. Een halve Christus, is geen Christus en een halve verlossing (alleen rechtvaardiging) is geen verlossing. En een halve, alleen maar gerechtvaardigde christen, is geen christen.
Dat wil Pasen ons leren. Jezus leeft. Voor eeuwig. En niet alleen op zichzelf. Maar als we in Hem geloven, dan worden wij ook samen met Hem levend gemaakt. Dan leven we met Hem. Dat betekent aan de ene kant dat ook over ons de zonde en de dood geen blijvende macht meer heeft. Zei Jezus het al niet tegen Martha bij de opwekking van Lazarus: Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is Hij gestorven. Maar met Jezus leven is ook echt samen met Hem leven, in een hechte persoonlijke band.
Dat bedoelt Paulus met name, als hij vervolgens in hoofdstuk 3 vers 1 zegt: Zoek de dingen die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan Gods rechterhand. Als je door het geloof met Jezus levend bent gemaakt en vanaf dat moment met Hem leeft, ben je een persoonlijke relatie met hem aangegaan. Een zekere Moniek had ooit verkering met een zekere Jaap. Tenminste dat dacht ze. De dag waarop de verkering begon, was ze door het dolle. En die eerste zoen op dat bankje, hmmmm. Maar de verkering bleek al gauw een losse flodder, want Jaap zocht nauwelijks contact. Hij kwam nooit eens langs, want ja, het was toch wel een behoorlijk eind op de fiets. En bellen deed hij ook niet, want dat was vrij duur. Logisch dat Moniek zich op een geven moment afvroeg: hebben we nou verkering of niet en het ook uitmaakte toen Jaap het steeds meer af liet weten. Dit verhaal illustreert dat het in een relatie tussen twee mensen ook van twee kanten moet komen. Zou het in de geloofsrelatie met God, met Jezus anders zijn? Stel je voor dat de Here Jezus zich van zijn bruid, de gemeente, maar ook van jou persoonlijk zou moeten afvragen: hebben we nou iets met elkaar of niet? Ik heb haar het teken van mijn verbond gegeven, Ik geef me helemaal aan haar, toen al op Golgota, maar ook nu: Ik geef haar alles wat ze nodig heeft, aan levenskracht en energie, aan eten en drinken, Ik leid haar leven, zodat het goed met haar gaat, Ik sta klaar met woorden van leven. Maar van haar hoor Ik nooit eens wat. Ja, als ze aan tafel met haar mond het onze Vader bidt, ben Ik een en al oor, maar dan zit zij met haar verstand onder de haardroger bij de kapper of is bezig de juiste deur te zoeken op level 4 van dat gekke computerspel. Er kan ook nooit eens een dankjewel af, laat staan dat ze Mij eert om wie ik ben en wat ik doe, het lijkt wel of ze Mij helemaal niet nodig heeft. Wat zou dat erg zijn, als de Here Jezus, zich dat van jou en mij zou afvragen. Met elkaar leven in een liefdesrelatie, betekent dat je je richt op de ander, dat je aandacht hebt, open staat en dat je de ander opzoekt. Zo is het ook in het leven met Christus. Ook Hem moet je opzoeken. In bidden, je lezen en je zingen. En Hij wil ook geëerd worden in je nadenken en in de keuzes die je maakt.
Vandaar ook dat werkwoord zoeken in vers 1. Zoeken is in het christelijk geloof geen speurtocht naar wat verborgen of onbekend is. Paulus vraagt niet van ons dat we op zoek gaan naar de onbekende God. Die gedachte is trouwens wel erg in tegenwoordig. Veel moderne christenen zitten niet te wachten op antwoorden. Wel nee, dat is arrogant: menen dat je absolute zekerheid hebt over God. En het is trouwens ook saai, zegt men dan, want het is toch veel spannender als je juist niets zeker weet, maar voortdurend op zoek bent. Ja ja, dat klinkt mooi, maar is het niet. Het is duivels. In het paradijs maakte satan de mens wijs dat de alwetendheid binnen bereik was, maar in deze postmoderne tijden geeft hij er een draai van 180 graden aan: "Beste mens, niets zeker weten, dat is het." En veel mensen slikken het, voor zoete koek, want ja als er over God niets zeker te weten is, hoef je ook je leven niet aan te passen aan zijn wil. Maar intussen blijft het één grote leugen. Zoeken maar niet willen vinden: het is een fopspeen waar je je dood aan zuigt, want de grote levensvragen zoals 'Wie ben ik?', 'Wat is de bedoeling van dit leven?', 'Wat ligt er achter de dood?', blijven natuurlijk wel knagen aan ieder mens dat nadenkt. En op die vragen geeft God in zijn Woord ook echt antwoorden waar je mee verder kunt.
Paulus stuurt de Kolossenzen met zijn 'zoekopdracht' niet op een levenslange puzzelroute zonder bestemming. Het christelijke zoeken dat hij bedoelt is een je bewust en actief richten op, je openstellen voor. Om het nog wat duidelijker te maken, gebruikt Paulus in vers 2 een ander werkwoord: bedenken, overdenken, je gedachten richten op, je concentreren op. Op wat of wie? Op Christus die zich geopenbaard heeft in de schepping en bovenal in zijn Woord. Het christelijk geloof is geen filosofie. Nee, het is een relatie. Met een levende persoon, niet ver weg maar dichterbij dan iemand ooit kan komen. Aan de deur van je hart. Hij ziet je, Hij kent je, door en door want je bent door Hem bedacht en gewild en geweven in de schoot van je moeder. Je bent door Hem gekocht en bevrijd en bestemd voor hemelse heerlijkheid. Kolossenzen, ... [ lees hier: naam voor de inwoners van de gemeente (bijvoorbeeld: Alblasserdammers) ] : zie je die Christus? Wil je Hem zien? Vertrouw je dan aan Hem toe en richt je op Hem. Zoek Hem. Want Hij leeft en regeert.
Nu lijkt Paulus het in vers 1 en 2 wat onpersoonlijker te zeggen dan ik doe. Want er staat in onze vertaling niet "zoek Christus", maar "zoek / bedenk de dingen die boven zijn, waar Christus is". Letterlijk staat er in het Grieks: wat boven is, waar Christus is. Dat staat tegenover "wat op aarde is" en in vers 3 staat dat we dát niet moeten zoeken. In vers 5 wordt "wat op aarde is" ingevuld, want daar zegt Paulus: Dood de leden die op de aarde zijn (dat is, zeg maar, alles in een mens wat aards en zondig is: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij. En in vers 8 vult hij dat nog aan met toorn, heftigheid, kwaadaardigheid, laster en vuile taal. Paulus zegt: dat alles moeten jullie doden, oftewel daar moeten jullie door gelovige zelfdiscipline tegen vechten en dat wegdoen. Jullie moeten juist streven naar het tegenovergestelde. Naar dat "wat boven is". Dat vult Paulus in vers 1 aan met de woorden "waar Christus is". Wat kan dat dan anders zijn dan alles wat Christus ons vanuit de hemel wil geven, als vruchten van het geloof? Verderop, vanaf vers 12, noemt Paulus ze: innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld, verdraagzaamheid, vergevingsgezindheid, liefde, vrede, dankbaarheid. En zulke dingen zijn natuurlijk niet los verkrijgbaar. Het zijn vruchten van geloof in Christus. Alleen Hij kan door zijn Geest een mens echt nederig, verdraagzaam en liefdevol maken. Dus wie deze dingen zoekt, wie daar zijn leven mee wil vullen, die zal Christus zelf moeten zoeken.
En om te benadrukken dat je bij Hem ook echt aan het goede adres bent, zegt Paulus erbij: "gezeten aan de rechterhand van God". Jezus is opgestaan uit het graf, maar dat was geen eindstation. De profetische woorden van de Here in Psalm 110 zijn uitgekomen: Zet u aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gelegd heb als een voetbank voor uw voeten. Na zijn opstanding is Jezus door zijn Vader opgenomen in de hemel en heeft daar de allerhoogste rang ontvangen: de rechterhand van God. Op die promotie anticipeerde de Here Jezus al net voor zijn hemelvaart toen Hij tegen zijn leerlingen zei (in Matteüs 28): "Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde". Daar wil Paulus de Kolossenzen graag aan herinneren. Want dan is al dat aanpappen met esoterische wijsheden over kosmische krachten helemaal niet nodig. Vertrouw toch op Christus, zegt Paulus, dan komt het goed, want Hij maakt de dienst uit, niets of niemand anders heeft ook maar iets in te brengen. Bij Christus ben je 100% veilig. Hij zit aan Gods rechterhand. En bovendien: als je de vruchten van het geloof zoekt, dan is de plek die Christus bij God heeft, ook de garantie dat Hij de volmacht heeft om die aan de gelovigen uit te delen. Bij Jezus ben je in goede handen en Hij kan ook echt iets moois maken van je leven.
Innerlijke ontferming, zachtmoedigheid, geduld, vrede, liefde. Het zijn de sieraden van de Geest. Zulke dingen geven pas echte schoonheid. Wat bij de juwelier te koop is, vergaat op een dag, maar de sieraden van de Geest blijven voor altijd mooi en gaan mee naar de nieuwe wereld die komt. Als je op een bazaar of vrijmarkt rondloopt of de kleine advertenties in het huis-aan-huis-blad doorvlooit, dan kun je soms veel geld verdienen als je weet wat bepaalde dingen echt waard zijn. Echt kostbare dingen worden soms voor een habbekrats verkocht, omdat de eigenaar geen idee heeft van wat het waard is. Helaas gaan veel christenen ook net zo onnozel door het leven. Omdat ze niet gericht zijn op dat wat geestelijke waarde heeft, maar op de kitsch van de wereld. Ze nemen liever, dan dat ze geven; regeren liever dan dat ze dienen; en wreken liever dan dat ze vergeven. In 1 Korintiërs 3 noemt Paulus dat bouwen met hout, hooi of stro. Als het vuur van de jongste dag erover heen gaat, blijft er niks van over. Je mag al blij zijn als je zelf niet omkomt. Als je bouwt op het fundament van Christus, bouw dan ook met goede materialen: met het goud, het zilver en het kostbaar gesteente van innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld, vrede, liefde, dankbaarheid. Want dat houdt stand, ook in de vuurzee van het oordeel. Mijn broeder en mijn zuster, investeer daarin, en leg daarvoor alles aan de kant. Zoek die dingen, en zoek ze bij Christus in de hemel. Dan zoek je goed.

Amen.

Gebed

Onze Vader in de hemel,

Dank U wel dat Jezus leeft. Dat de dood verslagen is en geen macht meer heeft over Hem en ons. En dank U dat U daar ons aan herinnert in de doop. Here, we moeten U bekennen dat we dat maar al te vaak vergeten. Ook wij verwachten het nog veel te weinig van de Here Jezus en zijn opstandingsmacht. Zodat we er ook niet uit leven. We laten ons nog zo gemakkelijk intimideren door allerlei andere machten dan die van koning Jezus. Zoals de zonde, de duivel en de wereld. Ontferm U over ons en maak ons wakker met de bazuin van uw evangelie, iedere keer weer. Help ons om de genade niet goedkoop te maken, door alleen de vergeving te willen maar niet de strijd van de gehoorzaamheid. Geef dat we ons helemaal aan U overgeven, en in blind vertrouwen achter U aangaan. Help ons om veel te investeren in de persoonlijke band met U. Tijd te maken voor het lezen van de bijbel en voor gebed en voor verdere toerusting. En geef dat we naarmate we ons daarin geven, ook steeds meer mogen genieten van Uw grote barmhartigheid. Dank U wel dat U bevredigende antwoorden geeft op veel van de diepste vragen waarmee wij als mensen kunnen worstelen. Bij U zijn we geen nummer. U kent ons en laat ons weten dat we kostbaar zijn voor U. En aan Uw hand mogen we door dit leven wandelen, op weg naar Uw vaderhuis. Geef dat we ons op weg daarheen, Vader, door de Geest van Jezus willen laten versieren met de vruchten van het geloof: maak ons nederig en zachtmoedig, geduldig en verdraagzaam, liefdevol en dankbaar. En leer ons dat alles actief te zoeken en te verwachten van Hem die zit aan Uw rechterhand, onze Here Jezus Christus. Leer ons kostbaar te vinden wat U kostbaar vind. Maak onze wil daarin één met die van U. En geef dat het gebouw van ons leven in het vuur van de jongste dag mag standhouden, tot ons eigen behoud, maar bovenal tot eer van U.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar