Ik geloof in de vergeving van zonden (Deel 4: Vergeven, dwang of drang - moeten vergeven)

Thema: Centraal staat de moeilijke vraag: moet ik altijd vergeven? Vergeven, dwang of drang?
Tekst: Lucas 17: 3-4
Tekstgedeelte(n): Genesis 45: 1-14
Lucas 17: 3-4
Door: Ds. J.M. Oldenhuis (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Brunsum)
Gehouden te: Sauwerd op 11 maart 2001; Oldehove op 18 maart 2001; Zuidwolde op 28 oktober 2001
Opmerking JMO: Deel 4 in een serie van 4 over vergeving met als titel Ik geloof in de vergeving van zonden. De delen van deze serie kunnen ook afzonderlijk worden gelezen:
Ik geloof in de vergeving van zonden - 1: Schuldbesef - vergeving begint bij een gebroken en verbrijzeld hart
Ik geloof in de vergeving van zonden - 2: Genade - maar God is groter dan ons hart
Ik geloof in de vergeving van zonden - 3: Vergeef elkaar - vergeving in de gemeente
Ik geloof in de vergeving van zonden - 4: Vergeven, dwang of drang - moeten vergeven
Extra: Samenvatting en verwerkingsvragen geschikt voor gebruik thuis en in de gemeente

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Lied 327
(Morgendienst: Wet)
(Morgendienst: Ps. 65: 2)
Gebed 1
Lezen: Genesis 45: 1-14
Ps. 56: 3-4
Tekst: Lucas 17: 3-4
Preek
Lied 423
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis: (bij voorkeur de geloofsbelijdenis laten zingen) Gez. 3 of Gez. 4 of een van de geloofsbelijdenissen uit het liturgisch katern)
Gebed 2
Collecte
Gez. 36
Zegen

Inleiding

Ik geloof in de vergeving van zonden. Omdat geloven een manier van leven is, zeg je daarmee ook: ik wil leven in de vergeving van zonden, ik wil zelf aan anderen hun zonden vergeven, ook de zonden tegen mij. En dat is nogal wat. Eens stond in het Nederlands Dagblad een verslag van een gesprek tussen de vader van Joes Kloppenburg met leerlingen van het Greijdanus College in Zwolle. Joes Kloppenburg was een jongen die eens op een avond zag hoe iemand door een groep kerels in elkaar werd geslagen en hij kwam tussenbeide. Hij was zelf het volgende slachtoffer en werd doodgeschopt. Zinloos geweld. En dan ben je vader en wordt aan jou gevraagd: zou u de moordenaar van uw zoon kunnen vergeven? Ik weet niet eens zeker, of deze man een christen is. Stel dat hij een christen is. Een christen moet altijd klaar staan met vergeving, zeggen wij. Een christen moet altijd bereid zijn om te vergeven. Wat zeg je daarmee over de vader van Joes Kloppenburg? Zou u, zou jij het tegen hem durven zeggen? We doen vaak heel makkelijk over vergeving, maar is het wel zo makkelijk? Verplaats je eens in de vader van Joes Kloppenburg. Moet ik zoiets vergeven? Moet ik altijd vergeven? Over deze vraag gaat deze preek over Lucas 17: 3-4. Vergeven, dwang of drang - moet ik altijd vergeven?

1. Alleen het slachtoffer kan vergeven

Moet ik altijd vergeven? Dat is dus de vraag. Misschien kijk je vreemd tegen deze vraag aan. Het behoort toch tot het abc van het christelijke leven: vergeef de ander. Een christen moet dus altijd bereid zijn om te vergeven. Maar wat moet je, als je dat meisje bent, dat jarenlang is misbruikt door iemand uit de familie, een vader, een oom? Wat moet je, als je die jongen bent, die jarenlang is vernederd en gepest door z'n klasgenoten? Jouw man heeft jouw leven tot een hel gemaakt: moet je hem dat vergeven? Moet ik altijd alles vergeven? Dat is dus de vraag. Voordat we aan deze vraag toekomen, moet er denk ik eerst een andere vraag gesteld worden. Wie mag, wie kan vergeven? En het antwoord op die vraag is niet moeilijk: alleen het slachtoffer. De misbruiker van het meisje kan alleen worden vergeven door het meisje zelf. De pesters kunnen alleen worden vergeven door hun slachtoffer. De jongen die de doodschop uitdeelde aan Joes Kloppenburg kan alleen worden vergeven door zijn vader als slachtoffer van zijn daad.
Het klinkt heel logisch wat ik nu zeg, maar het heeft grote gevolgen. Dat betekent in de eerste plaats, dat vergeving nooit afgedwongen kan worden. Vergeving is iets dat gegeven wordt. Een dader kan nooit vergeving eisen. Want een dader heeft niks te eisen. Heeft hij recht op vergeving? De vader die zijn dochter misbruikt, de jongens die hun klasgenootje het leven zuur maken? Kunnen ze vergeving eisen? Ik denk het niet. Denk aan Jozefs broers. Over daders gesproken. In blinde woede en jaloezie hebben ze Jozef verkwanseld en vader Jakob voor de gek gehouden. Diepe wonden zijn geslagen. Levens hebben ze tot een hel gemaakt. En dan worden ze geconfronteerd met Jozef, hun slachtoffer. Eisen ze vergeving? Zeggen ze: Jozef, we hebben er recht op, dat je ons vergeeft? Nee, ze hebben niks te eisen en ze hebben nergens recht op. Ze deinzen van schrik terug.
Een dader heeft niks te eisen. Alleen het slachtoffer kan en mag vergeven. Het betekent ook: de omgeving van een slachtoffer kan nooit verplichten tot vergeving. Alleen het slachtoffer kan en mag vergeven. En daar moet dat slachtoffer dan uit zichzelf en vrijwillig toe komen. Want afgedwongen vergeving is geen vergeving. Vergeving is geen vergeving als het knarsetandend of onder druk gebeurt. Dat betekent, dat een omgeving - een familie, een kerk, ambtsdragers - nooit tot vergeving mogen dwingen. Ze moeten zelfs heel voorzichtig zijn met aandringen op vergeving. Want al te gemakkelijk wordt het kwaad herhaald. Denk aan het meisje, dat jarenlang tegen haar zin dingen heeft moeten doen bij haar vader. Nu moet ze weer iets doen, met tegenzin, iets waar ze nog niet aan toe is, namelijk vergeven. Het slachtoffer wordt teruggeduwd in de rol, waar het al jarenlang in heeft geleefd, terwijl het er juist van bevrijd moet worden. Alleen het slachtoffer kan vergeven. Vergeving moet geschonken worden, vrijwillig, en niet afgedwongen.

2. Alleen als er sprake is van berouw

Moet ik altijd vergeven? 'Ja', zijn we geneigd om te zeggen, want een christen moet altijd klaar staan met vergeving. Zei Jezus dat zelf niet: 'niet zeven maal, maar zeventig maal zeven maal'? Altijd vergeven dus. Toch gaat dat te snel. Jezus heeft meer dingen gezegd. Een christen moet altijd bereid zijn om te vergeven. Dat is een nogal onbeschermde, open uitspraak, die makkelijk verkeerd kan worden opgevat. Opvallend is, dat in Lucas 17: 3-4 de Here Jezus vergeving en berouw aan elkaar koppelt. De boodschap in deze verzen is eigenlijk hetzelfde als bij die vraag van Petrus: hoe vaak moet ik mijn naaste vergeven? Altijd bereid zijn om te vergeven dus. Maar, zegt Jezus in Lucas 17: 3-4: indien hij berouw heeft, vergeef het hem. Van ons wordt niet gevraagd, dat we zomaar in het wilde weg gaan vergeven. Altijd bereid tot vergeven? Ja, dat wel, maar alleen als er sprake is van berouw bij de dader.
Werkt het tussen God en jou niet precies zo? Ik denk aan Psalm 51 waar David zijn schuld onder woorden brengt en dan op een gegeven moment zegt: Een gebroken en verbrijzeld hart veracht Gij niet, o God. Tussen God en jou is vergeven ook nooit vanzelfsprekend. Wij staan voor Hem als daders. En ja, Hij is het slachtoffer van onze daden. Hebben we recht op vergeving? Moet God ons vergeven? Nee, er moet eerst iets door de dader gedaan worden. Je schuld erkennen. Je berouw onder woorden brengen en laten blijken. Een gebroken en verbrijzeld hart. En het offer van zo'n hart, een hart vol berouw, spijt en besef van schuld, wordt door Hem niet veracht.
Zo gaat het nou ook tussen mensen. Er is een dader, er is een slachtoffer. Moet het slachtoffer altijd vergeven? Alleen als er sprake is van berouw. En berouw is dat de dader zijn hart bloot legt. Schuld erkennen. De verantwoordelijkheid voor zijn daden op zich nemen. Berouw is dus meer dan een keer 'sorry' zeggen of 'het spijt me'. Nee: 'jij hebt veel pijn, en die pijn heb ik je aangedaan, ik ben er verantwoordelijk voor'. Berouw is ook niet een of andere verklaring geven voor je daden. Ook al zullen die er wel zijn. Een ongelukkig leven, een slecht huwelijk, een zwak karakter, wat ook maar. Voor alle kwaad is een verklaring te vinden, maar voor een daad is het nooit een excuus. Berouw is ook, dat je om te beginnen eens rekening gaat houden met de gevoelens van het slachtoffer, want dat heb je nou als dader tot nu toe nooit gedaan. Jij kunt mij nog niet vergeven, daar ben je nog niet aan toe, dat accepteer ik. En ook: berouw zal moeten blijken uit daden. Wat kan ik doen om te laten zien dat het mij echt menens is? Altijd vergeven dus? Alleen als er berouw is en dan pas is er een opening op weg naar vergeving.

3. Macht uitoefenen of vergeven?

Vergeven, dwang of drang - moet ik altijd vergeven? Zo langzamerhand worden de contouren van een antwoord zichtbaar. Geen dwang. En altijd vergeven, ja, als er sprake is van berouw. Maar het is en blijft een gevoelig terrein. En er kan tussen mensen onderling heel wat meer gaan spelen dan de vraag 'vergeven of niet'. Allerlei dingen kunnen erdoorheen gaan spelen. Een van die dingen is vaak, bewust of onbewust, de vraag naar macht. Daarover gaat dit onderdeel van de preek: het machtsspel van dader en slachtoffer.
Jammer genoeg gebeurt het maar al te vaak, dat vergeving en macht bewust of onbewust aan elkaar worden gekoppeld. Jij moet vergeven. Of: ik weiger jou te vergeven. Maar de vergeving van de Bijbel heeft niet te maken met macht. Vergeven in de Bijbel betekent namelijk iets van jezelf loslaten, iets van je gelijk, je recht en je eer. Vergeven is altijd afzien van macht. Altijd een geweldloze daad. En macht is altijd een vorm van geweld. Vergeven en macht zijn dus onverenigbaar.
Maar vaak zie je juist dat dader en slachtoffer gevangen blijven in een machtsspel. Een dader blijft macht uitoefenen over zijn slachtoffer. Hij kan of wil dat niet opgeven. Hij is dat niet gewend. 'Jij moet mij vergeven', zegt hij dan. Heeft deze dader dat niet altijd gedaan? Jij moet dit voor mij doen, jij moet dit bij mij doen. Wat jij ervan vindt, kan me niks schelen. Of jij daar aan toe bent, is niet mijn zorg. Soms hebben daders dat niet eens van zichzelf door, dat ze in het oude patroon schieten. Dat moet je ze dan ook laten zien. Daar moet je ze mee confronteren.
En omgekeerd is er een slachtoffer, dat nu eindelijk eens de rollen wil omdraaien. Jij hebt al die tijd macht over mij uitgeoefend, nu heb ik de macht over jou. Nu moet jij over de brug komen. Nu moet jij pijn lijden. En jou vergeven doe ik niet. Want dan heb ik geen macht meer over jou. En dat wil ik nou juist wel. Dat kom je ook tegen bij slachtoffers: de dader gevangen houden in je wrok. Dat kun je trouwens niemand kwalijk nemen. Dat gaat zo. Het helpt hopelijk wel, als je laat zien dat je dan nog steeds gevangen blijft in een web van schuld. Alleen vergeven, alleen de ander loslaten, kan bevrijden van een dader en van het verleden. Het is en blijft een gevoelig terrein en woorden maken snel veel kapot. Zie toe op uzelf, zegt Jezus. Er is al veel gewonnen als we onszelf de vraag durven stellen: waar gaat het mij om, als dader of als slachtoffer, Om loslaten of om vasthouden, de ander vrijlaten of gevangen houden, om macht of om vergeven?

4. Vergeven als wonder

Een christen moet altijd klaar staan om te vergeven. Dat is dus makkelijker gezegd dan gedaan. Zo simpel is dat niet. Alsof je dat zomaar even doet. Denk aan je vernederde klasgenoot, het misbruikte meisje, de vader van Joes Kloppenburg. Er kleeft dus een risico aan zo'n zinnetje: een christen moet altijd bereid zijn om te vergeven. Het risico bestaat, dat we dan samen vergeving gaan beschouwen als iets vanzelfsprekends. Natuurlijk, een christen vergeeft. Vergeving ligt dan altijd in de lijn van de verwachting. Je doet niet iets buitengewoons als je ertoe komt om te vergeven. En die kant moeten we dus juist niet op!
Vergeving tussen mensen is altijd weer een wonder. Iets ongedachts en onverwachts, een verrassing, een cadeau. Zoals Gods vergeving van ons mensen dat ook is. God is toch ook niet verplicht om ons te vergeven. Gods vergeving aan ons mensen is ook nooit vanzelfsprekend. Altijd meer dan je had durven dromen. Als God ons vergeeft, dan is dat ook een wonder. Ongedacht en onverwacht, een verrassing en een cadeau. Maar als we zeggen 'natuurlijk vergeeft God', dan is de verrassing weg. En ook de opluchting van 'ik had er niet op gerekend, maar het is toch gebeurd'.
Zo zullen we moeten leren om vergeving tussen dader en slachtoffer ook te gaan beschouwen als een wonder. Vergeving tussen dader en slachtoffer is nooit maakbaar, ligt nooit in de lijn van de verwachting, maar is altijd een wonder. Daarom kan vergeving nooit de inzet of de in te calculeren uitkomst zijn van een proces van verwerking. Een proces wat je in zou kunnen gaan met een hulpverlener of met een ambtsdrager. En ergens in dat proces moet dan vergeving plaats vinden. Zo werkt het niet. Want wij kunnen elkaar niet leren om te vergeven. We kunnen elkaar wel helpen om het leed dat is aangedaan, te verwerken en te aanvaarden. Dat is al heel wat. En vergeven is weer een ander verhaal. Verwerken is niet gelijk aan vergeven. Vergeven is niet gelijk aan verwerken. Verwerken is, dat je het leed dat jou is aangedaan een plek kunt geven in je leven. Vergeven is dat je de veroorzaker van dat leed, de dader, in de ogen kan kijken en hem of haar vrijlaat, zodat je zelf vrij wordt.
Vergeven en verwerken kunnen wel met elkaar in verband staan, zoals bij Jozef. Hij vergaf zijn broers, omdat hij tot de ontdekking was gekomen hoe God die moeilijke weg die Jozef was gegaan had gebruikt om een heel volk in leven te houden. Toen kon hij vergeven. Maar het was en bleef een wonder. Dus, wij kunnen elkaar wel helpen om te verwerken. Maar vergevingstherapie bestaat niet. Vergeven moeten we leren van Jezus Christus alleen. En als we ertoe komen, is het altijd een wonder.

5. Geen dwang, maar drang

Vergeven, dwang of drang? Moet ik altijd vergeven? We kunnen aan het eind van deze preek zeggen: nooit dwang dus. Wij kunnen elkaar nooit dwingen om te vergeven. We kunnen met elkaar alleen hopen of God je ooit zover brengt om te kunnen vergeven. In die zin luidt het antwoord op de vraag 'moet ik altijd vergeven': nee. Je kunt er niet toe gedwongen worden door anderen. En 'altijd' is te makkelijk, want: alleen als er sprake is van berouw.
Geen dwang dus, maar wél drang. Vergeef elkaar, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft. Vergeef elkaar, niet zeven maal, maar zeventig maal zeven maal. Wel altijd bereid zijn om te vergeven. En als die ander dan berouw heeft en dat ook laat zien, vergeef het hem of haar dan, zegt Jezus in Lucas 17: 3-4. Drang dus. De zachte drang van het evangelie van Jezus Christus. Nooit een harde, onbuigzame wet. En zelfs dan moeten wij kleine mensen op onze woorden passen. Wie durft een eensluidend antwoord te geven op de vraag 'moet ik altijd vergeven'? Elke situatie is verschillend en elk leven is uniek. Soms zijn de wonden diep, zo diep dat een zinnetje als 'een christen moet altijd vergeven' meer kwaad dan goed doet en de wonden dieper trekt.
Maar toch vergeven. We worden ertoe geroepen door God, door onze Heer Jezus Christus. En niet zomaar. Want het beste argument om toch te vergeven is het alternatief: niet vergeven. Dan pas is het leed niet te overzien. Nooit loskomen van je verleden. Nooit loskomen van de dader die jouw leven tot een hel heeft gemaakt. Maar gevangen blijven zitten, vastgeklonken aan elkaar. Vergif dat overal doorheen sijpelt en alles aantast. Ja, dan is vergeven wel de moeilijkste weg, een kwetsbare touwbrug over een diepe kloof. Maar wel de beste weg. De meest genezende weg. Niet in de laatste plaats voor jezelf. Door te vergeven maak je een nieuw begin, maak je jezelf vrij met Gods hulp. Je overwint het kwade door het goede. Altijd een wonder. Afzien van jezelf, iets van je gelijk, je recht en je eer inleveren, maar jezelf winnen.
En misschien blijft het allemaal nog onaf en voorlopig. Ook daar zullen we mee moeten leren leven. Want straks wordt alles pas nieuw, ook onze geschonden en verwonde levens. En daar wil ik mee afsluiten: vergeven is de moeilijke weg en we doen er vaak te gemakkelijk over, maar het is wel de beste weg. Alles wat we kunnen is met Gods hulp de eerste stappen zetten op deze weg in de hoop op een nieuw en volmaakt leven, waar alle wonden geheeld en alle verwrongenheid rechtgebogen zal zijn!

Amen.

Gebed voor de preek

Almachtige God, onze Vader,

Ons gebed is tot u. Spreek ons de woorden voor die niet verwijderen, maar juist dichterbij brengen. Leg ons de woorden in de mond vandaag die heel maken en niet die afbreken. U alleen kunt dat. U alleen spreekt woorden die niet falen. Wat U zegt is altijd goed, altijd helend, altijd genezend. En daar steken wij met onze slordige, gemakkelijke en onverzorgde taal maar schril bij af. Maar wij zijn maar mensen, en ons hart is zo vaak donker en boos. U bent God, U bent de Vader van Jezus Christus, U bent de Schepper van al wat is. In vertrouwen doen we daarom een beroep op U. Spreek tot ons en doe ons uw liefde kennen! Om Jezus' wil,

Amen.

Gebed na de preek

Vader in de hemel,

Wie van ons heeft eigenlijk recht van spreken? Er is er maar Eén in hemel en op aarde, die altijd recht van spreken heeft en dat bent U. Wilt U dan tot spreken komen in al die situaties waarin elkaar vergeven en leven van het evangelie van uw vergeving een opgave is en een worsteling? En geef, Heer, door de kracht van uw Geest, dat wij dan U tot spreken laten komen. Behoed ons voor de makkelijke woorden en de snelle oordelen. Geef ons de kracht en het geduld om te zoeken en te wachten. Voor ieder die erin dreigt vast te lopen bidden wij U. Wij bidden U voor de slachtoffers van geweld, verwaarlozing en misbruik. Door het leven getekend en wie kan genezen? Ontfermt U zich dan over hen. Help hen, verlicht hun pijn, verzacht hun wonden. Wij bidden U ook voor daders van geweld en misbruik, die zich vastdraaien in hun eigen zonde. Bevrijd hen van de boeien die hen gevangen houden. Wij vragen U om uw Heilige Geest, die de spiraal van geweld en onderdrukking kan doorbreken, in ons eigen leven en in de wereld van vandaag. Wat wordt er veel geleden! Wat houden wij mensen elkaar vast in een kring van geweld en haat. Bevrijd ons allen eruit door het evangelie van het kruis, het evangelie van Jezus, die ons wil bevrijden en verlossen in zijn bloed. Verhoor ons bidden in Zijn naam,

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar