Zonde - Ziekte - Genezing (Deel 1: Bezeten!)

Thema: Bezeten!
Tekst: Marcus 9: 14-29
Tekstgedeelte(n): Marcus 9: 14-29
Door: Ds. J. Haveman (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Hattem-Noord)
Gehouden te: Roodeschool op 17 november 2002
Opmerking RJCV:

De prekenserie Zonde - Ziekte - Genezing bestaat uit:
1: Mar09v14 - Bezeten!
2: Mar09v14-2 - Wie is er echt ziek?
3a: Jak05v14 - Het wonder van de genezing op het gebed - 1
3b: Jak05v14-2 - Het wonder van de genezing op het gebed - 2
4: Jak05v15b - Echte gemeenschap is helen door te delen

De delen dienen in serie gelezen te worden.

Extra: Inleiding op de prekenserie: Zonde - Ziekte - Genezing.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 112: 1-2
Lezen en tekst: Marcus 9: 14-29
Ps. 69: 1, 5
Preek
Lied 96: 1-5
Ps. 112: 3-5
Gez. 33: 1-3
Zegen

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

"Beste dominee. Ik wilde u een verzoek doen. Zou u een keer willen preken over die maanzieke jongen. Maanziek wordt in onze tijd wel epilepsie genoemd. En nu staat er in de bijbel dat Jezus een demon uit de maanzieke jongen jaagt. Nou heb ik zelf epilepsie. Betekent dat ook dat ik een boze geest in me heb?"

Fijn dat catechisanten zulke dingen vragen! En begrijpelijk ook, zo'n vraag. Want je zult inderdaad maar epilepsie hebben en uit de bijbel de indruk krijgen dat je dan een boze geest, een demon in je hebt. Dat lijkt me inderdaad geen aantrekkelijke gedachte! Maar je kunt de vraag nog wel breder maken en je afvragen welke invloed boze geesten überhaupt hebben op ziekte. En hoe je onder invloed komt van boze geesten. En het allerbelangrijkste: hoe je er van wordt bevrijd.
In deze preek wil ik proberen op dergelijke vragen een antwoord te geven. Dat betekent dat we nu maar op een heel klein gedeelte uit de tekst inzoomen, namelijk alleen op het aspect van het bezeten zijn en het daarvan bevrijd worden. Een volgende keer hoop ik Deo volente ook aan de rest van de tekst recht te doen. En in een derde preek wil ik dan nog ingaan op gebedsgenezing en ziekenzalving.

Het heeft er inderdaad veel van weg dat de maanzieke jongen (zo wordt hij door Matteüs genoemd) lijdt aan epilepsie. Want het is precies zoals het hier door Marcus is opgeschreven: als je last hebt van epileptische aanvallen, dan val je op de grond, krijg je schuim om de mond, kners je met je tanden en verstijf of verkramp je helemaal. Een naar gezicht, en zeker als je het voor de eerste keer meemaakt schrik je er ook heel erg van. Maar het is vooral natuurlijk heel erg lastig voor de mensen die het hebben. Gelukkig zijn er momenteel goede medicijnen om de aanvallen te onderdrukken.
Tegelijk wordt uit de bijbel duidelijk dat de jongen bezeten is van een boze, onreine geest. En de logische vraag is dan, of iedereen die epilepsie heeft, dus ook een boze geest heeft. Nou, die conclusie mag je niet trekken. Want er is met deze jongen veel meer aan de hand. Naast zijn epilepsie is hij ook nog doof en kan hij niet praten. Daar komt bij dat hij zulke ernstige aanvallen krijgt dat hij soms zelfs in het water of in het vuur gedreven wordt om hem maar een ongeluk te doen krijgen. Het lijkt er dus op dat hij dan door een kwade geest met opzet in gevaar wordt gebracht. Bovendien kun je heel duidelijk zien dat de jongen een boze geest heeft in hoe hij reageert op de Here Jezus. (Vers 20) "En toen de geest Jezus zag, deed hij hem terstond stuiptrekken en, op de grond gevallen, wentelde hij zich, al schuimende." Zo'n felle negatieve reactie is iets wat je vaker tegenkomt als een boze geest geconfronteerd wordt met de Zoon van God. Als voorbeeld noem ik nu die bezetene in het land van de Gerasenen, die, als hij Jezus ziet, uitroept: "Wat hebt Gij met mij te maken, Jezus, Zoon van Allerhoogste God..." (Marcus 5)

Deze conclusie brengt ons op twee nieuwe vragen:

  1. Kun je eigenlijk wel zeggen dat er boze geesten zijn, die ook nu nog werken in bepaalde mensen? Is dat toch niet een vorm van bijgeloof? En
  2. als demonen gebruik kunnen maken van epilepsie, kunnen ze dat dan ook van andere ziektes en verschijnselen? Hoe verhouden ziektes zich ten opzichte van het werk van de duivel?

Ad. 1 De bijbel laat er geen enkel misverstand over bestaan dat 'er meer is tussen hemel en aarde'. De lucht is er als het ware vol van - lees maar Efeziërs 6, waar gesproken wordt over duivels, overheden, machten, wereldbeheersers dezer duisternis en boze geesten in de hemelse gewesten. En Petrus waarschuwt de bijbellezer nadrukkelijk voor de duivel die rondgaat als een briesende leeuw op zoek naar wie hij kan verslinden. Lange tijd is het geloof in duivels en geesten afgedaan als primitief bijgeloof. Dat kwam ook omdat heel veel verschijnselen die aan duivelen en boze geesten werden toegeschreven opeens natuurwetenschappelijk konden worden verklaard. Toegepast op de geschiedenis van de maanzieke jongen werd er dan zo geredeneerd: het is duidelijk dat die jongen epilepsie heeft. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat dat een zenuwaandoening is. Dus had die jongen geen boze geest en was de gedachte daaraan alleen maar inbeelding en primitieve verklaarderij van het ongewone. à Al het paranormale (= dat wat boven het normale uitgaat) werd beschouwd als inbeelding of toevalligheid. Het enige wat voor zulke mensen geldt is wat op basis van wetenschappelijk onderzoek onomstotelijk bewezen kan worden.
Maar tegenwoordig mag het weer: geloven. En ja, ook geloven in wonderen en tekens. Het lijkt wel alsof dat vooral belangrijk is tegenwoordig: bijzondere en onverklaarbare gebeurtenissen. De belangstelling daarvoor gaat zelfs zover dat men weer terecht komt bij primitieve natuurgodsdiensten, met naaktloperij, aanbidding van water en vuur en de goddelijke kosmos in jezelf. Dan is de stap naar het occulte nog maar heel klein. Laatst was er voor TV noord een interview met een heks die met haar bovennatuurlijke krachten goede dingen wilde en kon doen. En het lijkt wel alsof niemand daar meer raar van opkijkt. Onze jeugd groeit ermee op en raakt er aan gewend door boeken, films en videospelletjes. Zo is er tegenwoordig zelfs een blad onder de naam Witch (= heks), waarin tieners in stripvorm vertrouwd worden gemaakt met de principes van hekserij: toverij, geesten, transformatie, telepathie, voorspellingen, hypnose, etc.
Onzin? Flauwekul? Zien we spoken? Vergis je niet! Er is echt meer tussen hemel en aarde. En er gebeuren echt dingen die wetenschappelijk nooit te verklaren zijn. Dat naar het rijk der fabelen verwijzen zou pas echt kortzichtig zijn. Nee: de duivel bestaat. En met hem een hele troep boze en kwalijke geesten, demonen. Wees je daar terdege van bewust! En wapen je er tegen!

Ad. 2 Maar hebben die demonen nou ook iets te maken met als wij ziek zijn of worden? Jazeker. Als de duivel er niet was geweest, was er ook nooit ziekte en ellende geweest. God heeft de wereld goed en volmaakt geschapen. Het leven was voor de eerste mensen een Paradijs. Totdat de mens toegaf en luisterde naar de listige slang, de sluwe satan. Vanaf die tijd is de dood in het leven gekomen en alles wat met de dood verband houdt en er naar verwijst. Zonder duivel geen ziekte. Hij, en hij alleen is de kwade genius achter alle ellende in een mensenleven en in de wereld. Je kunt dan ook nooit zeggen dat ziekte of kwaal bij God vandaan komt, want Hij is de bron van al het goede, niet van het kwade. Wel leert de geschiedenis van Job dat de Here God aan de duivel bepaalde ruimte geeft om mensen door ziekte en tegenslag te treffen. De satan heeft daarmee het doel je van God los te weken. Maar de Here God gebruikt het om je geloof op de proef te stellen en uiteindelijk te versterken. Ik zeg dat nu wel heel makkelijk en simpel, maar begrijp best dat het in de praktijk van het getekende leven, best heel moeilijk is zo te ervaren. Toch zegt iemand als Paulus dat een engel van de satan hem een doorn in het vlees heeft gegeven (dus de pijn komt bij de duivel vandaan!), maar dat hij het uiteindelijk toch heeft ervaren als een middel van God om hem te leren bescheiden te blijven (2 Korintiërs 10).
Met dat we zeggen, dat er zonder duivel geen ziekte is, betekent dat, dat wij er als mensen ook zelf voor verantwoordelijk zijn, dat we er zelf schuld voor dragen. Het feit dat er ziekte is, is een gemeenschappelijke last die wij als mensen dragen. Een pijnlijke herinnering aan de zondeval, aan de zonde in ons zelf.
Het is goed en zuiver dit steeds te beseffen: ziekte is duivels en we dragen er met elkaar schuld voor. Dit besef kan je ervoor bewaren al te makkelijk over ziekte heen te walsen (alsof het de normaalste zaak van de wereld is - dat is het niet! Je mag er best aan lijden (er verdriet van hebben dat er zoveel leed en ellende is)). Het mag daarom ook de geest van verzet in ons wakker roepen om ziekte en ellende te bestrijden, tegen te gaan en zoveel mogelijk te voorkomen. Niet denkend dat we hier de ziekteloosheid zullen bereiken. Die komt er naar Gods belofte pas als zijn Koninkrijk definitief is gekomen: ...en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn... (Openbaring 22). Die tijd komt, maar zullen we hier zelf nooit bereiken. En toch mogen we ons verzetten, met medicijnen, met ingrepen, met een liefdevolle en zorgzame behandeling, door een zo gezond mogelijke levenswandel, tegen alle ziekte en ellende. En verlangen naar de tijd die komt waarin het allemaal voorbij zal zijn!

Toch kun je wel bezeten zijn. Kun je zo onder invloed zijn van duivelse machten en kwade geesten, dat je er helemaal door beheerst wordt, dat ze je helemaal in hun greep hebben. Meestal is dat een gevolg van het feit dat je dat ook gezocht hebt, dat je je er aan blootgesteld hebt. Zo kan het zijn dat je uit pure nieuwsgierigheid eens een keertje meedoet aan 'glaasje draaien', omdat het zo geheimzinnig is met een Oui-ja-bord 'boodschappen uit de andere wereld te ontvangen'. Kán dat dan? Ja zeker. Ook de duivel is machtig en kan wonderen doen en tekens geven. Als je daar aan mee doet, je daar voor openstelt, kun je onder invloed komen van de demonische machten die daarbij aanwezig zijn. Hetzelfde geldt als je misschien heel onbewust en voor je gevoel onschuldig bepaalde boeken leest met veel aandacht voor tovenarij en hekserij. Of videospelletjes speelt waarin dood en verderf en allerlei lugubere personen normale ingrediënten zijn. Zo zag ik in een reclamefolder een game waarin '9 volkeren strijden om de wereldheerschappij. Magische wezens, duivels en goden bemoeien zich ermee... spannend!' Zal best, maar zo krijgen de kinderen occulte gevoeligheid met de paplepel ingegoten! Bekend is ook dat mensen na het bekijken van een film waarin demonen en andere duistere krachten voorkwamen, panisch werden en lange tijd slecht konden slapen. En wat te denken van amuletten, horoscopen, Yin en Yang, magnetisme, reiki, de waarzegster op de kermis, spelen met tarotkaarten of Voodoo? Laten we het allemaal niet onderschatten: dat is het domste wat je kunt doen! Laten we er juist voor waken onder invloed te komen van duistere machten en krachten. En bij twijfel (of als je zelf denkt 'wat een onzin' - als anderen je ervoor waarschuwen): niet doen!

Want bezeten zijn door een demon is echt vreselijk. Je ziet dat aan die maanzieke jongen. Het is toch verschrikkelijk zoals die demon in dat kind huishoudt! Net als die vader sta je er machteloos en radeloos bij te kijken. Wat moet je in vredesnaam doen als je wel onder invloed staat van duivelse machten en boze geesten?
Het is heel moeilijk daar weer los van te komen. En toch kan het.
De Here Jezus laat zijn overtuigende en gezaghebbende macht zien tegenover heel wat boze en onreine geesten. Hij gebiedt ze eenvoudig te vertrekken. Geen kwade geest die daar tegenop kan! Maar ja: de Here Jezus is hier niet meer bij ons op aarde. Daarom had Hij ook aan zijn discipelen kracht gegeven om boze geesten uit te drijven. U kunt dat lezen in Marcus 6: 7: "En Jezus riep de twaalven tot Zich en begon hen uit te zenden, twee aan twee, en gaf hun macht over de onreine geesten." En uit vers 12 blijkt dan, dat zijn discipelen ook daadwerkelijk vele boze geesten uitdreven en zieken zalfden met olie en genazen. Des te opvallender is het, dat diezelfde discipelen, zo korte tijd daarna, blijkbaar niet in staat waren een boze geest uit te drijven. En als ze later aan de Here Jezus vragen, waarom ze dat nu niet konden, zegt de Here: "dit geslacht kan door niets uitvaren, tenzij door gebed." (Dit geslacht = dit soort, deze onreine geesten.) Hier blijkt dat het dus niet om een bepaalde macht op zichzelf gaat, en dat de discipelen ook nooit kunnen denken 'dat doen we wel even'. Nee er komt geloof bij te pas (daarover volgende keer) wat blijkt uit het gebed. Dat het hierbij om geloof gaat blijkt ook heel duidelijk uit de geschiedenis van de zonen van Skevas (Handelingen 19). Die jongens dachten ook even onreine geesten uit te drijven, maar het gevolg was dat de demonen hen zelf te pakken namen. Nee, het is niet de mens die bevrijding uit de macht van demonen geeft, maar God! Dat moet als een paal boven water staan: God bevrijdt. God geneest!

Kunnen er ook in deze tijd nog mensen worden bevrijd van demonische invloeden, of is dat enkel iets voor de tijd waarin Jezus en later zijn discipelen leefden? Is de gave van de duiveluitdrijving ook tegenwoordig nog aan bepaalde mensen gegeven? Dat is wel een belangrijke vraag die ook heel wat christenen bezighoudt.
Laat ik daarom eerst kort het verhaal van mevrouw Dittus vertellen.
Het is 1840. Mevrouw Dittus is een toegewijde ongehuwde christin van 26 jaar, die samen met 2 broers en 2 zussen een woning betrekt in het dorp Möttlingen. In hun nieuwe huis gebeuren vreemde dingen. Er worden allerlei spookgeluiden gehoord. Verder worden de handen van mevrouw Dittus met geweld over elkaar gelegd of juist uit elkaar getrokken als ze wil bidden. Ze ziet gestalten, lichten, etc. De plaatselijke predikant zorgt ervoor dat mevrouw Dittus gauw een andere woning krijgt. Maar daar krijgt ze regelmatig aanvallen van kramp. Haar hele lichaam schudt en het schuim staat 'er op de mond. Volgens de arts is het niet iets natuurlijks. En op de predikant wordt een dringend appèl gedaan 'er iets aan te doen', maar hij is er hopeloos mee verlegen.
Op een zondagavond bezoekt hij mevrouw Dittus. Zwijgend kijkt hij toe als ze een verschrikkelijke aanval krijgt. De vrouw verdraait haar armen, kromt haar bovenlichaam hoog naar boven en heeft het schuim weer op de mond staan. "Toen werd mij duidelijk dat er iets demonisch in het spel was", zegt de predikant. "Het deed me verdriet en maakte me woedend. Het kwam plotseling over mij om haar verkrampte handen stevig vast te pakken, haar naam in het oor te roepen met de oproep: 'vouw je handen en bid: Jezus help mij!'" En wonder: na een ogenblik kwam ze bij, sprak de woorden na, en alle krampen hielden op. Toch komen de aanvallen terug. De predikant is ten einde raad, maar wil toch de vrouw niet opgeven. Hij komt er achter dat ze als jong kind al met tovenarij in aanraking is gekomen via bepaalde familieleden. Op een ruige onweersavond komt het tot een climax. Mevrouw Dittus is door het dolle heen, ze in van plan zichzelf van het leven te beroven; razend rent ze door het huis. Terwijl de donder rolt en de regen neerklettert, begint de predikant te bidden. Daarop brullen de demonen boven het lawaai uit: 'Nu is alles verspeeld, alles verraden, je verstoort ons totaal, jij bent daar de schuld van met je eeuwige gebed. O we zijn verloren!' Enige tijd later verlaten de demonen haar onder de kreet 'Jezus is overwinnaar!'
Een raar verhaal maar echt gebeurd. Het is er een voorbeeld van dat ook in onze tijd nog duiveluitdrijvingen voorkomen. Toch zijn we er in onze protestantse kerken wat huiverig voor geworden, wellicht ook onder invloed van de Verlichting en het rationalisme. Maar niemand kan zeggen dat duiveluitdrijving nu niet meer kan of niet meer voorkomt. Kijk ook maar naar de zendingsgebieden waar een baan gebroken moet worden voor het bevrijdende evangelie; daar kwamen en komen nog steeds duiveluitdrijvingen en andere wonderen van genezing voor.
En als je aan de ene kant erkent dat ook nu nog mensen onder demonische invloeden staan, zou God daar dan nu niet meer van willen of kunnen genezen? In bepaalde charismatische (evangelische) gemeentes vinden er dan ook duiveluitdrijvingen plaats. En ook in meer gevestigde kerken wordt er over nagedacht hoe daar mee om te gaan. En ik denk dat wij dat ook moeten doen, juist omdat in onze tijd de occulte invloeden sterk toenemen en misschien zelfs wel sluipenderwijs bezit van ons nemen.

Gemeente, laten we toch vooral niet de macht en invloed van satan en zijn trawanten ontkennen of onderschatten. Hij is er. En hij werkt. En zijn streven is zoveel mogelijk mensen meesleuren in ellende. Nee, laten we er tegen vechten. De strijd aangaan. Wetend dat Jezus overwinnaar is en dat satan al is verslagen. Wordt krachtig in de Heer, en in de sterkte van zijn macht!

Amen.

Gebed (na de preek)

Almachtig God,

Wij danken U hartelijk dat we mogen leven met de wetenschap dat onze Heer, Jezus Christus uw tegenstander satan heeft verslagen, dat onze Heiland overwinnaar is. We danken U dat U bouwt aan uw Koninkrijk, waar alles weer goed en volmaakt zal zijn, net als in het Paradijs. Waar ook alle ellende en moeite en zorg die op deze aarde nog huishoudt, voorgoed verleden tijd zal zijn. Laten we naar de komst van uw Koninkrijk verlangen, Here God, en er om bidden en er aan werken.
Here Jezus, U bent overwinnaar, U hebt satan overwonnen. Maar dat betekent niet dat wij geen last meer van de duivel en zijn handlangers hebben. Integendeel. In zijn laatste stuiptrekkingen wil satan nog zoveel mogelijk van ons meesleuren. Here, bewaar ons toch. Houd ons vast. Wapen ons tegen satans aanvallen, als ze heel duidelijk en herkenbaar zijn. Maar vooral ook als ze heel sluipenderwijs en subtiel zijn. Er zijn in onze tijd weer zoveel uitingen van duivelse activiteit en macht. En het heeft ook altijd iets aanlokkelijks mysterieus en geheimzinnigs. Of het prikkelt onze zinnen. Here, help ons het onderkennen. Help ons er verre van te blijven. Help ons er tegen vechten. Wapen ons met uw Woord en Geest. En laten we onze kracht mogen zoeken in het gelovig gebed.
Want wat kan de duivel een aantrekkingskracht hebben. En wat klinken zijn argumenten altijd logisch en aangenaam. En wat kan hij door allerlei op zich onschuldige middelen toch ongelooflijk veel invloed op ons hebben. Door boeken, spelletjes, films. Door tv-programma's en dag- en weekbladen. Door muziek. Door drugs en andere geestverruimende middelen. Zo kunnen we zelfs zonder dat we het weten precies doen wat hij graag wil. Here bewaar ons daarvoor. Maak ons sterk in het geloof. En geef dat we scherp zien en onderscheiden waar het op aan komt.
We bidden U voor mensen die gebukt gaan onder invloed van demonen. Die ernstig gekweld en beangst worden. Die zichzelf of anderen geweld aandoen. Die zichzelf niet meer in de hand hebben. Here, bevrijd hen van boze machten. Als U daar om gebeden wordt, Here, wil dat gebed dan genadig verhoren en boze geesten uitdrijven.
Help ons ook in het nadenken over deze zaken, in het antwoord geven op vragen die vanuit de samenleving en vanuit andere kerken en groepen op ons afkomen. Ook als we er wat beducht voor zijn of het misschien eng of griezelig of zelfs allemaal grote flauwekul vinden. Leer ons uit uw Woord door uw Geest. En laat ons U navolgen in gehoorzaamheid en dienstbaarheid.

Vader in de hemel, zegen deze kerkdienst. Geef ons een fijne zondag waarop we ook daadwerkelijk tot rust kunnen komen. Wees ons nabij in Christus onze Heer.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar