Om God te danken moet je bij Jezus zijn

Thema: Om God te danken moet je bij Jezus zijn
Tekst: Lucas 17: 11-19
Tekstgedeelte(n): Lucas 17: 11-19
Door: Ds. P.P.H. Waterval (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Krimpen aan den IJssel)
Gehouden te: Krimpen aan den IJssel op 6 november 2002

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 9: 1, 7-8
Wet
Ps. 112: 1, 3
Lezen en Tekst: Lucas 17: 11-19
Ps. 56: 4
Preek
Gez. 14
Gez. 40
Zegen

En: wat zeg je dan tegen de moeder van Janneke? 'Dank u wel voor het spelen.'

Gemeente van de Here Jezus,

Dank-u-wel-zeggen moet je blijkbaar leren. Het is ons niet aangeboren om onze medemens te bedanken. Dat merken we aan onze kinderen. Maar we zien het net zogoed onder volwassenen. Volwassenen hebben niet voor niets het spreekwoord 'Stank voor dank' bedacht. Ondankbaarheid is een van de lelijkste eigenschappen van de mens. Zeker de ondankbaarheid naar God toe. Hoe vaak vergeet je de Here niet te danken voor iets waarom je nota bene eerst gebeden hebt? God vergeet ons nooit, maar wij Hem o zo gemakkelijk. Hij, de bron van al het goede, krijgt voor dat goede vaak zo weinig van ons terug. Alleen al daarom staan wij bij Hem in de schuld. Hoeveel procent van alle mensen die geleefd hebben, zouden dankbare mensen zijn geweest? Eén op de tien? Alleen God weet het. Zou dat misschien de betekenis zijn van de getallen in deze gebeurtenis: negen en één? God weet ook dat de dankbaarheid van alle echt dankbare mensen nog maar een klein begin is van wat we Hem verschuldigd zijn. Wat hebben we ook daarin de Here Jezus nodig. Wat hebben we Jezus nodig! Wat mogen we God dankbaar zijn voor Hem!
Dankbaar zijn, daarover kunnen we veel leren van de Samaritaan uit Lucas 17. Het thema van de preek is:

Om God te danken moet je bij Jezus zijn

Jezus was vanuit Galilea zijn geboortestreek op weg naar Jeruzalem, het einddoel van zijn reis. Rechtdoor Samaria heen naar het zuiden was de meest directe route, maar Jezus neemt een omweg. Want in Samaria was Hij niet welkom. Samaria liet Jezus links liggen, en dus liet Jezus Samaria rechts liggen en reisde Hij over het grensgebied van beide provincies naar het oosten om dan later aan de overkant van de Jordaan naar het zuiden af te buigen.
Toen Jezus ergens in die grensstreek een dorpje binnenliep, hoorde Hij opeens vanuit de verte een groepje mannen roepen. "He, Jezus, meester, heb medelijden met ons!" Het was telecommunicatie van een groep melaatsen. Omdat ze onrein waren, mochten ze namelijk van de joodse wet niet dichtbij komen. Blijkbaar hadden ze gehoord dat Jezus langskwam en hadden ze hem op staan wachten. Minstens één van hen was een Samaritaan. De rest zal jood zijn geweest. Meestal konden joden en Samaritanen elkaar niet luchten of zien, maar als je allemaal melaats bent, vergeet je dat soort verschillen snel. Dan telt alleen dat je in het zelfde melaatse bootje zit. Dan ben je aangewezen op elkaar. Want voor alle andere gezonde mensen ben je een soort monster geworden. Deze tien mannen verwachtten van niemand hulp meer. Hun situatie was uitzichtloos. Ze wisten dat alleen Jezus hen nog zou kunnen helpen. Want Hij had al eerder melaatsen genezen. Dat hadden ze gehoord. En daarom riepen ze niet het normale, waarschuwende "Onrein, onrein!", maar "Jezus, meester, help ons."
Jezus zag hen aan. En als Jezus je aanziet, dan ben je te feliciteren, want in zijn blik zit altijd liefde en mededogen. Niemand die in nood is, laat hem koud. Ook nu schiet Jezus te hulp. Alleen niet op de manier die je misschien zou verwachten. Jezus had namelijk al laten zien dat Hij er niet vies van was om een melaatse aan te raken (Lucas 5: 12 e.v.). Maar dat doet Hij dit keer niet. Nee, in plaats daarvan roept Hij: "Ga naar de priesters en laat hen naar je kijken." Vreemd! Want daarmee slaat Jezus een stap over. Naar de priester gaan, doe je toch pas als je genezen bent! Maar Jezus stuurt ze weg terwijl ze nog melaats zijn! Hij lijkt de genezing helemaal te vergeten. Toch hebben de melaatse mannen zoveel vertrouwen in Jezus, dat ze doen wat Hij zegt. Dus gaan ze op weg naar Jeruzalem om zich aan de priesters te laten zien. (Je moet namelijk weten, jongens en meisjes, dat de priester in die tijd ook een soort dokter was; zonder de officiële verklaring van een priester dat je weer helemaal rein was, beter, mocht je namelijk geen stad of dorp binnen, laat staan de tempel.) De tien melaatse mannen gaan dus op weg. En onderweg gebeurt het wonder: met iedere stap die ze zetten voelen ze zich gezonder worden en zien ze hun huid weer helemaal normaal worden. Jezus heeft hen gereinigd! Halleluja! Wat zullen ze blij zijn geweest.
En toen? Wat hebben ze toen gedaan? Hebben ze de reis naar Jeruzalem afgemaakt en hebben ze zich eerst gemeld bij de priesters? Vermoedelijk wel. Wat zullen die priesters vreemd hebben opgekeken. Zouden die het ook echt begrepen hebben dat het loont om Hem te gehoorzamen die onderweg is? Hoogstwaarschijnlijk zijn de mannen dus inderdaad naar de priesters gegaan, want alleen bij hen was het ticket te krijgen dat je weer overal toegang gaf. Niet meteen trouwens. Want je moest eerst een uitgebreide reinigingsceremonie door die 8 dagen duurde. Voor de details verwijs ik u naar Leviticus 14.
Voor één van de tien is het zover niet gekomen. Althans niet meteen. Die verklaring van de priester kon later ook nog wel. Eén van hen die de vlekken van zijn lichaam zag wegtrekken, maakt een andere keuze dan de negen. In al zijn uitbundigheid, was hij helder genoeg om te beseffen dat hem maar één ding te doen stond: onmiddellijk rechtsomkeer maken, terug naar Jezus. Vermoedelijk heeft hij nog geprobeerd de anderen mee te krijgen. Wat zullen ze tegen hem gezegd hebben? "Ach joh, Jezus zien we later nog wel een keer. Dan bedanken we Hem dan wel." Of: "Je hebt toch gehoord wat die Jezus zei: ga naar de priesters." Of: "Ben je nou helemaal? Ik wil eerst naar Jeruzalem om zo snel mogelijk weer te kunnen gaan en staan waar ik wil." Of: "Laat Jezus nou maar. Die is allang weer verder. Hij heeft het zo druk. Hij is ons al weer vergeten." We weten niet wat ze tegen de ene man hebben gezegd. Het maakt ook niet zoveel uit. Wat wel veel uitmaakt, is dat ze niet zijn meegegaan.
Want als de ene man is teruggekomen, spreekt Jezus zijn diepe teleurstelling uit. "Waar zijn de negen anderen? Vonden zij het niet nodig om bij Mij terug te komen en God de eer te geven?" Let goed op: Jezus zegt niet dat er helemaal geen dankbaarheid was bij de negen anderen. Misschien hebben de negen anderen na hun reiniging zelfs nog wel dankoffers gebracht aan de God van Israël. En misschien hebben ze ook wel gedacht in hun hart: Gaaf van die Jezus, ik ben toch maar mooi genezen. Natuurlijk doorziet Jezus de harten van mensen, ook al zitten ze 50 kilometer verderop. Maar dat is hier niet belangrijk. Jezus gaat af op de feiten.
Hij gaat af op het feit dat er van de tien maar één bij Hem is teruggekomen. En dat die ene nu aan zijn voeten ligt, plat op zijn buik, in een houding van diepe eerbied voor God. Uitbundig God dankend en lovend. En die ene is ook nog een vreemdeling, een buitenlander. Lucas zegt het er met nadruk bij: 'Deze man was nota bene een Samaritaan.' Een Samaritaan, een gehate buitenlander, met ook nog eens een verkeerde theologie. Maar de Here Jezus heeft geen last van vooroordelen. Ook al had Hij de verlossing allereerst aangeboden aan Zijn volksgenoten, de Israëlieten, uiteindelijk is ieder die in Hem gelooft bij Hem welkom. Alle volken mogen profiteren van zijn werk. Na de Israëlieten eerst de Samaritanen. Jezus laat Israël en ons zien wat echt, reddend geloof is. En gebruikt daarvoor nota bene gehate Samaritanen als voorbeeld. In de bekende gelijkenis in Lucas 10 het barmhartige levende geloof van de Samaritaan die een halfdode jood van de straat plukt en kosten noch moeiten spaart om hem te helpen. Bij de put van Sichar, in Johannes 4, het dorstige geloof van de Samaritaanse vrouw die snakt naar levend water. En hier het dankbare geloof van deze ex-melaatse.
Wat jammer dat hij de enige is! Jezus is oprecht teleurgesteld. Het was zo goed begonnen. Met alle tien. En ze waren ook best een heel eind gekomen. Het was heel wat als je het op een rijtje zet: Jezus smeken om hulp, Hem geloven en gehoorzamen: op pad gaan naar Jeruzalem; en genezing ontvangen. Dat is best veel. Niet niks. Ja, maar ook niet alles! Want bij genezing hoort ook dankbaarheid. En dan niet de dankbaarheid die niet verder komt dan je hart of niet langer duurt dan een paar seconden. Maar de dankbaarheid die zo diep zit dat die in actie komt en zichtbaar wordt. Het is de dankbaarheid die uit zijn luie stoel komt en de moeite neemt om eerst langs Jezus te gaan en hem te danken, en God te loven en te prijzen. Door Christus, via hem, om hem.
In Jezus' naam. Met die woorden sluiten we ons gebed vaak af. En terecht. Want tot God bidden buiten Jezus om mag niet, kan ook niet, heeft geen enkele zin. Je gebed komt bij God pas aan, als je het aanbiedt in Jezus naam. Anders kun het net zo goed laten. Maar hetzelfde geldt ook voor ons danken. Ook ons danken moet eerst geheiligd worden door zijn volmaakte bemiddeling. Om God te danken moet je bij Jezus zijn. Dankbaarheid telt voor God pas als het christelijke dankbaarheid is, dankbaarheid die door Christus heen wil als de weg, de toegang tot de Vader. Daarom moeten we ook ons dankgebed afsluiten met: in Jezus' naam. Dat had deze Samaritaan begrepen. Hij had in de gaten: wil ik God danken dan moet ik terug naar Jezus, de man die zo overduidelijk door God gezonden is.
Maar dat is niet het enige. Want ons danken moet niet alleen via Jezus gaan, maar ook allereerst om Hem gaan. Ook hier is er geen verschil met bidden. Wat staat er bovenaan jouw gebedslijstje? Wat heb jij het allermeest nodig: gezondheid, concentratie voor school[onderzoeken], het groene signaal voor een megaorder, de nieuwste CD van K3? Of staat Jezus bovenaan jouw lijstje? Zijn liefde en genade, de vrede met God die Hij je geeft? Ik hoop het van harte dat Jezus jouw topprioriteit is. Maar je snapt wel: als Hij bovenaan je gebedslijst staat, moet Hij ook het eerste zijn waarom je God dankt. Is van alle geschenken die God ons geeft, de Here Jezus niet het allergrootste? Alzo lief had God had God de wereld dat Hij zijn enige Zoon gaf. Een groter cadeau bestaat niet. Ook dat had de Samaritaan door, ook al wist hij nog niks van het kruis. Jezus, de door God gezonden Messias, was het mooiste dat hem ooit overkomen was. Van deze Jezus had hij niet alleen genezing ontvangen, maar het Leven met een hoofdletter.
Daarom helpt de Here Jezus de Samaritaan ook overeind met de woorden: "Ga naar huis, je geloof heeft je behouden." Het zijn de bekende woorden die de Here Jezus al vaker had uitgesproken naar hen toe die in Hem meer zagen dan een wonderdokter, ook meer dan een timmerman. In Hem was God zelf onder de mensen verschenen. De Samaritaan had het begrepen. Bij Jezus is meer te krijgen dan genezing van mijn huid en bevrijding uit deze verbanning. Inderdaad. Jezus is gekomen om ons helemaal te behouden, te redden. Hij geneest onze hele persoon, Hij geneest ons leven. En wel van de vreselijkste ziekte die de wereld ooit gekend heeft, de zonde.
Wat verwacht jij van de Here God? Wat zoek je bij Hem? Wil je Hem gebruiken? Of wil Hem verheerlijken en dienen? De negen joden wilden graag profiteren van Jezus' ontferming en genezingskracht, maar wilden Hem blijkbaar niet aannemen als de Zoon van God, hun Heer en Verlosser. Zij gebruikten Jezus. Hun genezing had moeten leiden tot aanvaarding en verheerlijking van Jezus als Messias. Daarin leken de negen op de 5000 die Jezus naliepen om een teken. Dat kregen ze. Jezus gaf hun te eten. Maar in datgene waar het teken naar verwees, het echte Levensbrood, waren ze niet geïnteresseerd. Tragisch zoals het met hen ging en met die negen. Redding en eeuwig leven was binnen hun bereik geweest, maar hun dankbaarheid ging niet verder dan alleen het lichaam. In hun melaatsheid waren ze dichtbij Jezus gekomen, hadden ze genezing gekregen, maar door hun ondankbaarheid raakten ze verder verwijderd van Jezus dan ooit.
Zie je het? Wil jij christen zijn, omdat je hoopt dat God je dan zo zegent dat alles in je leven van een leien dakje gaat? Bid jij tot hem om een mooi lichaam? Om een knappe vriend, of vriendin? Een mooie auto? Een betere gezondheid? En als je die hebt gekregen, is dan je droomwens vervuld? Ik hoop dat de Geest dan je ogen geneest van die vreemde bijziendheid. Want hoe mooi dat alles is, het is niets vergeleken bij Jezus en wat God ons in Hem schenkt. Al de gaven die God je geeft, moeten je leiden tot Hem die Gods grootste gave is. Hoe kun je al dat kleine aannemen, en tegelijk het grootste negeren? Leer het van de genezen Samaritaan: alleen als je je dankbaarheid tot Jezus richt en Hem erkent als Gods grootste geschenk, zal je geloof je behouden.

Amen.

Gebed

Onze Vader in de hemel.

Wat zijn we blij dat we U mogen kennen. U bent de bron van al het goede in ons leven. U bent dat voor alle mensen. U laat het regenen over goeden en slechten. Dat is algemene goedheid. Maar helaas is er geen algemene dankbaarheid. De mensen stellen U zo vaak teleur, zoals de negen mannen uit de tekst. En dat geldt ook voor ons. Daarom past ons altijd een gebed om vergeving. Ontferm U over ons. Maak ons opmerkzaam op uw goedheid. Geef dat we toch onze zegeningen tellen. En dan allereerst de zegen van het geschenk van Jezus Christus. Dat u ons bekleedt met zijn rechtvaardigheid, dat we Hem mogen dienen als onze Heer, vrij mogen zijn van de slavernij van de zonde en de duivel. Maak ons dankbaar om Jezus allereerst. Geef dat we in onze dankbaarheid ook altijd door Jezus als de poort naar U willen gaan. Heilig ook ons danken door zijn volmaakte werk. Maak ons vervolgens ook dankbaar voor alles wat we met de Here Jezus van U ontvangen. Want U wilt ons met Hem alle dingen schenken.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar