Jezus toont zijn macht om ons helemaal te redden door ons te vergeven en te genezen

Thema: Jezus toont zijn macht om ons helemaal te redden door ons te vergeven en te genezen
Tekst: Marcus 2: 1-12
Tekstgedeelte(n): Marcus 2: 1-12
Door: Ds. P.P.H. Waterval (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Krimpen aan den IJssel)
Gehouden te: Krimpen aan den IJssel op 19 januari 2003

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 103: 1-2
Wet
Ps. 103: 3
Lezen en Tekst: Marcus 2: 1-12
Ps. 51: 1, 4
Preek
Lied 460
Ps. 103: 5, 9
Zegen

Geliefde gemeente van de Here Jezus,

Half werk. Daar zijn wij mensen goed in. Dingen niet afmaken. Halverwege ons bijltje erbij neergooien. Omdat we het te moeilijk vinden. Of omdat we te moe zijn. Of lui. Dat kun je van de Here Jezus niet zeggen. Als Hij ergens aan begint, dan maakt Hij het ook af. Als Hij iets doet, dan doet Hij het goed, perfect zelfs. Als Hij komt om ons te verlossen dan doet Hij het ook helemaal, lichaam en ziel. Dat zien we in onze tekst. Het thema van de preek is:

Jezus toont zijn macht om ons helemaal te redden door ons te vergeven en te genezen

Jezus is weer thuis. Dagenlang was hij op reis geweest door Galilea om de boodschap die Hij met zoveel gezag in Kafarnaüm had gebracht, ook in andere plaatsen te brengen. Ook daar preekte Hij in de synagogen en wierp veel demonen uit. Inmiddels had Hij zich ook laten zien als degene die macht heeft om mensen van verschrikkelijke ziektes te genezen. Zo had hij een melaatse man beter gemaakt, nota bene door hem aan te raken. En bij die ene man was het niet gebleven. Van alle kanten waren de mensen komen toestromen. Het moet voor Jezus een vermoeiende rondreis zijn geweest.
Maar nu is hij dan weer thuis in Kafarnaüm. Vermoedelijk is hij 's nachts thuisgekomen. Om onopgemerkt te blijven en even op adem te kunnen komen. Maar dat duurt niet lang. De volgende morgen krijgen de mensen al snel in de gaten dat Jezus weer thuis is. In die tijd zetten de mensen 's morgens de deur van hun huis open, zodat iedereen naar binnen kon lopen. Men was toen nog niet zo bang voor diefstal als nu. Jezus' huis stroomt dan ook in no time vol met mensen. Hutje mutje was het, want de ruimte bij de deur zat tjokvol, lezen we. Met die ruimte wordt waarschijnlijk het voorportaal bedoeld in huizen die volgens de grieks-romeinse bouwstijl waren gebouwd. Jezus is in de woonkamer, waar het inmiddels ook vol zit met mensen. Ze hangen aan zijn lippen. Hij spreekt het Woord tot hen, staat er in vers 2, en dat is dan natuurlijk het Woord met een hoofdletter, Gods Woord. Jezus brengt het evangelie over de komst van Gods koninkrijk niet alleen buitenshuis, maar ook thuis.
Plotseling horen de mensen in de woonkamer gestommel boven hun hoofd en zien ze hoe de planken van het plafond van bovenaf worden weggehaald. In de huizen van die tijd had je boven de woonkamer het dakterras, waar je met een trap van buitenaf op kon komen. 's Avonds zaten de mensen daar vaak om lekker te ontspannen in de koelte. Het lawaai op het dak wordt veroorzaakt door vier mannen die koste wat koste hun verlamde vriend bij de Here Jezus willen brengen. Door de voordeur lukt het niet. Slim als ze zijn denken ze: als het niet via de deur kan, dan gaan we toch via het dak. Het platte dak bestond uit een toplaag van met klei besmeurde takken, waar vaak gras en planten op groeiden. Daar was je zo doorheen en de vloerplanken daaronder waren ook snel verwijderd. Met een mengeling van verbazing (hé, wat slim!) en verontwaardiging (zoiets doe je toch niet!), zien de mensen beneden hoe er opeens tussen de dwarsbalken door een matras met daarop een man naar beneden wordt gelaten. De vier mannen zeggen niets. Wat ze doen, is sprekend genoeg. Hun moed en vindingrijkheid spreekt van vertrouwen en geloof.
Jezus is ontroerd. Met vaderlijke liefde spreekt Hij de verlamde man aan en zegt: "Kind, je zonden zijn je vergeven." Misschien denk je: ja maar, is dat nu waar deze arme man op ligt te wachten? Vallen Jezus' woorden niet een beetje tegen? Die man wil toch vooral genezen worden. Als je dat denkt is dat begrijpelijk, maar je vergist je wel. Want in die tijd was het heel gewoon om bij ziekte eerst naar zonde te kijken. De doorsnee jood dacht namelijk dat als iemand leed aan een ziekte of gebrek, dat dat een straf van God was vanwege zijn zonden. Dat is een idee dat veel mensen hadden en nog hebben, in allerlei culturen. Zendelingen vertellen dat mensen geen avondmaal durven te vieren als ze ziek zijn, omdat ze dan volgens hen onrein zijn en onwaardig. Die gedachtegang is ook niet helemaal uit de lucht gegrepen. Volgens de bijbel kan ziekte inderdaad het gevolg zijn van onze eigen zonden. In 1 Korintiërs 11 bijvoorbeeld, wijt Paulus veel ziekte- en sterfgevallen aan asociaal gedrag rond het avondmaal. Toch is het probleem complexer. Ziekte is lang niet altijd het directe gevolg van ons eigen gedrag. Je kunt ook ziek worden door het gedrag van anderen. Dus ook al was het joodse volksdenken op dit punt eenzijdig, het was in ieder geval ook heel hardnekkig. Het is dus heel goed mogelijk dat ook deze verlamde man dacht dat zijn verlamming door zijn zonden werd veroorzaakt. En misschien waren er in zijn leven ook gewoon zonden die hem - naast zijn verlamming - echt ziek maakten, dingen waarvoor hij nooit vergeving aan God had gevraagd of dingen waarvoor hij wel een offer had laten brengen in de tempel, maar die hem toch nog steeds zwaar op de maag lagen. Misschien waren het oude zonden, misschien ook nieuwe, recente zonden. Om te zondigen hoef je namelijk niet te kunnen lopen, zondigen kun je ook in een rolstoel of op een ziekbed. En de Here Jezus vindt ook de zonden die een zieke begaat, niet minder erg. Nooit neemt Hij de zonde licht op. Zo van: "Heb je last van een schuldgevoel? Kom op! Maak je niet druk." Nee, zonde is zonde en schuld is schuld. Het is opstand tegen God. Dat wuif je als mens niet zomaar even weg. Zand erover helpt niet. Jezus weet als geen ander hoe erg zijn Vader in de hemel de zonde vindt. Juist daarom is Hij uit de hemel naar de aarde gekomen. Om daar iets aan te doen. En als medeschepper van het mensenleven, weet Jezus ook als geen ander wat zonde met mensen doet. Zonde haalt je naar beneden en kan je tot slaaf maken. Nee, zonde goedpraten heeft geen enkele zin. Het creëert meer problemen dan het oplost. Vraag het maar eens aan een psychiater, hoezeer schuldbesef aan een mens kan vreten en je gek kan maken. David zegt in Psalm 32: Zolang ik zweeg, kwijnde mijn gebeente weg. Zonden proberen te compenseren met goede werken, heeft ook geen zin. Goede werken poetsen zonden niet weg. Zonde is en blijft aantasting van Gods eer en van zijn bedoeling met de mens. Voor het probleem van de zonde is er maar één echte oplossing: vergeving. En Jezus ziet dat dát is, wat de verlamde man allereerst nodig heeft. En daarom spreekt Hij hem persoonlijk toe met die heerlijke woorden: "Kind, je zonden zijn je vergeven."
Woorden van vergeving klinken als muziek in je oren. Maar blijkbaar toch niet voor iedereen. Voor een aantal mensen daar in die woonkamer, zijn ze eerder een ijskoude douche. Tussen de mensen zitten namelijk ook een aantal schriftgeleerden, joodse theologen. Misschien zijn ze wel als verkenners door de joodse raad, de bewaker van de orthodoxie, erop uit gestuurd, om te kijken of die timmerman uit Nazaret wel koosjer is en geen valse profetie verkondigt. Nou, ze zijn niet voor niets gekomen. Want als ze Jezus' woorden horen, reageren ze geschokt en denken bij zichzelf: "Hoe durft die man zulke godslasterlijke dingen te zeggen? Zonden vergeven, dat kan alleen God!" Ze hebben niet eens in de gaten hoe waar het is wat ze zeggen. Vergeving schenken, kan en mag alleen God. Inderdaad. Als wij mensen elkaar vergeven, dan gaat het om zonde die we elkaar hebben aangedaan. Niet om andere zonden. Dan nemen we ons voor dat we geen wraak nemen en dat we niet meer op de zonde terug zullen komen. Maar daarmee is de zonde natuurlijk nog niet echt opgeruimd. De zonden echt helemaal wegdoen, kan God alleen, zover het oosten is van het westen. De schriftgeleerden staan voor een T-splitsing. Ze moeten kiezen: óf Jezus van Nazaret is inderdaad God, óf Hij is een godslasteraar. Voor de eerste mogelijkheid hebben ze helaas hun hart afgesloten en dus kiezen ze voor het laatste.
Jezus doorziet in zijn Geest wat ze denken en betrapt hen op heterdaad. "Waarom denken jullie zo over mij?" Met zijn vraag laat Jezus merken dat Hij inderdaad is wie ze bij voorbaat uitsluiten: God zelf. Want alleen de Geest van God kan de geest van een mens doorgronden.
Jezus daagt de schriftgeleerden uit. "Wat is voor mij gemakkelijker, denk je, tegen deze man te zeggen dat zijn zonden vergeven zijn of hem te genezen van zijn verlamming?" De Here Jezus weet hun antwoord al. Namelijk dat het nogal makkelijk is om tegen iemand te zeggen dat zijn zonden vergeven zijn. Zoiets kan iedereen toch. Want wie weet of het waar is? Hoe zou je dat moeten controleren? Nee, dan is genezen heel wat moeilijker, want of dat lukt, kan iedereen meteen zien.
Jezus wacht hun mondelinge antwoord niet af. "Opdat jullie zullen weten dat de Zoon van de mens echt de macht heeft om op aarde zonden te vergeven, zal ik nu deze verlamde man genezen. Kijk maar." En dan Jezus keert zich tot de verlamde: "Ik zeg je, sta op, pak je matras op en ga naar huis." Het ongelofelijke gebeurt. De verlamde man komt overeind en doet wat Jezus zegt. Met open mond staat iedereen te kijken als de man het huis uit loopt. En dan gaan de handen omhoog en wordt God geprezen. Zoiets hebben de mensen nog nooit gezien. Ook in Kafarnaüm heeft Jezus nu zijn eerste genezingswonder verricht.
Ja, maar Hij heeft die morgen ook zijn eigen doodsvonnis getekend. Want de schriftgeleerden zullen woedend zijn geweest en gedacht hebben: "Als dit zo doorgaat betekent dat het eind van ons orthodoxe geloof. Deze man moet gestopt worden." Vanaf nu zal Jezus steeds vaker te maken krijgen met de felle oppositie van de Farizeeën en schriftgeleerden. Even later - zie hoofdstuk 3 vers 5 - liggen de plannen om hem te doden al klaar.
Maar gelukkig. Het heeft Jezus niet weerhouden om in grote openheid zijn werk van vergeving en genezing te doen. Hij gooide het bijltje er niet bij neer. Hij kwam niet om zichzelf te dienen, maar om verloren en zieke zondaars zoals jou en mij te zoeken en voor hen te lijden en te sterven. Hij is de Zoon van de mens, de beloofde zoon van Adam, het zaad van de vrouw, gekomen om te verlossen en het paradijs weer te openen.
Is dat ook waar jij naar verlangt, dat je het paradijs binnen mag? En besef je dat het zonder Jezus niet kan? Dat je totaal afhankelijk bent van Hem? Dat is wat deze geschiedenis ons leert. Zonder Jezus en zijn genade ben je nergens. De vier gezonde mannen en hun verlamde vriend waren daarvan doordrongen. Johannes de Doper had de mensen opgeroepen om naar de Jordaan te komen, om dan hun zonden te belijden en zich door hem te laten dopen. Tot vergeving van de zonden. Ze moesten naar hem komen. Dat was voor deze man niet weggelegd. Hij kon geen stap verzetten, misschien zelfs geen vin verroeren. Maar deze verlamde man is in Kafarnaüm wel de eerste die van Jezus vergeving krijgt. Laat dat niet alle mensen daar zien dat vergeving één en al genade is? Als het op vergeving aankomt, zijn we allemaal verlamd en totaal uitgeleverd aan Gods genade. Zo moet ik mezelf ook willen zien, voor Gods aangezicht. Ik moet mezelf niet willen oppoetsen voor Jezus om vergeving te krijgen. Daarvoor hoef ik niets te doen, kan ik ook niets doen. En als ik er iets voor wil doen, krijg ik geen vergeving. Want vergeving krijgen, is geen kwestie van handelen. Zo van: God geeft me vergeving in ruil voor alles wat ik ooit voor Hem heb gedaan. Nee, daarmee zou ik Hem diep beledigen. Dat zou net zoiets zijn als wanneer ik een juwelierszaak binnen stap en tegen de man achter de toonbank zeg: "Ik zou die ring met die diamanten daar wel willen hebben. Dan krijgt u van mij deze zak met tweedehands kleren." Wat God ons wil geven is zo kostbaar, dat ieder tegenbod van onze kant een belachelijke aanfluiting is. Vergeving is meer dan je denkt. Als God je vergeeft, schrapt Hij niet alleen je schuld, je negatieve saldo. Nee, Hij geeft je ook een oneindig positief saldo. Je wordt zo rijk als maar wat. Als God je als zondaar vergeeft, word je meteen ook zijn kind en erfgenaam. Wat zou je daar nou toch ooit tegenover moeten stellen, behalve dit: uitgestoken handen. Here, vult U ze maar. Alstublieft. Vergeving is pure genade.
Vergeving is ook iets van hier en nu. Jezus zegt niet voor niets dat hij de macht heeft om op aarde zonden te vergeven. Het is ongelofelijk belangrijk dat we dat goed begrijpen, want alleen dan kun je leven als een werkelijk bevrijd mens. Toen Jezus tegen de verlamde zei: Je zonden zijn vergeven, bedoelde Hij daar niet mee: "God heeft jouw vergeving mogelijk gemaakt. Vanaf nu mag je hopen op vrijspraak." Nee, als Jezus zegt dat Hij de macht heeft om op aarde zonden te vergeven, bedoelt Hij dat Hij ze onmiddellijk weg kan doen, dat Hij onmiddellijke vrijspraak geeft. En dat is wat die man op dat matras op dat moment ook kreeg. Jezus zette de poorten van het paradijs vanaf dat moment al voor hem open. Hij was welkom bij de Vader in de hemel. Natuurlijk was die vergeving op dat moment geen blanco cheque, geen toezegging die automatisch voor eens en voor altijd geldig bleef, zodat de man daarna dus rustig door kon gaan met zondigen, zonder ooit opnieuw vergeving te vragen. Nee, Jezus sprak hem vrij van al zijn zonden die hij tot dat moment had gedaan. En Hij beloofde hem blijvende vergeving bij oprecht berouw om elke nieuwe zonde. Vergeving krijgen en daarna rustig doorzondigen, kan niet. Vergeven ben je pas echt als je daarna ook gaat vechten tegen de zonde. En dat betekent dat je voor alle nieuwe zonden iedere dag weer om vergeving moet vragen. Maar als je die hier op aarde vraagt, krijg je die ook echt. Ik kom nog heel wat gereformeerde mensen tegen die denken dat wat Jezus gedaan heeft, hooguit iets is voor de toekomst. Of dus voor hen de hemelpoorten open zullen gaan, dat moet dus nog blijken. Ze hopen er wel op, maar zeker weten doen ze het niet. Maar, broeders en zusters, die zekerheid wil de Here Jezus ons juist zo graag geven. Dat is juist het bevrijdende van zijn evangelie, dat is juist het goede nieuws, dat ik mag weten dat ik vrijgesproken ben, zolang ik vertrouw op zijn verzoenende werk. Rooms-katholieken en moslims hebben die zekerheid niet, omdat ze menen dat hun eigen daden ook op Gods weegschaal gewogen zullen worden. Maar ja, zijn ze dan zwaar genoeg? Jezus zegt ons dat ze nooit zwaar genoeg zullen wegen. Alleen zijn gehoorzaamheid legt genoeg gewicht in Gods weegschaal. Als je daarop vertrouwt, ga je echt vrijuit. Nu al.
In dit dubbele wonder in Jezus' huis, van vergeving en genezing, zien we dat Jezus niet van half werk houdt. Zijn opdracht is de verlossing van de totale mens, lichaam en ziel. En Hij laat zien dat Hij weg weet met ziekten en gebreken. Melaatsheid of verlamming, het maakt niet, Jezus kan het genezen. En Hij alleen. Of Hij daar nou een middel voor gebruikt, een operatie, of een pillenkuur, of dat Hij het zonder middelen doet. Of je er nou niet om bidt of wel, na twee gebeden of tweehonderd, of na de voorbede van anderen, van je broeders of zusters of van Jan Zijlstra, het is Jezus Christus die geneest. Hij heeft daarvoor alle macht gekregen. Ben je je daar persoonlijk voldoende van bewust, als je de telefoon pakt om een afspraak met je huisarts te maken? Heb je dan de Here Jezus Christus al op het oog en Hem al gebeden om hulp? En zijn wij er als gemeente voldoende van doordrongen? Kunnen we daarin niet meer voor elkaar betekenen in vurig gebed voor elkaar en met elkaar? Ik denk dat we hierin meer kunnen doen. Meer samen bidden en zo de Here Jezus laten merken, dat we het bij lichamelijke en psychische moeiten helemaal van Hem verwachten. De geneeskunst van mensen, is altijd afgeleid van Jezus' macht. Hij is de grote geneesheer. Dat wil Hij ook zijn. Hij wil dat we weer puntgaaf worden. En dat zal ook gebeuren. Maar wel op het moment dat Hij daarvoor uitkiest. Misschien gebeurt het voor jou niet meer tijdens je leven hier. Misschien voor jou wel. Maar alle genezingen die hier op aarde plaatsvinden, ook het weer laten lopen van een verlamde, zijn voorbodes van die complete genezing die de Here Jezus zal verrichten bij de opstanding uit de doden als ons lichaam spiksplinternieuw wordt, klaar voor de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
Maar dat alles kan niet zonder de vergeving van onze zonden, de verlossing van onze ziel. Want de zonde is onze allerergste ziekte. Daaruit zijn alle andere ziektes en gebreken voortgekomen. De volgorde van de gebeurtenissen daar in Jezus' huis in Kafarnaüm is belangrijk. De vergeving, de geestelijke genezing komt het eerst. Daarna volgt de lichamelijke genezing. Die volgorde hanteerde Jezus niet altijd. Hij heeft duizenden mensen genezen. Maar Hij heeft niet ieder van die mensen eerst de zonden vergeven. Er waren er ook genoeg bij die alleen maar voor de genezing kwamen en die ook kregen. Jezus is gul. Hij genas alle mensen die bij Hem kwamen. Maar de volgorde die Hij hier in zijn huis aanhoudt, is heel bewust gekozen. Want daarmee wil Hij ons laten zien dat de zonde ons allergrootste probleem is, dat ook het allereerst moet worden aangepakt. Dat is ook het eerste doel van zijn komst op aarde, om zijn volk te redden van hun zonden. En dat betekent dus: zonder vergeving geen genezing op de jongste dag. Die genezing zul je alleen meemaken, als je eerst vergeving hebt gekregen en die daarna tot je laatste snik bent blijven vragen.
Wat Jezus tegen die verlamde man zei, "Kind, je zonden zijn je vergeven", dat zegt Hij door zijn Geest ook tegen jou en mij. Wij allemaal mogen voor dat woordje 'kind' onze eigen naam invullen. Want Jezus geeft iedereen graag vergeving die daarnaar verlangt. Verlang jij ernaar? Of niet? Heb jij geen vergeving nodig? Doe dan je ogen open voor je zonden. Bekeer je en heb berouw. Leer van Jezus dat ook jij vergeving nodig hebt. Vraag het Hem en blijf het Hem vragen. Hij zal het je nooit weigeren.

Amen.

Gebed

Here Jezus,

we prijzen Uw om Uw volmaakte verlossende werk, om U genezende macht die al onze ziekten geneest en die ons leven redt van het graf. Wat hebt U dat toch duidelijk laten zien. Ook vandaag weer. Hartelijk dank daarvoor. Geef dat we er andere mensen door worden. Geef dat we onze zonden nooit meer zullen goedpraten, maar zien voor wat het is: opstand tegen U. Help ons ook af van alle hoogmoed waardoor we denken dat we U zelf iets kunnen aanbieden. Leer ons te zien hoe kostbaar vergeving is. Geef ons ook de zekerheid van die vergeving, hier en nu. Bevrijd ons van alle twijfel. Leer ons staan in de vrijheid van de kinderen van God. Vergeef ons alle kleingeloof dat teveel vertrouwt op mensen. Leer ons zien dat we voor genezing alleen op U zijn aangewezen en help ons om daar ook als gemeente samen uiting aan te geven. Bind ons samen in het gebed voor elkaar. Tot eer van U en tot onze eigen verlossing, naar lichaam en ziel.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar