De levende Jezus wil blinden helpen geloven, zodat ze Hem gaan zien/ervaren (Pasen)

Thema: De levende Jezus wil blinden helpen geloven, zodat ze Hem gaan zien/ervaren (Pasen)
Tekst: Lucas 24: 13-35
Tekstgedeelte(n): Lucas 24: 1-49
Door: Ds. Ton de Ruiter (destijds predikant gereformeerde kerk vrijgem. Enkhuizen)
Gehouden te:

Enkhuizen op 16 april 2001

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Lied 87: 1-3
(Ochtenddienst: Wet en aansluitend lezen: Romeinen 6: 4)
Lied 87: 4-5 (in middagdienst Romeinen 6: 4 lezen tussen verzen 3 en 4)
Gebed
Lezen: Lucas 24: 1-49
Gez. 20: 1-3
Tekst: Lucas 24: 13-35 (met name aandacht voor verzen 16, 25, 32, 35)
Preek
Ps. 84: 3-4, 6
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis: Gez. 3)
Gebed
Collecte
Gez. 19: 1-2, 4 (beurtzang: regel 1+3 mannen + jongens; regel 2+4 vrouwen + meisjes; regel 5+6 allen)
Zegen

[ 3x bonken ]
"Hé jongens, wakker worden - moet je nu toch horen".
De mannen die in het huis liggen te slapen, worden 's morgens vroeg wakker gebonkt door een stel vrouwen die nogal opgewonden zijn.
De mannen hebben het gisteravond laat gemaakt. Verdrietig hebben ze bij elkaar gezeten. Met elkaar gepraat over hun Heer, Jezus. Hun machtige Jezus. Ze kunnen er niet bij.
Ze denken aan al die wonderen en tekenen…
Maar… donderdagavond liet Hij zich zomaar gevangen nemen. Ongelooflijk. Kort daarvoor hoorden ze Hem nog bidden en smeken in Getsemané of Hij niet hoefde te lijden.
Maar daarna… Hij deed er zelf niets om het te voorkomen. Hij liep niet eens weg. Onbegrijpelijk.
En Petrus vertelt nog eens verbijsterd, dat hij toen Jezus gevangen genomen werd een klap gaf met zijn zwaard… oor van Malchus er af; Jezus genas het deed een wonder en zei: weg dat zwaard!
Wat wilde Jezus nu eigenlijk?

Daarna dat wonderlijke sterven aan het kruis. Jezus liet verschillende keren merken dat Hij meer meelij had met de mensen om Hem heen dan met zichzelf. Terwijl Hij gedood werd.
'Vrouwen van Jeruzalem, huil niet om Mij, maar om uzelf en om uw kinderen; Gods oordeel zal u treffen. Ik heb meelij met júllie.'
Even later hangen ze Hem aan het kruis en bidt Hij: 'Vader, vergeef het hen want ze weten niet wat ze doen.'
En zo zijn er meer van die wonderlijke momenten. Jezus stierf, terwijl Hij nog krachtig genoeg was om met een luide stem te roepen: 'Vader, in Uw handen beveel ik mijn Geest.'
Maar Hij stierf - is dood.
En nu zijn zij zonder hun Meester.
Waarom scheurde de hemel niet open en kwam God de zaken niet rechtzetten? Maar nee, God komt niet… het is nu al zondag; en wat moeten zij nu?
Ze zijn onzeker en verdrietig en ten slotte, laat in de nacht zijn ze weer in slaap gevallen. De een op een bed; een volgende op een bank, een ander op een stoel, een paar op de grond.
Vandaar dat ze nog slapen als de vrouwen al weer terugkomen van het graf.

Met een slaperige kop laten ze de vrouwen binnen - maar ze kijken of ze water zien branden: wat…? Het graf leeg? Ach, hebben de joden zelfs het lijk van Jezus niet eens met rust kunnen laten, wat erg. Wat? Engelen. Ja, ja, dat zal wel; vrouwenpraat. O, zeiden ze dat jullie de levende niet bij de doden moesten zoeken? Nou ja, ze hebben gelijk; ze zullen wel bedoeld hebben dat Jezus in de hemel is; en ach, is het zo belangrijk wat er met zijn lichaam gebeurt? Binnen een paar jaar is dat toch verteerd en weg. Ach, wat moet je ook bij zo'n graf.
Ja, ja, wonderlijk, zulke engelen. En terecht zeiden die: vrouwen maak je niet druk om een lijk. Natuurlijk, het is verdrietig dat de vijanden blijkbaar de bespotting en kruisiging van Jezus nog niet genoeg vonden en Hem zelfs in z'n graf nog moeten hebben. Belachelijk en intriest. Laten we hier maar in huis blijven en niet naar het graf toegaan. Misschien worden wij straks ook nog gepakt door die vijanden.
Maar ja, even later gaat Petrus toch naar het graf - en Johannes. Ze komen terug: wonderlijk; het lichaam is weg, maar de windsels liggen er nog wel. Dat is raar. Als je een dood lichaam weghaalt, dan neem je toch dat lijkkleed en de windsels die er om heen zitten ook mee. Maar het leek wel of Jezus er zo uitgestapt was; maarreh, dat kan natuurlijk niet.
Je kunt je voorstellen dat het zo ongeveer gegaan is, op die zondagmorgen. Ze kijken elkaar aan - praten wat en zitten stil bij elkaar. De elf. En geregeld komen er andere discipelen binnen (die in verzen 9-10 ook 'apostelen' genoemd worden); die praten even en gaan weer; ja, wat moet je verder?
Grote onzekerheid en spanning; maar één ding is zeker: onze Heer en Meester is dood.

Tenslotte zijn er twee, Kleopas en een vriend die houden het niet meer uit in Jeruzalem. Eén van hen woont in Emmaüs. 60 stadiën = 11, 5 km van Jeruzalem - 2 of 3 uur lopen (ligt er aan hoe een tempo je hebt).
Ze gaan weg - van Jezus is niets meer te verwachten.
Ze gaan naar huis om de oude draad van hun leven weer op te pakken, hun oude beroep.
Ze geloven niet meer in Jezus. Maar toch, onderweg praten ze nog druk over wat gebeurd is. Ze snappen er niets van.
Dan komt er iemand uit een zijweg; die hoort hen druk praten en vraagt: 'wat is er aan de hand?' Ze kijken hem verbaasd aan: Ongelooflijk, hebt u de afgelopen dagen liggen slapen of zo? U kent Jezus van Nazaret toch wel? Nou, die is vermoord, gekruisigd. En wij en vele anderen hadden al onze hoop op Hem gevestigd. Maar... en ze zuchten: Hij is vrijdag gestorven en er is niets veranderd. De hemel blijft dicht. Ja, een paar vrouwen hebben ontdekt dat ze zelfs het lijk van Jezus niet met rust konden laten - weg.

De mannen praten druk… en ze hebben er geen erg in dat het Jezus zelf is, die bij hen loopt.
Waarom niet? In vers 16 staat: hun ogen waren bevangen, zodat ze Hem niet herkenden. Hun ogen waren verblind. Door wie? Ja, door God. Hij deed hen als het ware een blinddoek voor.
Dat is wat - Jezus vlakbij, naast je hebben - en Hem niet zien of opmerken. Jezus kan bij je zijn; terwijl je zijn aanwezigheid niet opmerkt of ervaart. Ja, want dat beleef je pas als je gelooft. En dat doen deze twee mannen niet meer. Kijk, ze lopen ook letterlijk weg uit Jeruzalem, bij de andere discipelen vandaan.

Hier lopen twee volgelingen van Jezus, die echt afdwalen. En Jezus zoekt hen op, juist ook hen. Heel uitgebreid wordt het verteld.
Maar Jezus laat zich niet direct zien - Hij geeft hen nog geen open ogen voor de werkelijkheid van Pasen. Eerst moeten ze geloven... DAN zullen ze zien en ervaren.

Dat is vandaag nog net zo: wie eerst wil zien en ervaren voordat hij / zij gaat geloven, kan vaak heel lang wachten. Zo werkt God immers niet. Hij vraagt altijd geloof. Zelfs nadat je iets hebt mogen ervaren, vraagt Hij altijd wéér éérst geloof voordat Hij je meer laat zien; voordat je weer meer inzicht krijgt. Ja, deze mannen hebben veel gezien van Jezus, voor zijn dood - maar nu vraagt Jezus eerst geloof voor Hij met hen verder gaat.
Als blinde mannen lopen ze naast Jezus. En Jezus? Hij vertelt hen nog eens wat Hij hen al vaker verteld had. Hij wijst deze discipelen weer eens op wat er in de boeken van het Oude Testament staat - dat de Messias als het Lam van God, zoals Johannes de Doper Hem noemde, moest lijden en sterven. Offers voor de zonden waren toch in het Oude Testament ook gave lammetjes en gave offerdieren. Zo was Jezus ook een gaaf mens, volkomen gaaf en toegewijd aan God - vol van liefde voor God en zijn medemensen (zelfs nog aan het kruis, weet je wel). Hij was HET offerlam, voor onze zonden. Kijk, Jesaja sprak er al over en andere profeten zeiden dit, en de psalmen zeggen dat. Zie je het nu? Zie je nu dat het lijden en sterven van Jezus juist bij zijn werk hoorde? Ook zelf had Jezus vaak tegen hen gezegd: "Ik MOET naar Jeruzalem om daar te lijden en te sterven".

De twee mannen beginnen te begrijpen dat zij terecht "onverstandigen en tragen van hart" genoemd worden. Want het staat inderdaad in het Oude Testament en Jezus heeft het zelf vaak gezegd. Wat zijn wij dom - het is onze eigen schuld. Onze eigen-wijsheid zit ons in de weg - wij denken maar dat Gods koninkrijk op onze manier zal komen: met geweld. Voor lijden en sterven van de Koning van het koninkrijk was in ons denken geen plaats. Onze eigen wijsheden stonden ons in de weg. Daardoor waren we horende doof en ziende blind.
En als ze dat erkennen - dan begint er weer geloof in hen te komen. Ja, ze worden weer vol hoop en verwachtingsvol.
Jezus was dus op Golgota echt aan het werk geweest. Hij was geen slachtoffer, maar deed zijn werk als verlosser. Hij ging de dood in om de dood te overwinnen, om de dood voor ons totaal te veranderen. Hij bleef tegelijk God trouw liefhebben in alle nood. En zo, dankzij het lijden van Jezus zijn wij verzoend met God; dus nu kan zelfs de dood ons geen kwaad meer doen, maar zal de dood zelfs voor ons zegen brengen! Dankzij Jezus die voor hen de dood in ging.

De ogen van de mannen beginnen te schitteren. En ze erkennen: wij, wij waren inderdaad dom, onverstandig en traag van begrip. Wij luisterden daardoor niet echt. De woorden van Jezus vonden we te wonderlijk en wij legden ze op onze kortzichtige manier uit. Wat dom. We geloofden gewoon niet wat Jezus zei - het was ons te wonderlijk. We waren dom, maar nu...
Vanaf nu willen we ons bekeren en arm van geest zijn, echt luisteren, al klinken Gods woorden nog zo wonderlijk - niet onze wijsheden zullen beslissend zijn, maar wat God en Jezus zeggen.
Ze bekeren zich van hun "domheid en traagheid", zoals de Groot Nieuws Bijbel vertaalt.
Ze vragen de vreemdeling bij hen te blijven, want zijn woorden doen hen zó goed. Ze worden er blij van. Hun harten worden weer warm, brandend. Deze man geeft ze hun geloof terug. Hij geeft ze weer moed en hoop.
En dan - bij het breken van het brood - herkennen ze Hem. JEZUS!!! Hij is het zelf! God opent hun ogen. Ongelooflijk, maar waar!
En dan is het ook tegelijk genoeg - Jezus verdwijnt, of liever: Hij is NIET LANGER ZICHTBAAR BIJ HEN.
Nu ze geloven, mogen ze ineens iets ervaren, zien. Maar tegelijk moeten ze daarna ook weer verder 'in geloof'.

Ze kijken elkaar aan: het is weer Jezus die ons hart in vuur gezet heeft. Net zoals vroeger. Toen bracht Hij ook vuur in ons hart - een verlangen dat het koninkrijk van God werkelijkheid zou worden - in ons leven en in Israël en in de wereld. Door Hem. En ook na zijn dood blijft Hij daaraan werken! Heerlijk, fantastisch. Wat een Heer!
Jezus laat in hen de oude hoop herleven, want Hijzélf leeft weer. Hij kan en wil ons weer bij de hand nemen en geeft ons leiding. Hun hart barst bijna van dankbaarheid en liefde.
En ook al hebben ze al twee of drie uren gelopen, ze vertrekken gelijk weer en gaan terug naar Jeruzalem.

[ 3x bonken op de preekstoel: ] 'Discipelen, discipelen, moet je horen - onze eigen domheid, onze kortzichtigheid en traagheid maakte dat we zo hopeloos waren. Maar dat is helemaal niet nodig, want Jezus leeft en is ook nu bij ons. Echt. Geloof het. De Heer is echt opgestaan.'

Toen ze weer geloofden en weer luisterden naar wat God zei - toen gingen hun ogen open. Eerst geloven, dan zien. Eerst je eigen-wijsheid afleggen en open staan voor wat God zegt - dan pas kan God je dingen laten zien en beleven.
Dan wil God je hart weer brandend maken. Vurig geloof kun je pas krijgen als je echt luisteren wilt en je geloof niet laat bepalen door wat jij je kunt voorstellen, door jouw beperkte verstand en voorstellingsvermogen.
Dat is ook vandaag zo. Als je alleen gelooft wat je je kunt voorstellen, wordt je geloof slap en zwak en mat. God geeft ook ons beloften, die veel rijker zijn dan wij vaak denken - luister en geloof. Dan alleen zul je ervaren wat God zegt en brandend van hart worden - vurig in geloof. Als je gelooft dat Jezus naast je is en zelfs verdriet of leed kan doen meewerken ten goede (ik noem maar één belofte), dan ga je ook de kracht ervan ervaren. Door geloof. Ja, door gelovig Gods woorden vast te houden, ook al zijn ze wonderlijk.

Zonder dit geloof lijken veel gedoopten vaak op arme drommels - terwijl ze een schat onder hun bed hebben liggen. Maar ze kijken nooit goed - gaan ook zo weinig op hun knieën.
Dan blijven we arm in geloof, verwachten we weinig en beleven we weinig van Jezus en van de Heilige Geest. Helaas. Vaak gewoon door ongeloof.

De twee mannen worden stevig aangesproken, vermaand door Jezus: "onverstandige, domme mensen; trage, slome gelovigen". Het zal je maar gezegd worden. Maar ze aanvaarden dit vermaan, want het is waar; en bekeren zich. En dan is het of er een wereld voor ze open gaat. Ze herkennen Jezus en begrijpen ineens iets.
En ze komen in beweging - lopen snel, sneller dan de heenweg denk ik, naar Jeruzalem. Hun hart brandt; ze moeten het nieuws verder vertellen aan de anderen.
Maar als ze daar komen: weten ze het daar al. Want Jezus is ook aan Petrus verschenen.
Zijn ze dan voor niets teruggekomen? Welnee, hun ervaring helpt de anderen weer verder en zij zelf worden verder geholpen door Petrus. Ook hij heeft Jezus gezien - zo wordt het geloof van allen bevestigd. Ze versterken elkaar. Heerlijk.
Ja, in de weg van geloof, gaat God ons bevestigen, helpen, ook vaak via broeders en zusters. Heerlijk. Het geloof en de vreugde bij de grote kring van apostelen neemt toe.

En dan... dán verschijnt Jezus plotseling zelf in hun midden. Ongelooflijk, maar echt waar. Voor hen, die er niet bij kunnen, eet Hij en laat Hij zijn lidtekens zien. Hij is het echt. In zijn verheerlijkt lichaam zijn de herinneringen aan zijn leven op aarde zichtbaar. Als een eeuwig getuigenis.
En dan spreekt Jezus weer van die grote woorden, onvoorstelbaar: "jullie zullen mijn getuigen zijn in héél de wereld. Ja, jullie zullen daar de kracht voor ontvangen die je nodig hebt. Vertrouw Mij maar - geloof en ga; getuig!".
En Jezus opent hun verstand, zodat zij het Oude Testament en alles wat Jezus zei dóór beginnen te krijgen. Iedereen ontvangt ál meer van Gods wijsheid, en de harten beginnen bij allen te branden. Jezus, mijn Jezus, onze Jezus. Geweldig. Hij leeft en blijft met ons aan het werk. Ja, met ieder die Hem gelooft en zich aan Jezus geeft.
Jezus belooft grote dingen.
Ook aan de kerk van vandaag. Hij wil kracht geven om ook vandaag zijn getuigen te zijn, moed en vreugde, hemelse blijdschap om in goede tijden, maar ook dwars door moeiten, verdriet en vervolging heen, getuigen te zijn van de levende, van Jezus; als echte volgelingen van Hem.
Hij belooft één te willen zijn met ons en ons één te maken met Hem. Hij is bij je, naast je!
Jij mag met Hem wandelen, want Hij wandelt met jou. Geloof dat! Wie dit gelooft zal het gaan ervaren. Ja, van kracht tot kracht gaan zij steeds voort.
Samen aan de hand van Jezus, de levende. Dat is Pasen. We hebben een levende Heer, naast ons. Gefeliciteerd! Zie jezelf zó lopen. Ja serieus! Dat ben jij, met Jezus naast je.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar