Voor wie in Jezus gelooft, is er licht

Thema: Voor wie in Jezus gelooft, is er licht (Kerst)
Tekst: Lucas 2: 6-7
Tekstgedeelte(n): Lucas 2: 1-20
Door: Ds. T.S. Huttenga (studentenpastor gereformeerde kerk vrijgem. classis Groningen)
Gehouden te: Groningen-West

Aanwijzingen voor de Liturgie

Gez. 12: 1-2
Gez. 12: 3-4
Lezen: Lucas 2: 1-20
Gez. 11
Tekst: Lucas 2: 6-7
Preek (met Gez. 10: 2 als tussengezang)
Gez. 2
Gez. 12: 5-8.

Broeders en zusters, jongens en meisjes,

Rond het Kerstfeest hangt een sfeer die ons eigenlijk allemaal wel iets doet. Tegen het eind van de middag wordt het donker. Maar dan gaan in heel veel huizen kleine lichtjes aan. Door die kleine lichtjes vergeet je niet, hoe donker het is. Toch is er ook licht. Het donker benadrukt dat juist.
Het licht van de kleine lampjes en van de kaarsjes is mild. Het laat ons niet alles zien en dat is ook wel eens goed. We hoeven niet altijd alles te zien. Als het licht van de grote lamp aangaat, knipperen we met onze ogen. Zelfs als we er na een poosje weer aan gewend zijn, moet het toch maar weer uit. Dit licht is zo hard.
De kleine lichtjes geven ons een gevoel van veiligheid. Buiten is het donker, maar hier binnen is licht. Soms is het in ons eigen leven donker. Donker is het ook in de wereld waarin wij leven. Hoeveel mensen, hoeveel kinderen sterven er niet door kogels? En toch bestaat er in deze wereld veiligheid. Voor die veiligheid zorgt dat Kind. En u begrijpt direct welk kind ik bedoel.
U ziet misschien ook het kind in de kribbe al voor u. Dat kind straalt licht uit. Jozef, Maria en een paar herders worden erdoor beschenen. Daaromheen is het donker. Het is eigenlijk hetzelfde licht dat in onze kamers schijnt. Het geeft ons een veilig gevoel. Wij voelen ons veilig bij het Kind van Betlehem.
Datzelfde licht schijnt ook over het bekende bijbelgedeelte uit Lucas 2. "En het geschiedde in die dagen, dat er een bevel uitging.." Als we die woorden horen, worden we warm van binnen.
Ze roepen de fijne sfeer weer op waarin ze altijd gelezen worden.
Maar Lucas 2 is ook zelf een mooi gedeelte, waarin prachtige verzen staan. Verzen 6 en 7 bijvoorbeeld. Je leest daar als het ware naartoe. "En het geschiedde, toen zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zou, en zij baarde haar eerstgeboren zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een kribbe." Nu wordt de Redder geboren. En daar ligt dan dat Kind dat zondaars bemint.
Maar heel mooi is ook de boodschap van die engel in het donkere veld."Ik verkondig u grote blijdschap." Blijdschap, daar verlangen we allemaal naar.
En dan volgt de engelenzang, die wij met Kerst allemaal willen zingen."Ere zij God in de hoge." Die woorden zingen wij uit volle borst. Het is dan net alsof wij even alle twijfels en moeiten onder ons laten. Onze stemmen klinken sterk. Het evangelie van Kerst geeft ons toch weer kracht.
"En zij baarde haar eerstgeboren zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een kribbe."

En toch, die kribbe... Het kindje Jezus zal er best goed in gelegen hebben. De kribbe was natuurlijk goed gevuld met stro. Maar de reden waarom het Kind in deze kribbe kwam te liggen was minder fraai. Er was voor zijn vader en zijn moeder geen plaats in de herberg en zo kwam het, dat een kribbe zijn bedje werd. Geen plaats in de herberg. Natuurlijk is er druk over gespeculeerd, hoe dat wel niet kwam. U weet daar waarschijnlijk ook wel iets van.
Misschien werden Maria en Jozef met een scheef oog aangekeken.
Maria was immers al in verwachting, voordat zij met Jozef trouwde? Geen wonder dat men voor dit stel in de herberg geen ruimte maakte.
Maar hoe kon men dat van die vroege zwangerschap in Betlehem nu weten? Zo belangrijk waren Jozef en Maria echt niet, dat dit van Nazaret naar Betlehem werd overgebriefd. Zo'n gedachte zegt meer over de manier waarop wij wel eens tegen een gedwongen huwelijk hebben aangekeken dan over de manier waarop men in Betlehem naar Maria en Jozef keek.
Maar dan zal het wel door de drukte gekomen zijn. Er waren immers vanwege de inschrijving een heleboel mensen onderweg en dan zit de plaatselijke herberg natuurlijk al gauw boordevol. Oké, maar denkt u nou niet dat de Joden in die tijd onder druk van de omstandigheden opeens heel hard en ongastvrij geworden zijn. Gastvrijheid staat in het Oosten hoog in het vaandel geschreven.
Men heeft elkaar nodig, men beseft dat en men handelt daarnaar. En dan komt zeker in het Oosten een vrouw die op het laatst loopt echt wel op de eerste plaats. Daar maakt men ruimte voor.
Maar in Betlehem zijn op dat moment behalve veel Joden ook veel Romeinen aanwezig of Grieken of Egyptenaren of wat voor mensen ook, die in dienst van de Romeinen zijn.
Ambtenaren die ervoor moeten zorgen, dat de namen en de gegevens van de Joden die naar Betlehem komen worden genoteerd. Maar vooral ook soldaten die er goed op moeten letten, dat er onder die Joodse mensen geen relletjes ontstaan. Want wat dacht u, dat die Joden allemaal heel gewillig de reis maakten naar de plaats waar hun voorgeslacht vandaan kwam?
Zoveel zelfbewustzijn hadden de Joden in Israël echt wel, dat het bevel van de keizer in Rome hen in elk geval vreselijk irriteerde. Zij waren het uitverkoren volk, kinderen van de grote Abraham, mensen die de waarheid hebben. En dan zal zo'n man in Rome, een blinde heiden, hen opdragen om hun naam en persoonlijke gegevens op zijn lijsten te laten opschrijven. Kom!
En wat denkt u van Jozef? Hij kan bewijzen, dat hij van koning David afstamt. Maar daar heeft men in Rome geen boodschap aan. Jozef moet dan ook, net als ieder ander, gewoon doen wat vanuit Rome bevolen wordt.
Maar toch gaan de Joden wel op reis. Ze onderbreken er hun dagelijks werk voor. Ze nemen soms hun hele gezin mee als het moet. Ze doen het allemaal. Ja, ze moeten wel. In vers 2 leest u de naam van Quirinius. Die staat daar niet voor niets en Quirinius is op dat moment niet voor niets in Syrië ten Noorden van Israël aanwezig. Quirinius is een gevreesde generaal, een man die wel wat aankan, een man die door de keizer vaak onmiddellijk wordt ingehuurd, als er ergens in het rijk een stevige klus moet worden geklaard. Nu, Israëlische Joden zich laten inschrijven, dat is zo'n klus. Dat weet Augustus ook wel. De Joodse emoties laaien zomaar op. Misschien durft Augustus nauwelijks aan die inschrijving te beginnen. Maar met Quirinius durft hij het aan. En de Joden kennen Quirinius ook en ze weten hoe zijn soldaten zijn. Daarom gaan ze, met de hete adem van Quirinius in hun nek.
En in Betlehem, daar leggen de Romeinse ambtenaren en militairen natuurlijk beslag op de plaatselijke herberg. Zij zijn heer en meester en die Joden zullen dat weten ook.
Zo deden ze vast en zeker in iedere stad van Israël. En als daar dan tussen de Joden die het stadje binnenkomen ook één of meer zwangere vrouwen lopen, interesseert hen dat geen fluit. Zo'n vrouw is ook maar een Jodin. Afijn, als u de Tweede Wereldoorlog bewust hebt meegemaakt of er veel over gelezen of gezien hebt, begrijpt u dit meteen. Bezetters zijn hard. Ze lijken wel alle menselijke gevoelens te missen.
En dus was er ook voor de toekomstige ouders van Jezus geen plaats in de herberg van Betlehem. Of, wat we waarschijnlijk beter kunnen zeggen, er was geen plaats voor hen in het gastenverblijf. Want het Griekse woord dat in vers 7 met 'herberg' wordt vertaald, betekent verder nooit herberg. De herberg van de barmhartige Samaritaan wordt dan ook anders aangeduid dan de herberg van Lucas 2.
Het gastenverblijf, dat waren de vertrekken die in een herberg op de eerste of eventueel zelfs op een tweede verdieping lagen. Op de begane grond kregen de rij- en lastdieren een plek en bivakkeerden de knechten. Daar stonden uiteraard ook een aantal kribben of voederbakken.
Maar hoe dan ook, het is natuurlijk wel erg dat het Kind over wie God zulke bijzondere dingen had gezegd zo'n krib als bedje krijgt. Dat heeft deze Baby dus aan Augustus in Rome te danken. Als die man niet op het waanzinnige idee was gekomen om zelfs de Joden in Israël zich te laten inschrijven in de stad van hun voorgeslacht, waren Jozef en Maria nooit op reis gegaan en was hun Kind in Nazaret in elk geval in een gewoon bedje neergelegd. Augustus uit Rome is de schuld van die kribbe.
En toch is dit nog niet het hele verhaal. Want waarom doet de keizer dit? Daar zitten behalve zijn eigen motieven vooral de motieven van God achter. God straft door middel van die man in Rome zijn volk Israël. Dat doet de Here God niet met plezier, maar omdat het niet anders kan. En het kan niet anders, want het volk Israël is een hardleers en eigengereid volk.
Die Joden schijnen nergens wat van te kunnen leren. Ze weten natuurlijk best, dat er in de loop der eeuwen heel wat vijandige volken het land zijn binnengedrongen en dat dat niet voor niets was. En het verhaal van de wegvoering naar Babel kenden ze deksels goed. Die Joden kenden hun geschiedenis veel beter dan wij onze eigen vaderlandse geschiedenis kennen.
Maar is hun eerbied voor God daardoor nu groter geworden? Is hun bewogenheid met mensen die het moeilijk hebben daardoor toegenomen? Vergeet het maar.
En daarom brengt God Augustus op het idee van de inschrijving. Als de Joden in Israël zich niet anders gedragen dan alle andere mensen op aarde, dan worden ze ook niet langer apart behandeld. Laten het dan maar gewoon inwoners van het Romeinse Rijk worden.
Maar het Kind van Maria en Jozef wordt hier de dupe van. Als zijn volksgenoten lering hadden getrokken uit de historie die ze zo goed kenden, was Hij tenminste na zijn geboorte in een gewoon bedje neergelegd. Die Joden ook met hun harde harten!
Maar zijn wij beter dan zij? Hoe groot is onze eerbied voor God? Hoeveel hebben wij over voor mensen die het moeilijk hebben? Hoe groot is onze bereidheid om ons terwille van een ander wat meer in te spannen dan we tot dusver deden?
Moeten we ook niet zeggen, dat het Kind de dupe is geworden van ons gedrag?
Het Kind van Maria en Jozef werd slachtoffer van een straf die God aan de Joden van die tijd wel moest geven en laten wij ons dan maar solidair voelen met die Joden. Wij hebben niet beter verdiend dan zij.
Maar het kindje Jezus had die kribbe niet verdiend. Hij werd slachtoffer. Maar niet een slachtoffer van het lot. Het was de wil van God. Het was ook de wil van de Zoon van God zelf. Hier stond Hij helemaal achter. En als de man Jezus later begint aan zijn publieke optreden in Israël, schaamt Hij zich niet voor dat schrijnende begin: de soldaten in de mooie vertrekken en Hij in een krib bij de lastdieren en de knechten. Hij accepteert dit begin volledig. Het is niet een onverwerkt iets dat Hem voortdurend neerdrukt, het wordt niet tot een trauma. Nee, zo wilde zijn Vader het en zo is het goed.
En zo was Jezus en is Hij nog de enige Man in de hele wereld die ons werkelijk van onze schuld en onze verkeerdheid bevrijden kan.

"'k Lag machteloos gebonden,
Gij komt en maakt mij vrij;
ik was bevlekt met zonden,
Gij komt en reinigt mij.
Het leven was mij sterven,
tot Gij mij op deed staan;
Gij doet mij schatten erven
die nimmermeer vergaan."

Laten we dat bekende vers uit Gezang 10 nu met elkaar zingen. Daarna wil ik u graag laten zien, dat er over de kribbe waarin het kindje Jezus werd neergelegd ook nog een ander licht valt. Maar eerst zingen we dus Gezang 10: 2.
[ Zingen: Gezang 10: 2 ]

"En het geschiedde in die dagen, dat er een bevel uitging vanwege keizer Augustus." Als Lucas 2 wordt voorgelezen, weet u al precies dat dit komt. En toch is het, als u de moeite zou nemen om Lucas vanaf het begin door te lezen, een opmerkelijke start. Al gauw vertelt Lucas, dat de engel Gabriël in opdracht van God twee aankondigingen doet. De eerste is gericht tot de priester Zacharias en betreft de geboorte van zijn zoon Johannes. De tweede is gericht tot het meisje Maria en dan gaat het om de geboorte van de Messias. Direct daarna gaat Maria naar haar verwante Elisabet, de vrouw van Zacharias. Drie maanden later wordt Johannes geboren. De eerste aankondiging wordt werkelijkheid. En dan zou je verwachten, dat meteen daarna de tweede aankondiging werkelijkheid wordt. Maar in plaats daarvan komt er eerst een vrij uitvoerige uiteenzetting over de inschrijving en over de reis van Jozef en Maria naar Betlehem.
Natuurlijk wil Lucas in elk geval laten zien hoe het kwam, dat de Messias, die volgens de profetie uit Betlehem moest komen, toch in Nazaret is opgegroeid. Maar er is nog een reden voor de aanloop die Lucas neemt, voordat hij de geboorte van Jezus vertelt.
"En het geschiedde in die dagen." Die dagen, dat is de tijd waarin al die bijzondere dingen zijn gebeurd die Lucas in hoofdstuk 1 vertelt. Dat de priester Zacharias sprakeloos uit de tempel komt en, zonder een woord te zeggen, de zegen geeft.
Het grote nieuws dat Maria te horen krijgt, zo onverwacht.
Men bidt om de komst van de Messias, maar als Hij dan wordt aangekondigd, is dat toch overrompelend nieuws. Maria's loflied in het huis van Zacharias en Elisabet. De priester die zijn zoon niet Zacharias maar Johannes noemt en dan opeens zijn spraak weer terugkrijgt en ook een loflied uitspreekt. Deze dingen blijven natuurlijk niet binnenshuis. In het hele bergland van Judea praat men erover.
En dan schuift daar opeens de inschrijving van Augustus tussen. Even lijkt het erop, dat deze keizerlijke actie de vervulling van de tweede aankondiging van Gabriël zal blokkeren.
Want behalve de God van Israël is er op dat moment nog iemand actief, dat is de keizer van het Romeinse Rijk. En wat moet het Kind van Maria later beginnen tegen deze machtige man, die bij iedereen in die tijd een diep respect afdwingt? In het Romeinse Rijk heeft hij als eerste de touwtjes goed in handen.
De mensen bejubelen Augustus, die eindelijk voor vrede heeft gezorgd. En even lijkt het erop, dat Augustus inderdaad verre de meerdere is van het kindje Jezus. Immers Augustus veroorzaakt dan toch maar, dat het Kind Jezus die de zoon van David is na zijn geboorte in een kribbe wordt neergelegd, terwijl Augustus' eigen soldaten gebruik maken van het gastenverblijf.
Maar dan moeten we toch nog wat beter naar Lucas 2 kijken.
En het is ook nuttig om nog even op de aankondiging van de engel Gabriël aan Maria te letten. Maria is op dat moment in Nazaret. Maria komt daar, na de geboorte van Johannes, ook weer terug. Maar de Messias moet in Betlehem worden geboren.
Dat heeft God de profeet Micha laten zeggen. De Joden die naar de Messias uitkijken, weten dat. Maar Betlehem ligt een heel eind bij Nazaret vandaan. Dat weet u ook.
Goed, maar de God van de wereld zorgt er persoonlijk voor, dat het Kind van Maria, zijn Zoon, toch in Betlehem geboren wordt. Daarvoor schakelt Hij Augustus uit Rome in. Jozef en Maria moeten naar Betlehem. Augustus moet hen daar naartoe laten gaan. En dat doet de keizer ook. Zonder dat hij het weet is hij een knecht van de God van Israël. Hij denkt dat hij het Joodse volk zijn zelfstandigheid af kan pakken. Het is geen van zijn voorgangers gelukt, maar hij doet het. Maar hij moest eens weten!
God doet altijd wat Hij ooit eens heeft aangekondigd. Dat zou je niet altijd denken. Daar twijfelt u misschien ook wel eens aan. U ziet die nieuwe wereld, waar in de bijbel zovaak over gesproken wordt, misschien ook wel eens helemaal niet zitten. Maar het is voor God geen enkel punt om al zijn woorden werkelijkheid te laten worden. Dat ziet u. God brengt een groot gedeelte van het Romeinse Rijk in beweging, ook al is dat alleen maar nodig om de aankondiging van zijn Messias ook wat de plaats van de geboorte betreft werkelijkheid te laten worden. Een machtige keizer, een gevreesde generaal, soldaten en ambtenaren, ze komen allemaal in beweging voor de God van Israël.
En als God zo vastberaden in deze wereld zijn plannen uitvoert, dan zal die kribbe ook wel niet toevallig zijn. Dat is die kribbe ook niet. Zou de Messias niet een groene spriet zijn, die zou ontstaan uit de wortelstomp van een afgehouwen boom? Zou de Messias niet de Man van smarten zijn, de Man van verdriet en het lammetje dat weggebracht wordt om te worden geslacht?
De kribbe, het komt door de Joden en het komt door ons dat het kind van Maria direct na zijn geboorte daarin werd neergelegd.
Maar het komt vooral ook door God. Het Kind Jezus werd niet ongelukkigerwijs het slachtoffer van wat zijn volk had verdiend. Maar God bestemde dit Kind, zijn Zoon, tot slachtoffer,
en dat terwille van u, van jou, van mij.
Die opofferende liefde van God, die motiveert Hem bij alles wat Hij op dat moment maar ook nu in deze wereld doet. En Jezus wilde zelf dit slachtoffer zijn. 'Vader,' zo zei Hij, 'Ik ben bereid om alles te doen wat U wilt.'
In gedachten zien we het kindje Jezus in de kribbe liggen. Het is met doeken omwonden en daaraan zien we, dat het pasgeboren is. Dit doen alle Joodse ouders in die tijd met hun pasgeboren kind. Zoals we het even voor ons zien, straalt het kindje Jezus ook licht uit. Door dat licht worden Maria, Jozef en een paar herders beschenen. Daaromheen is het donker. Zo wordt het kind in de kribbe op tekeningen en schilderijen vaak afgebeeld.
Het is eigenlijk hetzelfde licht dat vandaag in onze kamers schijnt, getemperd èn benadrukt door het aangrenzende donker. Een mild licht dat, gelukkig, niet alles laat zien. Licht dat ons in deze donkere wereld een veilig gevoel geeft.
En terecht: want als u, als jij in Jezus gelooft, dan is er licht. En dat licht wordt nog veel mooier als je beseft, hoe donker het buiten de lichtkring is.
Licht. Op een dag zal dit licht alles onthullen, ook wat u liever altijd verborgen had willen houden.'Wees niet bang,' zegt Jezus dan, 'want Ik verkondig u grote blijdschap. Ik ben immers uw Heiland, uw Redder, Verzoener van al uw schuld.'

"Lof aan de God van Israël,
de HERE, die zijn volk gedenkt
en in zijn liefderijk bestel
ons aanziet en verlossing schenkt.
Hij komt tot ons met grote kracht
en wat reeds eeuwen werd verwacht
dat wil Hij nu bewerken:
in 't huis van David, zijn verkoren knecht,
verrijst een hoorn van heil en recht,
zoals het vroeger reeds was toegezegd."

"Dan hoort Gods volk van zaligheid,
als alle schuld vergeven wordt
en kent het de barmhartigheid
waartoe Gods hart gedreven wordt,
waarmee ons nu bezoeken gaat,
verschijnend als de dageraad,
de Opgang uit de hoogte.
Wie neerzit in de doodse donkerheid
ziet door dit licht zich overspreid,
zijn voet wordt vast op 't vredepad geleid."

Laten wij met dit eerste en vierde vers van Gezang 8 de boodschap van de preek beamen.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar