Gods woord wordt waar bij Jezus  (Deel 2: In Christus komt God zelf)

Thema: In Christus komt God zelf (Kerst)
Tekst: Matteüs 1: 22-23
Tekstgedeelte(n): Jesaja 7: 1-17
Matteüs 1: 18-25
Door: Ds. H. Drost (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Houten)
Gehouden te: Haren op 25 december 1998; Assen-Marsdijk op 27 december 1998
Opmerking RJCV: Kan afzonderlijk van de andere delen gelezen worden. Deze prekenserie over Matteüs 1 & 2 bestaat uit:
1: Mat01v17 - Het oude testament laat zien dat Jezus komt (Adventstijd)
2: Mat01v22 - In Christus komt God zelf (Kerst)
3: Mat02v09 - God roept astrologen uit de wereld (Kerst)
4: Mat02v14 - De uittocht uit Egypte (Periode na Kerst)
5: Mat02v17 - Rachel is niet te troosten!
6: Mat02v19 - God leidt Zijn Zoon terug naar het land Israël (Periode na Kerst)
Extra: Inleiding op de prekenserie: Gods woord wordt waar bij Jezus.

Aanwijzingen voor de Liturgie

De eerste reactie op Jezus' geboorte komt van engelen. Zij wisten van Gods plan. Psalm 89 spreekt over "de raad der engelen" (Ps. 89: 8). Als God, in het kind, Zijn plan op aarde gaat uitvoeren, roept dat engelenkoor ons op: 'Eer aan God...'. We loven God door te zingen Ps. 89.

  1. Votum en zegen
  2. Ps. 89: 1-3
  3. Gebed // engelenzang
  4. Lezen: Jesaja 7: 1-17
  5. Ps. 89: 17-18
  6. Lezen: Matteüs 1: 18-25
  7. Tekst: Matteüs 1: 22-23
  8. Ps. 46: 1-2
  9. Prediking
    - na inleiding: Ps. 46: 4
    - na eerste deel: Gez. 2: 2
    - na tweede deel: Gez. 2: 3-4
  10. Belijdenis: artikel 18 Nederlandse geloofsbelijdenis (NGB)
  11. Gez. 7: 3
  12. Gebed
  13. Collecte
  14. Gez. 11
  15. Zegen


Gemeente van Christus, jongens en meisjes,

Stel je eens voor dat de dominee of een ouderling bij je op bezoek zou komen en zou zeggen: 'Piet of Petra, God wil je helpen om te geloven. Je mag een wens doen'. Dat is wat: - God wil je iets bijzonders laten zien. Wat zou je graag willen dat God eens aan je liet zien? Je zou er vast gemakkelijker door kunnen geloven.
Maar… stel je nu voor dat een jongen of meisje zou zeggen: 'nee, dat hoeft voor mij niet; laat maar zitten'? Wat vind je daar van? Dat zou eigenwijs zijn, nietwaar? Wie dat zegt, heeft vast helemaal geen zin om te geloven.

Zoiets zei de koning in de tijd van Jesaja. Die koning heette Achaz. Hij was doodsbenauwd. Twee sterke landen wilden samen tegen hem gaan vechten. Dat kon hij nooit aan. Hij liep te bibberen van angst. God ziet dat en stuurt Jesaja naar hem toe. Die moet tegen hem zeggen dat hij op God kan vertrouwen. Maar dat is best moeilijk als twee legers op je afkomen. Dan zegt de HERE tegen Achaz: 'je mag een wens doen. Ik zal je iets bijzonders laten zien. Dat kan je helpen om te geloven'.

Dus Achaz mag iets bijzonders zien - net zoals God voor Gideon een wonder met die dekens deed om hem te helpen op God te vertrouwen. Maar wat zegt Achaz? Hij zegt: 'nee, laat maar zitten'. Hij gelooft niet dat God hem helpen kan. En dan zegt de HERE: 'wil je niet dat Ik iets bijzonders voor je doe? Oké, maar Ik zal wel een wonder doen: een ongetrouwd meisje zal een kind krijgen. Op die manier zal Ik anderen dan jij helpen'.

En wanneer is dat wonder gebeurd? Dat wonder doet God als Maria -het ongetrouwde meisje- een kind krijgt. God kan heel bijzondere dingen - zie je dat? Als je eraan denkt hoe de Here Jezus op aarde kwam, kan je dat helpen om te geloven. God kan machtige dingen doen. Met die God kun je blij zijn

[Eerst Psalm 46: 4 citeren]
We zingen Psalm 46: 4.

De samenvatting van de preek is:

In Christus komt God zelf

  1. Door Zijn geboorte
  2. Door Zijn lijden


1. Door Zijn geboorte

Matteüs heeft, gemeente, zijn evangelie geschreven voor het joodse volk. Dat volk verwachtte het heil uit Davids huis. Maar Matteüs laat hun zien dat ze het niet van mensen moeten verwachten. Dat doet Matteüs door te herinneren aan wat God door Jesaja tegen Achaz, de zoon van David had gezegd.

Die Achaz wees met quasi-vrome woorden een teken van God af. Hij zocht zijn hulp niet bij God. In zijn hart had hij al de beslissing genomen om een groot leger te hulp te roepen. Hij had zijn kaarten gezet op de Assyriërs. God zegt dan door Jesaja dat het leger van Assur niet zijn redding, maar zijn ondergang zal betekenen. God gaat deze zoon van David voorbij. Maar dat betekent niet dat God Davids huis laat vallen. God zal op Zijn tijd een wonder doen: "Zie, de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren…" (Jesaja 7: 14).

Nu is het punt in de uitleg wanneer dat wonderteken is gebeurd. Heeft die ongelovige koning zelf nog het wonder meegemaakt dat een ongetrouwd meisje een kind kreeg? Er zijn veel bijbeluitleggers die geloven dat het wonder in zijn tijd al gebeurd is. Maar een probleem is dat nergens in de bijbel wordt verteld wanneer dat gebeurt. Wanneer zal 't dan gebeuren - dachten de joden die Jesaja lazen - wanneer zal God dat wonderteken doen?

'Dat is nu gebeurd' - roept Matteüs in zijn evangelie uit. Er woonde een meisje in Nazaret. Ze was verloofd met Jozef. Maar er bleek iets wonderlijks met haar aan de hand te zijn: zij bleek "voordat zij gingen samenwonen, zwanger te zijn uit de Heilige Geest" (vers 18). Dat was schokkend. En reken maar dat helemaal een schok was voor Jozef, haar man. Dit meisje was zijn vrouw! - al woonden ze nog niet bij elkaar in huis. Dat had te maken met de gewoonte in die tijd.

De verloving tussen een jongen en een meisje was toen veel officiëler als nu. Bij de verloving gaven ze elkaar het jawoord en wisselden ze ringen uit. Vanaf dat moment waren ze eigenlijk al getrouwd. Maar ze gingen nog niet samen in een huis wonen. De bruid kreeg nog tijd om haar uitzet bij elkaar te halen. Pas als dat allemaal achter de rug was, gingen ze samenwonen. Voor Jozef was Maria dus zijn vrouw, al woonden ze nog niet samen.

In die tijd hoort hij dat ze in verwachting is van een ander. In zijn huwelijk komt een kind dat niet van hem is. Dat is wat! Wat doe je dan? Je kunt kwaad worden. Dat lijkt me een vrij normale reactie: 'wat heeft een ander met mijn vrouw geflikt!'. Je zou razend worden. Maar Jozef wordt niet razend. Hij denkt erover om zich terug te trekken. Hij is van mening dat zijn vrouw nu niet meer voor hem is, maar voor een Ander. Wat is dat voor rare reactie? Waarom reageert hij zo? Omdat hij weet dat de Ander in zijn huwelijk God is.

Hij weet van Maria en haar familie dat ze in verwachting is door een daad van Gods Geest. God wil iets met zijn vrouw doen. En die Jozef is een rechtvaardig man - vertelt de bijbel. Dat betekent dat hij wil doen wat voor God goed is. Als God zijn vrouw wil gebruiken, wil Jozef zich eerbiedig terugtrekken. Hij zal van haar scheiden. Hij zal dat in stilte doen, zodat zij er geen last van heeft. Hij wil God niet in de weg staan...

Als die plannen bij hem opkomen, grijpt de HERE God in. God spreekt met hem in een droom via een engel. God bevestigt dat het Zijn werk is. Dat is Gods boodschap aan Jozef, de zoon van David in deze tijd. "Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide: Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren."

Nu is het grote moment daar: God gaat het zelf doen. De redding komt niet op uit Davids huis, maar komt binnen in Davids huis. God gaat het zelf doen. En als God zelf aan het werk gaat, komt het goed!


Wat vieren we met kerst? Wat kan ons hart blij maken? Als we zien, dat met Jezus' wonderlijk komen, God zelf het beloofde teken op aarde doet. Jezus' bijzondere ontvangenis uit de Heilige Geest is Gods teken. Hij gaat zelf alles goed maken.

Wie dit wonder van de Heilige Geest in een meisje gelooft, krijgt moed. Die ziet dat God het gaat doen. Hij wil het doen, waar wij het niet kunnen. Hij geeft kracht in onmacht. Kent u die onmacht?

Wie echt Gods stem heeft gehoord, kent dat. Gods stem klinkt liefdevol in je oor: 'mijn zoon, mijn dochter, geef mij je hart'. Hebt u Zijn stem al eens gehoord? Hij zegt het nu weer: 'mijn zoon, mijn dochter, geef mij je hart'. Als je dat echt hoort, wil je die liefdevolle stem wel gehoorzamen, maar je kunt het niet. Je moet je zelf aan Hem uitleveren, maar je wilt toch ook… eigenlijk wil je niet. Je wilt… Hoe moet dat goed komen? De dichter zei:

"De zomernacht werd zwart,
toen, zacht en duidelijk klonk er
een klare stem door 't donker:
Mijn zoon: geef mij Uw hart!

Ik aarzelde…verward…
Was het de wind die zoefde?
En weer zei, maar bedroefder,
de stem: geef Mij uw hart.

Ik wrong mij op de grond,
tot ik de woorden vond:
Heer, 't moet door U genomen!

En nog eens overviel
die stille stem mijn ziel:
daartoe ben ik gekomen" (Willem de Merode)

God doet het zelf. De Geest doet wonderen. Hij geeft leven. Hij begon in een meisje. En Hij werkt nog in mensen nieuw leven. En waar Hij komt, geef ik het op. Daar geef ik mijn hart aan Hem. Daar neemt Hij mij mee. .

Gemeente, laat het wonder van de Heilige Geest op kerst uw vreugde zijn. Laten we samen dat wonder dankbaar uitzeggen met de belijdenis: "Ik geloof in Jezus Christus…ontvangen uit de Heilige Geest…"

We zingen Gez. 2: 2.

Ik vat het zo voor u samen: In Christus komt God zelf, 1. door Zijn geboorte

2. Door Zijn lijden

Matteüs heeft, gemeente, zijn evangelie speciaal geschreven voor het joodse volk. Dat volk verwachtte de redding door de Messias. En wie zou de Messias redden? Wie horen bij Zijn volk? Dat waren volgens hen allen die van Abraham afstamden. Je hoort er bij door joods bloed. Maar Matteüs laat zien dat je er alleen bij hoort door Jezus' bloed. De redding is alleen voor hen die geloven.

Dat maakt Matteüs duidelijk uit de bijbel. Hij wijst op de geschiedenis in Jesaja 7, waar het gaat over koning Achaz die het niet belangrijk vond dat God met hem was. Hij vond het belangrijker dat hij militaire steun kreeg dan steun van God. Hij wijst daarom een teken van God af. En dan gaat God hem voorbij. God geeft een teken voor anderen. "Zie, de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren; en… zij zal hem de naam Immanuël geven (Jesaja 7: 14). Er zal een tijd komen dat mensen Gods werk zullen zien en… zij zullen het wel belangrijk vinden dat God met hen is.

'Die tijd is nu' - roept Matteüs in hoofdstuk één uit. God deed het wonder in Maria. En tegen Jozef zegt God in de droom dat hij zich niet hoeft terug te trekken. God heeft een taak voor hem. Hij moet vader zijn voor het kind van zijn vrouw en als pleegvader moet hij de baby straks een naam geven.

Wanneer geef je een baby een naam? Daar prakkiseren wij vaak al over voordat het kindje geboren is. En als de baby er is, vertellen we ook aan de mensen wat de naam van de baby is. Dat doen we niet pas bij de doop. Dat gebeurde vroeger in Israël wel. De baby kreeg de naam pas als hij besneden werd. Die besnijdenis is het wegsnijden van een stukje vlees van de penis. Dat gebeurt in Israël als het jongetje acht dagen oud is. Dat gebeurde ook met dit kind van Maria. Het mes gaat erin. Het bloed stroomt. Dan geeft Jozef de baby de naam "Jezus" - volgens de opdracht van de engel. "Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide: Zie… men zal Hem de naam Immanuël geven, hetgeen betekent: God met ons."

Hé, welke naam kreeg Gods Zoon nu? Kreeg Hij de naam Immanuël? Nee, Jozef gaf Hem de naam Jezus, "Hij zal redden van de zonden" (vers 21). De zonden moeten er immers eerst tussen uit!? Dan is God met ons. God met ons - dat geldt niet automatisch voor mensen met joods bloed, maar voor hen die geloven in Jezus' bloed.

Het kan alleen door het kruis. En daarom gaat Matteüs in dit evangelie vertellen wat er met Jezus gebeurd is. Hij laat Zijn kruisweg zien. En als dat klaar is, is God met de mensen. Dat zegt Jezus zelf voor Hij naar de hemel gaat. "Zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding van de wereld" (Matteüs 28: 20). God is met mensen - in Jezus

Tegen wie zegt Hij dat Hij met hen is? Tegen de elf apostelen die Hij net gezegd heeft dat ze dit goede nieuws in heel de wijde wereld rond moeten bazuinen. De redding mag van hand tot hand, van mens tot mens gaan. Hij brengt zo heel Zijn volk samen -rond het kruis- want daar is God met mensen.

Jezus stuurt Zijn kerk de wereld in. Hij zet ons op weg. Gaat u die weg? Probeert u anderen te vertellen over die redding? Bidt u voor en steunt u het werk van de kerk via zending en evangelisatie? Heeft dat uw hart?

Dat heeft alles te maken met je eigen manier van geloven. Wie het maar gewoon vindt dat Jezus stierf om God met ons te doen zijn, zal zijn of haar mond er niet gauw over open doen. Maar wie God zelf via het kruis in zijn of haar leven zag komen, is getekend. Die is anders. Die zegt, als de mensen vragen waarom je anders bent, wat er met je aan de hand is - die zegt: 'ik zit vast - vast aan die liefde: Hij heeft een spijker door mijn hand geslagen'.

De dichter bracht dat wonder van het kruis onder woorden in een gedicht over de soldaat die Jezus kruisigde:

"Wij sloegen Hem aan 't kruis, Zijn vingers grepen
Wild om den spijker toen 'k de hamer hief -
Maar Hij zei zacht mijn naam en: 'heb mij lief!'
En 't groot geheim had ik voorgoed begrepen.

Ik wrong een lach weg, dat mijn tanden knarsten,
En werd een gek die bloed van liefde vroeg;
Ik had Hem lief - en sloeg en sloeg en sloeg
Den spijker door zijn hand in 't hout dat barstte.

Nu, als een dwaas, een spijker door mijn hand
Trek ik een visch - zijn naam, zijn monogram -
in ied'ren muur, in ied'ren balk of stam
Of in mijn borst of, hurkend in het zand.

En antwoord als de menschen mij wat vragen:
'Hij heeft een spijker door mijn hand geslagen' (M. Nijhoff).

Hij is Immanuël. Door Hem weet ik dat God ook met mij is - door Hem in wie ik geloof en wie ik liefheb en van wie ik nooit meer los kan en wil komen: "Ik geloof in Jezus Christus… die geleden heeft, gestorven is, maar opgestaan is en weer komt".

Amen.


Gebed

1. Lof:

Uw engelen zetten de toon. En wij, mensen op aarde stemmen in met dat lied van de hemel. Wij loven u om vrede en welbehagen

Here, waarom zag U naar ons mensen om? Er is geen reden te bedenken behalve Uw liefde, Uw welbehagen. Dat is de enige reden: de liefde van Uw hart. Vanuit die liefde gaf U Christus voor zondaren = de weg van kribbe naar kruis, gewikkeld in doeken van de dood om ons leven te geven. En door Hem is er vrede: vrede met U, vrede voor de wereld.

2. Gebed om vrede:

2.1. Vrede voor wereld om ons heen

gebed om wijsheid om goed met elkaar om te gaan, maar ook om geloof = vinden Christus = bron van de vrede = gebed voor zending en evangelisatie = brengen van Christus = komen met vrede

2.2. Vrede in gemeente en ons hart

3. Lof met engelen:

U gaf Hem - terwijl wij het niet verdienden.
U gaf Hem - terwijl wij er niet om vroegen.
Toch gaf U Hem. Uit pure genade.
Hoe kunnen we op zoveel onverdiende liefde anders reageren dan met een loflied?
U bent zo goed: laat alles U loven.
U bent groot: laten de hemelkoren U loven.
U bent genadig: laten steeds meer mensen U groot maken!

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar